The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
oktober 2000
Eén voor één

Eén voor één

Ouderling Ronald A. Rasband
van de Zeventig

'Neem de hartelijke uitnodiging van de Heiland aan om tot Hem te komen, één voor één, en in Hem vervolmaakt te worden.'

Ouderling Ronald A. Rasband

Mijn geliefde broeders en zusters, ik vind het een eer om vandaag op dit spreekgestoelte te staan. Ik bid om de zegen van de Heilige Geest, zodat mijn woorden mogen bijdragen tot de geestelijke gevoelens die we tijdens de conferentie hebben.

Ik zou erg ondankbaar zijn als ik deze gelegenheid niet te baat nam om de Heer in alle oprechtheid te danken voor mijn roeping als een van de zeventigen. Ik wil ook onze geliefde profeet, president Hinckley, bedanken, en zijn medeleiders, voor hun vertrouwen in mij. Ik beloof hun en u om in de jaren van dienstbetoon die voor mij liggen mijn uiterste best te doen.

Ik heb uren aan mijn pionier-voorouders gedacht, en ik waardeer hen zeer. Alle acht overgrootouders zijn in de begintijd van de kerk lid geworden. Zes van de acht emigreerden van Europa naar de Verenigde Staten, waar ik nu in de kerk werkzaam ben. Ik heb de Europese heiligen zeer lief en voel mij zeer met hen verbonden. En ik beloof alles te doen wat ik kan om de kerk te versterken en Gods koninkrijk op te bouwen -- daar, of waar ik maar naartoe gestuurd word.

Ik betuig mijn eeuwige metgezellin en fijne kinderen mijn liefde en dankbaarheid voor hun toewijding, steun en liefde. Ik wil mijn liefde uiten voor onze vrienden en de zendelingen met wie wij tot voor kort hebben samengewerkt in het zendingsgebied New York-Noord. Een van mijn grootste zegeningen is die van dierbare vrienden en goede kennissen die ik heb mogen leren kennen en van wie ik heb mogen leren.

Mijn hele leven kom ik er uit eigen ervaring al achter dat mijn hemelse Vader onze gebeden hoort en verhoort. Ik weet dat Jezus de levende Christus is en dat Hij ieder van ons persoonlijk kent, of, zoals het in de Schriften staat: '(. . .) één voor één'.

In die heilige verzekering heeft de Heiland zelf onderwezen bij zijn verschijning aan het volk van Nephi. We lezen daarover in 3 Nephi 11 vers 15:

'En de schare trad toe, en stak de handen in zijn zijde, en voelde de tekenen van de nagelen in zijn handen en in zijn voeten; en dit deden zij, en traden één voor één toe, totdat zij dit allen hadden gedaan (. . .).' (Cursivering toegevoegd.)

Om dat aspect van 'één voor één' van de bediening van onze Heiland nader te illustreren, lezen we in 3 Nephi 17 vers 9:

'En toen Hij aldus had gesproken, trad de ganse schare eenparig naar voren met hun zieken en hun lijdenden en hun lammen, en met hun blinden en met hun stommen, en met allen, die enigerwijze lijdend waren; en Hij genas allen, toen zij bij Hem werden gebracht.' (Cursivering toegevoegd.)

Vervolgens lezen we over de bijzondere zegens die Hij de kinderen gaf, in vers 21:

'En toen Hij deze woorden had gezegd, weende Hij, en de schare gaf er getuigenis van; en Hij nam hun kinderen één voor één, en zegende hen, en bad voor hen tot de Vader.' (Cursivering toegevoegd.)

Het was geen kleine bijeenkomst. In vers 25 lezen we: '(. . .) en er waren ongeveer tweeduizend vijfhonderd zielen in getal, bestaande uit mannen, vrouwen en kinderen.'

We vinden hierin beslist een bijzonder diepzinnige, persoonlijke boodschap. Jezus Christus dient ons allen en houdt van ons allen, 'één voor één'.

Denkend aan de manier waarop onze Heiland liefheeft, steunen wij u, toegewijde leidinggevenden in ring en wijk, mannen en vrouwen van groot geloof. Wij erkennen dankbaar de grote inzet van hen die met onze jongeren werken. En wij uiten onze grote waardering voor onze zorgzame jeugdwerkleidsters en leerkrachten voor hun christelijke dienstbetoon. Wij denken aan de bediening van u allen, 'één voor één', en zeggen 'dank u, en ga alstublieft zo door'. Misschien is het in de geschiedenis van de mensheid nooit harder nodig geweest om de mensen 'één voor één' te dienen dan nu.

Afgelopen jaar, in de laatste maanden van onze zending, maakten we iets mee dat voor ons nog eens het belangrijke beginsel heeft onderstreept dat ieder van ons bekend is bij God en dat Hij ieder liefheeft.

Ouderling Neal A. Maxwell zou naar New York komen voor wat kerkelijke aangelegenheden, en ons werd meegedeeld dat hij ook een zendelingenconferentie wilde houden. We waren blij dat we de gelegenheid kregen om te luisteren naar een van de uitverkoren dienstknechten van de Heer. Mij werd gevraagd om een van onze zendelingen uit te kiezen voor het openingsgebed. Ik had een willekeurige zendeling kunnen kiezen voor het gebed, maar ik had het gevoel dat ik er zorgvuldig over na moest denken en onder gebed iemand moest kiezen die ik van de Heer moest vragen. Ik nam de lijst met zendelingen door, en één naam sprong eruit. Ouderling Joseph Appiah uit Accra (Ghana). Ik had het gevoel dat de Heer wilde dat Hij het gebed zou uitspreken in de bijeenkomst.

Voor de zendelingenconferentie, had ik een periodiek gesprek met ouderling Appiah, en ik vertelde hem over de ingeving die ik had gehad dat hij het gebed moest uitspreken. Met een verbaasde en nederige blik in zijn ogen, begon hij hard te huilen. Ik was een beetje verbaasd over zijn reactie, en ik vertelde hem dat het niet hinderde, dat hij het gebed niet hoefde uit te spreken, maar toen zei hij dat hij het gebed graag zou uitspreken, dat zijn emotie alleen maar veroorzaakt werd door zijn liefde voor ouderling Maxwell. Hij zei mij dat deze apostel een bijzonder plekje heeft in het hart van de heiligen in Ghana, en van zijn eigen familie. Ouderling Maxwell had zijn vader geroepen als districtspresident in Accra, en had zijn vader en moeder verzegeld in de Salt Lake-tempel.

Ik was niet op de hoogte van wat ik u zojuist allemaal over deze zendeling en zijn familie verteld heb, maar de Heer wist het en Hij inspireerde een zendingspresident één zendeling een levenslange herinnering en een getuigenisversterkende ervaring te geven.

Tijdens de bijeenkomst sprak ouderling Appiah een fijn gebed uit en leverde een nederige bijdrage aan die bijeenkomst waarin ouderling Maxwell de zendelingen leerde welke eigenschappen Jezus Christus heeft. Niemand van de aanwezigen zal ooit de gevoelens van liefde vergeten die zij daar voor hun Heiland hadden.

Ik heb in mijn hart een getuigenis, broeders en zusters, dat God, onze hemelse Vader, en Jezus Christus ons individueel kennen en liefhebben. Ik denk niet dat ik volledig begrijp hoe dat kan, ik weet alleen maar dat het zo is, en dat ik dat gevoeld heb. Ik spoor iedereen aan om in zijn eigen bediening, in zijn eigen gezin, en in de omgang met zijn medemens, de hartelijke uitnodiging van de Heiland aan te nemen om tot Hem te komen, één voor één, en in Hem vervolmaakt te worden.

Dat getuigenis geef ik, en dat hoop ik, in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy