The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
April 2000
Gij moet acht geven op al zijn woorden

Gij moet acht geven op al zijn woorden

Ouderling L. Tom Perry
van het Quorum der Twaalf Apostelen

De voortschrijdende mogelijkheden van de techniek, brengen ons alleen maar de boodschap (. . .). [Maar het is] de opgave van (. . .) elk individu en elk gezin (. . .) zich de boodschap van het evangelie van onze Heer en Heiland eigen te (. . .) maken.

Ouderling L. Tom Perry

Als lid van de kerk wil ik de broeders Ted A. Davis, Donald D. Salmon en Frank M. McCord graag persoonlijk bedanken voor de onmetelijke uren, dagen en jaren die zij besteden om ervoor te zorgen dat alles in de kerk boekhoudkundig in orde is. Ik weet zeker dat de bijna elf miljoen andere leden van de kerk dat ook bijzonder waarderen. Hartelijk dank.

De afgelopen jaren hebben we vol verwachting de bouw van dit prachtige Conferentiecentrum gevolgd. Nu zijn we hier, om met vele duizenden mensen te luisteren naar de woorden van de profeten. Dit is beslist het begin van een nieuw tijdperk in de kerkgeschiedenis -- een tijdperk waarin we een groter bereik en grotere invloed hebben; een tijdperk van grotere groei en uitwerking.

Voorafgaand aan de laatste vergadering van het Eerste Presidium en de Twaalf afgelopen jaar, voorzag president Hinckley de op handen zijnde veranderingen en stelde hij voor om al vastend naar de tempel te gaan en daar het jaar, de eeuw en het millennium te besluiten met een vasten-en-getuigenisdienst. Om niets af te doen aan de geest van de getuigenissen, stelde hij voor om tijdens die bijzondere bijeenkomst geen zakelijke aangelegenheden te bespreken, maar die te bewaren voor het nieuwe jaar.

De dienst was een feest van de Geest, vol getuigenissen van onze Heer en Heiland. Na deelgenomen te hebben aan het avondmaal, stond elk lid van de Twaalf op en gaf zijn getuigenis van de zending van Jezus de Christus, de Heiland van de wereld. De laatste drie getuigenissen waren van de leden van het Eerste Presidium, en het allerlaatste getuigenis werd door president Hinckley gegeven. Het was een ontnuchterende, maar vreugdevolle gelegenheid waarbij we elkaar met krachtige getuigenissen gesterkt hebben.

President Hinckley voegde aan zijn krachtige, emotionele getuigenis een lijst met punten van aandacht voor de toekomst toe. Een van die punten is mij vooral goed bijgebleven. Hij was bang dat het met de enorme groei van de kerk over de hele wereld steeds moeilijker zou worden voor de apostelen om alle leden van de kerk te bereiken en hen in eigen persoon aan te sporen om het evangelie na te leven. In de toekomst zullen we dus afhankelijker zijn van de techniek om de evangelieboodschap aan de kerk over de hele wereld te brengen.

Als we naar de heilige geschiedenis in de heilige Schriften kijken, vinden we soortgelijke gebeurtenissen waarbij een profeet van God opmerkelijke veranderingen aan de horizon ziet. Het is interessant dat er bij dergelijke belangrijke gebeurtenissen zowel veel geïnspireerde aandacht wordt gegeven aan de details van de profetische boodschap, als aan de manier waarop die gebracht wordt -- oftewel, de techniek die gebruikt wordt om de evangelieboodschap uit te dragen.

Daarbij moet ik denken aan de indrukwekkende toespraak die koning Benjamin hield voor zijn volk, te vinden in de eerste hoofdstukken van het boek Mosiah. Die rechtschapen koning had zijn volk al lang in rechtschapenheid gediend. Het was tijd om de leiding over te dragen aan zijn zoon. Voordat hij dat deed, wilde hij zijn volk zijn getuigenis geven van zijn Heer en Heiland. Maar hij wilde eerst zijn zoons de instructie geven 'verstandige mensen [te] worden en bekend [te] zijn met de profetieën, die door hun vaderen waren geuit, en die hun door de Here waren gegeven' (Mosiah 1:2).

Hij gaf ze ook onderricht in de leringen die in de koperen platen gegraveerd waren, waarover hij zei: 'Mijn zoons, ik zou willen, dat gij zoudt bedenken, dat wij zonder deze platen, die deze kronieken en geboden bevatten, in onwetendheid hadden moeten lijden, zelfs in de tegenwoordige tijd, de verborgenheden van God niet kennende' (Mosiah 1:3).

