The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
April 2000
Opstanding

Opstanding

Ouderling Dallin H. Oaks
van het Quorum der Twaalf Apostelen

De opstanding is meer dan alleen de hereniging van de geest met het lichaam (. . .). De opstanding [is] een herstelling die 'zinnelijkheid voor zinnelijkheid' terugbrengt en 'goed voor goed' (Alma 41:13).

Ouderling Dallin H. Oaks

In het boek Job wordt de universele vraag gesteld: 'Als een mens sterft, zou hij herleven?' (Job 14:14.) De vraag over de opstanding uit de dood is een belangrijk onderwerp in zowel oude als hedendaagse Schriftuur. De opstanding is een van de pijlers waarop ons geloof rust. Zij geeft inhoud aan onze leer, motivatie aan ons gedrag, en aan onze hoop op de toekomst.

I DE OPSTANDING VAN JEZUS

De universele opstanding werd werkelijkheid met de opstanding van Jezus Christus. (Zie Matteüs 27:52­53.) Op de derde dag na zijn dood en begrafenis stond Jezus op uit het graf. Hij verscheen aan verschillende mannen en vrouwen, en vervolgens aan de samengekomen apostelen. In drie van de evangeliën wordt die gebeurtenis beschreven. Lucas is het meest volledig:

'Hij [stond] zelf in hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te aanschouwen.

Doch Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen er overwegingen op in uw hart?

Ziet mijn handen en voeten, dat Ik het zelf ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij ziet dat Ik heb. (. . .)

Toen opende hij hun verstand. (. . .)

En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Christus moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden' (Lucas 24:36­39, 45­46).

De Heiland gaf de apostelen een tweede bewijs. Tomas, een van de Twaalf, was niet bij hen toen Jezus kwam. Hij hield vol dat hij het niet kon geloven als hij het niet zelf zou zien en voelen. Johannes schrijft:

'En na acht dagen waren zijn discipelen weer in het huis en Tomas met hen. Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: Vrede zij u!

Daarna zeide Hij tot Tomas: Breng uw vinger hier en zie mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig.

Tomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn God!

Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven' (Johannes 20:26­29).

Ondanks deze bijbelse getuigenissen zijn er velen die zich christen noemen en de opstanding verwerpen of toegeven ernstige twijfels te hebben. Teneinde dergelijke twijfels vóór te zijn en te logenstraffen, worden er in de Bijbel veel verschijningen van de herrezen Christus beschreven. Bij sommige daarvan verscheen Hij aan één persoon, bijvoorbeeld aan Maria Magdalena, bij het graf. Bij andere verscheen hij aan grote of kleine groepen, zoals toen 'Hij [verscheen] aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk' (1 Korintiërs 15:6).

In het Boek van Mormon, een getuige van Jezus Christus, staat het verslag van honderden mensen die zelf de herrezen Heer zagen en aanraakten, de tekens van de nagels in zijn handen en voeten voelden en hun hand in zijn zijde staken. De Heiland nodigde de menigte uit om dat 'één voor één' (3 Nephi 11:15) te doen, opdat zij mochten weten dat Hij 'de God van Israël [was] en de God der ganse aarde, en voor de zonden der wereld [was] gedood' (3 Nephi 11:14).

Tijdens zijn bediening onder die gelovige mensen genas de herrezen Christus de zieken en ook 'nam [Hij] hun kinderen één voor één, en zegende hen (3 Nephi 17:21). Van die vertederende gebeurtenis waren ongeveer tweeduizend vijfhonderd mannen, vrouwen en kinderen getuige. (Zie 3 Nephi 17:25.)

II DE OPSTANDING VAN STERVELINGEN

De kans dat een sterveling na zijn dood uit het graf zal opstaan en weer zal leven in een herrezen lichaam heeft in de loop van de geschreven geschiedenis hoop gewekt en aanleiding gegeven tot onenigheid. Uitgaande van duidelijke, schriftuurlijke leringen bevestigen de heiligen der laatste dagen dat Christus 'de banden des doods [heeft] verbroken' (Mosiah 16:7), en dat 'de dood is verzwolgen in de overwinning' (1 Korintiërs 15:54; zie ook Mormon 7:5; Mosiah 15:8, 16:7­8; Alma 22:14). Omdat wij geloven dat de Bijbel en het Boek van Mormon de letterlijke opstanding van Jezus Christus beschrijven, aanvaarden we ook zonder aarzelen de talrijke schriftuurlijke leringen dat een dergelijke opstanding alle stervelingen ten deel zal vallen. (Zie 1 Korintiërs 15:22; 2 Nephi 9:22; Helaman 14:17; Mormon 9:13; LV 29:26; 76:39, 42­44.) Zoals Jezus de mensen heeft geleerd: 'Ik leef en gij zult leven' (Johannes 14:19).

De letterlijke en algemene aard van de opstanding wordt helder beschreven in het Boek van Mormon. De profeet Amulek heeft gezegd:

'De dood van Christus zal de banden van deze tijdelijke dood verbreken, zodat allen uit deze tijdelijke dood zullen worden opgewekt.

'De geest en het lichaam zullen opnieuw in hun volmaakte gedaante worden herenigd; zowel ledematen als gewrichten zullen tot hun eigen vorm worden hersteld, zoals wij heden zijn; (. . .)

'Welnu, deze herstelling zal tot allen komen, zowel oud als jong, zowel dienstknecht als vrije, zowel man als vrouw, zowel goddeloze als rechtvaardige; en er zal zelfs niet zoveel als een haar van hun hoofd verloren gaan, maar alles zal tot zijn volmaakte vorm worden hersteld' (Alma 11:42­44).

Alma verkondigde ook dat, tijdens de opstanding, 'alle dingen in hun eigen en volmaakte gedaante [zullen] worden hersteld' (Alma 40:23).

Veel levende getuigen kunnen getuigenis afleggen van de letterlijke vervulling van deze schriftuurlijke bevestigingen van de opstanding. Velen, ook enkelen in mijn eigen familie, hebben een overleden dierbare in een visioen of in een verschijning gezien en hebben getuigd van hun herstelling in hun 'eigen en volmaakte gedaante' in de bloei van hun leven. Of dat nu manifestaties waren van mensen die al herrezen waren of van rechtschapen geesten die op hun opstanding wachtten, de werkelijkheid en de aard van de opstanding van stervelingen is duidelijk. Wat een troost is het om te weten dat iedereen die door aangeboren gebreken, door opgelopen verwondingen, door ziekten of door ouderdom benadeeld zijn, zullen herrijzen in 'hun eigen en volmaakte gedaante'.

III DE BETEKENIS VAN DE OPSTANDING

Ik vraag me af of wij volledig beseffen hoe belangrijk het is dat wij geloven in een letterlijke, universele opstanding. De zekerheid dat we onsterfelijk zijn, is fundamenteel voor ons geloof. De profeet Joseph Smith heeft verklaard:

'De fundamentele beginselen van onze godsdienst omvatten het getuigenis van de apostelen en profeten betreffende Jezus Christus, dat Hij gestorven is, begraven, op de derde dag weer is opgestaan en ten hemel gevaren; en alle andere zaken die tot onze godsdienst behoren, zijn slechts aanhangsels daarvan.' (Teachings of the Prophet Joseph Smith, samengesteld door Joseph Fielding Smith [1938], blz. 121.)

Waarom gebruikte de profeet Joseph Smith van alle zaken in die glorieuze bediening nu juist het getuigenis van de dood, begrafenis en opstanding van de Heiland als het fundamentele beginsel van onze godsdienst en zei hij dat 'alle andere zaken (. . .) slechts aanhangsels daarvan' zijn? Het antwoord is te vinden in het feit dat de opstanding van de Heiland centraal staat in wat de profeten 'het grote en eeuwige plan van verlossing van de dood' (2 Nephi 11:5) hebben genoemd.

Op onze eeuwige reis is de opstanding de machtige mijlpaal die het einde van de sterfelijkheid aangeeft en het begin van de onsterfelijkheid. De Heer beschreef het belang van die belangrijke overgang als volgt: 'En aldus bepaalde ik, de Here God, voor de mens de dagen van zijn proeftijd -- opdat hij door zijn natuurlijke dood mocht worden opgewekt in onsterfelijkheid tot het eeuwige leven, ja, allen die wilden geloven' (LV 29:43). Zo staat ook in het Boek van Mormon: 'Want zoals de dood over de mensen is gekomen, moet er noodzakelijkerwijze, ter vervulling van des Groten Scheppers barmhartig plan, een kracht ter opstanding zijn' (2 Nephi 9:6). Wij weten ook, door hedendaagse openbaring, dat we zonder de hereniging van ons lichaam en onze geest in de opstanding geen 'volheid van vreugde' kunnen ontvangen (LV 93:33­34).

Als wij begrijpen welke belangrijke plaats de opstanding inneemt in het 'plan der verlossing' (Alma 12:25) dat onze eeuwige reis bepaalt, zien we waarom de apostel Paulus verkondigde: 'Indien er geen opstanding der doden is, dan (. . .) is immers onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof' (1 Korintiërs 15:13­14). We begrijpen ook waarom de apostel Petrus verwees naar het feit dat God de Vader, in zijn oneindige genade, 'ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop.' (1 Petrus 1:3; zie ook 1 Tessalonicenzen 4:13­18.)

IV DOOR DE OPSTANDING VERANDERT ONZE VISIE OP DE STERFELIJKHEID

De 'levende hoop' die we krijgen door de opstanding is onze overtuiging dat de dood niet het einde is van onze identiteit maar slechts een noodzakelijke stap in de bestemde overgang van sterfelijkheid naar onsterfelijkheid. Die hoop verandert het hele zicht op het sterfelijk leven. De zekerheid van de opstanding en onsterfelijkheid heeft invloed op onze visie op de fysieke moeilijkheden van de sterfelijkheid, op onze manier van leven en onze omgang met onze naasten.

De zekerheid van een opstanding geeft ons de kracht en het perspectief om door te gaan als wij en al onze dierbaren in het sterfelijk leven voor moeilijkheden komen te staan, zoals lichamelijke, geestelijke of emotionele gebreken die we bij onze geboorte hebben meegekregen of tijdens ons leven hebben opgelopen. Door de opstanding weten we dat die sterfelijke gebreken slechts tijdelijk zijn!

De zekerheid van een opstanding geeft ons ook een krachtige prikkel om tijdens ons sterfelijk leven de geboden van God na te leven. De opstanding is meer dan alleen de hereniging van de geest met het lichaam dat door het graf gevangen wordt gehouden. We weten door het Boek van Mormon dat de opstanding een herstelling is die 'zinnelijkheid voor zinnelijkheid' terugbrengt en 'goed voor goed'. (Alma 41:13; zie ook vers 2­4, en Helaman 14:31.) De profeet Amulek verkondigde: 'Dezelfde geest die uw lichaam in bezit heeft ten tijde, dat gij uit dit leven gaat, zal macht hebben om uw lichaam in die eeuwige wereld te bezitten' (Alma 34:34). Als gevolg daarvan zullen de mensen die bij de overgang naar het volgende leven 'rechtvaardig zijn, (. . .) nog steeds rechtvaardig zijn' (2 Nephi 9:16), en zal 'welk grondbeginsel van ontwikkeling wij in dit leven ook zullen verwerven (. . .) in de opstanding (. . .) met ons verrijzen' (LV 130:18).

Het beginsel opstanding houdt ook in dat mensen die in het sterfelijk leven niet rechtschapen zijn, ook niet rechtschapen zullen herrijzen. (Zie 2 Nephi 9:16; 1 Korintiërs 15:35­44; LV 88:27­32.) Bovendien, als onze zonden uit het sterfelijk leven niet gereinigd zijn en niet door bekering en vergeving zijn uitgewist (zie Alma 5:21; 2 Nephi 9:45­46; LV 58:42), zullen we herrijzen met een 'heldere herinnering' (Alma 11:43) en een 'volmaakte kennis (. . .) van al onze schuld, en onze onreinheid' (2 Nephi 9:14; zie ook Alma 5:18). De ernst van die realiteit wordt benadrukt in veel teksten waarin staat dat de opstanding onmiddellijk gevolgd wordt door het laatste oordeel. (Zie 2 Nephi 9:15, 22; Mosiah 26:25; Alma 11:43­44, 42:23; Mormon 7:6, 9:13­14.) Werkelijk, 'dit leven is de tijd voor de mens om zich voor te bereiden God te ontmoeten' (Alma 34:32).

De zekerheid dat de opstanding ons ook de gelegenheid biedt om met onze familie samen te zijn -- echtgenoot, vrouw, ouders, broers en zussen, kinderen en kleinkinderen -- is voor ons een krachtige bemoediging om in het sterfelijk leven onze taken in het gezin te vervullen. Daardoor kunnen wij beter in liefde samenleven, in afwachting van de vreugdevolle hereniging en relaties in het hiernamaals.

De zekerheid omtrent de opstanding die tot onsterfelijkheid leidt, geeft ons ook de moed om onze eigen dood onder ogen te zien -- zelfs een dood die we voortijdig kunnen noemen. Daarom dacht het volk van Ammon in het Boek van Mormon 'nimmer (. . .) ook maar met de geringste mate van vrees aan de dood, zo sterk was hun hoop op en hun verwachting in Christus en de opstanding; daarom was de dood voor hen teniet gedaan door de overwinning van Christus over de dood' (Alma 27:28).

Door de zekerheid van de onsterfelijkheid kunnen we beter omgaan met de dood van een van onze dierbaren. Ieder van ons heeft gehuild bij een overlijden, verdriet gevoeld bij een begrafenis of vol pijn bij een graf gestaan. Ik ben daar zeker één van. Wij behoren God allemaal te loven voor de zekerheid van de opstanding waardoor onze sterfelijke scheiding tijdelijk wordt en we de hoop en de kracht krijgen om door te gaan.

V DE OPSTANDING EN DE TEMPEL

Wij leven in een luisterrijke periode van tempelbouw. Dat is ook een gevolg van ons geloof in de opstanding. Nog slechts een paar maanden geleden had ik het voorrecht president Hinckley te vergezellen naar de inwijding van een nieuwe tempel. In die heilige situatie heb ik hem horen zeggen:

'Tempels getuigen van onze overtuiging dat we onsterfelijk zijn. Onze tempels houden verband met het leven aan de overzijde van het graf. Een tempelhuwelijk is bijvoorbeeld niet nodig als we er alleen belang bij hebben om getrouwd te zijn voor de duur van ons sterfelijk leven.'

Door die profetische uitspraak heb ik meer inzicht gekregen. Onze tempels zijn een levend, werkend getuigenis van ons geloof in de opstanding. Ze voorzien de levenden van de verordeningen die noodzakelijk zijn voor het eeuwige leven, maar zijn ook de gewijde plek waar plaatsvervangers alle noodzakelijke verordeningen die tot het sterfelijk leven behoren, kunnen verrichten voor hen die in de geestenwereld leven. Dit alles zou zinloos zijn als we niet de zekerheid hadden van de universele onsterfelijkheid, en de kans om het eeuwige leven te verkrijgen vanwege de opstanding van onze Heer en Heiland, Jezus Christus.

Wij geloven in de letterlijke, universele opstanding van de hele mensheid vanwege de 'opstanding van de Heilige Israëls' (2 Nephi 9:12). Wij getuigen ook van 'De levende Christus', zoals gezegd is in de recente apostolische verklaring met dezelfde naam:

'Wij getuigen plechtig dat zijn leven, waar de hele menselijke geschiedenis om draait, niet in Betlehem is begonnen, noch op Golgota is geëindigd. (. . .)

'Wij getuigen, als zijn naar behoren geordende apostelen, dat Jezus de levende Christus is, de onsterfelijke Zoon van God. Hij is de grote Koning Immanuël, die Zich nu aan de rechterhand van zijn Vader bevindt. Hij is het licht, het leven en de hoop van de wereld. Zijn weg is het pad dat leidt tot geluk in dit leven en tot het eeuwige leven in de wereld hierna.' ('De levende Christus -- het getuigenis van de apostelen', 1 januari 2000.)

Ik getuig van die werkelijkheid en van de werkelijkheid van zijn opstanding en de onze. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy