The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
april 2001
Een uitnodiging met een belofte

Een uitnodiging met een belofte

Bisschop Keith B. McMullin
Tweede raadgever in de Presiderende Bisschap

'Lid zijn van de kerk is niet genoeg. Ook gedachteloos lidmaatschap is niet genoeg.'

Bisschop Keith B. McMullin

Voor wie hunkeren naar geestelijke waarheid, worden sommige zaken vanzelf duidelijk. Ik getuig daarvan. God is in zijn hemel. Wij, stervelingen, zijn zijn geestkinderen. Jezus is onze Verlosser. Joseph Smith was Gods profeet, en Gordon B. Hinckley is zijn profeet in deze tijd. Openbaringen worden ontvangen zoals in vroeger tijden. Gods koninkrijk, De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, is weer op aarde.

Satan is een realiteit en hij is ook op aarde. Hij richt met zijn legers verwoestingen aan onder de mensenkinderen. Hij spreekt geen waarheid, voelt geen liefde, stimuleert het goede niet, en veroorzaakt slechts narigheid en schade.

Daarom verhef ik vandaag een 'waarschuwende stem'.1 Het is een dringende, ernstige herinnering en een uitnodiging aan goede mensen overal ter wereld. Luister naar deze geopenbaarde woorden, ontvangen op 1 november 1831:

'Omdat Ik, de Here, wist, welk onheil er over de inwoners der aarde zou komen, riep Ik mijn dienstknecht Joseph Smith jr., en sprak tot hem van de hemel, en gaf hem geboden; (. . .)

'Want ik ben geen aannemer des persoons, en Ik wil, dat alle mensen zullen weten, dat de dag spoedig komt; de ure is nog niet, doch is nabij, wanneer vrede van de aarde zal worden weggenomen en de duivel macht zal hebben over zijn eigen gebied'.2

De Heer spreekt over het onheil dat over de inwoners van de aarde zal komen. Onheil doet zich in verschillende vormen voor. Van tijd tot tijd gebeuren er natuurrampen en worden we keihard geconfronteerd met hun vernietigende kracht.

Nog verwoestender is echter het onheil van de krachten van het kwaad waardoor we steeds omringd zijn. In overeenstemming met de profetie van 1831 is nu de vrede van de aarde weggenomen en heeft de duivel macht over zijn gebied. Door zijn bedrieglijke manieren biologeert hij de mensen. Wat eens als afschuwelijk beschouwd werd, wordt nu gezien als saai; wat eerst de nieuwsgierigheid wekt, boeit al snel en dan richt het verwoesting aan.

Dat onheil, dat kwaad, zal zich blijven verspreiden totdat 'de ganse wereld (. . .) zucht (..) in de slavernij der zonde.'3

Vandaar deze 'waarschuwende stem':

  • Pas op voor wereldse begeerten. Zij stimuleren de zintuigen, maar brengen de ziel in slavernij. Wie gevangen zitten in het web van wellust, merken dat ze dat niet makkelijk verbreken.

  • Pas op voor wereldse rijkdom. De beloften zijn verleidelijk, maar het geluk is een illusie. De apostel Paulus schreef: 'Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht.'4

  • Pas op voor wereldse zelfverwezenlijking. De hoogtepunten zijn namaak; de dieptepunten maken u wanhopig. Liefde, vriendelijkheid, persoonlijke vervulling en een echt gevoel van eigenwaarde vindt u in de dienst van God en anderen, niet in de dienst van uzelf.

    Te midden van deze gevaren bevindt zich een veilige haven. Aan de openbaring waaruit ik eerder citeerde, ontlenen we deze zekerheid:

    'En de Here zal eveneens macht hebben over zijn heiligen; Hij zal in hun midden regeren en in gericht nederkomen op Idumea, of de wereld'.5

    Als lid van de kerk bent u veilig. Leden van de huidige kerk van Jezus Christus staan bekend als heiligen der laatste dagen. Het dragen van die naam geeft aan dat men tot de kerk van de Heer behoort, maar die naam is ook een aansporing tot een betere levenswijze.

    Dat werd mij een paar jaar geleden duidelijk toen ik, als jonge vader, tempelkleding moest kopen. Toen ik de winkel binnenkwam, werd mijn aandacht getrokken door een bordje op de toonbank waarop stond: 'Alleen voor heiligen der laatste dagen'. Die boodschap schokte mij. Ik voelde weerstand van binnen. Waarom staat er 'Alleen voor heiligen der laatste dagen'?, vroeg ik me af. Waarom staat er niet zoiets als 'Voor kerkleden die hun begiftiging hebben ontvangen'? Waarom moeten ze het zo nodig over een 'heilige der laatste dagen' hebben?

    In de loop der jaren is mijn impulsieve aard verzacht. Die worsteling van toen is een gekoesterd, belangrijk moment geworden. Ik heb daardoor geleerd dat lid zijn van de kerk niet genoeg is. Ook gedachteloos lidmaatschap is niet genoeg in deze tijd van cynisme en ongeloof. De spiritualiteit en waakzaamheid van een heilige zijn noodzakelijk.

    Een heilige te zijn houdt in goed, rein en oprecht te zijn. Voor zo iemand zijn deugden geen woorden, maar daden. Voor heiligen is het koninkrijk van God of de kerk geen bijzaak; het is eerder het middelpunt en het fundament van hun leven. Het gezin is 'een stukje hemel'6, niet slechts een hotel. Een gezin is meer dan een sociale of biologische eenheid. Het is de fundamentele eeuwige eenheid in Gods koninkrijk, daar wordt het evangelie van Jezus Christus verkondigd en nageleefd. Daarom proberen heiligen der laatste dagen een beetje beter, een beetje vriendelijker, een beetje edelmoediger te zijn in het dagelijks leven.

    De Heer beschrijft hoe we die vooruitgang kunnen maken. Hij heeft gezegd:

    'Zoekt daarom niet de dingen van deze wereld, maar tracht eerst het koninkrijk Gods op te bouwen en zijn gerechtigheid te vestigen.'7

    Door die koers aan te houden, worden de heiligen der laatste dagen voorzien van de middelen om de verraderlijke ondiepten van de wereld te vermijden. Door zo te leven, kunnen leden van de kerk het verbondsvolk van de Heer worden. Voor onze tijd hebben we daarvoor de volgende profetische richtlijn van president Hinckley. Ik citeer:

    'Wij zijn een verbondsvolk. Ik heb gevoeld dat, als wij onze mensen aanmoedigen om drie of vier verbonden na te leven, alles verder in orde komt. (. . .)

    'Het eerste verbond is dat van het avondmaal, waarbij we de naam van de Heiland op ons nemen en toezeggen dat we zijn geboden zullen onderhouden, met zijn belofte dat Hij ons zal zegenen met zijn Geest. (. . .)

    'Ten tweede: het verbond van de tiende. (. . .) De belofte (. . .) is, dat Hij de verwoester zal bestraffen, de vensters van de hemel zal openen en zoveel zegeningen zal uitstorten dat er niet genoeg ruimte zal zijn om ze te ontvangen. (. . .)

    'Ten derde: de tempelverbonden: Offerande, de bereidheid om voor dit werk van de Heer te offeren -- en aan die wet verbonden is de kern van de verzoening. (. . .) Toewijding, die daarmee samenhangt, de bereidheid om zo nodig alles te geven om dit belangrijke werk voortgang te laten vinden. En een verbond van liefde en trouw aan elkaar in het huwelijk, trouw, kuisheid, zedelijkheid.

    'Als onze mensen maar konden leren leven volgens die verbonden, zou alles vanzelf goed komen. Daarvan ben ik overtuigd.'8

    Wereldse begeerten verliezen hun aantrekkingskracht als het heilig avondmaal de juiste plaats krijgt in ons leven. Dat verbond maakt het de getrouwen mogelijk om zich 'onbevlekt van de wereld' te bewaren.9

    Wereldse rijkdom vormt geen gevaar meer als we plichtsgetrouw onze tiende aan de Heer betalen. Een tiende aan Hem teruggeven van alles wat Hij geeft, maakt dat de gever God liefheeft boven alles. Wie gehoorzaamt, maakt kennis met de hogere wet van geven zonder daartoe opdracht te krijgen. Vasten en de vastengaven zijn geaccepteerd en de kracht ontstaat om de boeien van goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te verbreken, wie het minder heeft tot zegen te zijn, en de familiebanden aan te halen.10 Door het verbond van de tiende raakt iemand die getrouw is los van zijn liefde voor geld en de daarmee verbonden zaken.

    Wereldse zelfverwezenlijking capituleert voor opoffering, toewijding en de andere, heilige tempelverbonden. Zoals de Verlosser van de wereld alles gegeven heeft om ons te redden, stellen deze verbonden ons in staat om alles te geven om de doeleinden van onze hemelse Vader voor zijn kinderen te verwezenlijken.

    Vrees daarom niet. Dat wat door de wereld als zwak wordt beschouwd, overwint het kwaad dat zo machtig en sterk lijkt. Rechtschapen mannen spreken in de naam van God. Het geloof op de aarde groeit. De eeuwige verbonden komen tot rijpheid in het leven van heiligen der laatste dagen. De volheid van het evangelie van Christus wordt verkondigd door voorschrift en voorbeeld tot aan de einden der wereld. En het verbondsvolk van de Heer bereidt deze aarde voor op zijn wederkomst.11

    Dit is onze plicht. Moge de Heer ons erin sterken, bidden wij in de naam van Jezus Christus. Amen.

    NOTEN

    1. LV 1:4.
    2. LV 1:17, 35.
    3. LV 84:49.
    4. 1 Timoteüs 6:10.
    5. LV 1:36.
    6. David O. McKay, Conference Report, april 1964, blz. 5.
    7. BJS, Matteüs 6:38.
    8. Teachings of Gordon B. Hinckley (1997), 146–147; cursivering toegevoegd.
    9. LV 59:9; zie ook vss. 10, 12–13.
    10. Zie Jesaja 58:6–11.
    11. Zie LV 1:19–23.

  •  
    © 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy