The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
april 2001
Het permanente studiefonds

Het permanente studiefonds

President Gordon B. Hinckley

'Waar onze mensen met wijdverbreide armoede te maken hebben, moeten we al het mogelijke doen om ze de kans te geven om overeind te krabbelen, om hun leven op een fundament van zelfredzaamheid als gevolg van training te bouwen. Onderwijs is de sleutel tot mogelijkheden.'

President Gordon B. Hinckley

Broeders, voordat ik met mijn toespraak begin, wil ik dit Melchizedekse-priesterschapskoor, dat bestaat uit broeders uit alle rangen en standen, van harte feliciteren. Zij zingen gezamenlijk uit de overtuiging van hun hart de lofzangen van Zion. Broeders, heel hartelijk bedankt.

Ik streef naar inspiratie van de Heer nu ik kort tot u spreek over een onderwerp dat ik heel belangrijk vind.

Ik neem u eerst ruim 150 jaar terug in de geschiedenis. In 1849 werden onze voorouders met een ernstig probleem geconfronteerd. Ons volk was toen twee jaar in de Salt Lake Valley. Zendelingen in Groot-Brittannië en op het vasteland van Europa maakten veel bekeerlingen. Ze kwamen met honderden tegelijk in de kerk. Wanneer ze zich hadden laten dopen, wilden ze naar Zion. Men had hun kracht en vaardigheden hier nodig en hun verlangen om te komen was groot. Maar velen van hen waren schrikbarend arm en hadden geen geld om hun overtocht te betalen. Hoe moesten we ze hier krijgen?

Onder inspiratie van de Heer werd er een plan ontworpen. Het zogeheten permanente emigratiefonds. Volgens dit plan, gefinancierd door de kerk, ondanks haar armoede in die tijd, konden leden die weinig tot niets hadden, geld lenen. Die leningen werden verstrekt onder het voorbehoud dat de bekeerlingen hier na hun aankomst werk zouden zoeken en als dat lukte, de lening afbetaalden. Het geld dat werd terugbetaald, werd vervolgens weer aan anderen geleend zodat zij konden emigreren. Het was een onuitputtelijke hulpbron, een echt permanent emigratiefonds.

Met behulp van dat fonds konden naar schatting 30 duizend bekeerlingen van de kerk naar Zion komen. Ze werden een grote steun voor het werk hier. Sommigen kwamen met vaardigheden waarom men zat te springen, zoals speciaal metselwerk, en anderen ontwikkelden vaardigheden. Ze hebben zich ongelooflijk nuttig gemaakt bij de constructie van gebouwen en ander werk dat deskundigheid vereiste. Ze kwamen met huifkarren en handkarren. Met uitzondering van het vreselijke drama met de handkarren in 1856, waarbij ongeveer 200 mensen op de vlakten van Wyoming aan kou en ziekte overleden, reisden ze veilig en gingen een belangrijk deel uitmaken van de kerkelijke familie in deze vallei.

James Moyle bijvoorbeeld was steenhouwer in Plymouth (Engeland), toen hij zich op zeventienjarige leeftijd liet dopen. Over die gebeurtenis schreef hij: 'Ik sloot een verbond met de Heer dat ik Hem zou dienen, wat de mensen ook van mij zeiden. Het was het keerpunt in mijn leven, want daardoor kwam ik niet meer in slecht gezelschap.' (Gordon B. Hinckley, James Henry Moyle, [1951], blz. 18.)

Ondanks zijn vaardigheden als steenhouwer had hij weinig geld. Hij leende van het permanente emigratiefonds en verliet Engeland in 1854. Hij voer naar Amerika, trok over de vlakten en had bijna onmiddellijk een baan als steenhouwer aan het Lion House voor drie dollar per dag. Hij spaarde zijn geld op en zodra hij 70 dollar had, het bedrag dat hij schuldig was, betaalde hij het terug aan het emigratiefonds. Hij zei: 'Ik voelde me nu een vrij man.' (Ibid. blz. 24.)

Toen het permanente emigratiefonds overbodig werd, werd het opgeheven. Ik denk dat velen van u die nu luisteren, afstammelingen zijn van hen die baat bij dit fonds hebben gehad. U geniet nu welvaart en zekerheid dankzij hetgeen voor uw voorouders is gedaan.

Broeders, op het ogenblik hebben we met een ander probleem te maken. We hebben veel jonge zendelingen, zowel mannen als vrouwen, die in hun eigen land op zending gaan en de Heer daar eervol dienen; in Mexico, Centraal Amerika, Zuid-Amerika, de Filippijnen en andere landen. Ze hebben heel weinig geld maar doen hun best binnen hun mogelijkheden. Zij worden grotendeels onderhouden door het algemeen zendingsfonds. Velen van u dragen daarin bij en we zijn u daar heel dankbaar voor.

Zij werken zij aan zij met zendelingen uit de Verenigde Staten en Canada en worden doorgaans uitstekende zendelingen. Door hun zending krijgen zij meer begrip van hoe de kerk functioneert. Ze ontwikkelen een groter begrip van het evangelie. Ze leren wat Engels. Ze werken met geloof en toewijding. Dan breekt de dag aan dat ze naar huis gaan. Ze hebben hoop voor de toekomst. Maar velen van hen hebben moeite om een baan te vinden doordat ze geen vak hebben geleerd. Ze zakken weer terug in de diepe armoede waaruit ze kwamen.

Vanwege hun beperkte mogelijkheden is de kans klein dat zij leiders in de kerk zullen worden. Integendeel, ze zullen eerder materiële ondersteuning nodig hebben. Ze trouwen en vestigen een gezin dat in dezelfde cyclus terechtkomt waarin zij zich bevonden. Ze hebben werkelijk een sombere toekomst. Ook zijn er anderen die niet op zending zijn geweest, maar zich in dezelfde behoeftige omstandigheden bevinden zonder de nodige beroepsvaardigheden.

Als remedie voor deze situatie stellen we een plan voor. Wij geloven dat dit plan door de Heer geïnspireerd is. De kerk gaat een fonds oprichten uit bijdragen van getrouwe heiligen der laatste dagen die voor dat doel hebben gegeven en willen geven. We zijn hun uiterst dankbaar. Het wordt gebaseerd op dezelfde beginselen als die van het permanente emigratiefonds en het wordt het permanente studiefonds genoemd.

Uit de inkomsten van dit fonds zullen leningen worden gegeven aan ambitieuze jonge mensen, grotendeels teruggekeerde zendelingen, om een opleiding te volgen. Als ze dan klaar zijn voor een baan, verwachten we dat ze het geleende geld terugbetalen met een kleine rente die bedoeld is als stimulans om snel terug te betalen.

We gaan ervan uit dat ze in hun eigen gebied een opleiding zullen volgen. Ze kunnen thuis wonen. Het instituut functioneert uitstekend in die landen zodat ze goed contact met de kerk kunnen houden. De instituutsdirecteuren zijn op de hoogte van de onderwijsmogelijkheden in hun stad. Aanvankelijk zullen de meeste van die studenten technische scholen bezoeken om een diploma te halen in vakken als computerkunde, koeltechniek en andere gewilde vaardigheden. Later kunnen de mogelijkheden misschien worden uitgebreid naar hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs.

Wij verwachten van deze jongelui dat ze aan het instituut zullen deelnemen en de instituutsdirecteur zal hun studieresultaten in de gaten houden. Wie gebruik willen maken van dit programma, moeten het aanvragen bij de instituutsdirecteur. Hij zal navraag naar hen doen bij hun plaatselijke bisschop en ringpresident om te bepalen of zij de kerkelijke gedragsnormen naleven en hulp nodig hebben. Vervolgens zal hun naam met het verzoek om een gespecificeerd bedrag naar Salt Lake City worden gestuurd. Van daaruit wordt het geld betaald, niet aan het individu maar aan de school waar hij of zij een opleiding gaat volgen.

Hier in Salt Lake City zal een gedegen toeziend orgaan zetelen en aan het hoofd zal een emeritus algemeen autoriteit staan; een man met zakelijk en technisch inzicht die deze taak als vrijwilliger heeft aanvaard.

Er is geen nieuwe organisatie voor nodig, geen extra personeel, behalve een vrijwilliger als hoofd en een secretaris. Administratieve kosten zijn miniem.

We zullen dit najaar bescheiden beginnen, maar we voorzien dat hier in de toekomst een aanzienlijk aantal studenten baat bij zal hebben.

Met vakbekwaamheid kunnen deze jonge mensen boven de armoede uitrijzen die zij en generaties voor hen gekend hebben. Dan kunnen ze beter voor hun gezin zorgen. Dan kunnen ze in de kerk werkzaam zijn en in taken als leider groeien. Ze zullen hun lening terugbetalen om anderen in staat te stellen dezelfde zegeningen te genieten als zij. Zo wordt het een fonds dat gebaseerd is op een omslagstelsel. Als getrouwe leden van de kerk zullen ze dan hun tiende en gaven betalen, en de kerk zal veel sterker worden door hun aanwezigheid in de gebieden waar zij wonen.

Er is een oud gezegde: als je iemand een vis geeft, heeft hij die dag te eten, maar als je iemand leert vissen, heeft hij de rest van zijn leven te eten.

Het is een stoutmoedig plan maar wij geloven dat er behoefte aan is en dat het succesrijk zal zijn. Het zal als een officieel programma van de kerk worden uitgevoerd, met alle consequenties van dien. Het zal iedereen die er mee te maken krijgt tot zegen zijn -- de jonge mensen en toekomstige gezinnen. En het zal de kerk tot zegen zijn omdat we sterke plaatselijke leiders zullen hebben.

We kunnen het ons permitteren. Er is nu al genoeg geld gedoneerd om een begin te maken met deze operatie. Het zal goed functioneren omdat we via de priesterschapslijn en op plaatselijk niveau werken. Het gaat om praktische vaardigheden en vakkennis. Niemand hoeft zich te schamen om aan dit programma deel te nemen, maar men mag er zelfs trots op zijn. Het is geen kwestie van liefdadigheid, hoe prijzenswaardig dat ook mag zijn, maar eerder een gelegenheid tot onderwijs. De begunstigden zullen het geld terugbetalen en als ze dat gedaan hebben, zullen ze een heerlijk gevoel van vrijheid genieten doordat ze de kwaliteit van hun leven hebben verbeterd, niet door een beurs of geschenk, maar door te lenen en daarna terug te betalen. Ze kunnen met opgeheven hoofd lopen in een geest van onafhankelijkheid. De kans dat ze voor de rest van hun leven getrouw en actief blijven, is heel groot.

In enkele gebieden biedt de kerk onder de welzijnsdiensten al hulp bij arbeidsbemiddeling. Die hulp bestaat voornamelijk uit arbeidsbureaus. Studiekwesties vallen onder het permanente studiefonds. Arbeidsbureaus vallen onder de welzijnsdiensten. Die arbeidsbureaus helpen mannen en vrouwen die werk zoeken en al vakbekwaam zijn, maar aanknopingspunten zoeken. Het ene is een studiefonds met een omslagstelsel, om het leren van een vak mogelijk te maken. Het andere is het zoeken van beter werk voor mensen die al geschikt zijn voor de arbeidsmarkt.

President Clark heeft in deze algemene priesterschapsbijeenkomsten altijd gezegd dat de priesterschap alles kan bereiken als we eensgezind samenwerken in de uitvoer van een programma dat bestemd is om de mensen tot zegen te zijn. (Zie J. Reuben Clark jr., Conference Report, april 1950, blz. 180.)

Moge de Heer ons visie en begrip schenken zodat wij onze leden niet alleen op geestelijk maar ook op stoffelijk gebied kunnen helpen. Wij hebben een heel ernstige verplichting. President Joseph F. Smith heeft bijna honderd jaar geleden gezegd dat een godsdienst die de mens in dit leven niet verder helpt, waarschijnlijk ook niet veel voor zijn leven hierna zal betekenen. (Zie 'The Truth about Mormonism', Out West magazine, september 1905, blz. 242.)

Waar onze mensen met wijdverbreide armoede te maken hebben, moeten we al het mogelijke doen om ze de kans te geven om overeind te krabbelen, om hun leven op een fundament van zelfredzaamheid als gevolg van training te bouwen. Onderwijs is de sleutel tot mogelijkheden. Dat onderwijs moet plaatsvinden in het gebied waar ze wonen. Dan leren ze wat ze in dat gebied nodig hebben. En het kost daar veel minder dan als we hen naar de Verenigde Staten, Canada of Europa zouden laten gaan.

Dit is geen vermetele droom. We hebben de middelen doordat goede en milddadige vrienden geschonken hebben. We hebben de organisatie. We hebben de mankracht en toegewijde dienaren van de Heer om het succes te bewerkstelligen. Het wordt volledig een vrijwilligerswerk dat de kerk praktisch niets zal kosten. Wij bidden nederig en dankbaar dat God deze onderneming zal zegenen en dat er voor duizenden rijke en wonderbaarlijke zegeningen uit zullen voortvloeien, net zoals voor hen die van haar voorganger, het permanente emigratiefonds, gebruik maakten.

Zoals ik al zei hebben verschillende mensen al grote bedragen geschonken, zodat er al een basissom is, waarmee in de eerste behoeften kan worden voorzien. Maar we hebben aanzienlijk meer nodig. Wij nodigen eenieder die wil bijdragen, daartoe uit.

We voorzien dat leningen af en toe niet terugbetaald zullen worden. Maar we hebben het volste vertrouwen dat de meesten zullen doen wat er van hen verwacht wordt, en dat hele generaties daar de vruchten van zullen plukken. We kunnen er gerust van uitgaan dat ook toekomstige generaties in nood zullen verkeren, want Jezus heeft gezegd: 'De armen hebt gij altijd bij u' (Johannes 12:8). Daarom moet het een fonds met een omslagstelsel zijn.

Dit is onze heilige plicht; dit is absoluut onze taak, broeders: 'Ondersteun de zwakken, hef de handen op, die slap hangen, en sterk de zwakke knieën' (LV 81:5). We moeten zorgen dat ze zich zelf kunnen redden en succes hebben.

Ik ben van mening dat de Heer het niet fijn vindt als zijn volk is veroordeeld tot een leven in armoede. Ik geloof dat Hij wil dat de getrouwen het goede van de aarde genieten. Hij wil dat wij dit doen om hen te helpen. En Hij zal ons ervoor zegenen. Ik bid voor het succes van deze onderneming en vraag om uw belangstelling, uw geloof, uw gebeden en uw aandacht hiervoor. Dat doe ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy