Ouderling Joseph B. Wirthlin
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Vasten, gekoppeld aan machtig gebed, heeft kracht. Onze geest kan erdoor vervuld worden van de openbaringen van de Geest. Het kan ons kracht geven in momenten van verleiding.'
Geliefde broeders en zusters, ik denk dat wij het er alle maal over eens zijn dat ouderling David B. Haight een inspiratie voor de hele kerk en zoveel anderen is.
Tweeduizend jaar geleden liep er een man op het zand en de stenen van Galilea die door weinigen werd herkend: de Schepper van werelden, de Verlosser, de Zoon van God.
Een wetgeleerde kwam naar Hem toe en vroeg: 'Wat is het grootste gebod?'
Jezus antwoordde: 'Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand.
'Dit is het grote en eerste gebod.
'Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
'Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.'1
Door de profeet Joseph Smith heeft de Heer zijn kerk opnieuw onder de mensen gevestigd. In De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, die in deze laatste dagen op aarde hersteld is, staan die twee geboden die de Heiland de grootste noemde, centraal: onze hemelse Vader en onze medemensen liefhebben. Onze Heiland heeft gezegd: 'Indien gij Mij liefhebt, zult gij Mij dienen en al mijn geboden onderhouden.'2 We kunnen onze liefde onder andere tonen door de wet van vasten na te leven. Deze wet is gebaseerd op een elementair maar diepzinnig beginsel -- een eenvoudige gewoonte -- die, als we het met de juiste geest doen, ons dichter bij onze hemelse Vader zal brengen en ons geloof zal versterken, terwijl we tegelijkertijd andermans lasten kunnen verlichten.
In De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen worden de leden aangespoord te vasten op elk moment dat hun geloof versterking nodig heeft, en om eenmaal per maand een dag te vasten. Op die dag eten en drinken we niet en slaan we twee opeenvolgende maaltijden over, communiceren we met onze hemelse Vader, en geven we een vastengave om de armen te helpen. Die offergave behoort ten minste gelijk te zijn aan de waarde van wat we gegeten zouden hebben. De eerste zondag van elke maand is aangewezen als vastenzondag. Op die dag worden de leden die er lichamelijk toe in staat zijn, geacht te vasten, te bidden, te getuigen van de waarachtigheid van het evangelie en om een royale vastengave te betalen. 'De wet van vasten', heeft ouderling Milton R. Hunter gezegd, 'is misschien wel zo oud als de mensheid. (. . .) In vroeger tijden hebben de profeten, die ook leiders waren, de leden van de kerk herhaaldelijk geboden de wet van vasten en bidden na te leven.'3
We zien in de Schriften dat vasten bijna altijd aan bidden is gekoppeld. Zonder gebed is vasten geen volledige vasten en krijgen we alleen maar honger. Als we meer van ons vasten willen maken [dan alleen maar niet eten], moeten we ons hart, onze geest en onze stem verheffen in gesprek met onze hemelse Vader. Vasten, gekoppeld aan machtig gebed, heeft kracht. Onze geest kan erdoor vervuld worden van de openbaringen van de Geest. Het kan ons kracht geven in momenten van verleiding.
Vasten en bidden kan een middel zijn om moed en vertrouwen te ontwikkelen. Het kan ons karakter versterken en onze zelfbeheersing en discipline vergroten. Als we vasten, hebben onze rechtschapen gebeden en smeekbeden vaak meer kracht. Ons getuigenis groeit. We worden geestelijk en emotioneel meer volwassen. We worden erdoor geheiligd. Elk keer als we vasten, krijgen we onze wereldse begeerten en hartstochten beter onder controle.
Vasten en bidden kan een steun zijn in ons gezin en in ons dagelijks werk. We kunnen onze roeping in de kerk erdoor grootmaken. President Ezra Taft Benson heeft gezegd: 'Als u zich de geest wilt eigen maken van uw nieuwe functie en roeping als quorumpresident, hogeraadslid, bisschop [of, zou ik eraan toe kunnen voegen, ZHV-presidente] -- probeer dan eens een periode te vasten. Ik bedoel niet gewoon één maaltijd overslaan en bij de volgende maaltijd tweemaal zoveel eten. Ik bedoel echt vasten en in die periode ook bidden. Dat heeft meer effect om u de ware geest van uw functie en uw roeping te schenken en de Geest door u te laten werken dan iets anders dat mij bekend is.'4
De profeet Joseph Smith heeft gezegd: 'Geef alle heiligen het voorbeeld, en er zal nooit tekort aan voedsel zijn: Als de armen honger lijden, laat dan wie genoeg hebben een dag vasten, en wat ze anders gegeten zouden hebben aan de bisschop geven voor de armen, en iedereen zal lange tijd overvloed hebben. (. . .) En zolang alle heiligen dat beginsel met een blij hart en een opgewekt gezicht naleven, zullen ze altijd overvloed hebben.'5
Profeten van het Boek van Mormon hebben de wet van vasten verkondigd. 'Ziet, het volk van Nephi was buitengewoon verheugd, omdat de Here hen wederom uit de handen van hun vijanden had verlost; daarom dankten zij de Here, hun God; ja, en zij vastten en baden veel, en dienden God met zeer grote vreugde.'6
De machtige combinatie van vasten en gebed wordt geïllustreerd door de vier zoons van Mosiah. Zij kregen te maken met immense conflicten, maar brachten wonderen tot stand doordat ze duizenden Lamanieten kennis van de waarheid bijbrachten. Zij maakten het geheim van hun succes bekend. Ze bestudeerden de Schriften en 'zij hadden veel gebeden en gevast'. Wat was het resultaat? '[Zij] hadden de geest der profetie en de geest der openbaring, en wanneer zij leerden, leerden zij met kracht en gezag van God.'7
Als we vasten, broeders en zusters, hebben we honger. En voor korte tijd verplaatsen we ons letterlijk in de situatie van de hongerigen en behoeftigen. Daardoor begrijpen we hun ontberingen beter. Als wij de bisschop een offergave geven om het lijden van anderen te verzachten, doen we niet alleen iets moois voor anderen, maar ook voor onszelf. Koning Benjamin heeft gezegd dat we, als we iets van onze goederen aan de armen geven, 'van dag tot dag (. . .) vergeving van [onze] zonden' behouden.8
Een andere profeet van het Boek van Mormon, Amulek, heeft uitgelegd dat onze gebeden vaak geen kracht hebben omdat we de armen de rug hebben toegekeerd.9
Als u denkt dat onze hemelse Vader niet naar uw smeekbeden luistert, vraag u dan af of u luistert naar de hulpkreten van de armen, de zieken, de hongerigen en de noodlijdenden om u heen.
Sommigen zien de vreselijk nood in de wereld en denken: Wat kan ik daar in hemelsnaam aan doen?
Ik zal u ronduit vertellen wat kunt doen. U kunt de wet van vasten naleven en een gulle vastengave geven.
Vastengaven worden slechts voor één doel gebruikt: om noodlijdenden tot zegen te zijn. Elke euro die we als vastengave aan de bisschop geven, wordt besteed aan hulp voor de armen. Als er meer wordt gegeven dan ter plekke nodig is, wordt het besteed om elders de noden te lenigen.
Als apostel van de Heer Jezus Christus heb ik over de wereld gereisd om van Hem te getuigen. Vandaag geef ik een ander getuigenis -- een getuigenis van het leed en de nood van miljoenen kinderen van onze hemelse Vader. Veel te veel mensen -- duizenden en duizenden gezinnen -- verkeren elke dag in nood. Ze hebben honger. Ze vergaan van de kou. Ze zijn ziek. Ze hebben verdriet om hun kinderen. Ze weeklagen over de veiligheid van hun gezin. Die mensen zijn geen vreemdelingen en bijwoners, maar kinderen van onze hemelse Vader. Het zijn onze broeders en zusters. Zij zijn 'medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods'.10 Hun vurige gebeden stijgen op ten hemel in een pleidooi om respijt, verlossing uit hun lijden. Op dit moment, vandaag, bidden sommige leden van de kerk om het wonder waardoor ze het lijden dat hen omringt de baas zouden kunnen worden.
Als wij, hoewel we de middelen ervoor hebben, geen mededogen met hen hebben en niet te hulp snellen, lopen we gevaar te horen bij degenen over wie de profeet Moroni sprak toen hij zei: 'Want ziet, gij houdt meer van uw geld en van uw bezittingen, van uw sierlijke kleding (. . .), dan van de arme en de behoeftige, en van de zieke en de lijdende.'11
Ik herinner me nog zo goed hoe mijn vader, de bisschop van onze wijk, mijn rode karretje vulde met voedsel en kleding, en mij -- als diaken in de kerk -- toen opdracht gaf het karretje te trekken en de behoeftigen van onze wijk te gaan bezoeken.
Vaak, als het vastengavenfonds uitgeput raakte, gebruikte mijn vader geld uit eigen zak om de behoeftigen in zijn kudde te voorzien van voedsel zodat ze geen honger zouden krijgen. Het was de tijd van de grote crisis, en veel gezinnen leden gebrek.
Ik herinner me nog dat we een bepaald gezin bezochten: een ziekelijke moeder, een werkloze en ontmoedigde vader, en vijf kinderen met bleke gezichtjes, allemaal terneergeslagen en hongerig. Ik herinner me de dankbare gezichten toen ik met mijn hoog opgeladen karretje bij hen aan de deur kwam. Ik herinner me het opgetogen gezicht van de kinderen. Ik herinner me de huilende moeder. En ik herinner me hoe de vader daar stond, met gebogen hoofd, niet in staat om iets te zeggen.
Dat, en nog veel meer, heeft in mij liefde voor de armen opgewekt, liefde voor mijn vader die een herder was voor zijn kudde, en liefde voor de trouwe en gulle leden van de kerk die zoveel offerden om het lijden van anderen te verzachten.
Broeders en zusters, in zekere zin kunt u ook een kar boordevol hoop brengen bij een behoeftig gezin. Hoe? Door een gulle vastengave te betalen.
Ouders, breng uw kinderen de vreugde van echt vasten bij. En hoe doet u dat? Hetzelfde als met elk ander evangeliebeginsel -- laat het zien door uw voorbeeld. Help ze dan de wet van vasten na te leven, stukje bij beetje. Ze kunnen vasten en ook een vastengave betalen, als ze daarvoor kiezen. Als wij onze kinderen leren vasten, kan het hun de kracht geven om op hun reis door het leven verleidingen te weerstaan.
Hoeveel vastengave behoren we te betalen? Broeders en zusters, aan de grootte van onze offergave om de armen tot zegen te zijn, kunnen we onze dankbaarheid jegens onze hemelse Vader afmeten. Zullen wij, die zo overvloedig gezegend zijn, degenen die onze hulp nodig hebben de rug toekeren? Aan een gulle vastengave kunnen we afmeten in hoeverre we bereid zijn ons toe te wijden aan de verlichting van het lijden van anderen.
Broeder Marion G. Romney, die bisschop was van onze wijk toen ik op zending werd geroepen, en die later lid werd van het Eerste Presidium, heeft uitdrukkelijk gezegd: 'Wees vrijgevig, opdat uzelf zult groeien. Geef niet alleen voor de armen, maar geef voor uw eigen welzijn. Geef genoeg zodat u uzelf kunt geven in Gods koninkrijk door uw middelen en uw tijd toe te wijden.'12
De diakenen van de kerk hebben de heilige taak om bij elk lid thuis de vastengaven voor de armen op te halen. President Thomas S. Monson heeft me eens verteld hoe hij, als jonge bisschop, merkte dat de jonge diakenen klaagden dat ze zo vroeg op moesten om vastengaven op te halen. In plaats van de jongemannen op hun taak te wijzen, nam deze wijze bisschop hen mee naar Welfare Square in Salt Lake City.
Daar ontmoetten de jongens een gehandicapte vrouw die een schakelbord bediende. Ze zagen een blinde man die blikken met een etiket beplakte, en een oude broeder die vakken vulde. Door wat ze daar zagen, vertelde president Monson, viel er een doordringende stilte bij de jongens toen ze het eindresultaat zagen van hun inspanningen om het geld in te zamelen waarmee de armen geholpen werden en werk verschaft werd aan wie anders werkloos zouden zijn.13
Als lid van de kerk hebben we de heilige taak om de armen te helpen en hun lasten te helpen verlichten. Naleving van de wet van vasten kan alle mensen in alle landen tot steun zijn. President Gordon B. Hinckley heeft gevraagd: 'Wat zou er gebeuren als het beginsel van een vastendag en vastengaven over de hele wereld nageleefd zou worden[?] De hongerigen zouden gevoed worden, de naakten gekleed, de daklozen gehuisvest. (. . .) Er zou meer zorg en onbaatzuchtigheid groeien in de harten van de mensen overal ter wereld.'14
Vasten in de juiste geest en zoals de Heer dat wil, zal ons geestelijk activeren, onze zelfbeheersing versterken, ons huis vullen met vrede, ons hart verlichten met vreugde, ons sterk maken tegen verleiding, ons voorbereiden op tijden van tegenspoed en de vensters van de hemel openen.
Luister welke rijke zegeningen geprofeteerd zijn voor wie de wet van vasten naleven: 'Als gij dan roept, zal de Here antwoorden; als gij om hulp roept, zal Hij zeggen: Hier ben Ik; (. . .) en de Here zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen (. . .); dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt.'15
Als wij de wet van vasten naleven, komen we niet alleen dichter tot God door gebed, maar we voeden wie honger heeft en zorgen voor de arme. Elke keer als we dat doen, gehoorzamen we beide, grote geboden. Daaraan 'hangt de ganse wet en de profeten'.16
Ik weet dat Jezus de Christus leeft. Ik weet dat president Gordon B. Hinckley onze profeet, ziener en openbaarder is en ik getuig plechtig van die waarheid. Ik getuig ook dat Hij, die mededogen had met 'deze mijn minste broeders',17 met liefde en mededogen kijkt naar degenen die in deze tijd 'de zwakken [ondersteunen], de handen (. . .) die slap hangen [opheffen] en de zwakke knieën [sterken]'.18
Ik verhef mijn stem om met de grote apostelen die ons zijn voorgegaan te getuigen en te beloven dat degenen die de wet van vasten naleven, zeker de rijke zegeningen zullen ontdekken die aan dat heilige beginsel gekoppeld zijn. Daarvan getuig ik plechtig. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Matteüs 22:3640.
2. LV 42:29.
3. Will a Man Rob God? (1952), blz. 207208.
4. Teachings of Ezra Taft Benson (1988), blz. 331332.
5. History of the Church, deel 7, blz. 413.
6. Alma 45:1.
7. Alma 17:23.
8. Mosiah 4:26.
9. Alma 34:28.
10. Efeziërs 2:19.
11. Mormon 8:37.
12. 'The Blessings of the Fast', Ensign, juli 1982, blz. 4.
13. 'The Way of the Lord', Ensign, november 1977, blz. 8.
14. 'Hoe de kerk ervoor staat', De Ster, juli 1991, blz. 54.
15. Jesaja 58:9, 11.
16. Matteüs 22:40.
17. Matteüs 25:40.
18. LV 81:5.