The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Gospel Library General Conference
Conferences
Oktober 1999
Eén schakel houdt stand

Eén schakel houdt stand

Ouderling Vaughn J. Featherstone
van de Zeventig

Nu de wereld steeds dieper in zonden verzinkt, zal deze geweldige kerk als een enorme granieten rots standhouden.

Ouderling Vaughn J. Featherstone

Alexander Solzjenitsyn heeft kortzichtige concessies omschreven als 'Een proces van opgeven, opgeven en opgeven en hopen, hopen en hopen dat de wolf er misschien op enig moment genoeg van zal krijgen.'

Mijn geweldige jonge vrienden, ik wil jullie duidelijk maken dat de wolf er nooit genoeg van krijgt.

Oliver Wendell Holmes heeft gezegd: 'Als de Geest het hart betreedt, kan er geen rust zijn. Want zelfs in de donkere nacht zal er altijd één schakel zijn die standhoudt, één licht dat niet zal uitgaan.'

Zijn jullie niet uitermate dankbaar dat je bij een kerk met apostelen en profeten hoort -- dat je weet dat er altijd één schakel zal zijn die standhoudt, één licht dat niet zal uitgaan. Nu de wereld steeds dieper in zonden verzinkt, zal deze geweldige kerk als een enorme granieten rots standhouden.

Zijn jullie niet blij dat de kerk de waarheid verkondigt? We hoeven ons niet druk te maken over oorringen voor jongens en mannen, tatoeages, punkkapsels, scheldwoorden en obscene gebaren. Wij hebben profeten die een voorbeeld van de normen zijn. Zij leren ons dat de tien geboden nog steeds van kracht zijn. Het woord van de Heer is van generatie op generatie uitgebulderd: 'Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken' (Exodus 20:7). Het schenden van Gods naam is een ernstige zonde tegen de Geest, en Satans list om onze God te bespotten.

Jehova heeft gezegd: 'Gij zult niet stelen' (vers 15). Door te stelen beledigt men God. Dit gebod is er één van slechts tien. Bedriegen, liegen en valse getuigenissen geven zijn allemaal vormen van stelen.

Geliefde jongeren, zijn jullie God niet dankbaar dat de apostelen en profeten nooit aan zonden toegeven? Hoe hard de wind van de publieke opinie ook mag waaien, de kerk is onwrikbaar. God heeft geboden dat 'het heilige voortplantingsvermogen alleen gebruikt mag worden tussen een man en een vrouw die wettig met elkaar gehuwd zijn.'1

Mensen die perverse beginselen aanhangen en afwijkend gedrag vertonen, leven in zonde. Wetten, heersende opvattingen, instemmende volwassenen die tegen het evangelie ingaan, zijn verkeerd, ook al worden ze door de meeste mensen geaccepteerd. Zonde is zonde, en dat is de waarheid van God. De apostel Paulus heeft verklaard: 'Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont? (1 Korintiérs 3:16).

Pornografie is zonde. Het verhaal dat tijdens de uitvaartdienst van de vader van Henry Eyring werd verteld, spreekt mij aan. Toen hij als jongeman vanuit Mexico de Verenigde Staten binnenkwam, vroeg de douanier: 'Jongen, heb je pornografie in je tas of je koffer?' Hij antwoordde: 'Nee, meneer, we hebben niet eens een pornograaf.' Het is geweldig om zo zuiver en naïef te zijn. We weten dat pornografie verslavend en verwoestend is. Pornografie heeft ook collega's: drinken, roken en drugs. Zij maakt gebruik van muziek, dans, Internet en televisie. De mensen die dergelijke programma's produceren zijn goddeloos en gewetenloos. Zij kennen de gevolgen, maar dat kan ze niks schelen. Net als de mensen die drugs verkopen, ze zijn er niet als je volledig verslaafd aan de grond zit. Maar wij wel -- je ouders, de bisschop en andere leiders.

Wees voorzichtig met wie je vriendschap sluit. Twee mannen zaten te praten. De ene zei: 'Zeg Jan, ik liep van de week langs je huis.' En Jan antwoordde: 'Bedankt.' Wees dankbaar als je niet bij de verkeerde groepen hoort. Je zult altijd duidelijk gewaarschuwd worden.

Rudyard Kipling heeft geschreven:

Dit is de wet van het oerwoud -- oud, en zo waar als de lucht.
De wolf die gehoorzaamt zal voorspoedig zijn, maar de wolf die niet luistert zal sterven.
Zoals de liaan zich om de boomstam slingert, beweegt de wet zich voorwaarts en terug.
Zo is de wolf de kracht van de groep, en de groep de kracht van de wolf.2

Je vrienden zijn een vangnet.

Ik wil het volgende tegen de volwassenen en de ouders zeggen. De vader van ouderling Bruce R. McConkie heeft gezegd dat als we een gebod overtreden, hoe klein ook, onze jeugd later misschien een gebod zal overtreden dat tien of honderd keer ernstiger is en dat vervolgens goedpraat op basis van de kleine overtreding die wij in het verleden begaan hebben.3

Een van de belangrijkste invloeden op de godsdienstigheid van onze jeugd zijn de spontane godsdienstige besprekingen in het gezin. Als we over de onderwerpen praten die ons het liefst zijn, niet omdat ze zijn gepland -- zoals de gezinsavond, gebeden en schriftstudie -- maar omdat ze ons na aan het hart liggen, zullen die een diepgaande invloed op onze kinderen hebben.

Grady Bogue, een hoogleraar aan een hogeschool, heeft gezegd: 'Lesgeven is een kostbaar werk, als het op de juiste wijze wordt gedaan. Het kan echter de schadelijkste menselijke inspanning zijn als het zorgeloos of onkundig wordt gedaan. Een student door onkunde of arrogantie in gevaar brengen -- omdat we niet voldoende kennis of interesse hebben -- is veel erger dan een stuntelige operatie. Door onze fouten zal er niet onmiddellijk bloed vloeien. Maar er worden verborgen littekens veroorzaakt die pas veel later tot tragische gevolgen kunnen leiden. Dan zal de hulp pijnlijk of onmogelijk zijn.'4

Jongeren, voel je niet onderdrukt door gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid is een geweldig voorrecht. In Abraham 4:18 staat: 'En de Goden sloegen die dingen die Zij hadden geboden gade, totdat ze gehoorzaamden.' Wat zou er zijn gebeurd als de elementen niet hadden gehoorzaamd? Dan zouden ze zijn vervloekt of tegengehouden. En dat geldt ook voor ons. Gehoorzaamheid aan God is waarlijk de enige manier om vrij te zijn en onze keuzevrijheid te gebruiken. Satan verkondigt het tegenovergestelde, en door iedere verkeerde beslissing worden we met kettingen vastgebonden. Ik beloof jullie dat gehoorzaamheid een geweldig voorrecht is.

Toen ik nog jong was moest mijn moeder als een man keihard in een fabriek werken om voor haar zeven kinderen te kunnen zorgen. Ze werkte zoveel mogelijk nachtdiensten om overdag bij ons thuis te kunnen zijn. Ik weet niet wanneer die arme vrouw heeft geslapen. Op een zaterdagochtend kwam ze tussen 7 en 8 uur thuis. Ze ging twee uur slapen en stond toen weer op. Ze had al haar familieleden uitgenodigd om te komen eten. Er zouden wel 35 tot 40 mensen komen. Ze dekte de tafels, zette de stoelen neer en haalde al het servies en bestek uit de kast. Ze stond de hele dag te koken en te bakken. De vuile pannen en schalen stapelden zich op.

Na het eten werd al het vuile servies naar de keuken gebracht. De etensresten werden opgeruimd en in de keuken op de tafel en op kasten gezet. De keukendeur ging dicht en de familieleden begonnen te kletsen. Het was ongeveer 8 uur 's avonds.

Ik kan me nog herinneren dat ik alleen in de keuken stond. Met mijn jonge verstand dacht ik: mijn moeder heeft de hele nacht gewerkt. Ze heeft de hele dag het eten staan bereiden. Als iedereen straks weggaat, moet zij de hele afwas doen en alle etensresten opruimen. Dat duurt ook weer twee of drie uur, en dat is niet eerlijk. Toen dacht ik: ik zal het doen.

Ik waste het servies, het bestek en de glazen af. We hadden geen vaatwasser. Alles moest handmatig gedaan worden. En die avond gingen mijn handen aan het werk. Ik gebruikte wel zes theedoeken. Ik was drijfnat. Ik gooide de etensresten weg, nam de tafel af en boende op mijn knieën de hele keukenvloer. Toen ik klaar was, vond ik dat de keuken er prachtig uitzag. Ik was er drie uur mee bezig geweest.

Toen hoorde ik dat iedereen op het punt stond om weg te gaan. De voordeur ging dicht, en ik hoorde mijn moeder naar de keuken komen. Ik was blij en verwachtte dat zij dat ook zou zijn. De deur ging open en zelfs op elfjarige leeftijd kon ik zien dat ze geschokt was. Ze keek rond in de keuken, keek me aan, en toen zag ik een blik die ik op dat moment nog niet herkende. Maar die ik nu wel ken. Het was een blik van: 'Dank je wel. Ik ben moe. Ik geloof dat je me begrijpt, en ik houd van je.' Ze liep naar me toe en pakte me beet. Haar ogen schitterden en ik kreeg een warm gevoel in mijn hart. Ik merkte dat het een geweldig gevoel is om het licht in de ogen van je ouders te ontsteken.

Een ander voorbeeld -- het was op de zondag vóór Thanksgiving Day in 1943. Ik ging naar de priesterschapsvergadering. Er hing een groot, ingelijst bord. Er hingen foto's op van alle jongemannen die in militaire dienst waren. Priesters die eerst achter de avondmaalstafel zaten, zaten nu in het leger. Iedere week zou het bord worden bijgewerkt. De jongens die gesneuveld waren, hadden een gouden ster bij hun foto. Zij die gewond waren een rode ster, en de vermiste jongens een witte ster. Als twaalfjarige diaken keek ik iedere week wie er gewond of gesneuveld was.

Tijdens de quorumvergadering die ochtend zei een lid van de bisschap: 'Aanstaande donderdag is het Thanksgiving Day. We moeten thuis allemaal als gezin in gebed gaan.' Toen zei hij: 'Laten we op het bord schrijven waar we dankbaar voor zijn.' En dat deden we, en hij zei: 'Laten we deze dingen in ons dankgebed opnemen.' Ik voelde dat mijn maag opspeelde, want er werd bij ons thuis nooit gebeden.

Die avond gingen we om half zeven naar de avondmaalsdienst. Aan het eind van de dienst stond de bisschop op en sprak zachtjes. Hij vertelde over de jongemannen uit onze wijk die gewond of gesneuveld waren. Hij sprak over onze vrijheid, onze vlag, dit geweldige land en onze zegeningen. Toen zei hij: 'Ik hoop dat ieder gezin op Thanksgiving Day in gebed zal gaan om God voor alle zegeningen te bedanken.'

Mijn hart kromp ineen. Ik dacht: hoe kunnen wij als gezin bidden? Ik wilde graag gehoorzaam zijn. Ik kon die zondagavond niet slapen. Ik wilde op Thanksgiving Day een gebed hebben. Ik wilde het zelfs uitspreken als iemand me dat zou vragen, maar ik was te verlegen om het zelf aan te bieden. Ik liep me de hele maandag, dinsdag en woensdag zorgen te maken.

Mijn vader kwam niet op woensdag maar pas op donderdagochtend thuis. Ik had vier broers en twee zussen. We sloegen het ontbijt over zodat we veel honger zouden hebben voor het middageten. Om nog meer honger te krijgen, gingen we naar een nabijgelegen veld om een gat van twee bij twee bij twee meter te graven. We maakten ook een loopgraaf. Met iedere schop vol aarde dacht ik: hemelse Vader, wilt u er alstublieft voor zorgen dat we als gezin zullen bidden.

Uiteindelijk riep mijn moeder ons om half drie om te komen eten. We fristen ons op en gingen aan tafel zitten. Op de een of andere manier had mijn moeder een kalkoen op de kop getikt. Ze had al het eten en de kalkoen op tafel gezet. Mijn hart begon wild te kloppen. Er was niet veel tijd meer. Ik keek naar mijn vader, en toen naar mijn moeder. Ik dacht: kunnen we alstublieft een gebed hebben. Ik raakte bijna in paniek. Toen begon iedereen te eten. Ik had de hele ochtend en middag hard gewerkt om veel trek te krijgen, maar nu had ik geen honger. Ik wilde niets eten. Ik wilde alleen maar bidden, maar het was te laat.

Geliefde jongeren, wees dankbaar voor je ouders die met je bidden en de Schriften bestuderen. Waardeer de gezinsavond. Wees dankbaar voor de mensen die je lesgeven en begeleiden.

Jonge vrienden, er zijn zoveel geweldige, waardevolle dingen in deze wereld. Ik vind het fijn dat president Hinckley het voortdurend over de liefde voor en het vertrouwen in jullie heeft.

Bereid je voor om naar de tempel te gaan. De tempel is als volgt beschreven:


'Ga door deze deur naar binnen alsof de vloer van zuiver goud is en de muren van diamant, alsof een koor in brandende gewaden zingt. Schreeuw niet, haast je niet, maar wees stil. God is nabij.'5

En president Joseph F. Smith heeft gezegd: 'Hebben wij alles gedaan wat in ons vermogen ligt voor de zaak van de waarheid, en hebben we het kwaad weerstaan dat de mens op ons heeft gebracht, en zijn we overweldigd door hun kwaad, dan is het nog onze plicht om stand te houden. Wij kunnen niet opgeven; wij kunnen ons er niet bij neerleggen. Grote zaken zijn niet gewonnen in één enkele generatie.'6

Jongemannen en jonge vrouwen, verhoog de norm. Draag de vaandel van jullie generatie. We hebben groot vertrouwen in jullie.

Ik dank God voor die ene schakel die standhoudt, dat ene licht dat niet zal uitgaan. Vergeet niet hoe gezegend je bent als er thuis gebeden wordt. En probeer altijd de ogen van je moeder te laten stralen. Dat is het minste dat we voor haar kunnen doen.

We houden van jullie, onze geliefde jeugd, en we bidden dat God jullie allemaal zal zegenen. In de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. 'Het gezin -- een proclamatie aan de wereld'. De Ster, januari 1996, blz. 93.
2. Rudyard Kipling's Verse, (1935), blz. 559.
3. Gesprek met Brit McConkie.
4. 'Friend of Mine: Notes on the Gift of Teaching', Vital Speeches, 15 juli 1988, blz. 615.
5. Gedicht van Orson F. Whitney, geciteerd in Spencer W. Kimball, 'Zijn wij in gevaar, wat de diverse aspecten der eeuwigheid betreft', De Ster, mei 1977, blz. 4.
6. Teachings of Presidents of the Church: Joseph F. Smith, (1998), blz. 107.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy