Ouderling Douglas L. Callister
van de Zeventig
'Naarmate we meer vertrouwd raken met de Heilige Geest, wordt ons leven meer verfijnd. Zaken die laag-bij-de-gronds zijn en geen morele waarde hebben, zijn dan geen verleiding.'
In Italië staat een majestueus beeldhouwwerk van Mozes met een scheur in een van de knieën. Een gids zou u misschien willen doen geloven dat Michelangelo, toen hij zijn meesterwerk zag, een beitel naar het beeldhouwwerk gooide en minachtend uitriep: 'Waarom zeg je niets?'
In tegenstelling tot die levenloze steen zit de ware kerk van Jezus Christus vol leven. De stem, Geest en macht van God worden gevonden in onze erediensten en in de verordeningen van het heilige priesterschap.
Elia vroeg aan Elisa: 'Wat zal ik voor u doen?' Elisa zei: 'Zo moge dan een dubbel deel van uw geest op mij zijn.'1 Wie kon er iets mooiers vragen?
Ouderling Joseph Fielding Smith heeft geschreven: 'Gods Geest die tot de geest van de mens spreekt, heeft macht om de waarheid bekend te maken. (. . .) Door de Heilige Geest wordt de waarheid zozeer deel van ons wezen dat we ze niet kunnen vergeten.'2
Als we zijn bevestigd als lid van de kerk, hebben we de kans om deze hemelse gave te verwerven. Dit zou een dringende en levenslange zoektocht moeten zijn.
Naarmate we meer vertrouwd raken met de Heilige Geest, wordt ons leven meer verfijnd. Zaken die laag-bij-de-gronds zijn en geen morele waarde hebben, zijn dan geen verleiding. Het is de ontwikkelde geestelijke instelling die ons scheidt van de niet-kerkelijke wereld.
Een geestelijk ingestelde mens is ontvankelijk voor het mooie van de wereld om hem heen. Toen de wereld werd georganiseerd, zei de Heer dat 'het goed was.' [En:] 'Het was zeer goed.'3 Het behaagt onze hemelse Vader als wij ook de tijd nemen om het mooie van onze omgeving waar te nemen, wat we automatisch doen als we ontvankelijker voor de Geest worden. Onze waarneming van mooie muziek, verheffende literatuur en sublieme kunst is vaak een automatisch product van geestelijke volwassenheid. In een poëtische zinspeling op de godsverschijning aan Mozes en de brandende struik schreef Elizabeth Barrett Browning: 'De aarde zit vol met hemelse zaken, en heel het struikgewas brandt door het goddelijke, en alleen degene die het ziet, doet zijn schoenen uit.'4
Wanneer we de Geest zoeken, wordt onze schriftstudie bedachtzamer. We herontdekken het goede aan langzaam lezen. We gaan meer hardop lezen, zoals misschien de bedoeling was met schriftstudie. Brigham Young heeft gezegd: 'Het enige wat ik hoef te doen is mijn geest, gevoelens en bewustzijn een blanco blad te laten zijn, waarop de Geest en de macht van God kunnen schrijven wat Hij wil. Wanneer Hij schrijft, zal ik lezen; maar als ik lees voordat Hij schrijft, heb ik het waarschijnlijk verkeerd.'5
Ten gevolge van onze toegenomen geestelijke instelling worden we kieskeuriger in wat we lezen. J. Reuben Clark heeft gezegd: 'Mijn regel is nu: lees nooit iets wat niet waard is om te onthouden.6 Thomas Jefferson las altijd iets verheffends voordat hij zich ter ruste begaf, 'waar hij over kon nadenken terwijl hij in slaap probeerde te komen.'7
Een ander gevolg van geestelijke volwassenheid is beter bidden. Meer dan dertig jaar geleden riep president Kimball me als ringpresident. Aan het eind van een lang conferentieweekend vroeg ik of hij advies voor me had. Hij antwoordde: 'Ga de heiligen der laatste dagen leren hoe ze moeten bidden. Als volk moeten we niet vergeten hoe we moeten communiceren met onze hemelse Vader. Dat is alles.' De meeste wijze en belangrijke leringen in de kerk zijn eenvoudig.
Diegenen die er een zoektocht van hebben gemaakt om het voortdurende gezelschap van de Heilige Geest te verkrijgen zullen in het volgende leven als een geestelijke reus opstaan, in tegenstelling tot de kindsheid van anderen die zonder God in deze wereld hebben geleefd.
Iemand die geestelijk ver vooruit was, was president Joseph F. Smith. Een van de twaalf apostelen heeft over hem gezegd: 'Geestelijk gezien was hij de meest verheven man die ik ooit ontmoet heb. Ik was in de Tabernakel toen president Smith de heiligen der laatste dagen zegende. Hij zegende ze twintig minuten lang. Twintig minuten lang was er geen enkel droog oog in de Tabernakel.'8
Bisschop Charles W. Nibley heeft na het overlijden van Joseph F. Smith gezegd: 'Nooit is er iemand deugdzamer geweest en kuiser en rechtschapener in ieder deel van zijn wezen dan hij. Hij was tegen alle vormen van of gedachten aan onzedelijkheid en onwrikbaar als een berg. (. . .) Als prediker van gerechtigheid kon niemand met hem vergeleken worden. Hij was de beste spreker die ik ooit heb gehoord -- sterk, machtig, duidelijk, interessant. Het was prachtig hoe de woorden van levend licht en vuur uit hem kwamen. (. . .)' Wanneer het 'hart van president Smith was afgestemd was op de celestiale melodieën -- kon hij ze horen en hij hoorde ze ook.'9
Een ander die dit grote talent van geestelijkheid had ontwikkeld was David O. McKay, waardoor ouderling Bryant S. Hinckley over hem schreef: 'David O. McKay heeft veel goede dingen gedaan en mooie dingen gezegd, maar op de een of andere manier is hij verfijnder dan wat hij ooit gezegd of gedaan heeft.'10
De grote oorlog in het voorsterfelijk bestaan was een strijd voor individuele zielen. Het is dezelfde strijd die we hier voeren, namelijk om geestelijk verheven te worden. President McKay heeft gezegd: 'Geestelijkheid is de bewustwording jezelf overwonnen te hebben.'11 Het is de zekere kennis dat we de strijd om de individuele ziel aan het winnen zijn. Sensualiteit is het koninkrijk van genotzucht. Geestelijkheid is het koninkrijk van zelfoverwinning.
Ik woonde een klas in de kerk bij waarin de leraar vroeg welke raad we onze kinderen zouden geven in de laatste momenten van ons leven. Ik antwoordde: 'Ten eerste: leef je verbonden na. Dan zal God zich aan de zijne houden. Het zal veel betekenen om voor je Vader in de hemel te staan en te melden: "Ik ben thuis. Ik ben rein. Ik heb alles gedaan wat ik heb beloofd om te doen."'
Ten tweede, zoek de Heilige Geest van God. De Schriften pleiten: 'Dooft de Geest niet uit,'12 'En bedroeft de Heilige Geest Gods niet.'13 Hij komt niet om harten en geesten onzuiver te maken. Hij komt in stilte en zonder ophef. Een luisterend oor kan het zachte geluid van een vleugel horen. Als we niet luisteren zal Hij weggaan.
Ik getuig dat de uitwerkingen van de Geest echt zijn en worden gevonden in deze kerk. Ik getuig ook van Christus, de Verlosser, en het werk dat hij heeft ingesteld in deze bedeling. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. 2 Koningen 2:9.
2. 'The Sin against the Holy Ghost', Instructor, oktober 1935, blz. 431.
3. Genesis 1:4, 31.
4. John Barlett, Favorite Quotations, 11e editie (1937), blz. 431.
5. Deseret News Weekly, 19 april 1871, blz. 125.
6. Geciteerd door Joseph L. Wirthlin, General Conference Report, april 1947, blz. 85.
7. The Best Letters of Thomas Jefferson, samengesteld door J.G. de Roulhac Hamilton (1926), blz. 227.
8. Persoonlijk gesprek met Ouderling LeGrand Richards op 1 juli 1978.
9. Geciteerd in Joseph F. Smith, Gospel Doctrine, 5e editie (1939), blz. 522525.
10. 'Greatness in Men--David O. McKay,' Improvement Era, mei 1932, blz. 446.
11. Gospel Ideals (1953), blz. 390.
12. 1 Tessalonicenzen 5:19.
13. Efeziërs 4:30.