The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
April 2000
Het schild des geloofs

Het schild des geloofs

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

Nooit eerder in de geschiedenis van de wereld is de behoefte aan geloof in God zo groot geweest.

President James E. Faust

Geliefde broeders en zusters, vandaag is een historische dag. Dit is de eerste algemene conferentie in deze eeuw en dit millennium, en de eerste die in dit prachtige, nieuwe Conferentiecentrum van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen wordt gehouden. Ik wil samen met u onze bewondering, eerbied en waardering uitspreken voor de visie van onze grote profeet, president Gordon B. Hinckley.

Met enige droefheid nemen we afscheid van onze geliefde Tabernakel als traditionele locatie voor de algemene conferentie. Zoals president Hinckley heeft gezegd: 'We zijn het gebouw ontgroeid.' We willen graag een blijk van waardering uitspreken voor het geloof, de visie en de inspiratie van Brigham Young en zijn medewerkers die de Tabernakel hebben gebouwd, waarvan de constructie zo opmerkelijk is. Ik ben in de zoldering van de Tabernakel geweest, waar de originele bindingen van ongelooide huid nog steeds om de spanten van het dak gewikkeld zitten. Hoewel de spanten sindsdien met staal zijn versterkt, is het creatieve handwerk van de getrouwe pioniers nog steeds een symbool van hun grote geloof.

Ik geloof dat de toekomst in veel opzichten geweldig en wonderbaarlijk zal zijn. De kansen voor opleiding en studie zijn toegenomen en zullen nog enorm toenemen. Iemand heeft dat als volgt omschreven: 'Opleiding is als je de kleine lettertjes leest. Ervaring doe je op als je ze niet leest.'1 Nu en in de toekomst zal er wereldwijd steeds meer informatie beschikbaar komen, door middel van elektronische apparaten thuis, op het werk of in de plaatselijke bibliotheek. De moeilijkheden zullen echter groot worden en de problemen eindeloos, omdat met deze nieuwe golf van kennis het leven steeds ingewikkelder wordt. Brigham Young heeft gezegd: 'In de begintijd van de kerk is aan mij geopenbaard dat de kerk zich zou verspreiden, voorspoedig zou worden en zou groeien, en dat in verhouding tot de verspreiding van het evangelie op aarde, de macht van Satan ook zou toenemen.'2

Nu we een nieuw tijdperk zijn ingegaan blijft er maar één veilige koers over -- in geloof voorwaarts streven. Geloof zal ons sterke schild zijn tegen de vurige pijlen van Satan. Normen mogen in de loop der tijd niet veranderen, want het geloof in Jezus Christus is onontbeerlijk voor geluk en eeuwig heil. De grootste eeuw op het gebied van vooruitgang in wetenschap en technologie is zojuist afgesloten. Toch heerst er nog een geest van duisternis in onze tijd, net als vele eeuwen geleden, toen Jezus Christus gekruisigd zou worden. Maar de profeet Joseph Smith heeft gezegd: 'Er staan ons momenteel grote zegeningen te wachten, die spoedig op ons zullen worden uitgestort als wij in alles getrouw zijn, want wij hebben zelfs aanspraak op grotere zegeningen dan zij, omdat zij Christus zelf in hun midden hadden om hen in het grote heilsplan te onderrichten. Wij hebben zijn persoonlijke aanwezigheid niet, daarom hebben wij meer geloof nodig.'3 Geloof is het eerste beginsel van het evangelie van Jezus Christus, zoals door de profeet Joseph verklaard: 'Wij geloven in God, de eeuwige Vader, en in zijn Zoon Jezus Christus, en in de Heilige Geest.'4 Dit geloof zal het toevluchtsoord voor onze ziel zijn.

Nooit eerder in de geschiedenis van de wereld is de behoefte aan geloof in God zo groot geweest. Hoewel wetenschap en technologie oneindige mogelijkheden bieden, schuilt er ook groot gevaar in, omdat Satan deze fantastische ontdekkingen voor zijn doeleinden gebruikt. De communicatiemiddelen in de wereld zijn overladen met informatie, en niemand neemt verantwoordelijkheid voor de waarheid of de bron ervan. Misdaad is steeds geraffineerder en het leven steeds riskanter. Tijdens oorlogen wordt het doden steeds doelmatiger. Er liggen grote moeilijkheden op onze weg, tenzij de macht van geloof, inzicht, eerlijkheid, fatsoen, zelfbeheersing en karakter duidelijk toeneemt om deze uitbreiding van wereldse kennis te compenseren. Zonder morele vooruitgang, die door het geloof in God wordt gestimuleerd, zal de onzedelijkheid zich in alle vormen uitbreiden, en goedheid en menselijk fatsoen onderdrukken. De mens zal niet in staat zijn om de potentiële grootsheid van de menselijke ziel volledig tot uitdrukking te brengen, tenzij zijn geloof in God wordt versterkt.

In onze tijd is het geloof dat de wetenschap en de technologie alle problemen van de mensheid kunnen oplossen een theocratie geworden. Ik zou wanhopig worden als ons eeuwig heil van wetenschappelijke, technische of seculaire kennis afhankelijk zou zijn, en niet van rechtschapenheid en het woord van God. Het woord van God, dat door de eeuwen heen door zijn profeten is gesproken, rechtvaardigt geen andere conclusie. Velen geloven dat de buitengewone antwoorden op de levensvragen in een reageerbuisje te vinden zijn, in laboratoria, in berekeningen, en in telescopen. Deze theocratie van wetenschap gaat voorbij aan het ultieme antwoord op de allesomvattende vraag: 'Waarom?' Kennis van oorzaak en gevolg is fascinerend, maar maakt niet duidelijk waarom we hier zijn, waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan. Albert Einstein heeft gezegd: 'Ik zal nooit kunnen geloven dat God met de wereld dobbelt.'5

President Harold B. Lee heeft eens gezegd: 'Ongeacht zijn vooruitgang in de wetenschap zal de mens altijd onderworpen zijn aan de wil en het doel van de goddelijke voorzienigheid. De mens heeft nog nooit iets ontdekt wat God niet al wist.'6

Ik geloof niet dat deze enorme uitstorting van kennis toevallig is ontstaan. Al deze wereldse kennis is niet uitsluitend uit de creatieve denkwijze van mensen afkomstig. De mens is al erg lang op aarde. Door de eeuwen heen is kennis langzaam ontwikkeld.

Ik geloof dat de verschijning van God de Vader en zijn Zoon, de Heer Jezus Christus, in 1820 aan Joseph Smith, de hemelen heeft ontsloten, niet alleen voor de enorme geestelijke kennis die in deze bedeling is geopenbaard, maar ook voor de wereldse kennis. 'Volgens antropologen was de gemiddelde levensverwachting van de mens duizenden jaren lang niet meer dan 25­30 jaar.'7 Maar sinds het eind van de 19e eeuw is de levensduur van de mens wereldwijd tot 64 jaar toegenomen.8 Er werden vanaf 4.000 v.Chr. tot 1 n.Chr gemiddeld 39 nieuwe ideeën per jaar ontwikkeld, waaronder wetenschappelijke en andere ontdekkingen, in tegenstelling tot 3.840 nieuwe ideeën per jaar in de 19e eeuw, terwijl er tegenwoordig 110.000 per jaar worden ontwikkeld.9

Nu is het de uitdaging om ervoor te zorgen dat de wetenschappelijke, technische en intellectuele ontwikkelingen de geestelijke verlichting in ons leven niet onderdrukken. Iemand heeft gezegd: 'De grootste onderontwikkelde rijkdom [in ons land] is geloof; de grootste ongebruikte macht is het gebed.'10 Technologie kan ons met elkaar en met de wereld helpen communiceren, maar niet met God.

Ik wil een waarschuwende stem laten horen. Ik verklaar plechtig dat dit geestelijke koninkrijk van geloof met of zonder ons vooruitgang zal maken. Geen onheilige hand kan de groei van de kerk of de vervulling van haar zending tegenhouden. Een ieder van ons kan achterblijven, aangetrokken door de verleidelijke stemmen van secularisme en materialisme.

Om ons geloof te behouden, moeten we nederig en medelevend zijn, aardig en vrijgevig ten opzichte van de armen en behoeftigen. Door in geloof neer te knielen wordt geloof ook door dagelijkse hoeveelheden spiritualiteit in stand gehouden. Het begint met ons als persoon en breidt zich uit tot het gezin dat in rechtschapenheid verenigd moet worden. Eerlijkheid, fatsoen, integriteit en deugdzaamheid zijn allemaal noodzakelijke ingrediënten van ons geloof, en zullen een toevluchtsoord voor onze ziel zijn.

Eenvoudig geloof in God de Vader, zijn Zoon, Jezus Christus, en de Heilige Geest is als een aanjager in ons leven. Ouderling Charles W. Penrose heeft gezegd: 'Sommige mensen geloven niets dat ze niet met hun menselijke verstand kunnen begrijpen of met hun natuurlijke ogen kunnen zien. Maar gezegend is de gelovige man, gezegend is de gelovige vrouw! Want door geloof kunnen ze zien wat het natuurlijke oog niet kan waarnemen. Zij kunnen het domein van de onsterfelijkheid bereiken, de eeuwige realiteit begrijpen en gebruik maken van wat God gegeven heeft!'11 Want door geloof nemen onze natuurlijke gaven en machten steeds meer toe.

Door geloof worden onze gaven en vaardigheden versterkt en vergroot. Er is geen grotere bron van kennis dan de inspiratie van de Godheid, die alle kennis en begrip van verleden, heden en toekomst omvat.

Bij Haun's Mill leerde de heldhaftige pionier Amanda Smith door geloof hoe zij iets kon bereiken dat haar vaardigheden en de wetenschappelijke kennis in die tijd te boven ging. Op die verschrikkelijke dag in 1838, toen het vuren was gestaakt en de bendes waren vertrokken, ging zij terug naar de molen en zag ze haar oudste zoon Willard met zijn broertje Alma van zeven in zijn armen. Ze huilde: 'O, Alma is dood!'

'Nee, moeder,' zei hij, 'ik denk niet dat Alma dood is. Maar papa en broeder Sardius zijn wel dood.' Maar er was nu geen tijd voor tranen. Alma's hele heupbeen was weggeschoten. Amanda heeft later verteld:

'Vlees, heupbeen en gewricht waren allemaal weggeschoten. (. . .) We legden de kleine Alma op een bed in onze tent en ik bekeek de wond. Het was een afschuwelijk gezicht. Ik wist niet wat ik moest doen. (. . .) Toch zat ik daar, helemaal alleen, met mijn doden en gewonden, en niemand behalve God als arts om mij te helpen. "O, hemelse Vader," riep ik Hem aan, "wat moet ik doen? U ziet mijn gewonde jongen en U weet dat ik onervaren ben. O, hemelse Vader, vertel me wat ik moet doen!" En toen werd ik geleid alsof er een stem tot mij sprak.

'Ons haardvuur smeulde nog. (. . .) Ik werd geleid om wat as te nemen, daar loog van te maken en een stuk stof dat daarin gedrenkt was in de wond te leggen. (. . .) Steeds opnieuw drenkte ik het stuk stof en legde ik het in de wond (. . .) en iedere keer kwamen er stukjes vlees en bot met de stof mee uit de wond. De wond werd zo wit als kippenvlees.

'Toen ik had gedaan wat ik moest, riep ik de Heer weer aan en werd ik opnieuw geleid alsof er een arts naast me instructies gaf. Er stond vlakbij een Noord-Amerikaanse iep. Daarvan moest ik een (. . .) kompres maken en de wond ermee vullen. (. . .) Het kompres was gemaakt, en de wond, waarvoor ongeveer 23 centimeter stof nodig was om die te bedekken (. . .) werd goed afgedekt. (. . .)

'Ik nam de gewonde jongen mee naar een huis (. . .) en verzorgde zijn heup; de Heer gaf me net als tevoren instructies. Ik werd eraan herinnerd dat in de koffer van mijn man een fles balsem zat. Dat goot ik in de wond om de pijn van Alma te verlichten.

'"Lieve Alma," zei ik, "geloof je dat de Heer jouw heup heeft geschapen?"

'"Ja, mam."

'"Geloof je dat de Heer iets op de plaats van je heup kan maken, Alma?"

'"Denkt u dat de Heer dat kan, mama?" vroeg de jongen in zijn eenvoud.

'"Ja, lieve jongen," antwoordde ik, "Hij heeft het me in een visioen laten zien."

'Toen heb ik hem op zijn buik gelegd en tegen hem gezegd: "Nu moet je zo blijven liggen, en niet bewegen, dan zal de Heer een nieuwe heup voor je maken."

'Alma bleef zo vijf weken lang op zijn buik liggen, totdat hij helemaal was hersteld -- een flexibel stuk kraakbeen was in de plaats van het ontbrekende gewricht en de holte gegroeid -- tot op de dag van vandaag een wonder in de ogen van artsen. (. . .)

'Het is nu bijna veertig jaar geleden, maar Alma is tijdens zijn leven nooit kreupel geweest, hij heeft als zendeling vrij lang gereisd, en is een levend wonder van de macht van God.'12

De behandeling was nogal ongebruikelijk voor die tijd, en ongehoord in deze tijd, maar als we net als zuster Smith in uiterste nood verkeren, moeten we ons eenvoudige geloof oefenen en net als zij naar de Geest luisteren. Als we ons geloof oefenen, wordt het sterker. Alma heeft verkondigd:

'Als gij (. . .) een sprankje hoop wilt oefenen, (. . .) totdat gij in die mate gelooft, dat gij voor een gedeelte mijner woorden een plaats kunt inruimen.

'(. . .) Het moet wel (. . .) een goed [woord] zijn, (. . .) want het begint mijn ziel te verruimen; ja, het begint mijn verstand te verlichten (. . .)

'Nu, zou dit uw geloof niet vermeerderen?'13

Rechtschapenheid vergezelt geloof. Sterk geloof wordt verdiend door het onderhouden van de geboden. Daardoor worden we geholpen om te doen wat Paulus zei: 'Doet de wapenrusting Gods aan.'14

Er zijn voor dit volk een aantal onbetwistbare feiten waarop ons geloof moet rusten. Het zijn fundamentele, eeuwige waarheden. Ze luiden:

1. Jezus, de Zoon van de Vader, is de Christus en de Heiland en de Verlosser van de Wereld.

2. Joseph Smith was het instrument waardoor het evangelie in onze tijd volledig is hersteld.

3. Het Boek van Mormon is het woord van God en is, naar zeggen van Joseph Smith, de sluitsteen van onze godsdienst en een getuige van Jezus de Christus, de Verlosser van het mensdom.

4. Gordon B. Hinckley bezit, evenals de voorgaande presidenten van de kerk, alle sleutels en gezag die door de profeet Joseph Smith zijn hersteld.

Dit is het werk van God. Ik geloof en getuig dat wij, zoals Paulus gezegd heeft, de 'eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben'15, en dat wij vol hoop en vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen zien. Wij zullen de kracht ontvangen om alle tegenspoed te overwinnen. We zullen ons verheugen in onze zegeningen en gemoedsrust in onze ziel vinden. Dat we dat mogen doen, bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Pete Seeger.
2. Discourses of Brigham Young, verzameld door John A. Widtsoe (1954), blz. 72.
3. Teachings of the Prophet Joseph Smith, verzameld door Joseph Fielding Smith (1976), blz. 90.
4. Geloofsartikelen 1:1.
5. Familiar Quotations, samengesteld door John Bartlett, 14de editie (1968), blz. 950.
6. Be Ye Not Deceived, Brigham Young University Speeches of the Year (4 mei 1965), blz. 6.
7. Stephen Moore, 'Great American Century Is Just Beginning', Arizona Republic, 9 januari 2000.
8. New York Times 2000 Almanac (1999), blz. 484.
9. Zie Charles I. Jones, 'Was an Industrial Revolution Inevitable? Economic Growth over the Very Long Run', onderzoeksverslag 7375, National Bureau of Economic Research, Cambridge, Mass., 1999, blz. 32.
10. Roger W. Babson, Religion and Business (1921), blz. 80.
11. Deseret News Semi-Weekly, 14 september 1880, blz. 1.
12. 'Amanda Smith', Historical Record, samengesteld door Andrew Jenson, 9 delen (1882­1890), deel 5, blz. 84­86.
13. Alma 32:27­29.
14. Efeziërs 6:11.
15. Efeziërs 4:13.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy