The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
Oktober 1999
Evangelieonderwijs

Evangelieonderwijs

Ouderling Dallin H. Oaks
van het Quorum der Twaalf Apostelen

In onze heilige roeping in het evangelieonderwijs is er geen moeite te groot voor het werk van de Heer en de groei van zijn kinderen.

Ouderling Dallin H. Oaks

Een Amerikaanse auteur schreef eens een boek over de leerkracht die de meeste invloed op hem had gehad. Ten grondslag aan de enorme invloed die de hoogleraar op zijn student had gehad, was de overtuiging van de student dat deze hoogleraar echt om hem gaf en wilde dat hij zou leren en doen wat nodig was om gelukkig te worden. De auteur rondde zijn eerbetoon af met deze vraag: 'Hebt u ooit een echte leraar gehad? Een die u als kostbare grondstof zag, als een juweel dat met wijsheid gepolijst kon worden tot een glimmend eindproduct? Als u gelukkig genoeg bent om dergelijke leraren te vinden, dan zult u altijd uw weg terug vinden.'1

I

Ieder lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen is of wordt leerkracht. Ieder van ons heeft een essentieel belang bij de inhoud en doelmatigheid van evangelieonderwijs. Wij willen dat iedereen geweldige evangelieleerkrachten heeft en we willen dat die leerkrachten ons allemaal onze weg terug helpen zoeken, niet alleen naar hen, maar naar onze hemelse Vader.

Onze betrokkenheid bij evangelieonderwijs beperkt zich niet tot hen die geroepen zijn om te onderwijzen in de priesterschapsquorums, het jeugdwerk, de ZHV, de zondagsschool, de jongevrouwen en in een andere taak. In het grote heilsplan van de Heer zijn er geen belangrijker leerkrachten dan ouders, die hun kinderen voortdurend door voorschrift en voorbeeld onderwijzen. Ieder van ons onderwijst de mensen om zich heen, bijvoorbeeld. Zelfs kinderen onderwijzen elkaar. Elke zendeling is een leerkracht. En elke leider is een leerkracht. Zoals president Hinckley vele jaren geleden gezegd heeft: 'Doelmatig onderwijs is de essentie van het leiderschap in de kerk.'2

Evangelieonderwijs is universeel en belangrijk. Het is waar: 'Er kan op geen [van ons] een grotere verantwoordelijkheid rusten dan die om Gods kinderen te onderwijzen.'3 Ook onze Heiland was leraar van beroep. Hij was de Meesterleraar en Hij nodigt ons allen uit om Hem te volgen in die grootse vorm van dienstbetoon.4

Enkele jaren geleden gaf het Eerste Presidium het Quorum der Twaalf de opdracht om het onderwijs in de kerk nieuw leven in te blazen. De Twaalf, geassisteerd door de leden van de Zeventig, aanvaardden die opdracht. En nu, na jaren van voorbereiding, na buitengewoon goede evangelieleerkrachten, geleerden, auteurs en anderen geraadpleegd te hebben, heeft het Eerste Presidium een brief uitgestuurd waarin een beleid voor de hele kerk gelanceerd wordt 'inzake de verbetering van het onderwijs'.5 In die brief staat: 'Dit aangepaste beleid moet leiden tot verbetering van het evangelieonderwijs in het gezin en in de kerkbijeenkomsten, en een gedegen voeding van de leden met het goede woord van God.'

We hebben zojuist een boekje van tien bladzijden uitgegeven, Verbetering evangelieonderwijs: leidraad voor leidinggevenden. Er worden exemplaren gestuurd naar alle unitleiders en alle functionarissen in quorums en hulporganisaties van de kerk. Er wordt in uitgelegd dat onze betrokkenheid bij het 'evangelieonderwijs in de kerk' ook het dagelijkse onderwijs door ouders thuis omvat, en het werk van de leerkrachten in de quorums en de hulporganisaties.

Dit belangrijke beleid 'inzake de verbetering van het onderwijs', bestaat uit drie elementen. De essentiële taken van leiders in de verbetering van het evangelieonderwijs in hun organisatie worden beklemtoond. Wij willen dat alle leidinggevenden de leerkrachten en leerlingen die zij presideren, aanmoedigen.

Daarnaast worden er driemaandelijks bijeenkomsten onderwijsverbetering gehouden voor de leerkrachten van drie verschillende groepen: kinderen, jongeren en volwassenen, om 'elkander [te] onderrichten en stichten' (LV 43:8) op het gebied van beginselen, methodes en vaardigheden waardoor het evangelieonderwijs en het leren verbeterd worden.

Ten laatste wordt er ten minste jaarlijks een cursus van twaalf lessen, 'Evangelieonderwijs', gegeven, meestal tijdens de zondagsschool. Het cursusmateriaal wordt ontleend aan een nieuwe, ingekorte en verbeterde uitgave van Onderwijzen -- geen grotere roeping: handleiding voor evangelieonderwijs. Dit boek wordt gestuurd naar alle wijken en gemeenten van de kerk.

Wij hebben ook de Leidraad onderwijs opnieuw uitgegeven voor gebruik thuis en in kleinere units die niet het hele kerkprogramma kunnen uitvoeren.

II

Sommigen vragen zich misschien af waarom we zoveel moeite doen om het evangelieonderwijs te verbeteren. Zij die zich dat afvragen, moeten wel gezegend zijn met superieure leerkrachten, en daar hebben we er best veel van in de kerk. Maar anderen zullen begrijpen waarom die moeite nodig is, en zullen bidden voor het welslagen ervan.

Al vele jaren heb ik geprobeerd de aard en de kwaliteit van het onderwijs in de verschillende quorums en hulporganisaties van de kerk te achterhalen. Dat heb ik gedaan door onaangekondigd binnen te vallen tijdens lessen in de verschillende wijken in allerlei delen van de kerk. Ik heb zo langzamerhand honderden lessen bijgewoond. Als ik door mijn bezoeken leerkrachten angst heb aangejaagd, dan spijt mij dat. Ik had de indruk dat bijna alle leerkrachten die ik geobserveerd heb bij die verrassingsbezoeken het waardeerden om een bezoeker te hebben die wilde leren en die waardering toonde voor hun inzet en gaf om hun leerlingen.

Het merendeel van wat ik zag bij die bezoeken, was bevredigend en geruststellend. Ik heb geïnspireerde leerkrachten gezien, wier liefde voor het evangelie en hun leerlingen zo duidelijk was dat de uitwerking van hun onderwijs absoluut bezielend was. Ik heb ook nadenkende, respectvolle leerlingen gezien, die ontvankelijk waren voor de boodschap en graag wilden leren.

Niettegenstaande de goede voorbeelden die ik heb gezien, ben ik ervan overtuigd dat wij het in de kerk -- zowel collectief als individueel -- altijd beter kunnen doen. De opdracht om ons te verbeteren is inherent aan het plan van onze hemelse Vader voor zijn kinderen. En in onze heilige roeping in het evangelieonderwijs is er geen moeite te groot voor het werk van de Heer en de groei van zijn kinderen.

III

Er zijn veel verschillende manieren om te onderwijzen, maar al het goede onderwijs is gebaseerd op bepaalde fundamentele beginselen. Zonder te pretenderen alles uitputtend te behandelen, wil ik zes fundamentele beginselen van het evangelieonderwijs aangeven en er commentaar op geven.

Het eerste is liefde. Die manifesteert zich op twee manieren. Worden wij geroepen om te onderwijzen, dan dienen we onze roeping te aanvaarden en te onderwijzen vanwege onze liefde voor God, de eeuwige Vader, en zijn Zoon, Jezus Christus. Verder dient een evangelieleerkracht altijd te onderwijzen met liefde voor zijn leerlingen. Wij leren dat wij dienen te bidden 'met alle kracht van [ons] hart, dat [wij] met deze liefde [mogen] worden vervuld' (Moroni 7:48). Liefde voor God en liefde voor zijn kinderen is de meest hoogstaande reden voor dienstbetoon. Zij die uit liefde onderwijzen, zullen groot worden gemaakt als werktuig in handen van Hem die zij dienen.

Ten tweede, een evangelieleerkracht zal zich, net als de Meester die wij dienen, volledig concentreren op de leerlingen. Zijn of haar gehele concentratie zal zich richten op de behoeften van de schapen -- het welzijn van de leerlingen. Een evangelieleerkracht concentreert zich niet op zichzelf. Iemand die dat beginsel begrijpt, ziet zijn of haar roeping niet als 'een les geven of presenteren', omdat je met die definitie het onderwijs vanuit het standpunt van de leerkracht ziet, en niet vanuit dat van de leerling.

Als hij zich op de behoeften van de leerlingen concentreert, zal een evangelieleerkracht nooit hun blik op de Meester blokkeren door in de weg te staan of door de les te overschaduwen met zelfverheerlijking of eigenbelang. Dat betekent dat een evangelieleerkracht zich nooit moet overgeven aan priesterpolitiek, wat betekent dat 'mensen prediken en zichzelf tot een licht der wereld stellen voor gewin en voor de eer der wereld' (2 Nephi 26:29). Een evangelieleerkracht predikt niet omdat hij vind dat hij 'gezien [moet] zijn' (Alma 1:3), of 'om rijkdom en eer te verwerven' (Alma 1:16). Hij of zij volgt dat geweldige voorbeeld uit het Boek van Mormon waarin 'de leraar [niet] beter [was] dan de leerling' (Alma 1:26). Beiden zullen altijd opzien naar de Meester.

Ten derde, een superieure evangelieleerkracht zal altijd onderwijzen uit het voorgeschreven cursusmateriaal, met grote nadruk op de leer en de beginselen en verbonden van het evangelie van Jezus Christus. Dat is geboden in hedendaagse openbaring, waarin de Heer heeft gezegd:

'[De] leraars dezer kerk moeten [in] de beginselen van mijn evangelie onderwijzen, die in de Bijbel en het Boek van Mormon staan, waarin de volheid van het evangelie is vervat.

'En zij moeten de verbonden en artikelen der kerk in acht nemen en nakomen, en deze zullen hun leringen zijn, zoals zij door de Geest zullen worden geleid' (LV 42:12­13).

Leerkrachten die het gebod hebben gekregen om in 'de beginselen van [het] evangelie' en 'de leer van het koninkrijk' (LV 88:77) te onderwijzen, dienen zich er over het algemeen van te onthouden concrete regels of toepassingen ervan over te dragen. Bijvoorbeeld: zij dienen geen regels uit te geven aangaande de vraag wat een volledige tiende is, en ook geen lijst met geboden en verboden voor de sabbatsheiliging. Heeft een leerkracht eenmaal in de leer en de bijbehorende beginselen onderwezen, dan zijn het uitwerken van die concrete toepassingen of regels over het algemeen de verantwoordelijkheid van het individu of het gezin.

Leerstellingen en beginselen die goed behandeld zijn, hebben een grotere invloed op het gedrag dan regels. Onderwijzen wij in evangelieleerstellingen en -beginselen, dan komen wij in aanmerking voor het ontvangen van het getuigenis en de leiding van de Geest, die ons onderwijs versterken en onze leerlingen ertoe brengen geloof te oefenen om te streven naar de leiding van diezelfde Geest bij het toepassen van die leringen.

Het onderwerp dat op de tweede en derde zondag van de maand behandeld wordt in de Melchizedekse-priesterschapsquorums en de ZHV, is Leringen van kerkpresidenten. In de afgelopen twee jaar hebben we de leringen van president Brigham Young bestudeerd. De komende twee jaar zullen we de leringen van president Joseph F. Smith bestuderen. De boeken met die leringen, die aan elk volwassen lid van de kerk worden gegeven als een permanente aanvulling van hun bibliotheek, bevatten leerstellingen en beginselen. Zij bevatten een overvloed aan zaken die relevant zijn voor de behoeften van onze tijd, en zij zijn bij uitstek geschikt voor onderwijs en bespreking.

Bij mijn bezoeken aan quorums en zustershulpverenigingen was ik over het algemeen positief onder de indruk van de manier waarop die Leringen van kerkpresidenten worden gepresenteerd en ontvangen. Ik heb soms echter leerkrachten gezien die het bewuste hoofdstuk nauwelijks noemden en vervolgens een les en bespreking brachten over ander materiaal dat zij zelf hadden uitgekozen. Dat is niet aanvaardbaar. Een evangelieleerkracht wordt niet geroepen om het lesonderwerp te kiezen, maar om in het aangegeven onderwerp te onderwijzen en het te bespreken. De evangelieleerkracht moet ook gewetensvol stokpaardjes, persoonlijke speculaties en controversiële onderwerpen vermijden. De openbaringen van de Heer en de aanwijzingen van zijn dienstknechten zijn duidelijk hierover. Wij dienen allemaal aan de belangrijke instructie door president Spencer W. Kimball te denken dat een evangelieleerkracht een 'gast' is:

'Hij heeft een gezagspositie gekregen en een stempel van goedkeuring, en zijn leerlingen mogen terecht aannemen dat hij, daar hij op de juiste wijze gekozen en gesteund is, de kerk vertegenwoordigt en dat wat hij leert, goedgekeurd wordt door de kerk. Ongeacht hoe briljant hij ook is, en hoeveel nieuwe waarheden hij denkt te hebben gevonden, heeft hij geen recht om buiten het lesprogramma van de kerk om te gaan.'6

Ten vierde zal een evangelieleerkracht zich ijverig voorbereiden en ernaar streven om de doeltreffendste manieren te gebruiken voor het presenteren van de voorgeschreven lessen. De nieuwe cursus Evangelieonderwijs en de nieuwe bijeenkomsten onderwijsverbetering zijn duidelijk bedoeld om de leerkrachten daarin terzijde te staan.

Het vijfde fundamentele beginsel van evangelieonderwijs dat ik wil beklemtonen, is het gebod van de Heer, dat ik al eerder aangehaald heb, dat evangelieleerkrachten in 'de beginselen van mijn evangelie [moeten] onderwijzen ( . . . ) zoals zij door de Geest zullen worden geleid. ( . . . ) en indien gij de Geest niet ontvangt, moet gij niet onderwijzen' (LV 42:12­14). Het is het voorrecht en de plicht van een evangelieleerkracht om te streven naar een niveau van discipelschap waarop zijn of haar leringen worden geleid en bekrachtigd door de Geest, in plaats van dat ze strak geselecteerd en vooraf geregeld worden voor persoonlijk gemak of kwalificaties. De uitstekende beginselen van 'Evangelieonderwijs en leiderschap' in het nieuwe Handboek kerkbestuur omvatten onder meer:

'Leerkrachten en leerlingen stellen zich tijdens de les open voor de Geest. Iemand kan diepzinnige leerstellingen behandelen in zijn les en de leerlingen kunnen geanimeerd meedoen aan de discussie, maar als de Geest niet aanwezig is, zal dat geen blijvende indruk maken op de ziel.

Als de Geest aanwezig is bij evangelieonderwijs "voert de macht van de Heilige Geest [de boodschap] tot het hart der mensenkinderen" (2 Nephi 33:1)'.7

President Hinckley heeft zich uitgesproken over een belangrijk uitvloeisel van het gebod om door de Geest te onderwijzen, en gaf toen deze uitdaging:

'Wij moeten ( . . . ) onze leerkrachten ertoe brengen uit hun hart te spreken en niet uit hun boek, hun liefde voor de Heer en voor dit belangrijke werk over te brengen, dan zal ze op de een of andere manier in het hart van hun leerlingen vlam vatten.'8

Dat is ons doel -- dat onze liefde voor God en onze toewijding aan het evangelie van Jezus Christus 'vlam vat' in het hart van onze leerlingen.

Dat leidt tot het zesde en laatste beginsel dat ik wil bespreken. Een evangelieleerkracht geeft om het resultaat van zijn of haar onderwijs en zo'n leerkracht zal het succes ervan, en van zijn of haar getuigenis, afmeten aan de uitwerking ervan op het leven van de leerlingen.9 Een evangelieleerkracht zal nooit tevreden zijn met het alleen maar geven van een boodschap of het houden van een toespraak. Een superieure evangelieleerkracht wil assisteren in het werk van de Heer, namelijk zijn kinderen het eeuwig leven te brengen.

President Harold B. Lee heeft gezegd: 'De roeping van de evangelieleerkracht is een van de edelste in de wereld. De goede leerkracht kan alle verschil uitmaken in het inspireren van jongens en meisjes, mannen en vrouwen, om hun leven te veranderen en hun hoogste bestemming te bereiken. Het belang van de leerkracht is met deze woorden prachtig beschreven door Daniel Webster: "Als we marmer bewerken, vergaat het; als we koper bewerken, zal de tijd het uitwissen; maar als we de geest, die eeuwig is, bewerken, als we het doordrenken met beginselen en de rechtvaardige vrees voor God en liefde voor onze medemens, zullen we er iets in graveren dat in de eeuwigheid zijn glans niet verliest."'10

Ik getuig dat dit Gods werk is, en dat wij zijn dienstknechten zijn, met de heilige plicht om in het evangelie van Jezus Christus te onderwijzen, de grootste boodschap aller tijden. Wij hebben meer leerkrachten nodig die zich kunnen meten met die boodschap. Ik bid dat wij allen superieure evangelieleerkrachten zullen worden. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Mitch Albom, Tuesdays with Morrie (1997), blz. 192.
2. Toespraak uit 1979, aangehaald door Jeffrey R. Holland in 'Van God gekomen ( . . . ) als leraar', De Ster, juli 1998, blz. 30.
3. David O. McKay, Gospel Ideals (1953), blz. 175.
4. Zie onder meer Boyd K. Packer, Teach Ye Diligently, (1975).
5. Brief van het Eerste Presidium, 15 september 1999.
6. The Teachings of Spencer W. Kimball, ed. door Edward L. Kimball (1982), blz. 533.
7. Handboek kerkbestuur, (1998) blz. 300.
8. Teachings of Gordon B. Hinckley, (1997) blz. 619­20.
9. Zie Henry B. Eyring, 'The Power of Teaching Doctrine', Liahona, juli 1999, blz. 85.
10. The Teachings of Harold B. Lee ed. Clyde J. Wiliams, (1996), blz. 461.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy