The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
oktober 2000
Oproep tot dienen

Oproep tot dienen

President Thomas S. Monson
Eerste raadgever in het Eerste Presidium

'Ik eer het priesterschap van de almachtige God. Ik heb de macht ervan gezien. Ik heb de kracht ervan gezien. Ik heb mij verwonderd over de wonderen die het tot stand heeft gebracht.'

President Thomas S. Monson

Ik vind het fijn om vanavond voor u te staan in dit magnifieke Conferentiecentrum en in bijeenkomsten over de hele wereld. Wat een machtig aantal priesterschapsdragers!

Mijn toespraak is gebaseerd op de woorden die de profeet Joseph Smith heeft gesproken, die te vinden zijn in afdeling 107 van de Leer en Verbonden. Die woorden zijn op ons allen van toepassing, of we nu het Aäronisch of het Melchizedeks priesterschap dragen: 'Laat daarom nu eenieder met zijn plicht bekend worden, en het ambt, waartoe hij is aangesteld, met alle ijver leren uitoefenen.'1

President Wilford Woodruff heeft gezegd: 'Alle organisaties van de priesterschap hebben macht. De diaken heeft macht, door het priesterschap dat hij draagt. De leraar ook. Zij hebben de macht om tot de Heer te gaan en hun gebeden te laten horen en beantwoorden, net zo goed als de profeet, de ziener of de openbaarder dat heeft. Door dit priesterschap worden er verordeningen op de mens bevestigd, opdat hun zonden worden vergeven en zij verlost worden. Met dit doel is het geopenbaard en op ons verzegeld.'2

De dragers van het Aäronisch priesterschap dienen de kans te krijgen om hun roeping in dat priesterschap groot te maken.

Een voorbeeld. Toen ik tot diaken was geordend, legde onze bisschap nadruk op de heilige taak die we hadden om het avondmaal rond te dienen. Er werd nadruk gelegd op gepaste kleding, waardig gedrag en het belang van rein zijn, 'zowel van binnen als van buiten'.

Toen ons de wijze van het ronddienen van het avondmaal werd geleerd, werd ons gezegd dat we de leden behulpzaam waren bij het hernieuwen van het doopverbond, met al zijn plichten en zegeningen. Er werd ons gezegd dat we een bepaalde broeder -- Louis -- moesten helpen die gedeeltelijk verlamd was, zodat hij ook in de gelegenheid was om te nemen van die heilige symbolen.

Ik herinner me goed dat ik de aanwijzing kreeg om het avondmaal te bedienen aan de rij mensen waarin Louis zat. Ik aarzelde toen ik die fijne broeder naderde, maar toen zag ik zijn glimlach en de dankbare uitdrukking op zijn gezicht waaruit bleek hoe graag hij aan het avondmaal wilde deelnemen. Met de schaal in mijn linkerhand pakte ik een stukje brood en duwde dat tegen zijn open lippen. Later werd het water op dezelfde manier toegediend. Ik voelde mij op heilige grond. En dat was ik ook. Het voorrecht om Louis het avondmaal te bedienen maakte betere diakenen van ons.

Edele leiders van de jongemannen, u staat op de kruising in het leven van hen die u onderricht. In de muur van de Stanford University Memorial Church is de volgende waarheid gegraveerd: 'Wij moeten onze jongeren leren dat alles wat niet eeuwig is, te kort duurt, en dat alles wat niet oneindig is, te klein is.'3

President Gordon B. Hinckley heeft onze plichten beklemtoond met de volgende woorden: 'Er moet in dit werk inzet zijn. Er moet toewijding zijn. Wij zijn betrokken bij een grote eeuwige inzet voor de ziel van de zoons en dochters van God. Wij zijn niet aan de verliezende hand. Wij zijn aan de winnende hand. Wij zullen blijven winnen als we getrouw zijn. (. . .) De Heer heeft niets van ons gevraagd dat wij niet in geloof kunnen doen.'4

Broeders, heeft elke geordende leraar een huisonderwijstaak? Wat een gelegenheid om hem voor te bereiden op een zending. Wat een voorrecht om hem de discipline van de plicht bij te brengen. Een jongen vergeet automatisch de zorg voor zichzelf als hij de opdracht krijgt om over anderen te 'waken'.

En hoe staat het met de priesters? Die jongemannen zijn in de gelegenheid om het avondmaal te zegenen, om verder te gaan in hun huisonderwijstaak, en deel te nemen aan de heilige verordening van de doop.

Wij kunnen elkaar sterken; wij hebben het vermogen om de onopgemerkte op te merken. Als wij ogen hebben die zien, oren hebben die horen en een hart dat weet en voelt, dan kunnen wij de mensen die onder onze verantwoordelijkheid vallen de hand reiken en hen redden.

Uit Spreuken komt de prachtige raad: 'Laat uw voet een effen pad inslaan.'5

Ik eer het priesterschap van de almachtige God. Ik heb de macht ervan gezien. Ik heb de kracht ervan gezien. Ik heb mij verwonderd over de wonderen die het tot stand heeft gebracht.

Vijftig jaar geleden kende ik een jongeman -- een priester -- die het gezag van het Aäronisch priesterschap had. Als bisschop was ik zijn quorumpresident. Robert stotterde en stamelde, hij had daar geen enkele beheersing over. Hij was niet op zijn gemak, was verlegen, bang voor zichzelf en alle anderen, en deze belemmering was vreselijk voor hem. Hij vervulde nooit een taak, keek nooit iemand recht in de ogen en staarde altijd naar beneden. Maar op een dag aanvaardde hij, door een samenloop van omstandigheden, de opdracht om zijn priesterlijke plicht te vervullen door iemand te dopen.

Ik zat naast Robert in de doopruimte van de Tabernakel in Salt Lake City. Hij was in smetteloos wit gekleed, voorbereid op de verordening die hij zou verrichten. Ik boog me naar hem toe en vroeg hem hoe hij zich voelde. Hij staarde naar de grond en stotterde vrijwel onbeheerst dat hij zich vreselijk voelde.

Wij baden allebei vurig dat hij zijn taak aan zou kunnen. Plotseling zei de secretaris: 'Nancy Ann McArthur wordt nu gedoopt door Robert Williams, priester.'

Robert stond op, stapte in de vont, nam de kleine Nancy bij de hand, en hielp haar in dat water dat een mensenleven reinigt en een geestelijke wedergeboorte verschaft. Hij zei: 'Nancy Ann McArthur, van Jezus Christus wege gemachtigd zijnde, doop ik u in de naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.' Hij stotterde niet één keer! Hij haperde niet één keer! We hadden een hedendaags wonder gezien. Vervolgens verrichtte Robert de doopverordening op dezelfde wijze voor nog twee of drie andere kinderen.

In de kleedkamer feliciteerde ik Robert, en ik verwachtte diezelfde ononderbroken woordenvloed te horen. Ik had het mis. Hij keek naar de grond en stamelde een woord van dank.

Ik getuig vanavond tot u allen dat toen Robert met het gezag van het Aäronisch priesterschap handelde, hij met macht en met overtuiging sprak, en met hemelse hulp.

We moeten de jongemannen van de Aäronische priesterschap geloofsontwikkelende ervaringen geven. Zij willen de kans krijgen om de Geest van de Heer te voelen die hen helpt.

Ik herinner me nog goed dat mij gevraagd werd om voor het eerst een toespraak te houden in de kerk. Ik mocht zelf een onderwerp kiezen. Ik heb altijd van vogels gehouden, dus ik dacht aan het zeemeeuwmonument. Ter voorbereiding ging ik naar Temple Square en keek naar het monument. Aanvankelijk waren het de munten in de fontein om het monument heen, die mijn aandacht trokken. Ik vroeg me af hoe ze die eruit gingen halen en wie dat ging doen. Ik geef niet toe dat ik er niet aan gedacht heb ze te pakken. Toen keek ik omhoog naar de zeemeeuw die bovenop het monument stond, en probeerde me voor te stellen hoe het zou zijn om als pionier je eerste kostbare graan te zien verslinden door sprinkhanen en vervolgens die zeemeeuwen te zien komen die met hun edele vleugels neerstreken op de akkers en de sprinkhanen opaten. Ik vond het een prachtig verhaal. Ik ging zitten en schreef met potlood een toespraak van tweeënhalve minuut. Ik ben de zeemeeuwen nooit vergeten. Ik ben de sprinkhanen nooit vergeten. Ik ben nooit vergeten dat mijn knieën knikten toen ik die toespraak hield. Ik ben ook nooit vergeten hoe het was om mijn diepste gevoelens uit te spreken op het spreekgestoelte. Ik wil erop aandringen dat we de Aäronische priesterschap de gelegenheid geven om te denken, te redeneren en te dienen.

President David O. McKay heeft gezegd: 'Moge God ons schenken dat we trouw zijn aan de idealen van het priesterschap, zowel Aäronisch als Melchizedeks. God geve dat we onze roeping grootmaken en de mensen inspireren door wat wij doen -- niet alleen leden van de kerk, maar mensen overal -- om een verhevener en beter leven te leiden, een betere echtgenoot te zijn, en een betere leider, onder alle mogelijke omstandigheden.'6

Het lijkt erop dat de touwen van de wereld van de veilige meerpalen zijn afgegleden, en dat het wereldse schip is weggedreven uit de haven van vrede. Losbandigheid, onzedelijkheid, pornografie en de negatieve invloed door leeftijdgenoten kunnen ertoe leiden dat velen heen en weer geslingerd worden op een zee van zonde, en dat zij te pletter slaan op de puntige riffen van verloren kansen, misgelopen zegeningen en dromen die niet zijn uitgekomen.

Men kan vol verwachting vragen: 'Is er een weg naar de veiligheid?', 'Kan iemand mij leiden?', 'Kan ik aan de dreigende vernietiging ontkomen?'. Het antwoord, broeders, is een duidelijk 'Ja!' Kijk naar de vuurtoren van de Heer. Er is geen mist zo dicht, geen nacht zo donker, geen storm zo sterk, geen zeeman zo verdwaald, of de lichtstraal van die vuurtoren kan redding brengen. Die straal wenkt ons in de stormen van het leven. De vuurtoren van de Heer stuurt een signaal dat makkelijk te herkennen is en dat nooit ophoudt.

Er zijn veel van die signalen. Ik noem er slechts drie. Let er goed op: de verhoging kan ervan afhangen -- zowel die van u als die van mij.

Gebed geeft gemoedsrust.

Geloof gaat aan het wonder vooraf.

Eerlijkheid duurt het langst.

Ten eerste, over het gebed -- Adam bad; Jezus bad; Joseph bad. Wij weten wat de uitkomst van hun gebeden was. Hij die zelfs de val van een mus opmerkt, hoort het beslist ook als wij ons hart uitstorten. Denk aan de belofte: 'Indien echter iemand van u in wijsheid te kort schiet, dan bidde hij God daarom, die aan allen geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt; en zij zal hem gegeven worden.'7

Vervolgens: geloof gaat aan het wonder vooraf. Dat is altijd zo geweest, en het zal altijd zo blijven. Het regende nog niet toen Noach het gebod kreeg om een ark te bouwen. Er was geen ram in het struikgewas te zien toen Abraham zich opmaakte om zijn zoon Isaak te offeren. Er waren nog geen hemelse Personen te zien toen Joseph neerknielde en bad. Eerst kwam de beproeving van het geloof -- en toen pas het wonder.

Bedenk dat niemand tegelijkertijd geloof en twijfel kan hebben, want het ene zal het andere verdrijven. Zet de twijfel van u af. Ontwikkel geloof.

Ten laatste: eerlijkheid duurt het langst. Ik leerde die waarheid op dramatische wijze tijdens een trainingskamp toen ik 55 jaar geleden in de marine zat. Na de eerste drie weken geïsoleerde training, kwam het goede nieuws dat we ons eerste verlof kregen en de stad San Diego mochten bezoeken. Alle manschappen wilden maar al te graag gebruiken maken van deze afwisseling. Terwijl we ons klaarmaakten om de bus naar de stad te nemen, beval de onderofficier: 'Alle manschappen die kunnen zwemmen, komen hier staan. Jullie gaan met verlof naar San Diego. Zij die niet kunnen zwemmen, komen hier in de rij staan. Jullie gaan naar het zwembad en krijgen zwemles. Pas al je hebt leren zwemmen krijg je verlof.'

Ik had het grootste deel van mijn leven al gezwommen, dus ik maakte me klaar om de bus naar de stad te nemen; maar toen zei de onderofficier tegen onze groep: 'Nog één ding voordat we de bus nemen. Volg mij. Voorwaarts, mars!' Hij liet ons naar het zwembad marcheren, liet ons onze kleding uitdoen en op de rand van het diepe deel van het zwembad staan. Toen gaf hij de opdracht: 'Spring erin en zwem naar het andere einde van het zwembad.' In die groep mannen, die zogenaamd allemaal konden zwemmen, waren er ongeveer tien die dachten dat ze iemand voor de gek konden houden. Ze konden eigenlijk niet zwemmen. Ze gingen het water in, vrijwillig of anderszins. Een ramp was nabij. De onderofficieren lieten ze een of twee keer ondergaan voordat ze hen de bamboestok toestaken om ze in veiligheid te trekken. Met enkele goed gekozen worden zeiden ze toen: 'Dat zal jullie leren om de waarheid te spreken!'

Ik was zo dankbaar dat ik de waarheid had gezegd, dat ik kon zwemmen en dat ik met gemak de andere kant van het zwembad had gehaald. Uit dergelijke lessen leren we om waarheidsgetrouw te zijn -- en trouw aan het geloof, trouw aan de Heer, trouw aan onze metgezellen, trouw aan al wat ons heilig en dierbaar is. Die les ben ik nooit vergeten.

De vuurtoren van de Heer wenkt ons naar de veiligheid en eeuwige vreugde die we vinden als we ons laten leiden door zijn signalen, die nooit ophouden:

Gebed geeft gemoedsrust.

Geloof gaat aan het wonder vooraf.

Eerlijkheid duurt het langst.

Ik getuig vanavond tot u dat Jezus werkelijk de Christus is, en onze geliefde Verlosser en Heiland. Wij worden door een profeet van de almachtige God geleid, door president Gordon B. Hinckley. Ik weet dat u die overtuiging ook hebt.

Ik wil sluiten met het voorlezen van een eenvoudige, maar diepzinnige brief die onze liefde voor onze profeet en zijn leiding weergeeft:

'Geachte president Monson,

'Vijf jaar geleden is president Hinckley gesteund als profeet, ziener en openbaarder. Dat was voor mij een bijzondere gelegenheid, en vooral uw oproep tot steunverlening door de leden van de kerk.

'Die ochtend moest ik hooi halen voor mijn vee. Ik luisterde via de radio in de vrachtwagen naar de conferentie. Ik had het hooi opgehaald, was achteruit de schuur in gereden en was bezig balen hooi uit de vrachtwagen te gooien. Toen u de broeders van de priesterschap opriep, 'waar u zich ook bevindt', om zich voor te bereiden op de steunverlening aan de profeet, vroeg ik me af of u ook mij bedoelde. Ik vroeg me af of de Heer beledigd zou zijn als Hij zag dat ik bezweet was en onder het stof zat. Maar ik geloofde u op uw woord en klom uit de vrachtwagen.

'Ik zal nooit vergeten dat ik daar alleen in de schuur stond, met mijn hoed in mijn hand, met zweetdruppels die over mijn gezicht liepen, en met de arm rechthoekig opgeheven om president Hinckley te steunen. Tranen vermengden zich met zweet toen ik daar enkele minuten over die heilige gelegenheid zat na te denken.

'In ons leven zorgen we ervoor dat we ons op bepaalde plekken bevinden als er grote gebeurtenissen zijn. Dat is mij ook wel overkomen, maar er was er geen een geestelijker of emotioneler of gedenkwaardiger dan die ochtend in de schuur met alleen koeien en een gespikkeld paard als toeschouwers.

'Met vriendelijke groeten,

'Clark Cederlof'

President Hinckley, wij, de priesterschapsdragers van de kerk, hebben u lief en steunen u. Daarvan getuig ik, in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. LV 107:99.
2. Millennial Star, 22 september 1890, 595­596.
3. Zie Conference Report, oktober 1952, blz. 17.
4. 'De oorlog die wij winnen', De Ster, januari 1987, blz. 40.
5. Spreuken 4:26.
6. Conference Report, oktober 1967, blz. 97.
7. Jakobus 1:5.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy