The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
april 2001
'Gij zult mijn getuigen zijn'

'Gij zult mijn getuigen zijn'

Ouderling Jeffrey R. Holland
van het Quorum der Twaalf Apostelen

'Voor wie het moeilijk vinden om een zendingsgesprek te beginnen -- en dat zijn er velen -- vormen de bestelbonnen die de kerk pas heeft uitgegeven een prachtige, gemakkelijke manier om anderen te laten weten wat u gelooft en hoe zij er meer over te weten kunnen komen.'

Ouderling Jeffrey R. Holland

Toen de herrezen Jezus zijn bediening op aarde beëindigde, legde Hij zijn apostelen en degenen die Hem wilden volgen deze uiterst belangrijke taak op:

'Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.'1

'Gij zult kracht ontvangen (. . .) en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.'2

Van ons allen wordt gevraagd om, altijd hoffelijk en fatsoenlijk, getuigen te zijn van Jezus Christus, 'te allen tijde (. . .) en in alle plaatsen',3 om ieder op onze eigen manier de belangrijke zaak te verkondigen waarvoor Christus ons heeft geroepen.

U bent fantastische zendelingen, beter dan u denkt, en u kunt het nog beter! We kunnen de zendelingen twaalf uur per dag hun zware werk laten doen, maar waarom zouden wij hun alleen de vreugde ervan gunnen? Wij hebben evengoed het recht om aan de rijk voorziene dis van het getuigenis aan te zitten, en gelukkig is daar voor elk lid van de kerk een plaats gereserveerd.

Een van de uitgangspunten van deze tijd is dat geen enkele zendeling uiteindelijk kan slagen zonder het liefdevolle aandeel en de geestelijke steun van de plaatselijke leden die in harmonie met hem samenwerken. Als u nu iets in een stenen tafel zou kerven, graveer dit er dan diep in. Ik beloof u dat u dat nooit zult hoeven uitwissen. Aanvankelijk kunnen zich allerlei onderzoekers aandienen, maar degenen die zich laten dopen en in de kerk actief blijven, zijn hoofdzakelijk vrienden en kennissen van leden van de kerk.

Twee jaar geleden heeft president Gordon B. Hinckley in een uitzending via het satellietnetwerk van de kerk gezegd:

'Mijn hart gaat uit naar de zendelingen. U kunt het gewoon niet alleen doen en het goed doen. U hebt de hulp van andere mensen nodig. Die macht om te helpen, schuilt in ieder van ons. (. . .)

'Broeders en zusters, nu kunnen we de zendelingen laten proberen het alleen te doen, of we kunnen ze helpen. Als ze het alleen doen, blijven ze dag in dag uit langs de deuren gaan en zal de oogst mager zijn. Of wij, de leden, kunnen ze helpen bij het zoeken en onderwijzen van onderzoekers.

'Broeders en zusters, u allen in de wijken en ringen, in de districten en gemeenten, ik verzoek u uit te groeien tot een enorm leger met enthousiasme voor dit werk en het grote verlangen de zendelingen te assisteren bij de ontzagwekkende taak die zij hebben om het evangelie naar alle naties, geslachten, talen en volken te brengen. (. . .)'4

Ik hou van de klank van de zinsdelen 'een enorm leger met enthousiasme voor dit werk' en 'het grote verlangen de zendelingen te assisteren'.

Ik zal een aantal manieren noemen waarop we aan die oproep gehoor kunnen geven. U zult merken hoeveel u al doet.

Op de allereerste plaats kunnen we het evangelie naleven. Er bestaat absoluut geen krachtiger zendingsboodschap aan deze wereld dan het voorbeeld van een liefdevol en gelukkig lid van de kerk. De levenswijze en het gedrag, de glimlach en vriendelijkheid, alleen al de aanwezigheid van een trouw lid van de kerk straalt een warmte en betrokkenheid uit die geen enkele brochure of videotape kan overbrengen. Mensen worden geen lid van de kerk op grond van wat ze weten. Ze worden lid door wat ze geestelijk voelen en willen. De leden zijn ons belangrijkste zendingsmiddel omdat zij de gave van de Heilige Geest gekregen hebben. Die geest van getuigenis en geluk zullen anderen voelen als wij dat laten gebeuren. Zoals de Heer tegen Alma en de zoons van Mosiah zei: 'Gaat uit (. . .) opdat gij hun een goed voorbeeld in Mij moogt geven; en Ik zal u middelen in mijn handen maken tot de zaligheid van vele zielen.'5

Een jonge zendelinge die terugkeerde uit Hongkong, heeft me kort geleden verteld dat een vrouwelijke onderzoekster, toen zij en haar collega haar vroegen of zij in God geloofde, antwoordde: 'Pas toen ik een lid van jullie kerk ontmoette en zag hoe zij leefde.' Wat een geweldig zendingswerk! Elk lid vragen een zendeling te zijn is lang niet zo belangrijk als elk lid vragen een lid te zijn. Uw goede levenswijze is de beste, eerste zendingsboodschap die we deze wereld kunnen sturen. Dank u dat u het evangelie naleeft.

Dank u ook dat u voor de zendelingen bidt. Iedereen bidt voor de zendelingen. Laat het altijd zo blijven. Omdat de Heilige Geest de sleutel is tot elke bekering, bidden we ook voor degenen die de zendelingen ontvangen (of zouden moeten ontvangen). Vraag in uw gebed voor wie de gave van de Heilige Geest nog niet hebben, dat Hij hun leven mag beïnvloeden. Tegen de leden in Zarahemla werd gezegd 'zich te verenigen in vasten en krachtig gebed'6 voor wie nog geen lid van Gods kerk waren geworden. Wij kunnen hetzelfde doen.

We kunnen ook elk dag bidden voor onze eigen zendingservaringen. Bid dat onder de goddelijke leiding van dergelijke zaken de zendingsgelegenheid waarnaar u verlangt, al voorbereid is in het hart van iemand die wil hebben en nodig heeft wat u heeft. 'Want er zijn nog velen op aarde (. . .) die alleen verre van de waarheid worden gehouden omdat zij niet weten, waar zij deze kunnen vinden.'7 Bid dat zij u zullen vinden! En wees dan alert, want er zijn er velen in uw omgeving die een hongerig gevoel hebben, geen honger naar brood of dorst naar water, maar naar de woorden van de Heer.8

Als de Heer die persoon op uw pad brengt, praat dan gewoon over van alles en nog wat. Het kan niet verkeerd gaan. U hoeft geen graad te hebben behaald in kennis van het evangelie of een bepaalde zendingsboodschap te geven. Uw geloof, uw geluk, uw gezichtsuitdrukking is voldoende om de belangstelling van oprechte mensen te wekken. Heeft u een oma wel eens over haar kleinkinderen horen praten? Dat bedoel ik, minus de foto's. Het evangelie zal er gewoon uitrollen. U zult zich er niet van kunnen weerhouden!

Maar misschien is luisteren wel belangrijker dan praten. Die mensen zijn geen levenloze voorwerpen, vermomd als doopstatistieken. Het zijn Gods kinderen, onze broeders en zusters, en zij hebben nodig wat wij hebben. Wees oprecht in uw motieven. Wees eerlijk. Maak oprecht contact. Vraag die vrienden wat voor hen het belangrijkste is, wat zij fijn vinden of wat hun dierbaar is. Luister dan. Als de situatie ernaar is, vraagt u wat hun angsten zijn, waar zij naar verlangen of wat ze nu misschien niet hebben. Ik beloof u dat iets van wat ze zeggen altijd betrekking heeft op een evangeliebeginsel waarover u uw getuigenis kunt geven en waarover u meer kunt zeggen. Ouderling Russell Nelson heeft me eens verteld dat een van de eerste regels bij een medisch onderzoek is: 'Vraag de patiënt waar het pijn doet. De patiënt,' zei hij, 'is je beste gids tot een juiste diagnose en uiteindelijk tot het geneesmiddel.' Als we met liefde luisteren, hoeven we ons niet af te vragen wat we moeten zeggen. Het zal ons gegeven worden -- door de Geest en door onze vrienden.

Voor wie het moeilijk vinden om een zendingsgesprek te beginnen -- en dat zijn er velen -- vormen de bestelbonnen die de kerk pas heeft uitgegeven een prachtige, gemakkelijke manier om anderen te laten weten wat u gelooft en hoe zij er meer over te weten kunnen komen. Dit is bijvoorbeeld voor mij de gemakkelijkste manier om mensen een boek-van-mormon aan te bieden zonder op reis een tas vol boeken mee te slepen.

Ik zal nu het tempo van de zendingsboodschap iets verhogen. Veel meer leden kunnen zich voorbereiden op een seniorenzending als die tijd aanbreekt. De zendelingechtparen in het opleidingsinstituut in Provo gaven dat prachtig aan op een poster: 'Laten we onze "schuifelpas" vergroten!' Ik ben net terug van een lange reis naar zes zendingsgebieden. Overal waar ik in die weken kwam, ontmoette ik seniorenechtparen die het opmerkelijkste en succesvolste werk deden wat u zich kunt voorstellen, met een stabiliteit, volwassenheid en ervaring die we van iemand van negentien of twintig onmogelijk kunnen verwachten. Ik ontmoette allerlei echtparen, ook een aantal voormalige zendings- en tempelpresidenten met hun vrouw, die naar voor hen volkomen onbekende delen van de wereld waren gekomen om rustig, onzelfzuchtig een tweede, derde of vierde zending te vervullen. Ik was diep geraakt door elk van hen.

Onlangs lunchte ik met ouderling en zuster John Hess uit Ashton (Idaho). 'We zijn maar gewone aardappelboeren', vertelde John, maar dat is precies wat de mensen van Wit-Rusland in het zendingsgebied Moskou nodig hadden. Jarenlang had de beste aardappeloogst op regeringsgrond bestaan uit vijftig zakken per hectare. Als je bedenkt dat je 22 zakken zaad nodig hebt om een hectare te beplanten, was de opbrengst echt mager. Ze hadden hulp nodig.

Broeder Hess vroeg een lap grond op slechts een meter van de regeringsgrond vandaan, rolde zijn mouwen op en ging aan het werk met hetzelfde zaad, gereedschap en dezelfde mest. In de oogsttijd begonnen ze te rooien, riepen anderen erbij, en riepen toen iedereen erbij. Met dezelfde regen en dezelfde grond, maar met meer nijverheid, ervaring en gebed uit Idaho, produceerden de planten van Hess 550 zakken per hectare -- elf keer meer dan dat land ooit had opgebracht. Eerst wilde niemand het geloven. Ze vroegen zich af of er 's nachts geheime ploegen waren geweest, of dat er een wondermiddel was gebruikt. Als de koude oorlog nog aan de gang was, zouden sommigen een samenzwering verondersteld hebben. Maar niets van dat alles. Broeder Hess zei: 'We hadden een wonder nodig, dus vroegen we erom.' Nu, nog geen jaar later, is er in een gemeenschap waar ontmoediging, armoede en honger heersten, optimisme en hoop, en zijn er steeds meer succesvolle, jonge zendelingen, gewoon omdat een 'oude aardappelboer' uit Idaho gehoor gaf aan de oproep van zijn kerk.

De meeste zendelingenechtparen doen meer dan gewoon hun werk en bieden hun leiderscapaciteiten aan in wijken en gemeenten, maar er bestaan in dit werk allerlei soorten behoeften en er bestaat een vaste zendingstraditie dat men op elke leeftijd gehoor geeft aan een zendingsoproep. Kort geleden hoorde ik van een zendingspresident dat een van zijn jonge zendelingenzusters tegen het einde van haar zeer getrouwe en succesvolle zending in tranen gezegd had dat ze direct naar huis moest. Toen hij vroeg wat er aan de hand was, vertelde ze dat het voor hun gezin zo moeilijk was geworden om haar financieel te blijven steunen dat ze hun huis hadden verhuurd en van de opbrengst haar zending betaalden. Zij hadden hun intrek genomen in een voorraadschuur. Voor water gebruikten ze de kraan en de tuinslang van de buren; voor het toilet gingen ze naar een benzinestation in de buurt. Dat gezin, waarvan de vader kort daarvoor was gestorven, was zo trots op hun zendelinge en zo onafhankelijk, dat ze de gang van zaken voor de meeste vrienden en al hun kerkleiders verborgen hadden kunnen houden.

Toen het werd ontdekt, was een telefoontje naar de plaatselijke priesterschapsleiders genoeg om het gezin onmiddellijk hun huis terug te geven. Financiële oplossingen op de lange termijn werden gevonden, en het volledige bedrag dat nog voor de zending van hun dochter nodig was, werd gewaarborgd. Met gedroogde tranen en zonder angst heeft die getrouwe, hardwerkende, jonge zuster haar zending met succes afgemaakt en kort geleden is ze in de tempel getrouwd met een aardige jongeman.

In onze gezegende tijd vragen we niet zulke zware offers als dit gezin gebracht heeft, maar zulk soort offers zijn er in de geschiedenis van de kerk vaak genoeg gebracht. Onze generatie is opgegroeid met de verhalen van vroegere generaties die praktisch alles opofferden, soms zelfs hun leven, getrouw aan de zaak van het zendingswerk. We kunnen allemaal iets meer doen om deze traditie door te geven aan hen die na ons komen.

De apostel Johannes vroeg aan de Heer of hij, Johannes, langer dan normaal op aarde mocht blijven om zielen tot God te brengen. Toen de Heiland dat verzoek inwilligde, zei Hij dat dit 'een groter werk' en een edeler 'verlangen' was dan wanneer iemand 'spoedig' in de tegenwoordigheid van de Heer wilde komen.9

De profeet Joseph Smith begreep het belang van het verzoek van Johannes toen hij zei: 'Na alles wat gezegd is, is het [onze] belangrijkste taak het evangelie te verkondigen.'10 Ik getuig van dat evangelie en van Jezus Christus, die het belichaamde. Ik getuig dat 'de waarde van zielen groot is in Gods ogen.'11 en dat het redden van die zielen door middel van de heilbrengende verzoening van zijn geliefde Zoon de kern is van zijn werk en zijn heerlijkheid.12 Geen wonder dat Jeremia profeteerde dat deze laatste vergadering van Gods verbondsvolk uiteindelijk een groter wonder zou zijn dan de doortocht door de Rode Zee in het verleden.13 Ik bid dat wij enthousiast het zendingsvoorrecht waarin we ons mogen verheugen, zullen aanvaarden. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Matteüs 28:19–20.
2. Handelingen 1:8.
3. Zie Mosiah 18:9.
4. 'Zoek de lammeren, hoed de schapen', De Ster, juli 1999, blz. 118.
5. Alma 17:11.
6. Alma 6:6.
7. LV 123:12.
8. Zie Amos 8:11.
10. Zie Teachings of the Prophet Joseph Smith, samengesteld door Joseph Fielding Smith (1976), blz. 113.
11. LV 18:10.
12. Zie Mozes 1:39.
13. Zie Jeremia 16:14–16.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy