Ouderling L. Tom Perry
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'In een echte gemeenschap van heiligen werken we er allemaal aan om elkaar zo goed mogelijk te helpen. Ons werk heeft een hoger doel omdat we er anderen mee tot zegen zijn en bouwen aan Gods koninkrijk.'
We maken allemaal wel dingen mee die, als we er jaren later aan denken, een andere, belangrijke betekenis krijgen. Toen ik pas op de middelbare school zat, viel mij de eer te beurt door de schoolleiding te worden gevraagd lid te worden van de halwacht. Op de dagen dat we aan de beurt waren, moesten we gezamenlijk onze meegebrachte lunch nuttigen. Het was altijd bijzonder en we maakten er altijd een punt van wiens moeder de lekkerste lunch had klaargemaakt. Vaak ruilden we met elkaar.
Op een dag, toen ik halwacht had, vergat ik tegen mijn moeder te zeggen dat ik een lunch mee moest brengen, totdat ik op het punt stond naar school te gaan. Er kwam een zorgelijke trek op het gezicht van mijn moeder toen ik om een lunch vroeg, en ze vertelde dat ze voor het ontbijt het laatste brood had gebruikt en pas 's middags weer zou bakken. Ze had alleen nog een zoet broodje over van het avondeten van de vorige dag. Mijn moeder maakte heerlijk zoete broodjes. Ze legde ze altijd zo in een bakblik dat er dwars bovenin een grote lag en rijen kleinere in de lengte. Alleen de grote was overgebleven. Hij was ongeveer zo lang als een brood, maar natuurlijk niet zo dik. Ik vond het pijnlijk om voor de lunch alleen een zoet broodje mee te nemen als ik eraan dacht wat de andere leden van de wacht bij zich zouden hebben, maar ik besloot dat ik beter het zoete broodje mee kon nemen dan helemaal geen lunch.
Toen het tijd was voor de lunch, ging ik, om niet op te vallen, in een hoekje zitten. Toen ze met ruilen begonnen, wilden mijn vrienden weten wat ik had. Ik legde uit wat er die ochtend gebeurd was en tot mijn ontzetting wilde iedereen dat grote, zoete broodje zien. Maar mijn vrienden verbaasden me -- ze staken niet de gek met me, maar ze wilden allemaal een stuk van het broodje! Het werd de beste lunchruildag van het hele jaar! Het zoete broodje waarvan ik dacht dat het me in verlegenheid zou brengen, bleek het hoogtepunt van onze lunchpauze te zijn.
Terwijl ik over die gebeurtenis nadacht, bedacht ik me dat het vaak bij de aard van mens hoort om minder waarde aan vertrouwde zaken te hechten, alleen maar omdat ze voor ons zo gewoon zijn. Een van die vertrouwde zaken zou ons lidmaatschap van de herstelde kerk kunnen zijn.
Wat de leden van de kerk bezitten, is een 'parel van grote waarde', maar soms zijn we zo vertrouwd met dat kostbare juweel dat we het niet op de juiste waarde schatten. Hoewel het waar is dat we onze parels niet voor de zwijnen moeten werpen, betekent dat niet dat we de mensen die er de waarde van zien, er geen deelgenoot van moeten maken. Een van de grootste voordelen van het zendingswerk is te kunnen zien welke grote waarde anderen, die nog niet eerder iets over ons geloof gehoord hebben, eraan hechten. Het is heel goed om je schatten door andermans ogen te bekijken. Ik maak me zorgen dat we vaak de unieke en waardevolle zegeningen van het lidmaatschap van de kerk van de Heer te vanzelfsprekend vinden, en door die onderwaardering zijn we misschien zelfvoldaan ten aanzien van ons lidmaatschap van de kerk en dragen we minder moedig bij tot de opbouw van een gemeenschap van heiligen.
Wij zijn gezegend met een belangrijk en edel erfgoed dat ons een weg van waarheid biedt die ons op spectaculaire wijze wegvoert van de zogenaamde wegen van de wereld. We moeten de waarde van ons erfgoed in gedachten houden om die niet te onderschatten. Ik daag de vele heiligen die zich in een hoekje verstoppen, uit om hun rug te rechten en luid de gekoesterde leringen van ons gezamenlijk erfgoed te verkondigen, niet opschepperig of hoogmoedig, maar met vertrouwen en overtuiging.
Ik ben vooral trots op de manier waarop onze voorouders door hun geloof in God, hun ijver en doorzettingsvermogen, plaatsen die niemand wilde, veranderden in prachtige steden.
Toen Joseph Smith in de gevangenis van Liberty werd gezet, zonder uitzicht op bevrijding, werd er bevel gegeven dat de heiligen moesten worden uitgeroeid. Daarom moest Brigham Young een comité samenstellen om te zorgen dat ze Missouri verlieten. De migratie uit Missouri in februari 1839 was de oorzaak dat velen klaagden dat de Heer zijn volk had verlaten. Sommige kerkleden betwijfelden of het wijs was om de heiligen weer op één plaats bij elkaar te brengen.
De overtocht over de Mississippi en de onderbreking van de tocht in een aantal kleine nederzettingen langs de oever bleken het nodige uitstel op te leveren waardoor de leden nieuwe aanwijzingen van hun leiders konden ontvangen. De profeet Joseph Smith schreef vanuit de gevangenis in Liberty om de heiligen aan te sporen zich niet te verspreiden maar bij elkaar te blijven waardoor ze verder konden bouwen vanuit een centrale, krachtige gemeenschap.
In april van dat jaar konden Joseph, Hyrum en hun medegevangenen uit de gevangenis in Missouri ontsnappen. Ze kwamen op 22 april 1839 in Quincy (Illinois) aan. De profeet ging onmiddellijk op zoek naar een plaats waar de heiligen bij elkaar konden komen. Hij vond een plek op de oevers van de Mississippi die er veelbelovend uitzag. Hij noemde de stad Nauvoo, wat 'mooi' betekent. Maar destijds was het er allesbehalve mooi. Het was een moerassig schiereiland dat nog niet drooggelegd was. Uit het moerassige land verrees een stad die werkelijk mooi genoemd kon worden.
De eerste huizen in Nauvoo waren hutten, tenten, en een paar verlaten gebouwen. Toen begonnen de heiligen blokhutten te bouwen. Als tijd en geld het toelieten, werden er blokhutten opgetrokken, en nog later werden er stevige, stenen huizen gebouwd.
De profeet was van plan een gemeenschap van heiligen op te bouwen. Hij had drie belangrijke doelen: economisch; educatief; en geestelijk.
Het eerste verlangen van Joseph Smith was dat de heiligen economisch onafhankelijk zouden worden. Onze hemelse Vader heeft al zijn kinderen alles gegeven wat ze hebben -- hun talenten, hun vaardigheden, hun stoffelijke goederen, en Hij heeft ze rentmeesters over die zegeningen gemaakt.
Een gekoesterd onderdeel van ons erfgoed van economische onafhankelijkheid is het welzijnsprogramma van de kerk. Het heeft twee belangrijke ingrediënten. Het eerste is het beginsel van liefde, en het tweede dat van werk. Het beginsel liefde is de stimulerende kracht die ons ertoe beweegt onze tijd, ons geld en onze hulp te geven aan dat prachtige programma. Johannes de Geliefde schreef:
'(. . .) Laten wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en eenieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God.
'Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
'Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. (. . .)
'Geliefden, indien God ons zó heeft liefgehad, behoren ook wij elkander lief te hebben' (1 Johannes 4:79, 11).
En in het derde hoofdstuk schreef hij: 'Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?' (1 Johannes 3:17.)
Doordat wij het beginsel van de liefde begrijpen, worden we aangespoord om milde vastengaven te geven, een prachtig, geopenbaard systeem waarin we op de eerste zondag van elke maand vrijwillig twee maaltijden overslaan en de kosten van die maaltijden aan onze bisschop overdragen. Dan heeft hij de middelen om behoeftigen te helpen. Het is een vrijwel pijnloze methode: we krijgen meer oog voor degenen die niets hebben, en het voorziet in de middelen om aan hun dagelijkse behoeften tegemoet te komen.
Moge de Heer ons blijven zegenen met het verlangen om elkaar lief te hebben en edelmoedig te geven, gebaseerd op het beginsel vasten.
Het tweede grondbeginsel is het beginsel werk. Werken is net zo belangrijk voor het succes van het economische plan van de Heer als het gebod om onze naaste lief te hebben.
In de Leer en Verbonden lezen we:
'Nu, Ik, de Here, ben niet tevreden over de inwoners van Zion, want er bevinden zich leeglopers onder hen, en ook hun kinderen groeien op in goddeloosheid; evenmin zoeken zij ernstig de rijkdommen der eeuwigheid, maar hebzucht spreekt uit hun ogen.
'Deze dingen behoren niet zo te zijn, en moeten uit hun midden worden weggedaan (. . .)' (LV 68:3132).
Ik ben vooral bezorgd over wat de Heer over onze kinderen zegt. Wij zien dat veel ouders hun kinderen te veel toestaan zonder ze daarbij de waarde van werk bij te brengen.
In een echte gemeenschap van heiligen werken we er allemaal aan om elkaar zo goed mogelijk te helpen. Ons werk heeft een hoger doel omdat we er anderen mee tot zegen zijn en bouwen aan Gods koninkrijk.
Een tweede vereiste in de gemeenschap van heiligen van de profeet Joseph Smith was onderwijs. Al in 1840, toen hij een verzoek indiende voor de stichting van Nauvoo, vroeg hij ook of hij een universiteit mocht oprichten.
In de Encyclopedia of Mormonism lezen we: 'De ideeën en toepassingen van de kerk met betrekking tot het onderwijs waren gebaseerd op bepaalde openbaringen die Joseph Smith ontving en waarin de nadruk werd gelegd op het eeuwige karakter van kennis en op de belangrijke rol die het onderwijs speelde bij de geestelijke, zedelijke en intellectuele ontwikkeling van de mensheid.' ('Education: Attitudes Toward Education', in Daniel H. Ludlow, ed., Encyclopedia of Mormonism, 5 delen [1992], deel 2, blz. 441.)
Er komen in onze hedendaagse Schriftuur verzen voor die uitdrukkelijk melding maken van het belang van wereldlijke en geestelijke kennis. Een paar daarvan zijn: Eerst uit het Boek van Mormon: 'Maar geleerd zijn is goed, indien men naar Gods raadgevingen luistert' (2 Nephi 9:29).
En uit de Leer en Verbonden: 'Welk grondbeginsel van ontwikkeling wij in dit leven ook zullen verwerven, in de opstanding zal dit met ons verrijzen.
'En indien een persoon in dit leven door zijn ijver en gehoorzaamheid meer kennis en ontwikkeling verwerft dan een ander, zal hij in de toekomende wereld zo veel verder vooruit zijn' (LV 130:1819).
Uit de geloofsartikelen: 'Als er iets deugdelijk, liefelijk, eervol of prijzenswaardig is, dan streven wij dat na' (geloofsartikel 3).
Ten slotte verlangde de profeet Joseph ernaar te bouwen aan een gemeenschap van geestelijke heiligen. Dat begint thuis. Het belangrijkste onderricht dat onze kinderen ooit zullen krijgen, is wat de ouders thuis geven, als de ouders hun kinderen ijverig onderwijzen in de dingen die onze Vader in de hemel wil. Onze leiders hebben gezegd dat we regelmatig gezinsavond moeten houden waardoor we wekelijks bij elkaar kunnen komen, evangeliebeginselen leren en werken aan de eenheid in het gezin. Hier kunnen we samen overleg plegen, in de Schriften lezen, samen bidden en samen spelen. Ons belangrijkste doel is een eeuwig gezin worden. We bouwen aan een gemeenschap van heiligen met één gezin tegelijk.
Om het eeuwig gezin mogelijk te maken, werd er in Nauvoo een schitterende tempel gebouwd. Hij stond daar als een baken, als een herinnering aan alle mensen dat de belangrijkste zegeningen in het leven geestelijke zegeningen zijn. In de tempel worden heilige verbonden gesloten en de verlossende verordeningen van het evangelie bediend. Als we herhaaldelijk de tempel bezoeken, hebben we de gelegenheid om die verbonden te hernieuwen en plaatsvervangend verordeningen te verrichten voor degenen die zonder die zegens gestorven zijn.
We hebben nu tempels over de hele aarde, waardoor veel meer mensen de kans hebben de noodzakelijke verordeningen te ontvangen om voor het eeuwige leven in aanmerking te komen. Wie waardig zijn om de tempel te betreden, zullen grote geestelijke zegeningen ontvangen als zij getrouw blijven en zich aan hun verbonden houden. De Heer zegent zijn volk als zij zijn geboden onderhouden en regelmatig zijn huis bezoeken. In Gods eeuwige plan zijn onze tempels plaatsen waar gemeenschappen van heiligen samenkomen om te werken aan de opbouw van Zion.
Onze gemeenschap van heiligen sluit anderen niet uit, maar laat toe wie dat wil, en is gebouwd op een fundament van apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus zelf de hoeksteen is. De kerk staat open voor iedereen die de kinderen van onze hemelse Vader liefheeft, waardeert en met hen begaan is. De tweeledige basis van ons economisch welzijn bestaat uit de beginselen naastenliefde en hard werken. Het is een gemeenschap die naar de toekomst kijkt, waarin we onze jeugd beleefdheid en fatsoen, en de diepere waarheden van het herstelde evangelie bijbrengen. Onze gemeenschap is geestelijk van aard, waardoor we kunnen leven met de Heilige Geest als onze metgezel die ons leidt en richting geeft.
Moge God ons verlangen inwilligen om dichter bij Hem te leven zodat we ons kunnen verheugen in de zegeningen van vrede, harmonie, veiligheid en liefde voor de hele mensheid -- de karakteristieken van een gemeenschap die één met Hem is. Hij is onze God. Wij zijn zijn kinderen. Dat getuig ik tot u. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOOT
De historische informatie is ontleend aan De geschiedenis van de kerk in de volheid der tijden (lesboek van de kerkelijke onderwijsinstellingen, blz. 193223).