The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
oktober 2000
Zuiver getuigenis

Zuiver getuigenis

Ouderling Joseph B. Wirthlin
van het Quorum der Twaalf Apostelen

'Als bijzondere getuige van de naam van Jezus Christus in de hele wereld, beloof ik u dat als u de Heer zoekt, u Hem zult vinden. Bid en u zult ontvangen.'

Ouderling Joseph B. Wirthlin

Opnieuw komen we bijeen in dit prachtige Conferentiecentrum en op vele andere plaatsen in de wereld. Tijdens deze conferentie zullen we de getuigenissen horen, en hebben er al enkele gehoord, van veel dienstknechten van de Heer. Over een getuigenis heeft de psalmist geschreven, 'De wet des Heren is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des Heren is betrouwbaar.'1

Voor heiligen der laatste dagen is een getuigenis 'de verzekering van de werkelijkheid, waarheid, en goedheid van God, van de leringen en het zoenoffer van Jezus Christus, en van de goddelijke roeping van profeten in de laatste dagen. (. . .) Het is kennis, die ondersteund is door goddelijke, persoonlijke bevestiging door de Heilige Geest.'2

Uitingen van een plechtig getuigenis zijn al lange tijd belangrijk geweest voor Gods kinderen op aarde. Individuele getuigenissen hebben deze kerk sinds haar prille begin gesterkt.

Op een dag in april 1836, bijvoorbeeld, was ouderling Parley P. Pratt bezorgd en ongelukkig naar bed gegaan. Hij wist niet hoe hij zijn schulden moest afbetalen. Zijn vrouw was erg ziek en zijn oude moeder was bij hem komen inwonen. Een jaar daarvoor was het huis dat hij had gebouwd afgebrand.

Terwijl hij diep in gedachten was, werd er op de deur geklopt. Ouderling Heber C. Kimball kwam binnen en, vervuld met de geest van profetie, zei hij tegen ouderling Pratt dat hij naar Toronto in Canada moest reizen, waar hij 'een volk zou vinden, dat voorbereid was op de volheid van het evangelie' en dat 'velen tot de kennis der waarheid gebracht zouden worden.'3

Ondanks zijn zorgen vertrok ouderling Pratt. Toen hij in Toronto aankwam, leek er in het begin niemand geïnteresseerd te zijn in wat hij te zeggen had.

Onder degenen die hij ontmoette, bevond zich John Taylor, die methodistisch predikant was. John ontving ouderling Pratt hoffelijk, maar koel. John Taylor had verdraaide geruchten gehoord over een nieuwe sekte, hun 'gouden bijbel' en verhalen over engelen die aan een 'ongeletterde jongeling, grootgebracht op het platteland van New York, waren verschenen.'4

John Taylor was een wijs man, die zijn hele leven lang naar de waarheid had gezocht.

Hij luisterde naar wat ouderling Pratt te zeggen had. De vreemdeling uit Amerika beloofde onder andere dat wie ook maar het evangelie onderzocht, zelf kon weten door de invloed van de Heilige Geest of het waar was.

Op een gegeven moment vroeg John Taylor: 'wat bedoel je met deze Heilige Geest?' (. . .) Geeft het een onwrikbare kennis van de beginselen waar jullie in geloven?'

De apostel antwoordde: 'ja, en zo niet, dan ben ik een oplichter.'5

Toen John Taylor dit hoorde, nam hij de uitdaging aan en zei: 'Als ik ontdek dat zijn godsdienst waar is, zal ik het aannemen, wat de gevolgen ook zullen zijn; en als ik ontdek dat het niet waar is, zal ik het bestrijden.'6

Niet alleen nam hij de uitdaging aan, maar hij 'ontving die Geest door gehoorzaamheid aan het evangelie.'7 Kort daarna wist hij voor zichzelf wat miljoenen anderen sindsdien weten: dat het evangelie van Jezus Christus op aarde is hersteld.

Uiteindelijk werd deze man, die zijn leven gewijd had aan het zoeken naar de waarheid, de derde president van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.

In de loop van de tijd is er veel in de wereld veranderd. Maar één ding blijft hetzelfde: de belofte die ouderling Parley P. Pratt 164 jaar geleden aan John Taylor deed, is nu net zo geldig als toen, de Heilige Geest zal de waarheden bevestigen van het herstelde evangelie van Jezus Christus.

De logica zelf bevestigt dat onze liefdevolle hemelse Vader zijn kinderen niet aan hun lot zal overlaten zonder hen te voorzien van een manier om Hem te leren. Een van de mooie boodschappen van de herstelling is dat de vensters des hemels open staan. Allen die naar de waarheid zoeken, kunnen het voor zichzelf te weten komen door de openbaring van de Geest.

Wij zijn gezegend dat we leven in een tijd waarin apostelen en profeten, die plechtig en stellig getuigenis geven dat Jezus Christus de Zoon van God is, onder ons zijn. Vele leden -- miljoenen -- voegen hun stem bij het groeiende aantal mensen die getuigen dat God wederom tot de mens heeft gesproken.

President Joseph F. Smith heeft verklaard: 'Ieder persoon zou moeten weten dat het evangelie waar is, aangezien dit het voorrecht van eenieder is die is gedoopt en de Heilige Geest ontvangt. Ik weet dat het evangelie waar is en dat God met zijn volk is; en dat als ik mijn plicht zal doen en zijn geboden onderhouden, de wolken voorbij zullen gaan, en de mist zal verdwijnen.'8

Hoe verkrijgt men een persoonlijk getuigenis?

Bestudeer de woorden van Moroni. Hij leefde meer dan 1500 jaar geleden. Deze profeet had gezien, hoe zijn volk werd afgeslacht en totaal vernietigd als gevolg van een burgeroorlog. Zijn natie geruïneerd, zijn vrienden en geliefden vermoord, zijn eigen vader -- een groot generaal en een rechtvaardig man -- gedood.

Deze grote profeet, Moroni, die iedereen die hij liefhad, had verloren, stond alleen. Als laatste van zijn volk was hij de eenzame getuige van de verwoesting en het hartzeer die het gevolg zijn van haat en woede.

Hij had heel weinig waardevolle tijd en weinig ruimte op zijn platen om een paar laatste woorden te schrijven. Nadat zijn eigen volk was vernietigd, schreef Moroni aan ons in deze tijd. Voor ons graveerde hij zijn waardevolle afscheidswoorden -- zijn laatste woorden van raad.

'Ziet, ik wilde u vermanen,' schreef hij, 'dat, wanneer gij deze dingen zult lezen (. . .) gij wildet bedenken, hoe barmhartig de Here jegens de mensenkinderen is geweest (. . .) en het in uw hart overwegen. En wanneer gij deze dingen zult ontvangen, zou ik u willen vermanen, dat gij God, de Eeuwige Vader, in de naam van Christus zoudt vragen, of deze dingen niet waar zijn; en indien gij zult vragen met een oprecht hart en met een eerlijke bedoeling, en geloof hebt in Christus, zal Hij door de kracht des Heiligen Geestes de waarheid er van aan u bekendmaken.'9

Ik zou willen dat alle mensen het laatste getuigenis van Moroni, deze geweldenaar onder de mensen, deze nederige dienstknecht van God, konden horen. Wilt u de waarheid van de heilige Schriften weten? Wilt u de barrières doorbreken die stervelingen van de kennis van eeuwige waarheden scheiden? Wilt u de waarheid weten -- echt weten? Volg dan Moroni's raad en u zult zeker vinden, waar u naar zoekt.

Wees oprecht. Studeer. Overweeg. Bid oprecht en heb geloof.

Als u dat alles doet, zult u ook bij de miljoenen kunnen voegen die getuigen dat God wederom tot de mens op aarde spreekt.

Een getuigenis van de waarheid van het evangelie komt niet op dezelfde manier tot alle mensen. Sommigen ontvangen het als in een unieke, levensveranderende ervaring. Anderen verkrijgen langzaamaan een getuigenis, bijna onmerkbaar totdat ze het op een dag gewoon weten.

Let op de woorden van president David O. McKay, die vertelt hoe hij in zijn jeugd 'knielde en vurig en oprecht bad en met zoveel geloof als een kleine jongen kon opbrengen,' dat 'God [hem] de waarheid van zijn openbaring aan Joseph Smith bekend zou maken.'

President McKay vertelde dat hij, na te zijn opgestaan, moest toegeven dat,' er geen geestelijke ervaring tot me kwam. Als ik eerlijk tegen mezelf ben, moet ik zeggen dat ik nog dezelfde (. . .) jongen ben die ik was voor dat gebed.'

Ik weet niet hoe de jonge David zich toen gevoeld heeft, maar ik weet zeker dat hij teleurgesteld moest zijn geweest -- misschien wel gefrustreerd -- dat hij niet die geestelijke ervaring ontvangen had waar hij op had gehoopt. Maar dat ontmoedigde hem niet om het zoeken naar die waarheid voort te zetten.

Het antwoord op zijn gebed kwam wel, maar pas jaren later, toen hij op zending was. Waarom duurde het zo lang voordat hij antwoord op zijn gebed kreeg? President McKay geloofde dat deze geestelijke ervaring 'kwam als het automatische gevolg van het vervullen van zijn plicht.'10

De Heiland leerde eenzelfde soort beginsel: toen de waarheid van zijn boodschap werd betwist, verklaarde Hij: 'Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.'11

Wees toch niet ontmoedigd als het antwoord op je gebed niet onmiddellijk komt. Studeer, overweeg, bid, heb oprecht geloof, en onderhoud de geboden.

'Betwist het echter niet, omdat gij het niet ziet,' leerde Moroni, 'want gij verkrijgt geen getuigenis dan na de beproeving van uw geloof.'12

Ik herinner me dat ik als kind luisterde naar de getuigenissen van volwassenen in mijn wijk. Die getuigenissen drongen door tot in mijn hart en inspireerden mijn ziel. Waar ik ook ga in de wereld -- het maakt niet uit in welke taal of in welke cultuur -- word ik ontroerd door de getuigenissen van de heiligen.

Ik heb onlangs een brief van onze kleinzoon gekregen, die zendeling is. Hij schreef dat leden, 'die de Schriften lezen en bidden, gewilliger zijn om het evangelie uit te dragen.'13

Ik geloof dat hij gelijk heeft. Hoe meer we de Schriften bestuderen en bidden, des te waarschijnlijker is het dat we anderen enthousiast ons getuigenis van het evangelie geven.

Onthoud dat leden van de kerk die een getuigenis van het evangelie krijgen zich hebben verbonden 'om te allen tijde als getuige van God te staan, in alle dingen en in alle plaatsen.'14 Het is duidelijk dat we een heilige verplichting hebben om introducés aan onze zendelingen te geven. Getuigen hebben bijzondere kennis en zijn ervoor om getuigenis te geven van 'hetgeen zij hebben gezien en gehoord en met de meeste zekerheid geloven.'15 We leggen eenvoudige, duidelijke, directe verklaringen af dat we met onfeilbaarheid en zekerheid weten dat het evangelie waar is, omdat het 'door de Heilige Geest Gods aan [ons is] bekendgemaakt.'16 Bij het geven van zo'n getuigenis, als we spreken door de macht van de Heilige Geest, is ons beloofd dat 'de Heilige Geest zal worden uitgestort om getuigenis te geven van alles, wat gij ook zult zeggen.'17 Wij worden persoonlijk gezegend als we zo getuigen.

President Boyd K. Packer heeft gezegd: 'Een getuigenis moet worden gevonden in het geven ervan. Ergens in jouw zoektocht naar geestelijke kennis is er een 'sprong van geloof,' zoals de filosofen het noemen. Het is het moment, waarop je naar de rand van het licht bent gegaan en de duisternis instapt om te ontdekken dat de weg voor ons maar één of twee stappen verlicht is.'18

Een vastberaden en zelfverzekerde verklaring afleggen van je geloof is zo'n stap in het onbekende. Het heeft een krachtig effect in het sterken van je eigen overtuiging. Het geven van je getuigenis voert je geloof dieper in je ziel, en je zult vuriger geloven dan voorheen.

Tot diegenen die vol geloof een getuigenis geven, heeft de Heer gezegd: 'Niettemin zijt gij gezegend, want het getuigenis, dat gij hebt gegeven, is in de hemel opgetekend, opdat de engelen het mogen zien; en zij verheugen zich over u, en uw zonden zijn u vergeven.'19 Ik heb geprobeerd deze raad om getuigenis te geven op te volgen.

Zou ik u mogen vertellen hoe ik een getuigenis van de waarheid en de goddelijke aard van dit grootse werk in de laatste dagen heb verkregen? Ik vrees dat mijn ervaring niet zo dramatisch is. Het is niet een verhaal over hemels gejubel, of luid geroep. Het is niet een verhaal over bliksem, vuur, of vloed.

Maar ik heb altijd geweten dat God bestaat en goed is.

Vanaf mijn eerste herinneringen was het er: een zeker en blijvend getuigenis van dit grote werk. Soms komt die zekerheid als we de liefde van de Heiland voelen wanneer we zijn dienstknechten ontmoeten. Ik herinner me dat we, toen ik vijf jaar oud was, naar een nieuwe wijk verhuisden. Die eerste zondag kwam bisschop Charles E. Forsberg, die in Zweden was geboren, naar me toe en noemde me bij de naam. Toen wist ik het.

Ik herinner me een geweldige dienstknecht van de Heiland, C. Perry Erickson geheten, uit de koude en grijze dagen van de grote depressie in Amerika. Broeder Erickson, een aannemer, vond het moeilijk om werk te vinden. Hij had zichzelf kunnen opsluiten. Hij had verbitterd en kwaad kunnen worden. Hij had het kunnen opgeven. In plaats daarvan was hij mijn hopman toen ik twaalf was. Hij zette zich vele uren in om mij en anderen van mijn leeftijd te helpen, zodat we konden leren, groeien, en elke moeilijkheid benaderen met zelfvertrouwen en optimisme. Elk van C. Perry Ericksons scouts is kroonverkenner geworden. Toen wist ik het.

Ja, de getuigenissen van priesterschapsleiders en gelovige leden hebben ertoe bijgedragen dat ik het wist.

Ik herinner mij de woorden van mijn moeder en vader. Ik herinner hun uitingen van geloof en liefde voor hun hemelse Vader. Toen wist ik het.

Ik kende de realiteit van het mededogen van de Heiland toen ik, op verzoek van mijn vader, die toen de bisschop van de wijk was, eten en kleding leverde aan de weduwen en de armen van de wijk.

Ik wist het toen ik een jonge vader was, en mijn vrouw en ik onze kinderen om ons heen verzamelden en onze dankbaarheid uitten jegens onze hemelse Vader voor onze vele zegeningen.

Ik wist het afgelopen april, toen ik van dit spreekgestoelte de woorden hoorde van onze profeet, president Gordon B. Hinckley, die Jezus zijn vriend, zijn voorbeeld, zijn leider, zijn Verlosser, en zijn Koning noemde.

President Hinckley heeft gezegd: 'Door zijn leven te geven, in pijn en onzegbaar lijden, heeft Hij Zich neergebogen om mij, ieder van ons en alle zoons en dochters van God, uit de afgrond te tillen van de eeuwige duisternis die volgt op de dood. Hij heeft gezorgd voor iets beters, een sfeer van licht en begrip, groei en schoonheid.'20

Nu wil ik mijn getuigenis geven dat ik weet dat Joseph Smith heeft gezien wat hij heeft verklaard te hebben gezien, namelijk dat de hemelen werden geopend en God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, verschenen aan een ongeletterde jongen, grootgebracht op het platteland van New York.

Als bijzondere getuige van de naam van Jezus Christus in de hele wereld, beloof ik u dat als u de Heer zoekt, u Hem dan zult vinden. Bid, en u zult ontvangen.

Ik bid dat u dat zult doen en tot de uiteinden der aarde getuigt dat het evangelie van onze Heer en Heiland aan de mensheid is hersteld! In de naam van mijn Vriend, mijn Voorbeeld, mijn Verlosser, en Koning, Jezus de Christus. Amen.

NOTEN

1. Psalmen 19:8.
2. Daniel H. Ludlow, samenstelling, Encyclopedia of Mormonism, deel 4, blz. 1470.
3. Pratt, Parley P., The Autobiography of Parley P. Pratt (1985), blz. 110.
4. Roberts, B. H., The Life of John Taylor (1963), blz. 34.
5. Deseret News, Semi-Weekly, 18 april 1882.
6. The Life of John Taylor, blz. 38.
7. Deseret News, Semi-Weekly, 18 april 1882.
8. Joseph F. Smith, Gospel Doctrine, 13e druk (1963), blz. 43.
9. Moroni 10:3­4.
10. Middlemiss, Clare, samenstelling, Cherished Experiences from the Writings of President David O. McKay (1955), blz. 16.
11. Johannes 7:17.
12. Ether 12:6.
13. Brief van ouderling Andrew Cannon, 30 augustus 2000.
14. Mosiah 18:9.
15. LV 52:36.
16. Alma 5:46.
17. LV 100:8.
18. That All May Be Edified (1982), blz. 340.
19. LV 62:3.
20. 'Mijn getuigenis', Liahona, juli 2000, blz. 85.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy