The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
April 2000
Tevreden met de dingen, die ons zijn toebedeeld

Tevreden met de dingen, die ons zijn toebedeeld

Ouderling Neal A. Maxwell
van het Quorum der Twaalf Apostelen

De bepalende momenten van het leven die we zo hard nodig hebben, krijgen we binnen datgene wat ons is toebedeeld (. . .) Het gaat om onze reactie. Elk leven heeft genoeg aan zijn eigen beproevingen!

Ouderling Neal A. Maxwell

De bepalende momenten van het leven die we zo hard nodig hebben, krijgen we binnen datgene wat ons is toebedeeld, en we doen keuzen met eeuwige consequenties in dat wat ons is toebedeeld. Het gaat om onze reactie. Elk leven heeft genoeg aan zijn eigen beproevingen!

Een belangrijk inzicht dat Alma de plichtsgetrouwen en bekeerlingen gaf, legde hij in slechts enkele woorden vast: 'Want ik zou tevreden moeten zijn met de dingen, die de Here mij heeft toebedeeld' (Alma 29:3). Echter, kort daarvoor wenste Alma nog vurig dat hij de 'bazuin Gods' mocht zijn zodat hij 'de aarde zou doen beven' (Alma 29:1). Maar dat kwam niet door zijn ego -- in feite wilde Alma de mensheid bekering en het heilsplan verkondigen, zodat er geen menselijk verdriet meer zou zijn. (zie Alma 29:2.) Maar Alma's tevredenheid was gebaseerd op het feit dat God ons uiteindelijk die mate van heil toekent waar wij naar verlangen. (zie Alma 29:4.) Wat zou er eerlijker kunnen zijn?

Toen hij op die manier tevreden met zijn roeping was geworden, hoopte Alma vervolgens in alle ootmoed een werktuig te worden waardoor de een of andere ziel gered zou kunnen worden. (zie Alma 29:9.) Zo komt het dat we in deze negen monoloogachtige verzen een belangrijke geestelijke reis kunnen ontdekken.

Ons wacht diezelfde tevredenheid als wij onze eigen verlangens op één lijn kunnen brengen met wat ons is toebedeeld.

Sommige mensen hebben bijvoorbeeld erg weinig kansen toebedeeld gekregen vanwege armoede.

'En er ontstond standsverschil onder het volk, naar hun rijkdommen en hun gelegenheden om onderwijs te volgen; ja, sommigen waren ongeletterd wegens hun armoede, en anderen verkregen grote geleerdheid wegens hun rijkdommen' (3 Nephi 6:12).

Bovendien zijn er door kwaadaardige sociale structuren die de mens in het verleden in het leven heeft geroepen uitermate tragische beperkingen ontstaan, zoals slavernij en concentratiekampen.

Niettemin behoren wij te doen wat wij kunnen binnen de ons toegewezen mogelijkheden, terwijl wij tegelijkertijd proberen om alle rek te gebruiken die eventueel nog in de tuien zit. Binnen dat wat ons toegewezen is, kunnen wij geestelijke tevredenheid vinden. Paulus heeft dat beschreven als 'godsvrucht (. . .) met tevredenheid', waarbij hij aangeeft dat er voldoende van de benodigde eigenschappen zoals liefde, hoop, zachtmoedigheid, geduld en onderworpenheid aanwezig moet zijn. (1 Timoteüs 6:6.)

Maar er zijn andere vaste beperkingen in het leven. Sommigen hebben bijvoorbeeld beperkingen toebedeeld die fysiek, mentaal of geografisch van aard zijn. Er zijn mensen die buiten hun schuld ongehuwd zijn, en er zijn kinderloze echtparen die naar een baby verlangen. Weer anderen worden geconfronteerd met permanent verstoorde relaties binnen hun kring van dierbaren, inclusief kinderen die 'hun eigen zin' volgen en zich verzetten tegen ouderlijke raad (3 Nephi 1:29). In dergelijke, en soortgelijke, situaties zijn er dagelijks zoveel pijnlijke geheugensteuntjes.

Tevreden zijn betekent aanvaarding zonder zelfmedelijden. Maar wordt de ontbering vol zachtmoedigheid verdragen, dan kan de ontstane leegte de ruimte worden die we nodig hebben voor de ontwikkeling van een sterk vergrote ziel.

Sommigen ondergaan pijnlijke ontwikkelingen die plotseling in de status quo van het sterfelijk leven hakken. Sommigen moeten beproevingen doormaken, terwijl anderen weer iets anders toebedeeld hebben gekregen waarmee zij moeten leven. Paulus leefde met zijn 'doorn in het vlees' (2 Korintiërs 12:7).

Het is voldoende om te zeggen dat dergelijke toebedelingen in de toekomende, onsterfelijke wereld gewijzigd zullen worden. Met uitzondering weliswaar van zonden waarvan wij ons niet bekeerd hebben, want die vormen onze status in de toekomende wereld.

Het ontwikkelen van een grotere tevredenheid met bepaalde bestaande beperkingen en kansen is dus een uitdaging voor ons. Anders kunnen we ons te weinig gebruikt en ondergewaardeerd voelen, terwijl wij, ironisch genoeg, in de ons gegeven omstandigheden, ongebruikte gelegenheden hebben om overal om ons heen dienstbetoon te verrichten. We zouden daarom ook niet moeten verlangen naar bepaalde zaken die buiten het ons door God toebedeelde vallen, zoals de machtige stem van een engel, want er is zoveel te doen binnen hetgeen ons is toebedeeld. (Zie Alma 29:3­4.) Bovendien, ongeacht hoe verschillend de ons toebedeelde omstandigheden ook zijn, we kunnen toch de geboden van God onderhouden!

Intussen dienen wij als elkanders klinisch materiaal voor het kweekmonster van het menszijn dat ons is toebedeeld. Dat kweekmonster kan krimpen of uitzetten, maar het belangrijkste is wat wij zijn en wat we doen binnen die gevarieerde toebedelingen, en in het werk 'waartoe [wij zijn] geroepen' (Alma 29:6).

Het 'heilige hier en nu' bevat dus wat ons is toebedeeld voor ons discipelschap. Wij hoeven niet de beste plek met het beste uitzicht te hebben om ons eigen heil te bewerkstelligen!

Aan de andere kant: aangaande de verbetering van ons gedrag zijn er, belangrijk genoeg, geen grenzen die wij niet kunnen overschrijden en is er geen tekort aan visa voor hen die iets willen ondernemen!

Zo is geleidelijke verbetering aan de orde van de dag, en daarvoor is duidelijk de lankmoedigheid van de Heer nodig in ons streven om de noodzakelijke lessen te leren.

Maria, aan wie enkele wonderbaarlijke zaken aangaande haarzelf en haar toekomst waren verkondigd, 'bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart' (Lucas 2:19). Overpeinzing gaat vaak aan tevredenheid vooraf.

Het gaat om de voorstelling, niet om de afmetingen van het toneel. Het Meer van Galilea was slechts eenentwintig bij elf kilometer, maar was toch groot genoeg om de discipelen een belangrijke ervaring te verschaffen op het gebied van geloof en op het water lopen. (Zie Matteüs 14:22­23.) De wind was hard en angstaanjagend! Maar vergelijk de afmetingen van de golven op het Meer van Galilea en de lengte van die storm eens met wat Nephi en zijn reisgenoten op de onmetelijke oceaan moesten doorstaan! (zie 1 Nephi 18:13­21.) Toch verschaften beide gebeurtenissen de benodigde leerervaringen. Ik wil natuurlijk wel voorzichtig zijn met vergelijkingen waar grote hoeveelheden water aan te pas komen, want ik besef dat Noach zich onder het historisch publiek bevindt!

Minder spectaculaire voorvallen zijn dus, net als goede mensen die wat minder opvallen, 'niet minder dienstvaardig' om de klus te klaren (Alma 48:19).

Op grotere schaal dacht de profeet Mormon bijvoorbeeld aanvankelijk dat zijn volk droefheid tot bekering toonde (zie Mormon 2:12­13). Hij kwam er echter snel achter dat het niet de droefheid van de bekeerlingen was, maar 'de droefheid van de verdoemden', waardoor zij in een niemandsland belandden. Vergelijk die gebeurtenis eens met de manier waarop de verloren zoon helemaal alleen zijn bekeringsproces doorliep; daar zijn droefheid echt was, kwam hij 'tot zichzelf' (Lucas 15:17). Soms leren wij door droeve ervaring, maar soms ook niet! (Leer en Verbonden 121:39.)

De bepalende momenten van het leven die we zo hard nodig hebben, krijgen we binnen datgene wat ons is toebedeeld, en we doen keuzen met eeuwige consequenties in dat wat ons is toebedeeld. Het gaat om onze reactie. Elk leven heeft genoeg aan zijn eigen beproevingen! (zie Matteüs 6:34.)

Intussen verkopen de mensen hun ziel toch nog geregeld voor minder dan de hele wereld. In A Man for All Seasons van Robert Bolt, staat Sir Thomas More op het punt de martelaarsdood te ondergaan, ten dele omdat zijn vriend, Rich, die door een plaatselijke functionaris is omgekocht, hem verraden heeft. More, die Rich aankijkt, zegt met een mengeling van verdriet en geamuseerdheid: 'Voor Wales? Maar Richard, het heeft geen zin voor de mens om zijn ziel voor de hele wereld te geven (. . .). Maar voor Wales!' (Robert Bolt, A Man for All Seasons [1960], blz. 92). Laten wij bedenken dat diezelfde vermaning geldt voor alles wat ons van het geestelijke afhoudt!

Bedenk dat Jezus de Heer van het heelal was en is. (Zie LV 45:1; 76:24; Mozes 1:33; 2:1.) Toch volbracht Hij zijn bediening, zoals wij allen weten, in een erg klein geografisch gebied. Zijn reizen in het kader van die bediening waren erg kort. Toch bracht de Heiland de verzoening voor de hele mensheid daar tot stand! Er waren beslist veel opvallender heuvels dan Golgota, en veel mooiere tuinen dan de hof van Getsemane. Maar dat maakt niet uit: zij waren goed genoeg als decor voor de belangrijkste scènes uit het toneelstuk van de hele geschiedenis van de mens!

Wij kunnen gebruikmaken van die heerlijke verzoening door ons te bekeren. Wij kunnen leren om binnen ons kweekmonster van het menszijn, waarvan ons gezin of onze vriendenkring deel uitmaakt, anderen te dienen en te vergeven.

De rechtvaardigheid en barmhartigheid van God zullen zo overduidelijk volmaakt zijn dat er bij het laatste oordeel geen klachten zullen zijn, ook niet van hen die zich eens beklaagden over wat God hun in het sterfelijk leven toebedeeld had. (zie 2 Nephi 9:14­15; Alma 5:15­19; 12:13­14; 42:23­26, 30.)

Wij kunnen en 'moeten [. . .] tevreden zijn met de dingen die ons zijn toebedeeld', dat wil zeggen tevreden zijn met onze omstandigheden, maar zonder zelfgenoegzaam te zijn of tevreden te zijn met ons gedrag. (Zie 3 Nephi 12:48; 27:27; Matteüs 5:48.)

Dergelijke tevredenheid is meer dan schouderophalende passiviteit. Het geeft blijk van onze bereidheid tot deelname in plaats van ongeïnteresseerde overgave.

De Heer kent onze omstandigheden en de bedoelingen van ons hart, en beslist ook de talenten en gaven die Hij ons heeft gegeven. Hij kan perfect meten hoe wij gepresteerd hebben binnen dat wat ons is toebedeeld, inclusief het opheffen van vele handen die slap hangen. Daarom is verlangen naar meer mogelijkheden, terwijl we de beschikbare mogelijkheden niet aangrijpen, in geestelijk opzicht onsportief.

Wat we hadden kunnen doen en hebben gedaan met wat ons is toebedeeld, is dus volledig bekend bij de Meester van de wijngaard.

Een van de redenen waarom God de zwakken van de wereld gebruikt om zijn werk te volbrengen, is misschien dat zij zachtmoediger zijn en beter in staat om geestelijke tevredenheid te vinden. (zie LV 1:19, 23; 35:13; 133:58­59; 1 Korintiërs 1:27.) Wereldse mensen interesseren zich meestal toch niet voor het doen van wat zij als het onaanzienlijke werk van de Heer beschouwen.

Opvallend is ook dat de Heer weigert om te intimideren door het sturen van legioenen engelen en zo te zorgen dat mensen zijn wil doen. (zie Matteüs 26:47­53.) Zijn wil moet gedaan worden 'door het woord', niet omdat we gedwongen worden. (Alma 36:26.) De regel is altijd geweest, en zal altijd blijven: 'Nochtans moogt gij voor uzelf kiezen' (Mozes 3:17). De Heer verlangt bekering zonder intimidatie.

Laten wij in deze tijd, waarin het kan verkeren, bedenken dat God alleen maar wil dat wij ons vrijwillig afkeren van zonde en ons tot Hem keren. Daarom streeft de Heer er niet naar ons te overweldigen, maar wil Hij ons liever helpen bij het overwinnen van de wereld! (Zie Leer en Verbonden 64:2; Openbaring 3:21.)

Zo zien we dat de vromen, binnen wat hun toebedeeld is, zelfs achter prikkeldraad vriendelijk blijven, terwijl anderen zelfs in hun weelde hun prikkels laten zien. De ontevredenen blijven ondertussen hun eigen zwembaden van zelfmedelijden bouwen, waarvan sommige zelfs van Olympische afmetingen zijn.

We zien nog iets anders in dit geïnspireerde en instructieve gedeelte in Alma. Alma erkent dat God in elk volk voor mensen heeft gezorgd die zijn woord kunnen verkondigen en erin kunnen onderwijzen. (Zie Alma 29:8.) Zo zouden we, als we teveel, te vaak en te hard aandringen op een grotere rol voor onszelf, weleens de mogelijkheden kunnen inperken die anderen nodig hebben. Bovendien geven wij door onze tevredenheid en vertrouwen de Heilige Geest de dringend benodigde tijd om zijn bijzondere werk te doen.

Zijn wij in geestelijk opzicht goed uitgelijnd, dan kunnen we geestelijk vertrouwen krijgen, zelfs als we niet 'de betekenis van alle dingen' weten (1 Nephi 11:17). Een dergelijk tevreden vertrouwen brengt geen arrogantie voort, maar rustige aanvaarding, wat een vorm is van 'ijverig werkzaam' zijn -- maar zonder alle franje. (Leer en Verbonden 58:27; zie ook vers 28.)

Echter, die geestelijke tevredenheid berust op onze aanvaarding van de verzoening van Jezus, want wij (. . .) 'hebben [kennis] verkregen van Gods goedheid en zijn weergaloze kracht, en van zijn wijsheid en zijn geduld en zijn lankmoedigheid jegens de mensenkinderen, en eveneens van de verzoening, die sedert de grondlegging der wereld is bereid' (Mosiah 4:6).

Nogmaals, broeders en zusters, we zien dat Alma zich ontwikkelt van het verlangen om een 'bazuin' te zijn tot een nederig 'werktuig' en van het verlangen om de aarde te 'doen beven' tot 'de een of andere ziel tot bekering te [willen] brengen'. Dat is een ongelooflijk grote overgang! En is het ook niet fantastisch dat we mogen groeien, of die groei nu tot uiting komt in negen verzen of in een heel leven?

Colleen en ik hebben een bijzondere kleindochter, Anna Josephine, die zonder linkerhand geboren is. Laatst had Anna Jo, die bijna vijf is, een gesprekje met haar neefje, Talmage, van drie. Talmage zei tijdens het spelen geruststellend: 'Anna Jo, als jij groter wordt, krijg je vijf vingers.' Anna Jo zei: 'Nee, Talmage, als ik groter word, krijg ik geen vijf vingers, maar als ik in de hemel kom, krijg ik een hand.'

Als Anna Jo, die moeilijke tijden tegemoet gaat, het kan houden bij wat haar is toebedeeld, dan zal ze veel mensen steeds tot zegen zijn!

Wij zijn zo gezegend omdat Alma's woorden voor ons allen bewaard zijn gebleven. Mogen wij Alma's woorden op onszelf toepassen. (zie 1 Nephi 19:23.) Dat bid ik in de naam van Hem die alle mussen en vingers telt, en die de Heer van het universum is, Jezus Christus. Amen!

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy