President Thomas S. Monson
Eerste raadgever in het Eerste Presidium
'Wij weten niet van tevoren wanneer wij de kans zullen krijgen om iemand de helpende hand te bieden.'
Oklahoma City (Oklahoma) is een interessante stad. Vergezeld van de ouderlingen Richard G. Scott, Rex D. Pinegar en Larry W. Gibbons heb ik daar onlangs een regionale conferentie gepresideerd. Het gebouw waar de conferentie werd gehouden, zat vol met leden van de kerk en belangstellenden. Het koor zong prachtig, de toespraken waren inspirerend en de geest tijdens die conferentie zal de mensen nog lang bijblijven.
Ik dacht na over eerdere bezoeken die ik aan dat gebied had gebracht, de schoonheid van het lied 'Oklahoma', uit de musical van Rodgers en Hammerstein, en de bijzondere gastvrijheid van de plaatselijke bevolking.
Deze gemeenschapszin werd echter zwaar op de proef gesteld toen op 19 april 1995 een door terroristen geplaatste bom het Alfred P. Murrah Federal Building in het centrum van Oklahoma City verwoestte, waardoor 168 mensen om het leven kwamen en talloze mensen gewond raakten.
Na de regionale conferentie in Oklahoma City werd ik naar de ingang van een prachtig en symbolisch monument gereden, op de plaats waar eerst het Murrah Building stond. Het was een sombere, regenachtige dag die de pijn en het leed leek te onderstrepen. Het monument bestaat uit een reflecterend bassin van 120 meter. Aan de ene kant van het bassin staan 168 stoelen van glas en graniet, ter ere van de mensen die zijn omgekomen. Ze staan, voor zover kan worden vastgesteld, op de plaats waar de lichamen zijn gevonden.
Aan de andere kant van het bassin, op een heuveltje, staat een volwassen iep -- de enige boom die de verwoesting heeft overleefd. Die wordt toepasselijk en hartelijk 'de overlevingsboom' genoemd. In vorstelijke pracht worden de overlevenden van die verschrikkelijke aanslag in ere gehouden.
Mijn gastheer vestigde mijn aandacht op een inscriptie boven de poort van het monument:
Wij komen hier om de mensen te gedenken die zijn gedood,
Die de ramp hebben overleefd en die voor eeuwig zijn veranderd.
Moge iedereen die hier is geweest de gevolgen van geweld erkennen.
Moge dit monument troost, kracht, rust, hoop en sereniteit bieden.
Toen zei hij met tranen in zijn ogen en met trillende stem: 'Deze gemeenschap en alle kerken en burgers zijn tot een eenheid gesmeed. Door ons verdriet zijn we sterk geworden. Geestelijk zijn we verenigd.'
We kwamen tot de conclusie dat het gebeurde het beste met barmhartigheid omschreven kon worden.
Mijn gedachten gingen naar het toneelstuk Camelot. Koning Arthur, die van een betere wereld droomde en van een goede onderlinge verstandhouding, zei over het doel van de ronde tafel: 'Geweld is geen kracht, en barmhartigheid is geen zwakheid.'
In het Oude Testament is een inspirerend verslag te vinden waarin deze uitspraak tot uitdrukking komt. Jozef was de lievelingszoon van zijn vader, Jakob, waardoor zijn broers jaloers en verbitterd werden. Ze wilden Jozef doden, en hij werd uiteindelijk zonder voedsel of water in een diepe put gegooid. Toen er een karavaan langskwam, besloten zijn broers hem te verkopen in plaats van achter te laten. De kooplieden betaalden twintig zilverstukken voor Jozef, en uiteindelijk kwam hij in het huis van Potifar in Egypte terecht. Daar werd Jozef voorspoedig, want 'de Here was met Jozef'.1
Na de vette jaren kwamen de magere jaren van hongersnood. In die periode van hongersnood kwamen de broers van Jozef naar Egypte om graan te kopen, waar zij werden gezegend door die geachte man in Egypte -- hun eigen broer. Jozef had zijn broers wreed kunnen behandelen omdat zij zo wreed ten opzichte van hem waren geweest. Maar hij was vriendelijk tegen hen en won hun gunst en steun met de volgende woorden en daden:
'Maar weest nu niet verdrietig en ziet er niet zo ontsteld uit, omdat gij mij hierheen verkocht hebt, want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uit gezonden.
'Daarom heeft God mij voor u uit gezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde, en om voor u een groot aantal geredden in het leven te behouden.'2 Jozef was een voorbeeld van barmhartigheid.
In het midden des tijds, toen Jezus op de stoffige paden van het heilige land liep, sprak Hij vaak in gelijkenissen.
Hij zei bijvoorbeeld: 'Een zeker mens daalde af van Jeruzalem naar Jericho en viel in de handen van rovers, die hem niet alleen uitschudden, maar ook slagen gaven en weggingen, terwijl zij hem halfdood lieten liggen.
'Bij geval daalde een priester af langs die weg; en deze zag hem, doch ging aan de overzijde voorbij.
'Evenzo ging ook een Leviet langs die plaats, en hij zag hem en ging aan de overzijde voorbij.
'Doch een Samaritaan, die op reis was, kwam in zijn nabijheid, en toen hij hem zag, werd hij met ontferming bewogen.
'En hij ging naar hem toe, verbond zijn wonden, goot er olie en wijn op; en hij zette hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en verzorgde hem.
'En de volgende dag stelde hij de waard twee schellingen ter hand en zeide: Verzorg hem en mocht gij meer kosten hebben, dan zal ik ze u vergoeden, op mijn terugreis.'
Met recht kan de Heiland ons vragen: 'Wie van deze drie dunkt u, dat de naaste geweest is van de man, die in handen der rovers was gevallen?'
Ongetwijfeld zouden wij antwoorden: 'Die hem barmhartigheid bewezen heeft.'
En dan zou Jezus tegen ons zeggen: 'Ga heen, doe gij evenzo.'3
Jezus heeft ons veel voorbeelden van barmhartigheid gegeven: de kreupele man bij het bad in Betesda; de overspelige vrouw; de Samaritaanse vrouw bij de bron van Jakob; het dochtertje van Jaïrus; Lazarus, de broer van Maria en Marta -- zij zijn allemaal met de gewonde langs de weg naar Jericho te vergelijken. Zij hadden allemaal hulp nodig.
Tegen de kreupele man in Betesda zei Jezus: 'Sta op, neem uw matras op en wandel.'4 Tegen de overspelig vrouw zei hij: 'Ga heen, zondig van nu af niet meer.'5 Aan de vrouw bij de bron, die water kwam halen, gaf Hij een fontein van water, 'dat springt ten eeuwigen leven.'6 Tegen het overleden dochtertje van Jaïrus zei hij: 'Meisje, Ik zeg u, sta op!'7 En tegen de overleden Lazarus in het graf riep Hij: 'Kom naar buiten!'8
De Heiland heeft altijd blijk gegeven van grenzeloze barmhartigheid.
Op het Amerikaanse vasteland verscheen Jezus aan een menigte en zei:
'Hebt gij ook zieken onder u? Brengt hen hier. Hebt gij ook lammen, of blinden, of kreupelen, of verminkten, of melaatsen, of die verschrompelde ledematen hebben, of die doof zijn, of die enigerwijze lijdend zijn? Brengt hen hier, en Ik zal hen genezen, want Ik heb erbarmen met u. (. . .)
'(. . .) En Hij genas allen.'9
We kunnen de diepzinnige vraag stellen: Deze verslagen hebben betrekking op de Verlosser van de wereld. Kan ik in mijn leven, op mijn eigen weg naar Jericho, zoiets kostbaars ervaren?
Ik beantwoord die vraag met de woorden van de Meester: 'Komt en gij zult het zien.'10
Wij weten niet van tevoren wanneer wij de kans zullen krijgen om iemand de helpende hand te bieden. De weg naar Jericho die wij bewandelen heeft geen naam, en de vermoeide reiziger die onze hulp nodig heeft kan een onbekende zijn.
Oprechte dankbaarheid werd geuit door de schrijver van een brief die enige tijd geleden op de hoofdzetel van de kerk werd ontvangen. Er stond geen afzender op, maar het poststempel was uit Portland (Oregon):
'Aan het Eerste Presidium,
'In Salt Lake City ben ik een keer op christelijke wijze geholpen tijdens mijn zwerftochten.
'Tijdens een bustocht naar Californië maakte ik een tussenstop in Salt Lake City. Ik was ziek en trilde doordat ik slaap te kort was gekomen en ik mijn medicijnen niet had ingenomen. Doordat ik gehaast een akelige situatie in Boston was ontvlucht, was ik mijn medicijnen vergeten.
'Ik zat depressief in het restaurant van het Temple Square Hotel. Uit mijn ooghoek zag ik een echtpaar naar mij toekomen. "Hoe gaat het met je, jongeman?" vroeg de vrouw. Ik ging rechtop zitten en vertelde huilend en overstuur mijn verhaal. Zij luisterden aandachtig en geduldig naar mijn bijna onverstaanbare gemompel en kwamen toen in actie. Ze spraken met de manager van het restaurant en zeiden dat ik vijf dagen lang mocht eten wat ik wilde. Ze namen me mee naar het hotel en betaalden voor een kamer voor vijf dagen. Ze namen me mee naar een arts en zorgden ervoor dat ik de nodige medicijnen kreeg -- waardoor mijn leven werd gered.
'Toen ik aan het bijkomen was en op krachten kwam, ging ik iedere dag naar de orgelconcerten in de Tabernakel. De celestiale klank van dat instrument, van de kleinste toon tot de klank van het volledige orgel, is de mooiste muziek die ik ooit heb gehoord. Ik heb platen en bandjes van het Tabernakelkoor gekocht om mij zo nodig te kalmeren en te steunen.
'Toen ik op de laatste dag de sleutel van mijn kamer inleverde, lag er een boodschap van het echtpaar: "Betaal ons maar terug door iemand anders te helpen die in nood verkeert." Dat was mijn gewoonte, maar ik besloot beter op te letten of er iemand hulp nodig had.
'Ik wens u het allerbeste toe. Ik weet niet of dit inderdaad de "laatste dagen" zijn die in de Schriften genoemd worden, maar ik weet wel dat twee leden van uw kerk heiligen voor mij waren toen ik in problemen verkeerde. Ik dacht dat u dat wel zou willen weten.'
Wat een voorbeeld van barmhartigheid!
In een particulier verzorgingstehuis heerste ook altijd veel barmhartigheid. De eigenares heette Edna Hewlett. Er was een wachtlijst voor patiënten die hun laatste dagen in haar zorg wilden doorbrengen, omdat ze zo'n lieve vrouw was. Ze waste en kamde het haar van iedere patiënt. Ze waste oude lichamen en kleedde die met heldere, schone kleding.
In de jaren dat ik de weduwen bezocht van de wijk die ik presideerde, ging ik altijd als eerste naar Edna's tehuis. Ze heette me altijd welkom met een opgewekte glimlach en nam me mee naar de huiskamer waar een aantal patiënten zaten. Ik ging altijd eerst naar Jeannie Burt, de oudste -- ze was 102 toen ze overleed. Ze had mij en mijn familie gekend vanaf de dag dat ik geboren werd.
Op een keer vroeg Jeannie me met haar Schotse accent: 'Tommy, ben je onlangs nog in Edinburgh geweest?'
Ik antwoordde: 'Ja, nog niet zo lang geleden.'
'Wat een mooie stad, hè?' zei ze.
Jeannie deed haar oude ogen dicht en dagdroomde even in stilte. Toen zei ze serieus: 'Ik heb mijn begrafenis al van tevoren betaald. Jij spreekt op mijn begrafenis en je draagt 'Crossing the Bar' van Tennyson voor. Laat maar eens horen!'
Het leek wel of iedereen naar me keek, en dat was ook zo. Ik haalde diep adem en begon:
Zonsondergang en avondster,
ja, ik word geroepen.
Laat er geen treurnis zijn
als ik volle zee kies.11
Jeannie glimlachte vriendelijk en hemels toen ze zei: 'O, Tommy, dat was mooi. Maar je moet nog wel een beetje oefenen voor mijn begrafenis!' En dat deed ik.
Op enig moment in ons aardse leven is er de aarzeling, de zwakke glimlach, de pijn van ziekte -- zelfs het einde van de zomer, het begin van de herfst, de kille winter en de ervaring die we de dood noemen, die iedereen moet ondergaan. De ouden van dagen ondergaan die al wankelend. De roep van de dood wordt gehoord door de mensen die nauwelijks de middelbare leeftijd hebben bereikt. Vaak wordt de lach van kleine kinderen erdoor verstomd.
In de hele wereld wordt dagelijks gerouwd als mensen afscheid namen van een zoon, een dochter, een broer, een zus, een moeder, een vader of een dierbare vriend.
Vanaf het wrede kruis klinken de liefdevolle afscheidswoorden van de Heiland aan zijn moeder:
'Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie uw zoon.
'Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van dat uur af nam de discipel haar bij zich in huis.'12
Laten we niet vergeten dat als de bloemen van de begrafenis zijn verwelkt, de goede wensen van vrienden herinneringen worden en de uitgesproken gebeden en woorden vervagen, de treurenden vaak eenzaam achterblijven. Ze missen de lach van een kind, de drukte van een tiener en de liefdevolle zorg van een overleden partner. De klok tikt luider, de tijd gaat langzamer en de vier muren van ons huis kunnen een gevangenis worden.
Ik prijs de mensen die liefdevol en barmhartig de hongerigen voeden, de naakten kleden en de daklozen onderdak verlenen. Hij die het ziet als een mus ter aarde valt, zal dergelijk dienstbetoon niet ontgaan.
In zijn barmhartigheid en volgens zijn plan krijgen de kinderen van onze Vader de gemoedsrust die groter is dan begrip.
Onder leiding van president Gordon B. Hinckley gaat het aantal nieuwe tempels die gebouwd zijn en worden, ons begrip te boven. Wij behoren dankbaar te zijn voor de barmhartige zorg van onze hemelse Vader voor zijn kinderen hier op aarde en in het bestaan in het hiernamaals.
Wij zijn onze hemelse Vader en onze Heiland, Jezus Christus, dank verschuldigd voor zijn leven, zijn evangelie, zijn voorbeeld en zijn verzoening.
Ik ga in gedachten terug naar Oklahoma City. Volgens mij is het geen toeval dat er nu in die stad een prachtige tempel van de Heer staat, als een baken uit de hemel om de weg naar geluk in dit leven en eeuwige vreugde in de eeuwigheid aan te geven. Laten we de woorden van de psalmist niet vergeten: 'Des avonds vernacht het geween, tegen de morgen is er gejuich.'13
De Meester zegt nadrukkelijk: 'Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen.'14
Laten we luisteren als Hij klopt. Laten we de deur van ons hart openen, zodat Hij -- het levende voorbeeld van barmhartigheid -- kan binnenkomen. Dat is mijn gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Genesis 39:2.
2. Genesis 45:5, 7.
3. Lucas 10:3037.
4. Johannes 5:8.
5. Johannes 8:11.
6. Zie Johannes 4:14.
7. Marcus 5:41.
8. Johannes 11:43.
9. 3 Nephi 17:7, 9.
10. Johannes 1:40.
11. 'Crossing the Bar', regels 14.
12. Johannes 19:2627.
13. Psalmen 30:5.
14. Openbaring 3:20.