The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
oktober 2000
Getuigenis

Getuigenis

Ouderling Loren C. Dunn
Emeritus lid van de Zeventig

Ik weet dat God onze Vader in dit werk is, in grote bijeenkomsten zoals deze, en in de kleinste gemeente.

Ouderling Loren C. Dunn

Zes dagen geleden wijdde president Gordon B. Hinckley, vergezeld van president Boyd K. Packer en ouderling Neil L. Andersen en hun echtgenotes, de Boston-tempel (Massachusetts) in. De inwijding vond plaats nadat er open dagen waren gehouden waarbij 83 duizend bezoekers de tempel hadden bezichtigd. Meer dan 16 duizend mensen woonden de vier inwijdingsdiensten bij, ofwel in de tempel of in de nabijgelegen ringcentra.

Hoewel alle tempels belangrijk zijn en ons dezelfde verordeningen verschaffen die nodig zijn om het eeuwige leven te verkrijgen, was deze inwijding in veel opzichten een historische gebeurtenis. Dit is de eerste keer dat er een tempel is gebouwd in een stad die wij erkennen als de geboorteplaats van de vrijheid in wat men toen de Nieuwe Wereld noemde, en die, zo weten wij, tevens de woonplaats was van veel van de eerste leiders en leden van onze kerk. De inwijding symboliseerde als het ware het samengaan van het geweldige Amerikaanse erfgoed met de heilige wortels van het evangelie van Jezus Christus.

Sommige aanwezigen hadden oude banden met Boston en omstreken. Maar de meesten waren er omdat ze daar wonen en zich verheugden in de inwijding van een tempel in hun midden. Alle aanwezigen waren getrouw leden van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 'medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods', zoals president Hinckley bij het leggen van de hoeksteen zei, 'gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus zelf de hoeksteen is.' (Efeziërs 2:19­20.)

Er kwamen veel bewoners uit die omgeving met hun kinderen en kleinkinderen. Drie generaties met een tempelaanbeveling.

In het inwijdingsgebed van de Kirtland-tempel vroeg de profeet Joseph Smith de Heer om een bevrijding van het juk van vervolging in die dagen (zie LV 109:31­33, 47). En hoewel er nog steeds moeilijkheden te overwinnen zijn, zien we dat het juk van onbegrip en vooroordeel in dit tijdperk van tempelbouw en open dagen wordt verbroken.

In de verzegelkamers in de tempel hangen tegenover elkaar spiegels aan de muren. Iemand die in de spiegels kijkt ziet, als het ware, zijn weerspiegeling van generatie tot generatie, waaraan geen eind komt, en waarmee onze eeuwige aard tot uitdrukking komt.

Ik moet denken aan de woorden van de profeet Joseph: 'En nu, na de vele getuigenissen, die van Hem zijn gegeven, is dit het getuigenis, het allerlaatste, dat wij van Hem geven: Dat Hij leeft!' (LV 76:22.)

Velen hebben in mijn tijd al hun getuigenis van dit werk gegeven en velen zullen dat nog doen, en vandaag wil ik mijn getuigenis geven. Ik weet dat er een God in de hemelen woont, en ik weet dat Hij bestaat. Ik weet dat God leeft. Ik weet dat Hij leeft. Ik weet dat Hij leeft, en ik weet dat Hij onze Vader is. Ik weet dat God onze Vader in dit werk is, in grote bijeenkomsten zoals deze, en in de kleinste gemeente. Ik weet dat Jezus Christus onze Heiland en onze Verlosser is en dat Hij ons met zijn bloed gekocht heeft en door zijn lijden in Getsemane. Ik weet dat de apostelen en profeten het fundament van dit werk zijn, beginnend met de profeet Joseph tot aan president Gordon B. Hinckley tegenwoordig. Dit, broeders en zusters, is het evangelie van Jezus Christus. Dit werk is waar. Moge de Heer ons zegenen dat we ernaar zullen leven. In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy