The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
oktober 2000
Dit is de tijd

Dit is de tijd

Ouderling M. Russell Ballard
van het Quorum der Twaalf Apostelen

'Als wij niet begrijpen dat het evangelie van Jezus Christus door de profeet Joseph Smith hersteld is en niet bereid zijn er anderen in te onderwijzen, wie doet het dan wel?'

Ouderling M. Russell Ballard

In maart 1839 adviseerde de profeet Joseph Smith de kerk vanuit een sombere kerker, de gevangenis in Liberty: 'Er zijn nog velen op aarde onder alle sekten, genootschappen en gezindten, die door het sluwe bedrog der mensen worden verblind (. . .) en die alleen verre van de waarheid worden gehouden omdat zij niet weten waar zij deze kunnen vinden' (Leer en Verbonden 123:12­13).

Jaren later werd de neef van de profeet, Joseph F. Smith, op vijftienjarige leeftijd geroepen voor een zending in Hawaii. U zult zich herinneren dat hij nog maar vijf was toen zijn vader, Hyrum, de martelaarsdood stierf. Zijn moeder, Mary Fielding, stierf toen hij nog maar dertien was. Bij zijn aankomst op het eiland Maui werd de jonge Joseph ernstig ziek. Ondanks deze en andere tegenspoed schreef hij aan ouderling George A. Smith: 'Ik ben zover dat ik mijn getuigenis kan geven (. . .) elk moment, waar dan ook, of in welke omstandigheden ik ook geplaatst mag worden. (. . .) Ik ben blij te kunnen zeggen dat ik er klaar voor ben om voor de zaak waarvoor ik werkzaam ben door dik en dun te gaan.' (Life of Joseph F. Smith, samengesteld door Joseph Fielding Smith [1938], blz. 176.)

In deze tijd moeten we ons afvragen: Zijn wij klaar en bereid om door dik en dun te gaan voor de zaak waarvoor we werkzaam zijn? Straalt van ons gezicht de vreugde van het naleven van het evangelie van Christus af zoals dat bij echte discipelen het geval behoort te zijn? Als wij niet begrijpen dat het evangelie van Jezus Christus door de profeet Joseph Smith hersteld is en niet bereid zijn er anderen in te onderwijzen, wie doet het dan wel? We kunnen de taak om het evangelie aan alle mensen te verkondigen niet alleen aan de voltijdzendelingen overlaten. Er zullen geen gezinnen versterkt worden of individuele getuigenissen krachtiger worden, geen bekeerlingen meer gedoopt worden en geen minder-actieve leden terugkomen als we niet individueel en collectief als leden van de kerk, met toewijding en daadkracht opstaan om het koninkrijk van God te helpen opbouwen.

Het is onze taak anderen te helpen zodat ze, door de macht van de Geest, de leringen en beginselen van het evangelie kennen en begrijpen. Iedereen moet gaan voelen dat de leringen van de herstelling waar zijn en van grote waarde. En iedereen die de boodschap aanvaardt, moet ernaar streven het evangelie na te leven door heilige verbonden te sluiten en zich eraan te houden, en door deel te nemen aan alle verordeningen van heil en verhoging. Vaak denken we dat bekering alleen van toepassing is op onderzoekers, maar er is een aantal leden die nog niet helemaal bekeerd zijn en die 'de grote verandering van hart' die in de Schriften beschreven wordt, nog moeten doormaken. (Zie Alma 5:12.)

Broeders en zusters, echte en volledige bekering is de sleutel om het werk van de kerk sneller te laten verlopen.

We weten dat zowel leden als niet-leden zich vollediger tot het evangelie van Jezus Christus bekeren als er de bereidheid is om de woorden te toetsen. (Zie Alma 32:27.) Dat is een instelling van zowel de geest als het hart waarin een verlangen om de waarheid te kennen en de bereidheid om naar dat verlangen te handelen, besloten liggen. Voor onderzoekers van de kerk kan die toetsing zoiets eenvoudigs zijn als erin toestemmen het Boek van Mormon te lezen, erover te bidden en serieus trachten te weten te komen of Joseph Smith de profeet van de Heer was.

Echte bekering ontstaat door de macht van de Geest. Als de Geest het hart raakt, verandert het. Als mensen, zowel lid als onderzoeker, de Geest met zich voelen werken, of wanneer zij in hun leven het bewijs zien van de liefde en barmhartigheid van de Heer, worden zij opgebouwd, geestelijk versterkt, en neemt hun geloof in Hem toe. Die ervaringen met de Geest volgen vanzelf als iemand bereid is het woord te toetsen. Zo gaan we voelen dat het evangelie waar is.

Een heel belangrijk bewijs van onze bekering en hoe wij over het evangelie denken, is onze bereidheid om er anderen deelgenoot van te maken en de zendelingen te helpen zoeken naar iemand om te onderwijzen. Een blijvende bekering wordt veel waarschijnlijker als een niet-lid een vriend of kennis heeft die de vreugde van het lidmaatschap van de kerk uitstraalt. De invloed van leden van de kerk is heel krachtig. Ik ben van mening dat president Hinckley ons daarom heeft gevraagd te zorgen dat iedereen een vriend heeft. (Zie 'Bekeerlingen en jongemannen', De Ster, juli 1997, blz. 47.)

Hier hebben we een belangrijke sleutel tot ons succes in het versnellen van het werk van de Heer. Als actieve leden van de kerk, en vooral als leiders in de priesterschap en de hulporganisaties, moeten we meer meewerken in het proces van bekering, integratie en heractivering. We weten dat getrouwe leden willen dienen, maar soms vergeten we wat ons geloof en onze werken teweeg moeten brengen waardoor de kinderen van onze Vader een krachtiger betrokkenheid bij het evangelie ontwikkelen.

Bisschoppen, u bent de sleutel. U verschaft het inzicht en vraagt uw wijkraad u te helpen om de geestelijke bekering van onderzoekers en al uw leden te versterken. Spoor de leden van de raad aan om voortdurend te overdenken wat zij kunnen doen om samen met u uw wijkleden en hun vrienden die geen lid zijn, meer inzicht te geven in het evangelie. Wat kunnen zij doen om hun te laten voelen dat het waar is en om hen bij te staan in hun streven de beginselen na te leven? Vraag u af wat wij als leiders van de priesterschap en de hulporganisaties precies kunnen doen om een gezin of een persoon aan te sporen het goede woord van God te toetsen. Wat kunnen de wijkraadsleden als leiders en leerkrachten doen om te zorgen dat iedereen die onze kerkdiensten bijwoont de Geest voelt en geestelijk versterkt wordt?

We beginnen net te leren ons in onze wijkraad op de juiste zaken te richten, maar al te vaak richten we ons alleen op algemeenheden. In een ring waar veel dopelingen zijn en met succes bekeerlingen worden behouden, worden de voltijdzendelingen uitgenodigd om de mensen die zij lesgeven te bespreken in de wijkraad. De leden van de raad vragen om inspiratie als zij bepalen welke leiders en wijkleden de zendelingen het beste kunnen helpen bij de begeleiding van bepaalde personen en gezinnen om die in de kerk te brengen.

Sommige bisschoppen onder u denken dat ze betrokken moeten zijn bij elke actie die hun raadsleden ondernemen. Dat is een vergissing, want als u dat doet, zult u nooit volledig gebruik maken van alle krachtige middelen die God u gegeven heeft. Tijdens de algemene zustersconferentie, twee weken geleden, zei zuster Dew dat ze gelooft dat de zusters 'het geheime wapen van de Heer' zijn. Ik vind dat ze gelijk heeft. Onze zusters hebben een geestelijke gevoeligheid die hun zal ingeven hoe ze degenen die les krijgen van de zendelingen het beste kunnen benaderen en koesteren. De beste plaats om volledig gebruik te gaan maken van de talenten en de wijsheid van onze zusters is het gevestigde raadssysteem van de kerk. Het staat u vrij om flexibel te zijn in het gebruik van de wijkraad. Vorig jaar nog zei president Hinckley tegen de bisschoppen van de kerk: 'U wordt niet beperkt door strenge regels. U heeft onbeperkte vrijheid. U heeft recht op antwoord op uw gebeden, op inspiratie en openbaring van de Heer.' ('Zoeken de lammeren, voed de schapen', De Ster, juli 1999, blz. 124.) Misschien is in sommige gevallen slechts eenmaal per maand een wijkraad niet voldoende om u te richten op de geestelijke bekering van zowel leden als niet-leden die aan uw zorg zijn toevertrouwd. Het staat u vrij om zo vaak met de wijkraad te vergaderen als nodig wordt geacht.

Onlangs vertelde een ringpresident me een aardig verhaal waaruit de kracht bleek van het raadssysteem in de opbouw van de kerk. Hij zei dat zowel de ZHV als de priesterschap met een gezin in hun ring gewerkt hadden, maar met de ouders geen vooruitgang hadden gemaakt. Jeugdwerkleidsters vonden de oplossing. De ouders gaven hun jongste dochter toestemming om naar het jeugdwerk te gaan. Hun enige voorwaarde was dat ze er graag genoeg naar toe wilde om alleen te gaan. Ze kon niet naar de kerk gebracht worden. Omdat ze door een druk deel van de stad moest, zorgde de wijkraad dat er iemand naast haar reed als zij op een oude fiets naar de kerk ging. In de zomerhitte, door de regen en zelfs door de sneeuw bleef ze naar de kerk gaan. Een jongeman die met zijn ouderlijk gezin de opdracht had haar op een besneeuwde ochtend te begeleiden, was zo geraakt toen hij zag hoe vastbesloten dat meisje door de sneeuw en de kou fietste, dat hij besloot op zending te gaan. Hij noemde die gebeurtenis het keerpunt in zijn leven. Met Kerstmis gaf een gezin in de wijk dat trouwe meisje een nieuwe fiets met tien versnellingen. Dat raakte de ouders zo, dat ook zij naar de kerk kwamen. In mei 1999 heeft dat meisje zich laten dopen. Die doop was nog meer bijzonder omdat hij verricht werd door de nieuwste priester in de wijk, haar onlangs geheractiveerde vader.

Bisschoppen, als u wilt bereiken wat het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf vragen, moet uw wijkraad dit inzicht krijgen en meer gaan samenwerken in Gods belangrijke werk om de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van al zijn kinderen tot stand te brengen. Stel u voor welke kracht ervan zou uitgaan als elk lid van de kerk een handje zou helpen om te zorgen dat alle leden en onderzoekers zich verheugen in het gezelschap van de Geest. Laten we er allemaal harder aan werken dat de Geest in al onze vergaderingen aanwezig is en een intensere, geestelijke bekering tot gevolg heeft. Daartoe wordt vooral van de wijkraden gevraagd de bisschap te helpen de eerbied in onze avondmaalsdiensten te bevorderen en in al onze kerkbijeenkomsten het onderwijs in het evangelie van Jezus Christus te verbeteren.

Allemaal behoren we steeds te denken aan de Heiland die zijn leven voor ons heeft gegeven. We moeten nooit vergeten dat Hij geleden heeft onder afwijzing, vernedering, onuitsprekelijke zielenstrijd en later ook de dood, om u en mij en de hele wereld te verlossen van de zonde. Kan iemand van ons eens voor Hem staan en zeggen dat we anderen niet over het evangelie verteld en niemand hebben voorgesteld aan de zendelingen, omdat we het te druk hadden of te verlegen waren -- of om welke andere reden dan ook?

Dit is Gods werk. Hij wil dat we in samenwerking met Hem en zijn geliefde Zoon het evangelie brengen in het leven van al zijn kinderen. De Heer heeft ons beloofd dat onze vreugde groot zal zijn als we ook maar één ziel tot Hem brengen. (Zie LV 18:15­16.) Laten we een groter geloof oefenen en samenwerken, leden en zendelingen, om veel meer zielen tot Hem te brengen. Laat elk gezin in de kerk in hun gezinsgebed een smeekbede tot de Heer opnemen om de weg voor uw gezinsleden voor te bereiden en te zorgen dat ze iemand vinden die klaar is om de boodschap van het herstelde evangelie van Jezus Christus te ontvangen.

Dit is voor de leden van de kerk de tijd om doortastender anderen de hand toe te steken en te zorgen dat ze weten dat de kerk waar is. Dit is de tijd om door onze daden kracht bij te zetten aan wat president Gordon B. Hinckley van ons vraagt.

Lucifer laat vulgaire, walgelijke, gewelddadige en gore vuiligheid op ons los met de bedoeling de geestelijke gevoeligheid van de kinderen van onze Vader te vernietigen. Wij zijn werkelijk in oorlog met wie spotten met God en de waarheid mijden, dus laten we ons aan onze verbonden houden en aandacht besteden aan onze roeping om dienstbaar te zijn. Laten we alle middelen van de Heer bundelen, inclusief de kracht van ons eigen getuigenis. Laat die aan veel meer mensen horen. Laat de geest van president Joseph F. Smith in ons hart zijn. Laten we zeggen: 'Ik ben zover dat ik mijn getuigenis kan geven (. . .) elk moment, waar dan ook, of in welke omstandigheden ik ook geplaatst mag worden.' We zullen dat kunnen door vaak het verhaal van president Joseph F. Smith te lezen en dan anderen te vertellen dat we zeker weten dat de volheid van het eeuwig evangelie van Jezus Christus op aarde hersteld is. We moeten voorwaarts gaan met de belofte dat de Geest ons zal zegenen zodat we weten wat we moeten doen en zeggen als we bijstaan wie naar de waarheid zoeken. Laten we voortgaan met meer geloof en nooit vergeten dat de Heer ons zal helpen als we ons in machtig gebed tot Hem richten. Onze hemelse Vader leeft en houdt van elk van zijn kinderen. De Heer Jezus Christus leeft. Het belangrijkste werk dat we kunnen doen is zorgen dat Gods kinderen het herstelde evangelie van Jezus Christus volkomen gaan begrijpen. Ik weet dat dit waar is. Dat getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy