Ouderling Dallin H. Oaks
van het Quorum der twaalf Apostelen
'In tegenstelling tot de organisaties in de wereld, die ons zeggen dat wij iets moeten weten, moedigt het evangelie van Jezus Christus ons aan om iets te worden.'
Paulus heeft gezegd dat de leringen en leerkrachten van de Heer gegeven zijn opdat iedereen 'de maat van de wasdom der volheid van Christus' kan ontvangen (Efeziërs 4:13). Voor dit proces is veel meer nodig dan alleen kennis. Het is zelfs niet voldoende als wij
overtuigd zijn van de waarheid van het evangelie; we moeten zo handelen en denken dat we erdoor worden
bekeerd. In tegenstelling tot de organisaties in de wereld, die ons zeggen dat wij iets moeten
weten, moedigt het evangelie van Jezus Christus ons aan om iets te
worden.
In veel teksten in de Bijbel en andere Schriftuur staat dat er een laatste oordeel zal zijn waarbij alle mensen beloond zullen worden naar hun daden of werken of de verlangens van hun hart. Maar andere teksten voegen hier aan toe dat wij geoordeeld zullen worden naar de staat waarin wij ons bevinden.
De profeet Nephi beschrijft het laatste oordeel in termen van wat wij zijn geworden: 'En indien hun werken vuil zijn geweest, moeten zij zelf noodzakelijk vuil zijn, en indien zij vuil zijn, kunnen zij onmogelijk in het koninkrijk Gods wonen' (1 Nephi 15:33; cursivering toegevoegd). Moroni verklaart: 'Dan zal hij, die onrein is, nog steeds onrein zijn; en hij, die rechtvaardig is, nog steeds rechtvaardig zijn.' (Mormon 9:14; cursivering toegevoegd, zie ook Openbaring 22:1112; 2 Nephi 9:16; LV 88:35.) Datzelfde geldt voor 'zelfzuchtig' of 'ongehoorzaam' of enige andere eigenschap die niet in overeenstemming is met de vereisten van God. Over de 'staat' van de goddelozen bij het laatste oordeel, legt Alma uit dat als we zijn veroordeeld door onze woorden, onze werken en onze gedachten, wij 'niet vlekkeloos [zullen] worden bevonden (. . .) en in deze vreselijke toestand zullen wij niet naar onze God durven opzien' (Alma 12:14).
Uit dergelijke leringen kunnen we afleiden dat het laatste oordeel niet slechts een opsomming van goede en slechte handelingen is -- wat we hebben gedaan. Het is de erkenning van het uiteindelijke gevolg van onze handelingen en gedachten -- wat we zijn geworden. Niemand kan zich veroorloven zijn taken plichtmatig af te werken. De geboden, verordeningen en verbonden van het evangelie zijn geen stortingen op een bankrekening in de hemel. Het evangelie van Jezus Christus is een plan dat ons leert hoe we kunnen worden wat onze hemelse Vader van ons verwacht.
Een gelijkenis verduidelijkt dit beginsel. Een rijke vader wist dat als hij zijn rijkdom aan een kind zou geven dat nog niet voldoende wijsheid en volwassenheid had ontwikkeld, alles snel verkwist zou zijn. De vader zei tegen zijn kind:
'Ik wil je alles geven wat ik heb -- niet alleen mijn rijkdom, maar ook mijn positie en aanzien onder de mensen. Wat ik heb, kan ik je gemakkelijk geven, maar wat ik ben, zul je zelf moeten ontwikkelen. Je zult je erfgoed verdienen door te leren wat ik heb geleerd en door te leven zoals ik heb geleefd. Ik zal je de wetten en beginselen geven waardoor ik mijn wijsheid en volwassenheid heb verkregen. Volg mijn voorbeeld, overwin zoals ik heb overwonnen. Dan zul je op mij gaan lijken en zul je alles krijgen wat ik bezit.'
Deze gelijkenis is een voorbeeld van de wetmatigheden in de hemel. Door het evangelie van Jezus Christus wordt ons het onvergelijkbare erfgoed van het eeuwige leven beloofd, de volheid van de Vader, en ook de wetten en beginselen waardoor wij dat kunnen ontvangen.
Door middel van een proces van bekering kunnen wij het eeuwige leven ontvangen. Zoals hier gebruikt, betekent dit woord niet alleen een overtuiging maar een diepgaande verandering van aard. Jezus gebruikte deze betekenis toen Hij zijn hoofdapostel het verschil tussen een getuigenis en bekering uitlegde. Jezus vroeg zijn discipelen: 'Wie zeggen de mensen, dat de Zoon des mensen is?' (Matteüs 16:13.) Daarna vroeg Hij: 'Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?'
'Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God!
Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is' (Matteüs 16:1517).
Petrus had een getuigenis. Hij wist dat Jezus de Christus was, de beloofde Messias, en dat verklaarde hij ook. Getuigen is weten en verklaren.
Later onderwees Jezus deze mannen in de leer van de bekering, die veel meer is dan een getuigenis. De discipelen vroegen wie de grootste in het koninkrijk der hemelen was. 'Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden,
'en zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan.
'Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen' (Matteüs 18:14; cursivering toegevoegd).
Later bevestigde de Heiland hoe belangrijk bekering is, zelfs voor hen die een getuigenis van de waarheid hebben. In zijn sublieme instructies tijdens het laatste avondmaal zei Hij tegen Simon Petrus: 'Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen' (Lucas 22:32).
Om zijn broeders te kunnen versterken -- om de kudde van God te verzorgen en te leiden -- moest deze man, die Jezus al drie jaar had gevolgd, die het gezag van het heilig apostelschap had ontvangen, die een moedig leerkracht en getuige van het christelijke evangelie was geweest, en door wiens getuigenis de Meester hem heilig verklaarde, zich toch nog bekeren.
Uit de aanmoediging van Jezus blijkt dat de bekering die Hij vereist van de mensen die het koninkrijk der hemelen binnengaan (zie Matteüs 18:3), veel meer is dan slechts een bekering om van de waarheid van het evangelie te getuigen. Getuigen is weten en verklaren. Wij worden in het evangelie aangemoedigd om ons te 'bekeren', wat van ons vereist dat wij doen en worden. Als wij alleen op onze kennis en ons getuigenis van het evangelie vertrouwen, bevinden we ons in dezelfde situatie als de gezegende, maar nog steeds onvolledig ontwikkelde apostelen die door de Heer werden aangemoedigd om zich te 'bekeren'. We kennen allemaal wel iemand die een sterk getuigenis heeft, maar zich niet steeds opnieuw bekeert. Bijvoorbeeld, teruggekeerde zendelingen, bekeert u zich nog steeds of wordt u door wereldse zaken in beslag genomen?
De nodige bekering in het evangelie begint met de inleidende ervaring van de wedergeboorte. (Zie Mosiah 27:25; Alma 5:49; Johannes 3:7; 1 Petrus 1:23.) Als wij ons laten dopen en de gave van de Heilige Geest ontvangen, worden we geestelijke 'zonen en dochteren' van Jezus Christus, 'nieuwe schepselen' die 'het koninkrijk Gods' kunnen beërven (Mosiah 27:2526).
De Heiland leerde de Nephieten wat zij moesten doen. Hij gaf hun de uitdaging zich te bekeren, zich te laten dopen en de Heilige Geest te ontvangen, 'opdat gij ten laatsten dage vlekkeloos voor Mij moogt staan' (3 Nephi 27:20). Hij besloot met de woorden: 'Welke soort mensen behoort gij daarom te zijn? Voorwaar zeg Ik u: zoals Ik ben' (3 Nephi 27:27).
Het evangelie van Jezus Christus is het plan waardoor wij kunnen worden wat kinderen van God moeten worden. Deze vlekkeloze en volmaakte staat zal verkregen worden door een opeenvolging van verbonden, verordeningen en daden, een ophoping van goede keuzen, en voortdurende bekering. 'Dit leven is de tijd voor de mens om zich voor te bereiden God te ontmoeten' (Alma 34:32).
Dit is de tijd dat wij aan onze persoonlijke bekering werken en proberen te worden wat onze hemelse Vader van ons verwacht. Als we dat doen, mogen we niet vergeten dat ons gezinsverband -- meer nog dan onze kerkroepingen -- de plaats is waarin we ons het meest kunnen ontwikkelen. De bekering die we tot stand moeten brengen vereist van ons dat we een goede echtgenoot en vader, of vrouw en moeder zijn. Het is niet voldoende om een succesvol leider in de kerk te zijn. De verhoging is een eeuwige gezinservaring, en de omstandigheden in ons aardse gezin zijn het meest geschikt om ons daarop voor te bereiden.
De apostel Johannes heeft gezegd wat we moeten worden: 'Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is' (1 Johannes 3:2).
Ik hoop dat het belang van bekering en wording ertoe zal leiden dat onze plaatselijke leiders minder aandacht besteden aan de statistieken, en zich meer richten op wat onze broeders en zusters zijn en wat ze willen worden.
Onze zo noodzakelijke bekering wordt vaak eerder door leed en tegenspoed bereikt, dan door comfort en rust, zoals ouderling Hales ons vanmorgen zo mooi heeft uitgelegd. Vader Lehi beloofde zijn zoon Jakob dat God zijn 'ellende tot [zijn] welzijn [zou] heiligen' (2 Nephi 2:2). De profeet Joseph werd beloofd: 'Uw tegenspoed en smarten zullen slechts kort van duur zijn; en dan, indien gij het goed verdraagt, zal God u ten hemel verheffen' (LV 121:78).
De meesten van ons ondervinden in bepaalde mate wat in de Schriften 'de smeltoven der ellende' wordt genoemd (Jesaja 48:10; 1 Nephi 20:10). Sommigen worden volledig in beslag genomen door de verzorging van een behoeftig familielid. Anderen verliezen een dierbare of zien de rechtschapen hoop op een huwelijk of kinderen vervliegen. Weer anderen hebben lichamelijke gebreken of voelen zich verworpen, minderwaardig of neerslachtig. Door de gerechtigheid en barmhartigheid van een liefdevolle Vader in de hemel kunnen we door de loutering en heiliging van die ervaringen bereiken wat God van ons verwacht.
We worden aangemoedigd om een bekeringsproces door te maken waarna we het eeuwige leven kunnen ontvangen. Dat wordt niet bereikt door alleen het goede te doen, maar door het goede om de juiste reden te doen -- voor de reine liefde van Christus. De apostel Paulus heeft dit toegelicht in zijn beroemde leer over het belang van de 'liefde' (1 Korintiërs 13). De reden dat de liefde nimmer faalt en dat de liefde groter is dan zelfs de belangrijkste goede daden, ligt volgens hem in het feit dat de liefde, 'de reine liefde van Christus' (Moroni 7:47), niet een handeling is maar een gesteldheid of een gemoedstoestand. Die liefde wordt verkregen door een opeenvolging van handelingen die tot bekering leiden. De liefde is iets dat je wordt. Daarom heeft Moroni verklaard dat 'de mensen zonder reine liefde of naastenliefde niet die plaats beërven, die [. . .] in de woningen uws Vaders [zijn] bereid' (Ether 12:34).
Door dit alles kunnen we de belangrijke betekenis van de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard beter begrijpen, waarmee de Heiland uitlegde wat het koninkrijk van God is. Zoals u weet nam de eigenaar van de wijngaard op verschillende tijden van de dag arbeiders aan. Sommigen werden vroeg op de dag de wijngaard ingestuurd, anderen omstreeks het derde uur, en weer anderen om-streeks het zesde en het negende uur. Uiteindelijk stuurde hij omstreeks het elfde uur anderen de wijngaard in, en hij beloofde hen dat hij zou betalen 'wat billijk is' (Matteüs 20:4).
Aan het eind van de dag gaf de eigenaar van de wijngaard iedereen hetzelfde, zelfs de arbeiders die pas omstreeks het elfde uur aan het werk waren gegaan. Toen degenen die de hele dag hadden gewerkt dat zagen, 'morden zij tegen de Heer des huizes'. De eigenaar veranderde niet van gedachten, maar legde uit dat hij niemand te kort had gedaan omdat hij iedereen het afgesproken bedrag had betaald.
Net als met andere gelijkenissen kunnen we hieruit een aantal verschillende en waardevolle beginselen leren. Voor deze toespraak is de les dat de uiteindelijke beloning van de Meester niet gebaseerd zal zijn op de tijd die wij in het koninkrijk hebben gewerkt. Wij verdienen onze hemelse beloning niet aan de hand van een tijdklok. Het is essentieel dat we door onze werken in het koninkrijk van de Heer iets worden. Sommigen van ons hebben daar meer tijd voor nodig dan anderen. Maar uiteindelijk gaat het erom wat we door onze werken zijn geworden. Velen die omstreeks het elfde uur aankomen, zijn door de Heer op andere wijzen gelouterd en voorbereid dan door formele arbeid in de wijngaard. Deze arbeiders zijn als het gedroogde mengsel waar alleen maar water aan toegevoegd hoeft te worden -- de vervolmakende verordening van de doop en de gave van de Heilige Geest. Met die toevoeging -- zelfs omstreeks het elfde uur -- verkeren die arbeiders in dezelfde staat van ontwikkeling en zijn ze in staat om dezelfde beloning te ontvangen als degenen die lang in de wijngaard hebben gewerkt.
Uit deze gelijkenis kunnen we leren dat we nooit de hoop moeten opgeven of de liefdevolle banden met familieleden en vrienden moeten afbreken, van wie de goede eigenschappen (zie Moroni 7:514) het bewijs leveren van hun vooruitgang om datgene te worden wat onze liefdevolle Vader graag wil dat ze worden. En uit de macht van de verzoening en het beginsel van bekering blijkt dat we dierbaren die veel verkeerde beslissingen lijken te nemen nooit mogen opgeven.
In plaats van anderen te oordelen, moeten we ons op onszelf concentreren. We mogen de hoop niet opgeven. We moeten blijven streven. We zijn kinderen van God en het is mogelijk voor ons om te worden wat onze hemelse Vader van ons verwacht.
Hoe kunnen we onze vooruitgang meten? In de Schriften staan verschillende manieren. Ik zal er slechts twee noemen.
Na de grote toespraak van koning Benjamin riepen veel van zijn volgelingen dat de Geest van de Heer 'een grote verandering in ons, of in ons hart heeft teweeggebracht, zodat wij geen lust meer hebben om het kwade te doen, maar wel om voortdurend het goede te doen' (Mosiah 5:2). Als we geen verlangen meer hebben om het kwade te doen, zijn we op weg naar ons eeuwige doel.
De apostel Paulus heeft gezegd dat mensen die de Geest van God hebben ontvangen 'de zin van Christus' hebben (1 Korintiërs 2:16). Dat betekent volgens mij dat mensen die naar de benodigde bekering streven, de dingen net zoals onze hemelse Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, beginnen te zien. Zij horen zijn stem in plaats van de stem van de wereld, en ze handelen op zijn manier en niet op de manier van de wereld.
Ik getuig van Jezus Christus, onze Heiland en Verlosser, wiens kerk dit is. Ik getuig dankbaar van het plan van de Vader, waardoor wij, door de opstanding en verzoening van de Heiland de verzekering hebben dat we onsterfelijk zullen worden en de kans zullen krijgen om te worden wat nodig is om het eeuwige leven te beërven. In de naam van Jezus Christus. Amen.