President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium
'Het volle profijt van de vergeving van zonden door de verzoening van de Heiland begint met bekering en doop, en neemt toe als we de Heilige Geest ontvangen.'
Broeders, zusters en vrienden, de taak om u allen toe te spreken, rust zwaar op me. Ik bid om uw begrip.
Mijn doop in deze kerk was een van de hoogtepunten in mijn leven. Ik was acht jaar. Mijn ouders vertelden mij en mijn broers wat die belangrijke verordening betekende. Mijn moeder vertelde dat ik na mijn doop verantwoordelijk was voor de verkeerde dingen die ik deed. Ik heb een levendige herinnering aan de dag van mijn doop. Ik werd gedoopt in de doopvont van de Tabernakel op Temple Square. Wie zich lieten dopen, kregen een wit pak aan en werden zachtjes het trapje naar het water afgeholpen. Een van de kinderen die op die dag gedoopt werden, was niet helemaal ondergedompeld en daarom werd de verordening opnieuw verricht. Dat was nodig omdat, zoals in de Schriften staat, de doop het symbool is van de dood, de begrafenis en de opstanding, en alleen verricht kan worden door onderdompeling.1 Het gebeurt ook volgens het voorbeeld van de Heiland die zich liet dopen in de Jordaan, waar veel water was. In Matteüs staat: 'Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water.'2
Hoewel ik pas acht was, drongen de woorden van het doopgebed diep tot mijn ziel door. Nadat broeder Irvin G. Derrick, die mij doopte, mijn naam had uitgesproken, zei hij: 'Van Jezus Christus wege gemachtigd zijnde, doop ik u in de naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.'3
Sinds mijn doop hebben zich meer dan elf miljoen mensen op dezelfde manier en door hetzelfde gezag laten dopen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Ze zij gedoopt in bevroren meren, in de oceaan of in meertjes waarvan er sommige voor dat doel gegraven zijn. Eén zo'n meertje is van goot historisch belang. In 1840 was Wilford Woodruff, destijds een van de twaalf apostelen, op zending in Engeland en kreeg hij de ingeving om naar een landelijk gebied in de buurt van Ledbury te gaan. Daar ontmoette hij John Benbow die een grote boerderij had met een kleine vijver. John introduceerde hem bij een gemeente van de Verenigde Broederschap die graag iets over de evangelieboodschap wilden horen. Hij had geen andere middelen ter beschikking en schreef op 7 maart 1840 in zijn dagboek: 'Het grootste deel van de dag ben ik bezig geweest met het schoon maken van een vijver voor de doop, omdat ik wist dat velen die verordening wilden ontvangen. Nadien heb ik in die vijver zeshonderd mensen gedoopt.'4
De Heiland heeft ons geleerd dat alle mensen wedergeboren moeten worden. Nikodemus, een van de oversten der Joden, kwam 's nachts heimelijk bij de Heiland en zei: 'Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is.
'Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.'5
Nikodemus was in verwarring en vroeg: 'Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden?'
Jezus legde uit dat Hij sprak over geestelijk geboren worden. Hij zei:
'Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.
'Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.'6
Allemaal moeten we geestelijk geboren worden, of we nu acht, tachtig of zelfs negentig zijn. Toen zuster Luise Wulff in de DDR zich in 1989 had laten dopen, riep ze uit: 'Daar stond ik dan -- 94 en opnieuw geboren!'7 Onze eerste geboorte vindt plaats als we op aarde geboren worden. Onze tweede geboorte begint als we ons in water laten dopen door iemand die het priesterschap van God draagt en wordt voltooid als we bevestigd worden en 'dan komt vergeving [van onze] zonden door vuur en door de Heilige Geest.'8
Enige jaren geleden vertelde Albert Peters over iets wat hij met zijn collega meegemaakt had met een man die werd wedergeboren. Op een dag gingen ze naar het huisje van Atiati in het dorp Sasina (Samoa). Ze troffen daar een ongeschoren, ongewassen, misvormde man in bed aan. Hij vroeg of ze binnenkwamen en zich wilden voorstellen. Hij was blij dat ze zendelingen waren en wilde naar hun boodschap luisteren. Ze gaven de eerste les, gaven hun getuigenis en vertrokken. Ze bespraken de toestand van Atiati -- hij had 22 jaar geleden polio gehad waardoor hij zijn armen en benen niet kon gebruiken -- dus hoe kon hij, zo volkomen gehandicapt, ooit gedoopt worden?
Toen ze de volgende dag hun nieuwe vriend bezochten, waren ze niet voorbereid op de verandering die Atiati ondergaan had. Nu was hij keurig geschoren en was zelfs zijn bed verschoond. 'Vandaag', zei hij, 'begin ik een nieuw leven, want gisteren zijn mijn gebeden verhoord en kwamen jullie bij me. (. . .) Ik heb meer dan twintig jaar gewacht op iemand die me kwam vertellen dat zij het ware evangelie van Christus hadden.'
Een paar weken lang onderwezen de twee zendelingen die oprechte, intelligente man in de evangeliebeginselen, en hij ontving een sterk getuigenis van de waarheid en van de noodzaak om zich te laten dopen. Hij vroeg hun om samen met hem te vasten, zodat hij de kracht zou hebben om in het water af te dalen en zich te laten dopen. De dichtstbijzijnde doopvont was dertien kilometer daarvandaan. Dus droegen ze hem naar hun auto, reden hem naar het kerkgebouw en zetten hem op een bank. Hun districtsleider opende de dienst met een sterk getuigenis van de heilige verordening van de doop. Daarna tilden ouderling Peters en zijn collega hem op en droegen hem naar de vont. Toen zei Atiati: 'Zet me alsjeblieft neer.' Ze aarzelden, en weer zei hij: 'Zet me neer.'
Daar stonden ze, enigszins in verwarring, maar Atiati glimlachte en riep uit: 'Dit is de belangrijkste gebeurtenis van mijn leven. Ik weet zonder enige twijfel dat dit de enige weg naar eeuwig heil is. Ik laat me niet naar mijn heil dragen!' Dus zetten ze Atiati op de grond. Met veel inspanning slaagde hij erin zich op te trekken. De man die twintig jaar lang aan zijn bed gekluisterd was, stond nu rechtop. Langzaam, stap voor stap, daalde Atiati het trapje af, het water in, waar de verbaasde zendeling zijn hand pakte en hem doopte. Toen vroeg hij of ze hem van de doopvont naar de kapel wilden dragen, waar hij bevestigd werd als lid van de kerk.
Atiati bleef zoveel vooruitgang maken dat hij met behulp van slechts een stok kon lopen. Hij vertelde ouderling Peters dat hij wist dat hij op de ochtend van zijn doop zou kunnen lopen. Hij zei: 'Aangezien geloof een koppige berg kan verzetten, twijfelde ik er niet aan dat het mijn ledematen zou genezen.'9 Ik geloof dat we kunnen zeggen dat Atiati echt opnieuw geboren was!
Net als Atiati worden we bij onze doop geestelijk uit God geboren en zijn we het waardig zijn beeld in ons gelaat te ontvangen.10 Wij moeten een grote verandering in ons hart ondervinden11 opdat we 'nieuwe schepselen' worden12 en geloof oefenen in de verlossing van onze Heer en Heiland, Jezus Christus, om onze normen te handhaven en rechtschapen blijven. De normen om het waardig te zijn in deze kerk gedoopt te worden, zijn duidelijk:
'Allen, die zich voor God verootmoedigen, en verlangen te worden gedoopt, en met gebroken hart en verslagen geest komen, en voor de kerk betuigen, dat zij zich waarlijk van al hun zonden hebben bekeerd, en gewillig zijn de naam van Jezus Christus op zich te nemen, en vastbesloten zijn om Hem tot het einde toe te dienen, en waarlijk door hun werken bewijzen, dat zij van de Geest van Christus hebben ontvangen ter vergeving van hun zonden, zullen door de doop in de kerk worden opgenomen.'13
Doop door onderdompeling is 'de belangrijkste verordening van het evangelie en moet om volledig te zijn, gevolgd worden door de doop van de Geest.'14 Zoals de profeet Joseph Smith eens gezegd heeft: 'Men zou net zo goed een zak zand kunnen dopen als een mens, als het niet gedaan wordt met het oog op de vergeving van zonden en het verkrijgen van de Heilige Geest. Doop in water is slechts een halve doop, en is zinloos zonder het andere deel -- de doop door de Heilige Geest.'15
Het volle profijt van de vergeving van zonden door de verzoening van de Heiland begint met bekering en doop, en neemt toe als we de Heilige Geest ontvangen. Zoals Nephi zei, is de doop de poort 'en dan komt vergeving uwer zonden door vuur en door de Heilige Geest.'16 Door de poort van de doop staat de weg open voor meer verbonden en zegeningen door priesterschaps- en de tempelzegens.
De buitengewone gave van de Heilige Geest wordt met het lidmaatschap van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen verleend door een bevestiging door oplegging van handen door hen die het priesterschapsgezag dragen. Dat heeft Paulus aan de Efeziërs duidelijk gemaakt toen hij vroeg: 'Hebt gij de Heilige Geest ontvangen toen gij tot het geloof kwaamt? Doch zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, dat er een Heilige Geest is.
'En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In de doop van Johannes.
'Maar Paulus zeide: Johannes doopte een doop van bekering en zeide tot het volk, dat zij moesten geloven in Hem, die na hem kwam, dat is in Jezus.
'En toen zij dit hoorden, lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus.
'En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen. (. . .)'17
Als degenen die deze geestelijke gave bezitten het waardig zijn, kunnen ze meer inzicht, verrijking en leiding ontvangen bij alles wat ze zoen, zowel geestelijk als stoffelijk. De Heilige Geest getuigt tot ons van de waarheid en prent ons het bestaan van God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus zo volkomen in onze ziel, dat geen aardse macht of bevoegdheid ons die kennis kan ontnemen.18 Als we de gave van de Heilige Geest niet hebben, is het net zoiets als een lichaam hebben zonder afweersysteem.
Wij geloven dat iedereen de Geest van Christus krijgt.19 Dat is iets anders dan de gave van de Heilige Geest.
De profeet Joseph Smith heeft gezegd: 'Er is een verschil tussen de Heilige Geest en de gave van de Heilige Geest.'20 Velen buiten de kerk hebben openbaring ontvangen door de macht van de Heilige Geest, waardoor ze overtuigd zijn van de waarheid van het evangelie. Door die macht verkrijgen oprechte onderzoekers vóór hun doop een getuigenis van het Boek van Mormon en van de evangeliebeginselen. Maar de bediening van de Heilige Geest is beperkt als we de gave van de Heilige Geest niet hebben ontvangen.
Wie na zijn doop en bevestiging de gave van de Heilige Geest bezit, kan meer licht en getuigenis ontvangen. Dat komt doordat de gave van de Heilige Geest 'een permanent getuigenis en een hogere begiftiging [is] dan de gewone manifestatie van de Heilige Geest.'21 Het is een hogere begiftiging omdat de gave van de Heilige Geest kan werken als een 'reinigend instrument om iemand te zuiveren en hem van alle zonden te verlossen.'22
Omdat de doop in water en geest belangrijk is voor ons volledig heil, behoren volgens de eeuwige aard van zaken al Gods kinderen die gelegenheid te krijgen, ook degenen die eeuwen geleden geleefd hebben. De leer van doop door levenden voor de doden in de tempel werd in de vroeg-christelijke kerk al begrepen en toegepast. Paulus heeft, in zijn grote discussie over de opstanding gezegd: 'Wat zullen anders zij doen, die zich voor de doden laten dopen? Indien er in het geheel geen doden opgewekt worden, waarom laten zij zich nog voor hen dopen?'23 Zoiets belangrijks doen voor wie dat zelf niet kunnen, is werkelijk christelijk. Door zijn leven neer te leggen voor de verzoening van de zonden van de hele mensheid, heeft Jezus voor ons gedaan wat we zelf niet kunnen. De profeet Maleachi had het daarover toen hij sprak over de komst van de profeet Elia, die 'het hart van de vaderen tot de kinderen [zou] terugvoeren, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik [de Heer] niet kome en het land treffe met de ban.'24 Dat wordt in belangrijke mate bereikt door het plaatsvervangend werk voor de doden.
Geen andere organisatie op aarde doet meer om Maleachi's belofte in vervulling te laten gaan dan de kerk. Met veel kosten en moeite heeft de kerk nu de grootste schat aan familieverslagen ter wereld onder haar hoede. De kerk heeft nu 660 miljoen namen op het FamilySearch Internet vrijgegeven.25 Die gegevens staan ter beschikking aan iedereen die ze wil bekijken.
Omdat ik zoveel jaren na mijn waterdoop heb geleefd, heb ik de geestelijke gaven van de Heilige Geest die we door de doop van de Geest gekregen hebben, op waarde leren schatten. Ik ben 72 jaar geleden bevestigd door iemand die daartoe het gezag bezat, Joseph A. F. Everett, een goede vriend van mijn ouders en een heel bewonderenswaardig man.
Ik bid nederig dat de Geest van de Heer u zal doordringen van het belang van de zaken waarover ik heb gesproken. Ik getuig dat we ons pas volledig kunnen bekeren als we '[wandelen] in de nieuwheid des levens'26 en van binnen een nieuw mens zijn, gereinigd van onze vroegere zonden.27 Dat kan alleen als we wederom uit water en geest geboren worden door de doop en de gave van de Heilige Geest ontvangen. Op die manier ontvangen we goddelijke vergeving waardoor we in ons hart kunnen weten dat onze zonden vergeven zijn.28 Ik weet dat dit waar is en ik getuig daarvan. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Bible Dictionary, "Baptism", blz. 618; zie ook Matteüs 3:16; Handelingen 8:3739; Romeinen 6:16; Kolossenzen 2:12; LV 20:7274; 128:1213.
2. Matteüs 3:16.
3. Zie LV 20:73.
4. Geciteerd door Matthias Cowley, Wilford Woodruff: History of His Life and Labors (1964), blz. 117.
5. Johannes 3:23.
6. Johannes 3:46.
7. '94 en herboren', De Ster, juni 1994, blz. 24.
8. 2 Nephi 31:17.
9. Zie Albert Peters, 'Wankelend, voetje voor voetje', De Ster, juni 1995, blz. 28.
10. Zie Alma 5:14.
11. Zie Alma 5:14.
12. Mosiah 27:26.
13. LV 20:37.
14. Bible Dictionary, blz. 618.
15. Teachings of the Prophet Joseph Smith, onder redactie van Joseph Fielding Smith (1976), blz. 314.
16. 2 Nephi 31:17; zie ook LV 19:31.
17. Handelingen 19:26.
18. Zie 2 Nephi 31:18.
19. Zie LV 93:2.
20. Teachings of the Prophet Joseph Smith, blz. 199.
21. Messages of the First Presidency of The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, samenstelling James R. Clark, deel 6 (19651975), deel 5, blz. 4.
22. Bible Dictionary, 'Holy Ghost', blz. 704.
23. 1 Korintiërs 15:29.
24. Maleachi 4:6; zie ook LV 138:47; Geschiedenis van Joseph Smith 1:39.
25. Zie www.familysearch.org.
26. Romeinen 6:4.
27. Zie 2 Petrus 1:9.
28. Zie Mosiah 4:3.