The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
april 2001
Ootmoedig wandelen met uw God

Ootmoedig wandelen met uw God

Ouderling Marlin K. Jensen
van het Presidium der Zeventig

'Door ware nederigheid zullen we onvermijdelijk tegen God zeggen: "Uw wil geschiede."'

Ouderling Marlin K. Jensen

Een van de gedenkwaardigste onderwerpen van de laatste oktoberconferentie was dat we niet alleen moeten letten op wat we doen, maar dat we als heiligen der laatste dagen ook moeten letten op wie we zijn en wat we willen worden.1 Met dat beginsel in gedachten luisterde ik in november aandachtig naar de toespraak van president Hinckley tot de jeugd. Ik was onder de indruk van de zes kostbare stukjes wijsheid die hij beschreef over wat de jongeren moesten zijn. Een van die zes -- 'Wees nederig' -- vond ik bijzonder interessant.

Toen ik een aantal weken geleden tegen mijn vrouw zei dat ik door de toespraak van president Hinckley overwoog om 'nederigheid' als onderwerp voor deze toespraak te kiezen, was ze even stil en zei toen met een schittering in haar ogen: 'Dan heb je nog maar een paar dagen om nederig te worden!' Door die aanmoediging ben ik gaan nadenken wat het zou inhouden om gehoorzaam te zijn aan de oproep van president Hinckley om nederig te zijn.

Om te beginnen mag het geen verrassing zijn dat sommige mensen nederigheid als karaktereigenschap op de schaal van gewenste karaktereigenschappen niet erg belangrijk vinden. Er zijn de afgelopen jaren nogal wat populaire boeken geschreven over integriteit, gezond verstand, beleefdheid en een groot aantal andere deugden. Maar voor nederigheid is ogenschijnlijk geen markt. Het is duidelijk dat in deze ruwe tijden, nu de kunst van intimiderende onderhandeling en assertiviteit een prototype van de zakenwereld is geworden, de mensen die naar nederigheid streven een vergeten maar zeer belangrijke minderheid zijn.

Bewust naar nederigheid streven is ook al moeilijk. Ik kan me nog herinneren dat een van mijn collega's in de Zeventig over nederigheid heeft gezegd dat als je denkt dat je nederig bent, je dat juist niet bent. Hij zei dat we nederigheid moeten ontwikkelen en er dan voor moeten zorgen dat we dat niet weten. Dan zouden we het hebben. Maar als we ooit zouden denken dat we het hadden, dan hebben we het niet.2

Dit is een van de lessen die C. S. Lewis geeft in zijn bekende Screwtape Letters. In brief 14 wordt een goede man die door de duivel en zijn assistent wordt verleid steeds nederiger. De duivel merkt op dat 'dat heel slecht is'. Met veel inzicht laat Lewis de duivel tegen zijn assistent zeggen: 'Je patiënt wordt nederig. Heb je daar zijn aandacht op gevestigd?'3

Gelukkig heeft de Heiland ons een voorbeeld gegeven om nederigheid te ontwikkelen. Toen zijn discipelen bij Hem kwamen en vroegen, 'Wie is wel de grootste in het koninkrijk der hemelen?' zette Hij een kind in hun midden en zei: 'Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen.'4

In die teksten leert de Heer ons dat we als een kind moeten worden om nederig te zijn. Hoe wordt iemand als een kind? En wat zijn de eigenschappen van een kind die we moeten ontwikkelen? Koning Benjamin zegt in zijn bekende toespraak in het Boek van Mormon:

'Want de natuurlijke mens is een vijand van God, en is dat geweest sedert de val van Adam en zal dat voor eeuwig en immer zijn, tenzij hij zich aan de ingevingen des Heiligen Geestes overgeeft, en de natuurlijke mens afsterft en een heilige wordt door de verzoening van Christus, de Here, en wordt gelijk een kindeke, onderworpen, zachtmoedig, nederig, geduldig, vol liefde, gewillig zich aan alles te onderwerpen, wat de Here geschikt acht hem op te leggen, evenals een kind zich aan zijn vader onderwerpt.'5

Koning Benjamin zegt dat we als een kind kunnen worden door een geleidelijk proces van geestelijke ontwikkeling waarin we door de Heilige Geest en ons vertrouwen in de verzoening van Christus worden geholpen. Door middel van dit proces zullen we uiteindelijk de eigenschappen van een kind ontwikkelen: zachtmoedigheid, nederigheid, geduld, liefde en geestelijke onderworpenheid. Door ware nederigheid zullen we onvermijdelijk tegen God zeggen: 'Uw wil geschiede.' En omdat wie we zijn, beïnvloedt wat we doen, zal onze onderworpenheid tot uitdrukking komen in onze eerbied, dankbaarheid en gewilligheid om roepingen, raad en opbouwende kritiek te accepteren.

Door een verhaal uit de familiegeschiedenis van Brigham Young kunnen we de onderworpen aard van nederigheid zien. Er staat dat de profeet Joseph, mogelijk als test, Brigham Young in het openbaar bestraffend toesprak over iets wat hij gedaan had of had moeten doen -- de details zijn onduidelijk. Toen Joseph was uitgesproken wachtte iedereen op de reactie van Brigham Young. Deze machtige man, die later als de leeuw van de Heer bekend stond, zei oprecht, eenvoudig en nederig: 'Joseph, wat wil je dat ik doe?'6

Uit de kracht van die reactie komt een gevoel van nederigheid voort. Het is een herinnering dat de grootste handeling van moed en liefde in de geschiedenis van de mens -- het zoenoffer van Christus -- ook de grootste handeling van nederigheid en onderworpenheid is. Sommigen zullen zich afvragen of de mensen die naar nederigheid streven altijd onderworpen zullen zijn aan de sterke mening van anderen. Uit het leven van de Heiland blijkt duidelijk dat ware nederigheid helemaal niet onderdanig, zwak of slaafs is.

Een ander nuttig perspectief kan verkregen worden door naar het tegengestelde van nederigheid te kijken: hoogmoed. Net als door nederigheid andere deugden verkregen worden, zoals bescheidenheid en ontvankelijkheid, leidt hoogmoed tot veel andere ondeugden. In onze theologie komt tot uitdrukking dat Satan de tegenstander van alle waarheid werd. De groei van die arrogantie, hubris in het Grieks, werd door de oude Griekse geleerden als de weg tot verdelging gezien.

Twaalf jaar geleden hield president Ezra Taft Benson een krachtige conferentietoespraak waarin hij zei dat hoogmoed 'de universele zonde is, de grote ondeugd.'7 Hij zei dat hoogmoed concurrerend van aard is en verwees naar de volgende uitspraak van C. S. Lewis: 'Hoogmoed schept geen behagen in het bezit van iets, maar uit het hebben van meer daarvan dan een ander. We zeggen dat mensen er trots op zijn rijk, slim of knap te zijn, maar dat zijn ze niet. Ze zijn er trots op rijker, slimmer of knapper te zijn dan een ander. Als iedereen even rijk, slim en knap werd, dan zouden ze nergens meer trots op zijn. Het zijn de verschillen waar we trots op zijn; het genot van het feit dat we boven de rest staan. Als de concurrentie wordt verwijderd, is de trots verdwenen.'8 Wat een interessante visie op deze concurrerende, en dus hoogmoedige, wereld. Wat een belangrijke herinnering voor ons, die de volheid van het evangelie hebben ontvangen, om hooghartigheid en neerbuigzaamheid, of de schijn ervan, in al onze intermenselijke verhoudingen te vermijden.

Ik vraag me weleens af hoe het leven zou zijn als we allemaal nederiger waren.

Stel u eens een wereld voor waar ik door wij wordt vervangen.

Denk eens aan het effect op de wetenschap als kennis zonder arrogantie de norm was.

Overweeg de sfeer die in het huwelijk en het gezin zou heersen, of in iedere andere organisatie, als fouten nederig werden toegegeven en vergeven; als we niet bang hoefden te zijn om anderen te prijzen, uit angst dat ze op ons in zouden lopen; en als we allemaal in staat zouden zijn om net zo goed te luisteren als we praten.

Overweeg de voordelen van een samenleving waarin iemands positie niet zo belangrijk is, waar burgers meer met hun plichten dan met hun rechten bezig zijn en waar leiders af en toe nederig toegeven dat ze 'een fout hebben gemaakt'. Moet onze behoefte om gelijk te hebben zo groot zijn? Uiteraard is deze onverdraagzaamheid ten opzichte van anderen en hun mening niets minder dan de hubris die de Grieken als doodzonde beschouwden. We kunnen ons afvragen hoe anders de wereldgeschiedenis zou zijn als de belangrijke deelnemers gehoor hadden gegeven aan de subtiele oproep om nederig te zijn.

Maar nog belangrijker is de rol die nederigheid in het bekeringsproces speelt. Door nederigheid en een groot geloof in Christus gaat de overtreder in gebed, biedt hij zijn verontschuldigingen aan het slachtoffer aan en belijdt hij zijn zonden zo nodig aan zijn priesterschapsleider.

Ik ben dankbaar voor de voorbeelden van nederigheid in mijn leven.

Op een klamme middag in juli reageerde mijn vader door de hitte en door frustratie heftig op de stommiteiten die ik op onze boerderij begaan had. Hij strafte me veel zwaarder dan ik verdiend had. Later bood hij zijn excuses aan en sprak hij zijn vertrouwen uit in mijn vaardigheden. Die nederige verontschuldiging zit al meer dan veertig jaar helder in mijn geheugen.

Ik heb gemerkt dat mijn lieve vrouw altijd nederig is. Net als Nephi raad aan Lehi vroeg nadat Lehi even twijfelde, staat zij al 34 jaar aan mijn zijde en geeft ze mij 'ondanks mijn zwakheid'9 liefde en steun.

Ik ben vaak onder de indruk van de voorbeelden van nederigheid in de Schriften. Denk eens aan Johannes de Doper, die tegen de Heiland zei: 'Hij moet wassen, ik moet minder worden.'10 Denk eens aan Moroni, die ons vraagt om hem niet vanwege zijn zwakheden te veroordelen, maar om God te bedanken dat hij de zwakheden van Moroni aan het licht heeft gebracht, zodat wij verstandiger zullen zijn dan hij.11 We mogen de uitspraak van Mozes niet vergeten, nadat hij de grootsheid van God en zijn scheppingen had ervaren en erkende dat 'de mens niets is, hetgeen ik nimmer had verondersteld.'12 Is het feit dat Mozes onze volledige afhankelijkheid van God erkende niet het begin van ware nederigheid?

Ik onderschrijf de gedenkwaardige uitspraak van de Engelse schrijver John Ruskin dat 'de belangrijkste test van een groot mens zijn nederigheid is.' Hij zegt verder: 'Ik bedoel met nederigheid geen twijfel aan zijn eigen macht. Maar een groot mens heeft het ongebruikelijke gevoel dat de grootsheid niet in hem zit, maar door hem werkzaam is. Hij ziet iets goddelijks in ieder mens, en hij is eindeloos en ongelofelijk barmhartig.'13

Net als onze hedendaagse profeet, president Gordon B. Hinckley, was de profeet Micha in het Oude Testament bezorgd over de ontwikkeling van nederigheid. Tegen zijn volk zei hij: 'Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God.'14

Ik bid dat God ons allen zegent zodat wij nederig ten opzichte van Hem en alle mensen door het leven zullen gaan. Ik getuig dat president Gordon B. Hinckley een waar profeet is en dat zijn advies om 'nederig te zijn' van God afkomstig is. Ik getuig dat Gods zachtmoedige en bescheiden Zoon de verpersoonlijking van nederigheid is. Ik weet dat we op een dag nederig aan de voeten van de Heiland zullen knielen om door Hem geoordeeld te worden.15 Het is mijn gebed dat wij ons in dit leven op dat nederige moment zullen voorbereiden. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Neal A. Maxwell, 'Het geruk en getrek van de wereld', Liahona, januari 2001, blz. 43–46; Dallin H. Oaks, 'Opdracht tot wording', Liahona, januari 2001, blz. 40–43.
2. Albert Choules jr., ongepubliceerde notulen van een vergadering van het Quorum der Zeventig, 15 april 1993.
3. The Screwtape Letters.
4. Matteüs 18:1, 4.
5. Mosiah 3:19.
6. Zie Truman G. Madsen, 'Hugh B. Brown -- jeugdige veteraan', New Era, april 1976, blz. 16.
7. President Ezra Taft Benson, 'Pas op voor hoogmoed', De Ster, juli 1989, blz. 3.
8. Mere Christianity.
9. 2 Nephi 33:11.
10. Johannes 3:30.
11. Mormon 9:31.
12. Mozes 1:10.
13. The Works of John Ruskin, E. T. Cook en Alexander Weddenburn, 39 delen (1903–1912), deel 5, blz. 331.
14. Micha 6:8.
15. Zie Mosiah 27:31; LV 88:104.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy