Ouderling Neal A. Maxwell
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Veel mensen die in beslag worden genomen door de zorgen van de wereld, zijn niet noodzakelijkerwijs in overtreding. Maar zij hebben wel last van afleiding en '[verspillen] de dagen van [hun] proeftijd' (2 Nephi 9:27).'
De wereld heeft altijd aan ware gelovigen gerukt en getrokken, onder meer met pleziertjes, macht, eer, geld en voornaamheid. Maar nu worden veel vormen van steun die eens nuttig waren, veranderd of vernietigd. Bovendien worden de schadelijke zaken van de wereld aan de man gebracht met behulp van doordringende technieken, opgeklopt door de media, die vrijwel elk huis en gehucht bereiken. En dat alles in een tijd waarin velen al niet meer openstaan voor geestelijke zaken, zeggende: 'Ik ben rijk en heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek' (Openbaring 3:17).
Aan de andere kant zijn de secundaire arbeidsvoorwaarden voor discipelen dusdanig dat we, als we een lange limousine aan zien komen, weten dat hij óns niet komt ophalen. Gods plan is niet het plan van plezier, maar het is het 'plan van gelukzaligheid'.
Het geruk en getrek van de wereld is zeer krachtig. Wereldse levenswijzen worden sluw kracht bijgezet door de rationalisering 'Iedereen doet het', waarmee een meerderheid gekregen of geveinsd wordt. Er wordt reclame gemaakt voor producten en er worden houdingen ontwikkeld door slimme, gerichte marketing.
Petrus heeft deze raad gegeven: 'Door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men' (2 Petrus 2:19). Broeders en zusters, er zijn zoveel geïndividualiseerde gevangenissen!
Spotters geven blijk van de schouderophalende houding die Petrus voorzegd heeft: 'Waar blijft de belofte van [Christus'] komst? (. . .) Want [alles] blijft [. . .] zó, als het van het begin der schepping af geweest is' (2 Petrus 3:4). Met een dergelijk cynisme meent men onterecht dat de opeenvolgende rolbezettingen op het toneel van het sterfelijk leven aangeven dat er geen Regisseur of geen draaiboek is.
Net als een goudvis in een kom, zijn sommigen zich er niet van bewust wie het water ververst en het voedsel erin doet. (Zie Jakob 4:1314.) Of ze lijken op een kleuter van wie de ophalende ouder een beetje aan de late kant lijkt, en concluderen: 'De mens is alleen in het heelal.'
Toegegeven, sommigen wensen oprecht meer macht om goed te kunnen doen, maar slechts weinig mensen zijn goed genoeg om macht te hebben. Maar hunkeren naar macht en in het middelpunt van de belangstelling willen staan, zuigt de zuurstof weg, waardoor sommigen zich in een staat van 'verdoving' bevinden. (Zie Efeziërs 4:19; 1 Nephi 17:45; Moroni 9:20.) Maar vreemd genoeg zijn zij, hoewel zij ongevoelig zijn geworden, nog wel in staat om op honderd meter afstand de wenkende klik van een tv-camera te horen. Doet de overdreven strijd om de begeerde machtsposities ons niet denken aan een kinderspel, de stoelendans?
In feite kan het discipelschap ons ervan weerhouden de eer van de wereld te ontvangen. Zoals Balak tegen Bileam zei: 'Ik had gezegd, dat ik u hoog vereren zou: maar zie, de Here heeft die eer van u geweerd!' (Numeri 24:1112.) De rouge van een reputatie loopt toch erg makkelijk uit. Wij huiveren als wij zien dat zij die eens door de wereld gevleid werden, net als Judas, gebruikt, veracht en afgedankt worden. (Zie LV 121:20.) Niettemin, als sommigen van hen er klaar voor zijn, moeten wij ook hún handen opheffen. (Zie Hebreeën 12:12; LV 81:5.)
Hoewel wij het nut inzien van lof en eer, moeten we dus niet vergeten wat Jezus gezegd heeft over hen die de eer van de wereld krijgen: 'Zij hebben hun loon reeds' (Matteüs 6:2, 5).
Er is een achterliggende reden, broeders en zusters, voor al die vluchtigheid: zij die de voorbijgaande zaken van de wereld uitdelen, zijn zelf maar kortstondig in die positie. Zij kunnen dat wat blijvend is, niet uitreiken, want zij bezitten het zelf niet! Sommigen, die dit aanvoelen, en die zo weinig inzicht hebben, willen nu meteen alles hebben!
Klachten zoals deze, leiden tot enkele concrete suggesties.
Om te beginnen, is geen enkele remedie krachtiger dan het beter dan nu gebruik maken van de gaven van de Heilige Geest!
Laten we ook de bijzondere plek die het gezin inneemt, respecteren. Zoals James Q. Wilson heeft geschreven:
'Wij leren omgaan met de mensen van de wereld, omdat we leren omgaan met de leden van het gezin. Zij die het gezin ontvluchten, ontvluchten de wereld; beroofd van de liefde, bescherming en moeilijkheden van het gezin, zijn zij niet voorbereid op de beproevingen, oordelen en eisen van de wereld.' (The Moral Sense [1993], blz. 163.)
Wat is het ironisch dat sommigen naar 'een ver land' (Lucas 15:13) gaan, terwijl ze daarvoor de gezinstuin vol voeding, met hier en daar wat onkruid ertussen, verlaten voor een woestijn met slechts wat in het rond waaiende alsemstruiken.
Persoonlijke rechtschapenheid, aanbidding, gebed en schriftstudie zijn absoluut noodzakelijk om de natuurlijke mens af te kunnen leggen. (Zie Mosiah 3:19.) Pas daarom op als sommigen publieke tolerantie eisen voor wat hun particuliere vormen van bevrediging ook zijn!
Of we nu jong of oud zijn, we moeten zelf goede vrienden zijn, maar moeten ook onze vrienden met zorg uitkiezen. Door eerst voor de Heer te kiezen, wordt het makkelijker en veilig om vrienden te kiezen. Denk eens aan de tegengestelde vriendschappen in de stad van Henoch vergeleken met hun tijdgenoten in de steden Sodom en Gomorra! De inwoners van de stad van Henoch kozen Jezus en een levenswijze, waarmee ze eeuwige vrienden werden. Er hangt zoveel af van wie en wat wij op de eerste plaats zetten.
Wij kunnen de geestelijke reacties van Jozef in Egypte als voorbeeld nemen: toen hij verleid werd, 'vluchtte' (Genesis 39:12) hij, waarmee hij liet zien dat hij zowel moedig als snel ter been was! Zowel jongeren als volwassenen moeten omstandigheden en situaties achter zich laten die bedreigend zijn.
De verloren zonen en zij die terugkeren, zijn nooit talrijk genoeg, maar er komen geregeld enkelen terug uit 'een ver land' (Lucas 15:13). Vanzelfsprekend is het beter als we ons verootmoedigen 'ter wille van het woord', dan dat we daartoe door omstandigheden gedwongen worden, hoewel dat laatste waarschijnlijk volstaat! (Zie Alma 32:1314.) Hongersnood kan geestelijke honger opwekken.
Net als de verloren zoon kunnen ook wij naar 'een ver land' gaan, wat overigens niet verder hoeft te zijn dan een walgelijk rockconcert. De afstand naar 'een ver land' is niet in kilometers te meten, maar in de afstand van ons hart en verstand tot Jezus! (Zie Mosiah 5:13.) Trouw, en niet geografie, bepaalt de afstand!
Maar ondanks al het geruk en getrek van de wereld, slagen geestelijke gevoelens erin om hun invloed te doen gelden. Twijfels over twijfel kunnen naar binnen sluipen. Alle makkelijke oplossingen genezen de leegte en verveling van het secularisme niet echt.
Verder merken sommigen die moeizaam de wereldse toppen beklimmen uiteindelijk dat ze slechts op een kleine zandhoop zitten! Ze hebben zo hard gewerkt om daar te komen!
Waarom zouden we überhaupt rijkdom begeren, als we geld toch maar 'uit[geven] voor hetgeen van geen waarde is (. . .) dat niet bevredigt' (2 Nephi 9:51).
Net als Jezus kunnen wij op een dag of in een moment besluiten om 'geen aandacht [te schenken]' aan verleiding (zie LV 20:22). Wij kunnen zelfs op irritatie reageren met een glimlach in plaats van een frons, of hartelijke complimenten geven in plaats van ijskoude onverschilligheid te laten blijken. Als we begripvol zijn in plaats van kortaf, kunnen anderen op hun beurt beslissen om het iets langer vol te houden in plaats van het op te geven. Liefde, geduld en zachtmoedigheid kunnen net zo besmettelijk zijn als onbeschoftheid en grofheid.
Woelige tijden kunnen zowel op het individu als het collectief een verlossende uitwerking hebben. (Zie 2 Nephi 28:19.) Het kan nodig zijn dat een hart dat zo zeer op de dingen dezer wereld is gezet, gebroken wordt. (Zie LV 121:35.) Wordt men door het verkeerde in beslag genomen, en is men 'verre van Hem', dan kan het gebeuren dat men wakker geschud wordt met een waarschuwing. (Zie Mosiah 5:13.)
Veel mensen die in beslag worden genomen door de zorgen van de wereld, zijn niet noodzakelijkerwijs in overtreding. Maar zij hebben wel last van afleiding en '[verspillen] de dagen van [hun] proeftijd' (2 Nephi 9:27). Toch leven sommigen trots 'zonder God in de wereld' (Alma 41:11), met de poort en de deur van binnenuit op slot gedaan!
Maar let op, broeders en zusters, mensen die te veel met zichzelf bezig zijn, zullen anderen onvermijdelijk teleurstellen!
Neem de houding aan die Brigham Young aanbeveelt: zeg tegen de akkers, kudden (. . .), goud, zilver, have en goed, pachtgoed en bezittingen, en tegen de hele wereld: opzij, ga uit mijn gedachten, want ik ga de Heer aanbidden.' (Deseret News, 5 januari 1854, blz. 2.) Er zijn zoveel manieren om 'opzij' te zeggen tegen de wereld.
Man en vrouw kunnen om de zoveel tijd een en ander 'te zamen bespreken' om te 'inventariseren'. Er kunnen kleine koerswijzigingen nodig zijn, en bovendien kunnen dergelijke gesprekken fijner zijn dan wij denken. Helaas hebben veel echtparen het te druk.
Momenten zijn de moleculen waaruit de eeuwigheid bestaat! Jaren geleden heeft president Hinckley deze raad gegeven:
'Het zijn niet zozeer de grote gebeurtenissen, als wel de kleine beslissingen die wij van dag tot dag nemen waarmee we de koers voor ons leven uitzetten. (. . .) In werkelijkheid is ons leven de totale optelsom van onze schijnbaar onbelangrijke beslissingen en ons vermogen om naar die beslissingen te leven.' (Caesar, Circus, or Christ?, Brigham Young University Speeches of the Year [26 oktober 1965], blz. 3.)
Gelukkig kunnen onze fouten al gauw verzwolgen worden door bestendige bekering, blijk gevend van het geloof dat nodig is om het opnieuw te proberen -- of dat nou in een taak is, of in een relatie. Die veerkracht is een oprechte bevestiging van onze ware identiteit! Geestzoons en -dochters van God hoeven niet blijvend naar beneden gehaald te worden als ze verheven worden door de verzoening van Jezus. Christus' onbeperkte verzoening geldt ook voor onze beperkte blunders! Vandaar de smeekbede in die bijzondere lofzang:
Ik neig tot dwalen, Heer, dat heb ik in de gaten;
Geneigd om de God die ik liefheb te verlaten;
Hier is mijn hart, o neem het en verzegel het daarboven;
Verzegel het voor uw hemelse hoven.
('Come, Thou Fount of Every Blessing', Hymns [1948], nr. 70)
We kunnen het geruk en getrek van de wereld beter weerstaan als we, ook al zijn we onvolmaakt, weten dat onze huidige koers in het leven over het algemeen aanvaardbaar is voor de Heer. (Zie Lectures on Faith [1985], blz. 67.) Bij voldoende toewijding, kunnen we die stille verzekering krijgen!
De bevestiging van onze waarde komt eigenlijk door de wetenschap wie wij zijn, en niet alleen door wat wij doen. Jezus' onderzoekende woorden blijven actueel: 'Welke soort mensen behoort gij daarom te zijn? Voorwaar zeg Ik u: Zoals Ik ben' (3 Nephi 27:27. Zie ook Matteüs 5:48; 3 Nephi 23:21.)
Zinvolle bezigheden ontwikkelen beslist ons karakter en vergroten onze capaciteiten, maar de omstandigheden en de gelegenheden in het sterfelijk leven verschillen onderling sterk. Onder al die omstandigheden, kunnen we toch meer op Christus gaan lijken in ons vermogen om liefdevoller, zachtmoediger, geduldiger en onderworpener te zijn.
Door meer te letten op wat wij zijn dan alleen te letten op wat wij doen, worden wij in wie wij lijken te zijn en wie wij werkelijk zijn, hetzelfde: de man of vrouw in Christus.
Onze intrinsieke waarde is niet afhankelijk van de wereldse bijval die wij krijgen; in feite kan de wereld ons zelfs zien als zwak en dwaas. (Zie 1 Korintiërs 1:27.) Daar worden deze goddelijke bevestigingen tegenin gebracht: 'Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn' (Romeinen 8:16).
God is er oneindig meer in geïnteresseerd dat wij een plek in zijn koninkrijk hebben, dan in de positie die wij op een organisatieschema innemen. Wij kunnen ons druk maken over de vraag waar wij over heersen, maar Hij is meer geïnteresseerd in ons vermogen tot zelfbeheersing. Onze Vader wil dat wij thuiskomen met ons ware cv: onszelf!
Toch speelt onze nijd ons vaak nog parten over geld, grond, laster, of 'het beste kleed' en 'het gemeste kalf' die aan anderen gegeven worden. (Zie Lucas 15:2223.)
We horen er pas werkelijk bij als we weten wie wij zijn en bij Wie wij horen! Herinnert u zich de populaire teksten uit Fiddler on the Roof over Anatevka? Daar 'weet iedereen wie hij is en wat God van hem verwacht' (Joseph Stein, Fiddler on the Roof [1964], blz. 3; cursivering toegevoegd), waaraan toegevoegd zou kunnen worden 'en wat God verwacht dat hij is'.
Ja, het staat ons vrij om te kiezen voor die voordeeltjes van het sterfelijk leven met een korte houdbaarheid. Echter: voor ons ligt het grote moment waarop elke knie zich zal buigen en elke tong bekennen dat Jezus de Christus is! (Zie Mosiah 27:31; LV 88:104.) Dan zullen de zuilengangen en de tronen van het sterfelijk leven leeg zijn. Zelfs het grote, ruime gebouw zal vallen -- en met een luide klap! (Zie 1 Nephi 8:2628.) En dan zullen ook zij die zonder God in de wereld geleefd hebben, bekennen dat God God is! (Zie Mosiah 27:31.) Intussen zouden zijn karakter en eigenschappen ons tot aanbidding en navolging moeten motiveren.
Is het niet geweldig, broeders en zusters, dat God, die alles weet, toch nog tijd besteedt aan het luisteren naar onze gebeden? Wat heeft de wereld ons nou eigenlijk te bieden, als we het vergelijken met dat kosmische feit? Een applaus, een vluchtig moment van verering, of een goedkeurende blik van een schijnkeizer?
Moge God ons zegenen dat wij de dingen zien zoals ze werkelijk zijn en zoals ze werkelijk zullen worden (zie Jakob 4:13; LV 93:24), en mogen wij de heerlijkheid en eer aan God geven, wat ik nu doe. In de heilige naam van Jezus Christus. Amen!