Ouderling John K. Carmack
van de Zeventig
'De leden van de kerk zijn één in Christus, door hun liefde en getuigenis. In deze bedeling worden we door middel van Joseph Smith en het Boek van Mormon naar onze Heiland geleid.'
|
|
Zeventien jaar geleden gaf ik gehoor aan de opdracht van president Hinckley om tijdens de zondagmiddagbijeenkomst van de algemene conferentie namens de zes nieuwe zeventigen over onze roeping te spreken. Terwijl ik op mijn beurt wachtte, stond ik tussen twee apostelen -- de ouderlingen Marvin J. Ashton en Bruce R. McConkie. Ik voelde hun liefde en steun toen ik trillend op mijn benen keek naar de heiligen die in de Tabernakel aanwezig waren. En, tussen twee haakjes, we zijn inmiddels vier keer zo groot. Ouderling Ashton, die voelde wat er in mij omging, fluisterde: 'Ik weet dat het een indrukwekkend gezicht is, maar het zijn allemaal uw vrienden.' Toen ik daar de eerste keer stond te spreken, voelde ik de liefde van de heiligen over me heen komen. Sindsdien hebben Shirley en ik waar ter wereld we ook door onze opdrachten kwamen, diezelfde liefde gevoeld en geprobeerd die terug te geven.
De eenheid van de heiligen is uniek en machtig. Ik heb dat gezien en gevoeld op praktisch elk continent en op de eilanden van de zee. Die eenheid is een van de belangrijkste oorzaken van de vooruitgang van de kerk. Zonder die eenheid zouden we zwak zijn. Zoals Jezus heeft uitgelegd: 'Geen stad of huis, tegen zichzelf verdeeld, zal standhouden.'1 Er is veel verdeeldheid in de wereld, maar '[w]ij zijn niet versplinterd, allen zijn wij één'.2 Onder ons heerst die eenheid, onder de geestelijke leiding van onze profeet. Onze welstand, sociale status of huidskleur doen er niet toe. Het feestmaal van het evangelie is zonder meer voor iedereen die in de heerlijkheden ervan wil delen. Jezus heeft tegen zijn discipelen gezegd: 'Velen zullen komen en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen.'3 De kerk maakt stilletjes en langzamerhand vooruitgang, zoals een groot symfonieorkest toewerkt naar een climax, en tijdens die groei versterkt zij de gemeenten.
Wij zijn blij om die eenheid door liefde. We kunnen die niet kopen en niet afdwingen. Onze methode is 'overreden. (. . .) En zegenen met wijsheid, liefde en licht. (. . .) Maar de menselijke geest nooit dwingen.'4 Naar gelang we anders te werk gaan, hebben we minder recht op erkenning als discipelen van Christus. 'Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander.'5
Die liefde die tot eenheid leidt, is nauw verbonden met ons eigen getuigenis. Bijna alle leden zou kunnen en willen reageren als hun gevraagd werd in deze conferentie hun eigen getuigenis te geven. Wij zijn werkelijk één in liefde en getuigenis.
Mijn getuigenis is gebouwd op de vaste overtuiging dat het Boek van Mormon waar is en dat Jezus onze Heiland is. Dat geestelijke fundament is voor mij een middel geweest om de stormen van problemen en twijfel te doorstaan. Ik ben in mijn jeugd begonnen het Boek van Mormon te lezen, en daarmee ben ik doorgegaan, en elke keer als ik het bestudeerde, heb ik meer geleerd en heb ik de geest ervan ingedronken.
Voordat onze jongemannen wegens de oorlog in Korea in dienst werden geroepen, maakte ik deel uit van een grote groep zendelingen die een vijfdaagse opleiding volgden in het zendingshuis van Salt Lake in State Street. Een van onze leerkrachten was Bryant S. Hinckley, een kerkleider van formaat en een inspirerende leerkracht. Hij vroeg de zendelingen die daar bij elkaar waren of ze wilden vertellen waarom zij geloofden dat het Boek van Mormon waar was. Ik was onder de indruk van de verscheidenheid aan redenen die de zendelingen ter sprake brachten. Ik zei toen dat ik, behalve door het getuigenis van de Heilige Geest, onder de indruk was geraakt van het grote aantal nieuwe namen voor mensen, plaatsen, dieren en zaken in het Boek van Mormon.
Nu vijftig jaar later ben ik nog steeds onder de indruk van die nieuwe namen. Toen onderzoekers bekend maakten dat ze in de zuidelijke woestijn van Arabië stenen hadden ontdekt met de naam Nahom erin gegraveerd, werd mijn aandacht getrokken. Die inscripties bleken te dateren van ongeveer 700 v C. We lezen dat Ismaël begraven werd op een plaats die Nahom genoemd werd. Nahom is een van de namen die indruk op me hebben gemaakt.
Er worden steeds meer bewijzen gevonden van de echtheid van het Boek van Mormon. Jack Welch heeft op zijn zending in Duitsland verzen in het boek Mosiah gevonden die duidelijk een chiasme of kruisstelling vormen. Die vondst vormt een bewijs dat het boek vroeger en niet in deze tijd geschreven is. Wetenschappers komen steeds tot nieuwe inzichten en tot publicaties over wat er in het boek staat en hoe het er staat. Een bekende hoogleraar in de letterkunde heeft kort geleden een boek gepubliceerd met het resultaat van zijn levenslange studie van het Boek van Mormon, waarin hij nauwkeurig de verbazingwekkende verscheidenheid aan literaire vormen beschrijft.6 Statistici hebben bewijzen gevonden dat het boek door meerdere auteurs geschreven is. Hoewel die bewijzen mijn getuigenis versterkt hebben, is het oorspronkelijke, krachtige getuigenis van de Heilige Geest onwrikbaar en onveranderd gebleven. Het heeft zich ook vele malen herhaald.
Ik vraag me ook af of wij de waarde en de kracht van de getuigenverklaringen die in elk exemplaar van het Boek van Mormon staan, wel voldoende naar waarde schatten. Oliver Cowdery, David Whitmer en Martin Harris hebben de platen en de engel gezien. En Joseph heeft de gouden platen ook nog getoond aan acht andere mannen die ze gezien en, om hun woord te gebruiken, 'betast' hebben.7 Die getuigen hebben hun getuigenis niet herroepen en hun gepubliceerde getuigenissen zijn ook anderszins nooit in twijfel getrokken. Die acht andere getuigen hebben in feite getuigd: 'Zeker, wij hebben die platen gezien en opgetild. Joseph had ze.' De getuigen zijn belangrijk voor me geweest. De Heer heeft tegen Joseph gezegd dat de verklaringen van die getuigen het bewijs zijn 'voor de wereld dat de heilige Schriften waar zijn, en dat God mensen inspireert en roept, zowel in deze tijd en generatie als in generaties vanouds.'8
Nu we ontdekt hebben dat het boek waar is, moeten we vervolgens vragen: 'Welke boodschap staat erin?' Alma -- en, tussen twee haakjes, professor Welch heeft gezegd dat er recent een oud gebruik van het woord Alma is ontdekt -- Alma, heeft in een toespraak tot het volk van Gideon de nadruk gelegd op de belangrijkste boodschap van het boek. Hij zei: 'Er zullen vele dingen geschieden; en ziet, er is één ding, dat van meer belang is dan alle andere -- want de tijd is niet veraf, dat de Verlosser zal komen en onder zijn volk leven.'9 Ja, natuurlijk, Alma -- de komst van Jezus en zijn verzoening die Hij in Getsemane en aan het kruis heeft volbracht, zijn zeker belangrijker dan alle andere kennis die iemand zich kan verwerven. En het Boek van Mormon is 'Een getuige van Jezus Christus', zoals de ondertitel aangeeft.
Al voordat ik ooit in het Boek van Mormon had gelezen, had ik als kind een getuigenis van Jezus. Ik heb voor het eerst van Jezus gehoord toen mijn grootmoeder Carmack, een minder bekende kunstenares, me wees op de schoonheid van de zonsondergang in Arizona en vroeg: 'John Kay, wie heeft deze prachtige wereld gemaakt?' Ze beantwoordde die vraag zelf en legde uit: 'Jezus heeft deze wereld gemaakt. Dat heeft Hij gedaan.' Mijn grootmoeder had natuurlijk gelijk. Jezus, de Zoon van God, heeft onder leiding van de Vader de werelden geschapen.10 Grootouders moeten overigens hun invloed op het leven van hun kleinkinderen niet onderschatten.
De verzoening van Christus is de belangrijkste leerstelling, maar nog troostvoller en weldadiger is het hoe toegankelijk en individueel zijn genade en hulp voor mij persoonlijk zijn geweest. Deze vertrouwde woorden zijn een samenvatting van mijn gevoelens met betrekking tot dat belangrijke aspect van Jezus' invloed en bediening.
'In iedere toestand, 't zij ziek of gezond,
als armoed' u zoekt, of geluk gij hier vondt,
te huis of op weg, of op land, zee of meer,
naar uwe behoefte, zo geeft u de Heer.11
Tijdens die chaotische momenten die we allemaal meemaken; als we gebukt gaan onder zorgen of wanhoop; als we niet begrepen en niet gewaardeerd worden; naar onze behoefte kan en wil de Heiland in tijd van nood zorgen voor bijstand en hulp. Door zijn hulp krijgen we vrede. Heeft Hij niet gezegd: 'In de wereld lijdt gij verdrukking' maar 'in Mij [hebt] gij vrede'?12 O, hoe hard heb ik die vrede nodig gehad. En die is beschikbaar geweest in elke toestand, zoals mijn dagen en omstandigheden dat vereisten.
Tot slot: de leden van de kerk zijn één in Christus, door hun liefde en getuigenis. In deze bedeling worden we door middel van Joseph Smith en het Boek van Mormon naar onze Heiland geleid.13 Zo hebben we de zekerheid dat het verslag in het Nieuwe Testament over Jezus waar is. Jezus is onze Heer en Verlosser. Bij elke gelegenheid behoren we uit te roepen: 'Halleluja, Gij zijt groot!'
President Hinckley is zijn profeet op aarde. Dit is zijn kerk. Moge onze eenheid voor de wereld het bewijs vormen dat wij zijn discipelen zijn. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Matteüs 12:25.
2. 'Voorwaarts, christenstrijders', lofzang 165.
3. Matteüs 8:11.
4. 'Know This, That Every Soul Is Free', Hymns, 240.
5. Johannes 13:35.
6. Richard Dilworth Rust, Feasting on the Word: The Literary Testimony of the Book of Mormon (1997).
7. 'Het getuigenis der acht getuigen', Het Boek van Mormon.
8. LV 20:11.
9. Alma 7:7.
10. Zie Hebreeën 1:12.
11. 'O, vast als een rotssteen', lofzang 53.
12. Johannes 16:33.
13. LV 5:10.