The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
oktober 2000
Sta pal en wees eensgezind

Sta pal en wees eensgezind

Sheri L. Dew
Tweede raadgeefster in het algemeen presidium zustershulpvereniging

'Geen vrouw is een krachtiger middel in de handen van de Heer dan een vrouw van God die blij is dat ze is wie ze is.'

Sheri L. Dew

Op mijn twaalfde was ik een vreselijk lang en sociaal onbeholpen wezen. Dat ik zo'n stuk boven mijn vriendinnen uitstak, was de kwelling van mijn jongemeisjesjaren. Ik wilde niet opvallen -- tenminste niet op die manier -- dus compenseerde ik dat door een gebogen lichaamshouding. Daarom zei mijn moeder steeds tegen me: 'Ga rechtop staan'. Toen wilde ik niet rechtop staan, maar nu wel. Want ons allemaal is gevraagd: 'Sta op' (2 Nephi 8:17) en om als getuige te staan (zie Mosiah 18:9) opdat we 'ten laatsten dage onberispelijk voor God' mogen staan (LV 4:2). Ik vind in de Schriften geen gebod om in Zion gebogen te lopen. In plaats daarvan wordt ons bij herhaling gezegd dat we op moeten staan, ons op moeten richten en gaan staan. (Zie 3 Nephi 20:2.)

Als tiener besefte ik niet dat ik nooit zou worden zoals anderen. En dat zal ook niet met u gebeuren. Want als vrouwen van God moeten we pal staan zodat we ons onderscheiden van de rest van de wereld. Alleen op die manier mogen we hopen vreugde te vinden. Want vreugde vinden en pal staan, als gezantes van de Heer, staan rechtstreeks met elkaar in verband.

Mijn familie is daar onlangs op zeer aangrijpende wijze aan herinnerd. Ik heb zeventien neefjes en nichtjes aan wie ik veel vreugde beleef. We hebben samen gewandeld, gefietst, gevast en gebeden. En kort geleden hebben we samen gehuild. Een paar weken geleden hebben we een verpletterend verlies geleden toen door een ongeluk twee van de kinderen van mijn zus om het leven kwamen -- Amanda van elf en Tanner van vijftien. Omdat we in liefde samenleefden, hebben we het verlies diep beweend. (Zie LV 42:45.)

Onze vrienden in onze geboorteplaats, van wie de meesten geen lid zijn, hebben samen met ons gehuild, en we wisten dat hun hart nooit ontvankelijker zou zijn voor de waarheid dan in dat kleine kerkgebouw in Kansas op de dag van de begrafenis. Daarom stond de begrafenisdienst geheel in het teken van ons getuigenis van Christus en het herstelde evangelie. Nadien vertelden velen ons hoe ontroerd ze waren door wat ze hoorden; sommigen wilden er zelfs meer over weten. We weten uiteraard niet of er iemand is die door de dood van onze kinderen lid van de kerk zal worden. Maar dit weten we wel -- dat uitkomen voor wat we geloven en over het evangelie vertellen aan vrienden die voor die tijd niet in het minst wilden luisteren, onze pijn als familie verzacht heeft en ons vreugde brengt.

In deze wereld komt de enige echte vreugde door het evangelie -- vreugde die afstraalt van de verzoening, van verordeningen die voorbij de sluier reiken en van de Trooster die onze ziel rust geeft. Kort geleden kreeg mijn nichtje van elf, Aubrey, van wie de vader vijf jaar geleden is overleden, de vraag van een vriendinnetje dat geen lid was, de vraag waarom ze niet verdrietig was om de dood van haar vader en nu die van haar nichtje en neefje. Aubrey gaf een prachtig antwoord: 'Niet verdrietig? Geloof me, we hebben wel verdriet, maar we weten dat we weer bij elkaar komen, daarom zitten we er niet zo erg over in.' Als familie hebben we zeker veel gehuild, maar we zitten er niet zo over in als het geval zou zijn als we het allesovertreffende bereik en de genezende macht van Jezus Christus niet hadden gevoeld. Het evangelie is 'een kroon (. . .) in plaats van as' (Groot Nieuws Bijbel, Jesaja 61:3). Het is de 'vreugdeolie' (Hebreeën 1:9), het is zulk goed nieuws!

Hoewel onze kinderen hier niet meer zijn, hebben we de heerlijke zekerheid dat we hen niet kwijt zijn. Maar hoe zit het met de kinderen van onze Vader, onze broeders en zusters die afgedwaald zijn en niet alleen uitzicht hebben op de lichamelijke, maar ook op de geestelijke dood? Het evangelie van Jezus Christus heeft alles met mensen te maken. Het gaat over het achterlaten van de negenennegentig en in de wildernis op zoek gaan naar degenen die afgedwaald zijn. Het gaat over elkaars lasten dragen, met de zwaarste last die iemand kan dragen die zonder licht door dit leven gaat. Vandaar het verzoek van de Heer in de laatste dagen:

'Het veld is alreeds wit om te oogsten; en het is de elfde ure, en de laatste maal dat Ik arbeiders in mijn wijngaard zal roepen. (. . .)

'Slaat daarom uw sikkel in, en oogst met al uw macht' (LV 33:3, 7).

Profeten in vroeger tijden zagen een dag 'dat de kennis van een Zaligmaker onder alle natiën, geslachten, talen en volken [zou] worden verspreid' (Mosiah 3:20). Die dag is aangebroken. En het is onze beurt om onze sikkel in te slaan en te helpen oogsten. Dat wij nu hier zijn, is geen toeval. Eonen lang heeft onze Vader ons geobserveerd en wist Hij dat Hij ons kon vertrouwen nu er zoveel op het spel staat. Wij zijn juist voor deze tijd achter de hand gehouden. We moeten niet alleen begrijpen wie we zijn, maar wie we altijd zijn geweest. Want wij zijn godlievende vrouwen, en het is altijd het werk van godlievende vrouwen geweest het koninkrijk van God te helpen opbouwen.

Toen we in het voorsterfelijk bestaan het plan van onze Vader aannamen, gingen we er, volgens ouderling John A. Widtsoe, 'toen mee akkoord om niet alleen voor onszelf een heiland te zijn, maar (. . .) voor de hele mensheid. (. . .) De uitwerking van het plan werd toen niet slechts het werk van de Vader en de Heiland, maar ook van ons.' (Utah Genealogical and Historical Magazine, oktober 1943, blz. 189.) En toen we ons hier lieten dopen, hebben we onze verbintenis -- en ons verbond met de Heer -- bevestigd. Dan verbaast het ons niet dat president Gordon B. Hinckley heeft gezegd: 'Als de wereld gered moet worden, moeten wij dat doen. (. . .) Geen ander volk in de geschiedenis van de wereld heeft (. . .) een belangrijkere opdracht ontvangen (. . .) en we kunnen maar beter aan de slag gaan.' ('The Church is Really Doing Well', Church News, 3 juli 1999, blz. 3.)

Zusters, we hebben werk te doen. De profeet Joseph heeft de ZHV opgedragen zielen te redden (zie History of the Church, deel 5, blz. 25), omdat het in onze aard ligt om degenen die afgedwaald zijn te verzorgen en te zoeken. En toch klaagde president Spencer W. Kimball dat er een kracht in de ZHV schuilde die nog niet ten volle gebruikt was voor (. . .) de opbouw van Gods koninkrijk.' ('Relief Society -- Its Promise and Potential', Ensign, maart 1976, blz. 4.) Ja, we hebben in het verleden veel goeds tot stand gebracht, maar de grote taak van de ZHV, het voortstuwen van dit grote werk in de laatste dagen, ligt nog voor ons. Zusters, de tijd is aangebroken om volledig gebruik te maken van de kracht van het rechtschapen geluk die bestaat onder de vrouwen van God. De tijd is aangebroken om ijverig werkzaam te zijn voor het redden van zielen. De tijd is aangebroken dat de zusters van de ZHV met de profeet pal staan om het koninkrijk te helpen opbouwen. Het is hoog tijd dat we pal staan en één zijn.

Pal staan begint met onze eigen bekering, want als wij de 'overheerlijke vreugde' (Alma 36:24) van het evangelie proeven, willen we die delen. De ovenschotels en de quilts die we gemaakt hebben om lijden te verlichten, zijn prachtige daden van naastenliefde, maar geen enkele vorm van dienstbetoon -- ik herhaal: geen enkele vorm van dienstbetoon -- is te vergelijken met iemand tot Christus leiden. Wilt u gelukkig zijn? Ik bedoel echt gelukkig? Koester dan iemand op het pad dat leidt naar de tempel en naar Christus.

De doeltreffendste manier om het evangelie te verkondigen, is ernaar leven. Als we leven zoals discipelen van Christus behoren te leven, als we niet alleen maar goed zijn, maar ook gelukkig als we goed zijn, zullen anderen naar ons toegetrokken worden omdat we 'op een gelukkige manier anders zijn' ('The Role of Righteous Women', Ensign, november 1979, blz. 102), zoals president Kimball profeteerde. Gelukkig om de manier waarop we gekozen hebben te leven; gelukkig omdat we ons niet steeds aanpassen aan het beeld van de wereld; gelukkig omdat we 'de gave en de macht van de Heilige Geest hebben' (1 Nephi 13:37); gelukkig dat we pal staan zodat we ons onderscheiden.

Elke keer als we ons eigen getuigenis versterken of dat van anderen helpen versterken, wordt het koninkrijk van God versterkt. Elke keer als we een pasgedoopte zuster bijstaan of vriendschap sluiten met iemand die is afgedwaald, zonder haar te veroordelen, of een gezin dat geen lid is uitnodigen voor een gezinsavond, of een boek-van-mormon aan een collega geven, of een gezin naar de tempel leiden, of pal staan voor fatsoen en het moederschap, of zendelingen thuis uitnodigen, of ertoe bijdragen dat iemand de macht van het woord ontdekt, bouwen we aan het koninkrijk van God. Stel u eens voor hoeveel beter mijn zus zich voelde toen ze dit stukje in het dagboek van Tanner las dat hij vlak voor zijn dood geschreven had: 'Bedankt, mama en papa dat jullie me over Christus verteld hebben.' Waardoor wordt het koninkrijk meer opgebouwd dan een kind opvoeden in de leer van de Heer?

Met uitzondering van de voltijdzendelingen hoeven de leden geen naamplaatje te dragen of bij mensen aan te bellen om het koninkrijk te helpen opbouwen. Want hoewel sommigen ons eerder afschilderen als slecht gekleed en onderdanig dan als de dynamische, stralende vrouwen die we zijn, heeft geen enkele vrouw meer overredingskracht of meer invloed ten goede, is geen vrouw een krachtiger middel in de handen van de Heer dan een vrouw van God die blij is dat ze is wie ze is. Ik zie ons graag als het geheime wapen van de Heer. Als wij een naamplaatje zouden dragen, zou ik willen dat er op het mijne stond: Sheri Dew, godlievende vrouw, bezig met de opbouw van Gods koninkrijk.

Denk u eens in wat er in deze kerk zou gebeuren als er elke ochtend 4,5 miljoen van ons op hun knieën gingen en onze Vader vroegen wie we die dag moesten benaderen. En denk u dan eens in als we dat deden! Denk u eens in dat we als groep onze energie en aandacht richtten op het allerbelangrijkste dienstbetoon: onze zusters en broeders tot Christus brengen. Stel u voor wat er gebeurt als we de zusters van de ZHV mobiliseren om als eenheid het koninkrijk te helpen opbouwen. We zien dan hoe een slapende, gebogen reus wakker wordt en zich opricht.

Vanavond vraag ik u om pal te staan, om uw sikkel in te slaan en vol energie aan dit werk deel te nemen. Ik nodig u uit om uw leven opnieuw toe te wijden aan de opbouw van het koninkrijk. Om uw hand uit te steken naar iemand die is afgedwaald. Om een nieuw lid onder uw vleugels te nemen. Om te overwegen met uw echtgenoot op zending te gaan. Om te zoeken naar en te bidden om zendingsmomenten. Om iemand geestelijk te beïnvloeden, vooral de eigen gezinsleden. Niemand van ons hoeft iedereen te bereiken. Maar stel u eens voor dat we allemaal iemand bereiken. En dan iemand anders. Enzovoort. President Hinckley heeft ons gevraagd 'uit te groeien tot een enorm leger met enthousiasme voor dit werk.' ('Zoek de lammeren, hoed de schapen', Liahona, juli 1999, blz. 118.) Als we dat doen, zullen we een van de machtigste positieve strijdkrachten worden die deze wereld ooit gekend heeft. Want wij, de zusters van de ZHV, zijn godlievende vrouwen. En het werk van godlievende vrouwen en het werk van de zustershulpvereniging heeft altijd geholpen bij de opbouw van Gods koninkrijk. Ik denk dat wij meer kunnen doen om onze priesterschapsleiders te helpen dan we ooit gedaan hebben.

In het priesterschapsquorum van mijn neef heeft Tanner, maar een paar uur voordat hij stierf, gezegd: 'Als ik binnenkort stierf, zou ik willen dat mijn begrafenis leek op een afscheidsdienst van een zendeling.' Vanavond bid ik dat we allemaal even duidelijk kunnen zijn over onze zending als godlievende vrouwen. Dit is niet zomaar een aardige kerk waar we echt aardige dingen leren om een echt aardig leven te kunnen leiden. Dit is De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, begiftigd met zijn macht en met de opdracht om zijn waarheid tot aan de einden der aarde te brengen. Ik houd van onze Vader. En ik houd van zijn Zoon. En ik ben voor mezelf te weten gekomen dat dit hun werk en hun heerlijkheid is, en dat wij van alle vrouwen het meest gezegend zijn omdat we er een belangrijke aandeel in hebben. Mogen wij onze stem verheffen 'als met het geluid van een bazuin' (LV 42:6). Mogen wij vreugde vinden door pal te staan en één te zijn. En mogen wij 'blijmoedig alles doen wat in ons vermogen ligt', en 'de openbaarmaking van zijn arm [zien]' (LV 123:17), terwijl zijn werk stoutmoedig en groots voortgang vindt totdat 'zij (. . .) elk land heeft overspoeld en in elk oor heeft geklonken, totdat Gods oogmerken zijn bereikt en de grote Jehova zegt dat het werk is volbracht.' (History of the Church, deel 4, blz. 540.) In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy