President Gordon B. Hinckley
'Deze conferenties worden gehouden (. . .) om ons getuigenis te versterken, ons kracht te geven tegen verleiding en zonde, onze blik te verruimen, en instructies te ontvangen.'
Broeders en zusters, we hebben weer een heerlijke conferentie meegemaakt. De toespraken waren inspirerend. De gebeden van hen die de toespraken hebben voorbereid en van ons die er naar hebben geluisterd, zijn beantwoord. We zijn allemaal opgebouwd. Voordat ik mijn afrondende woorden uitspreek, wil ik iets uitleggen. Er zijn mensen die zich afvragen waarom ik in hemelsnaam een wandelstok heb. Dat is het gesprek van de dag de laatste weken. Tja, ik weet dat Brigham Young een wandelstok had. John Taylor had een wandelstok, en Wilford Woodruff had er een, en president Grant maakte gebruik van een wandelstok toen hij op leeftijd kwam. Ik heb president McKay met een wandelstok zien lopen, zo ook president Spencer W. Kimball, en ik wilde die traditie voortzetten.
Alle gekheid op een stokje, de waarheid is dat ik last heb van evenwichtsstoornissen. Ik sta onvast op mijn benen, en voor de dokters is het een raadsel. Maar ze zijn volop met me bezig, en ik hoop dat het over een dag of twee weer over is.
We zijn allemaal gesticht tijdens deze conferentie. We behoren allemaal meer moed en motivatie te hebben dan gisterochtend toen we hier aankwamen.
Ik verbaas me onophoudelijk over deze grote halfjaarlijkse bijeenkomsten. We hebben in de laatste twee dagen 26 sprekers beluisterd. Dat zijn er veel. Ieder van hen is een bepaalde hoeveelheid tijd toegemeten. Maar geen van hen is een onderwerp opgedragen. En toch zijn alle toespraken met elkaar in harmonie; ieder een draad in een tapijt met een imposant en mooi patroon. Ik denk dat bijna iedereen in dit wereldwijde publiek nu over een of meer van de toespraken kan zeggen: 'Dat was speciaal voor mij bedoeld. Dat had ik juist nodig.'
Dat is ook wel de reden waarom deze conferenties worden gehouden: om ons getuigenis te versterken, ons kracht te geven tegen verleiding en zonde, onze blik te verruimen, en instructies te ontvangen over de programma's van de kerk en ons eigen levenspatroon.
Natuurlijk houden veel kerken grote bijeenkomsten, maar ik ken er geen die vergelijkbaar zijn met deze conferenties die jaar na jaar iedere zes maanden worden gehouden. Het zijn waarlijk wereldconferenties.
Dit werk is levend en vitaal doordat het zich over de hele wereld in grote en kleine gemeenschappen verbreidt. De genialiteit van dit werk zit hem in de zendelingen die in afgelegen plaatsen met vreemde namen lesgeven en in de bekeerlingen als gevolg van dat onderwijs. Op mijn vele reizen zijn dat de plaatsen die ik het liefst bezoek: de kleine, grotendeels onbekende, verstrooide gemeenten waar het grote pionierswerk voortgang vindt.
Broeders en zusters, laten we deze conferentie verlaten met een krachtiger voornemen om het evangelie na te leven, om meer geloof te tonen, een betere vader of moeder, zoon of dochter te zijn, elkaar onvoorwaardelijk trouw te zijn en onvoorwaardelijk trouw aan de kerk.
Dit is het heilige werk van God. Het is goddelijk van oorsprong en van leer. Jezus Christus staat aan het hoofd. Hij is onze onsterfelijke Heiland en Verlosser. Zijn openbaringen zijn de bron van onze leer, ons geloof, ons onderwijs, ja, zij vormen het onderliggende patroon van ons leven. Joseph Smith was een instrument in de hand van de Almachtige voor het tot stand brengen van deze herstelling. En dat fundamentele element, openbaring, is nog steeds in deze kerk aanwezig, net als in de tijd van Joseph.
Ons persoonlijke getuigenis van die waarheden vormt de basis van ons geloof. Wij moeten dat getuigenis voeden. We moeten het opkweken. We moeten het nooit verlaten. We mogen het nooit terzijde leggen. Zonder dat getuigenis hebben we niets. Met dat getuigenis hebben we alles.
Mogen we, als we weer naar huis gaan, een toename van ons geloof in die eeuwige, onveranderlijke waarheden ervaren. Moge er vrede en liefde in ons gezin heersen, en een overvloed aan het goede van hemel en aarde. Dat bid ik nederig nu ik voor korte duur afscheid van u neem, in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.