De leer zuiver houden was de eerste prioriteit van koning Benjamin, en daarom wilde hij dat zijn hele volk zijn getuigenis en woorden zou ontvangen. Hij ontbood Mosiah, zijn zoon en opvolger, en gaf hem concrete instructies aangaande het bijeenbrengen van zijn volk voor die laatste bijeenkomst. Hij zei:

'Mijn zoon, ik zou willen, dat gij een bekendmaking door dit gehele land uitzendt, aan dit ganse volk, of het volk van Zarahemla en het volk van Mosiah, die in het land wonen, zodat zij te zamen mogen vergaderen; want morgen zal ik persoonlijk mijn volk verkondigen, dat gij over dit volk een koning en regeerder zijt, die de Heer onze God ons heeft gegeven.

'En bovendien zal ik dit volk een naam geven, opdat het daardoor onderscheiden moge wezen van al het volk, dat de Here God uit het land van Jeruzalem heeft geleid, en dit doe ik, omdat het een volk is geweest, dat de geboden des Heren ijverig onderhield (Mosiah 1:10­11).

Toen ging Mosiah uit en verkondigde aan het volk dat ze bijeen moesten komen bij de tempel, waar ze de woorden van zijn vader zouden aanhoren. De mensen kwamen bijeen en 'sloegen [. . .] hun tenten rondom [de tempel] op, iedere man naar verhouding van zijn huisgezin, bestaande uit zijn vrouw en zijn zoons en dochters, en hun zoons en dochters, van de oudste tot de jongste, alle huisgezinnen van elkaar gescheiden' (Mosiah 2:5). Ze sloegen hun tenten op met de opening naar de tempel toe, zodat zij de woorden van koning Benjamin konden horen, die hun instructie gaf in de leer van het eeuwige leven. Vanwege het grote aantal mensen dat binnen en buiten de muren van het tempelterrein bijeen was, liet de koning een toren bouwen zodat zij zijn woorden konden horen. Maar hij besefte dat zelfs met die toren niet iedereen hem zou kunnen horen, dus liet hij zijn woorden opschrijven en uitzenden onder de mensen die zich niet binnen zijn gehoor bevonden, zodat iedereen zijn woorden zou ontvangen. (Zie Mosiah 2:6­8.)

Vanaf zijn toren zei hij zijn volk dat zij hun oren moesten spitsen en luisteren naar zijn getuigenis van de Heiland. Toen hij geprofeteerd en zijn getuigenis gegeven had, gaf hij hun aanwijzingen om terug te keren naar hun hemelse Vader: 'En bovendien zou ik willen, dat gij de gezegende en gelukkige toestand zoudt overdenken van hen, die de geboden Gods bewaren. Want ziet, zij worden in alles gezegend, zowel in het stoffelijke als in het geestelijke; en indien zij getrouw volharden tot het einde, worden zij in de hemel ontvangen, opdat zij daardoor met God in een staat van eeuwigdurende gelukzaligheid kunnen wonen. O, bedenkt, bedenkt, dat deze dingen waar zijn; want de Here God heeft ze gesproken' (Mosiah 2:41).

Om ervoor te zorgen dat zijn volk zijn woorden begreep en dat zij zich hielden aan hun verbonden met God om zijn geboden te onderhouden, stelde koning Benjamin 'priesters [. . .] aan [. . .] om het volk te leren, opdat zij daardoor de geboden Gods mochten horen en weten, en om hen op te wekken de eed te gedenken, die zij hadden afgelegd (. . .)' (Mosiah 6:3). In veel opzichten gebruikte koning Benjamin alle technieken die hem in die tijd ter beschikking stonden om zijn volk bijeen te brengen, het goede woord Gods te verbreiden, en het woord te beklemtonen.

In een ander tijdperk zien we een andere profeet die een nieuw medium gebruikt om met zijn boodschap het hart van de mensen te bereiken. Er werd een bijzondere conferentie gehouden op de honderdste verjaardag van de kerk. We vinden een verslag daarvan in het verslag van de honderdste aprilconferentie, gehouden in de Tabernakel op 6 april 1930:

'Overeenkomstig instructies, eerder uitgegeven door het Eerste Presidium van de kerk, voerden alle wijken en gemeenten van de kerk op 6 april vanaf tien uur 's ochtends het volgende programma uit, (. . .) waarvoor regelingen getroffen waren dat de mensen in hun eigen kerkgebouw bijeen konden komen om via de radio te luisteren naar de bijeenkomsten die vanuit de Tabernakel in Salt Lake City werden uitgezonden.

'Het gebouw was helemaal vol, alle zitplaatsen waren bezet, en zelfs de gangpaden, deuropeningen en andere beschikbare ruimte waren bezet. (Conference Report, april 1930, blz. 2.)

President Heber J. Grant, die de eerste uit te zenden bijeenkomst van de algemene conferentie presideerde, begon met te zeggen:

'Mijn hart vloeit over van dankbaarheid nu ik al deze fijne dragers van het priesterschap van de levende God zie, samen met de functionarissen van onze organisaties, die hier bijeenvergaderd zijn in deze conferentie om de honderdste verjaardag te gedenken van de stichting van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

'Ik zal u aanstonds een toespraak voorlezen van het Eerste Presidium van de kerk, waarvan afschriften gestuurd zijn aan alle wijken, ringen en zendingsgebieden, in alle landen waar de kerk georganiseerd is. Op deze tijd wordt deze boodschap aan al onze mensen over de hele wereld voorgelezen.' (Conference Report, april 1930, blz. 3.)

Net als koning Benjamin, begon president Grant zijn toespraak met zijn getuigenis van God, de Vader, en onze Heer Jezus Christus. Toen beklemtoonde hij enkele feiten aangaande de wetenschappelijke kennis, de uitvindingen en de industriële ontwikkelingen die de krachten van het heelal bruikbaar hadden gemaakt en aangepast waren voor het gemak van de mens. Hij zei:

'Het is ongetwijfeld het grootste wonder van de eeuw dat de stem van de mens, compleet met de persoonlijkheid van de spreker, voor altijd bewaard kan worden en met al zijn details van het oorspronkelijke geluid opnieuw weergegeven kan worden.

'Overdenken wij die prestaties van de afgelopen eeuw, die slechts even ter sprake zijn gebracht, dan brengt dat ons ertoe uit te roepen:

'"Groot en wonderbaar zijn uw werken, o Here!

'"Gij zijt dezelfde [. . .] voor eeuwig!

'"Uw doeleinden falen niet, noch zijn er, die uw hand kunnen weerhouden!"' (Conference Report, april 1830, blz. 5.)

Vandaag, op 1 april in het jaar 2000, zijn wij bijeen in dit prachtige nieuwe Conferentiecentrum dat gebouwd is zodat vele duizenden meer de profeet kunnen zien en zijn stem kunnen horen. Maar zelfs met dit gebouw, en met betere mogelijkheden om naar de heiligen te reizen om in zoveel andere landen met hen bijeen te komen, zullen minder mensen in staat zijn om dat persoonlijke contact met de profeten en apostelen te hebben, wat komt door de groei van de kerk. De techniek heeft ons gezegend met veel nieuwe uitvindingen om de evangelieboodschap te verbreiden via satellietsystemen, onze eigen website, de tv, de radio, en door geschreven teksten in onze tijdschriften en in de krant. Dat zijn allemaal toevoegingen aan onze systemen voor verbreiding van de boodschap, waardoor wij veel beter de boodschappen kunnen ontvangen.

Maar al die middelen, en de voortschrijdende mogelijkheden van de techniek, brengen ons alleen maar de boodschap. Wat nog steeds hetzelfde is, is de opgave in de tijd van koning Benjamin, in de tijd van president Grant, en in deze tijd, namelijk om elk individu en elk gezin door persoonlijke en gezamenlijke studie zich de boodschap van het evangelie van onze Heer en Heiland eigen te laten maken. Het heil vindt men niet in bouwwerken of techniek, maar in het woord. Alleen de macht van het woord zal zijn uitwerking op ons hebben, en ertoe bijdragen dat wij dichter tot onze Vader in de hemel komen.

Denk aan het woord van de Heer toen Hij op 6 april 1830 voor het eerst de heiligen van zijn pas herstelde kerk onderrichtte. Hij zei:

'Zie, er zal onder u een kroniek worden bijgehouden, en hierin zult gij worden genoemd een ziener, vertaler, profeet, apostel van Jezus Christus, en ouderling der kerk door de wil van God, de Vader, en de genade van uw Here, Jezus Christus. (. . .)

'Daarom moet gij, mijn kerk, acht geven op al zijn woorden en geboden, die hij u zal geven, zoals hij ze ontvangt, en in alle heiligheid voor Mij wandelen;

'Want gij moet zijn woord ontvangen in alle geduld en geloof, alsof het uit mijn eigen mond kwam' (Leer en Verbonden 21:1, 4­5).

Het is geweldig om in dit prachtige nieuwe gebouw te zijn en de nieuwe techniek te hebben waarmee de conferentiebijeenkomsten over de hele wereld uitgezonden worden. Maar het is de boodschap die wij ontvangen die, als wij haar bestuderen en in praktijk brengen, ons het licht van het evangelie zal brengen als verdere voorbereiding in ons streven naar het eeuwige leven.

Dit is mijn nederig getuigenis aan u, in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy