The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 2001
Leven in de volheid der tijden
 NextArrow icon acting as a button to Next Page  

Leven in de volheid der tijden

President Gordon B. Hinckley

'Ondanks het onheil om ons heen, ondanks de vuiligheid die we bijna overal zien, ondanks het conflict dat zich over de wereld uitstrekt, kunnen wij beter worden.'

President Gordon B. Hinckley

Geliefde broeders en zusters, waar u zich ook bevindt, welkom op deze grote wereldconferentie van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. We zijn hier bij elkaar in ons prachtige nieuwe Conferentiecentrum in Salt Lake City. Het gebouw is vol of zal dat snel zijn. Ik ben erg blij dat we dit gebouw hebben. Ik ben dankbaar voor de inspiratie die tot de bouw hiervan leidde. Het is een opmerkelijk bouwwerk. Ik zou willen dat we allemaal onder één dak bijeen konden komen, maar dat is onmogelijk. Ik ben innig dankbaar dat we het wonder van televisie hebben, van radio, de kabel, satellietuitzending en het internet. We zijn een grote, wereldwijde kerk geworden, en het is het overgrote deel van onze leden nu mogelijk om als één grote familie aan deze bijeenkomsten deel te nemen, in vele talen, in vele landen, maar allemaal met één geloof, één leer en één doop.

Ik word vanmorgen bijna door mijn gevoelens overmand als ik denk aan wat de Heer voor ons heeft gedaan.

Ik weet niet wat we in het voorbestaan hebben gedaan waardoor we al die wonderbaarlijke zegeningen die we bezitten, hebben verdiend. We zijn naar de aarde gekomen in deze geweldige periode in de lange geschiedenis van de mensheid. Dit is een fantastische tijd, de beste aller tijden. Als we terugdenken aan het lange geploeter van de mensheid, vanaf de tijd van onze eerste ouders, moeten we ons wel dankbaar voelen.

De periode waarin wij leven is de volheid der tijden waarover in de Schriften gesproken wordt; de periode waarin God alle elementen van voorgaande bedelingen bijeen heeft gebracht. Vanaf de dag dat zijn geliefde Zoon en Hij zich aan de jonge Joseph openbaarden, is er een enorme waterval van licht over de wereld uitgestort. Het hart van de mensen heeft zich tot hun vaders gekeerd ter vervulling van de woorden van Maleachi. Het visioen van Joël is vervuld waarin hij verklaarde:

'Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien.

'Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten.

'Ik zal wonderen geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen.

'De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt.

'En het zal geschieden, dat ieder die de naam des Heren aanroept, behouden zal worden, want op de berg Zion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot de ontkomenen zullen zij behoren, die de Here zal roepen' (Joël 2:28–32).

Er zijn in deze periode meer wetenschappelijk ontdekkingen gedaan dan gedurende de gehele hieraan voorafgaande geschiedenis van de mensheid. Het vervoer, de communicatie, de medische wetenschap, de volkshygiëne, het gebruik van atoomkracht en het wonder van de computer met alles wat daarbij behoort, zijn in het bijzonder in onze tijd tot bloei gekomen. Gedurende mijn eigen leven heb ik wonder na verbazend wonder tot stand zien komen. En wij vinden dat gewoon.

Daarnaast heeft de Heer zijn priesterschap van weleer hersteld. Tijdens de afgelopen anderhalve eeuw heeft Hij zijn kerk en koninkrijk georganiseerd. Hij heeft zijn volk geleid. Ze zijn getemperd in de smeltkroes van vreselijke vervolging. Hij heeft de geweldige tijd waarin wij nu leven tot stand gebracht.

We hebben alleen nog maar de voorafschaduwing gezien van de sterke macht ten goede die deze kerk zal worden. En toch verbaas ik me over wat er al is bereikt.

Ons ledental is gegroeid. Ik denk dat we ook in getrouwheid zijn gegroeid. We verliezen nog te veel broeders en zusters, maar de getrouwen zijn sterk. Zij die ons observeren, zeggen dat wij ons onder de vooraanstaande godsdiensten bevinden. We veranderen niet. De kijk van de wereld op ons verandert. We onderwijzen in dezelfde leer. We hebben dezelfde organisatie. We arbeiden om dezelfde goede werken te doen. Maar de oude haat verdwijnt, de oude vervolging sterft af. Mensen zijn beter op de hoogte. Ze beginnen in te zien waar wij voor staan en wat we doen.

Maar hoe geweldig deze tijd ook is, het is een tijd vol gevaren. Het kwaad is overal om ons heen. Het is aantrekkelijk en verleidelijk, en heeft in veel gevallen succes. Paulus heeft gezegd:

'Weet wel, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen komen:

'want de mensen zullen zelfzuchtig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig,

'liefdeloos, trouweloos, lasteraars, onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede,

'verraderlijk, roekeloos, opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God,

'die met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand' (2 Timoteüs 3:1–5).

Al deze vormen van kwaad zijn tegenwoordig gewoner en algemener dan ze ooit zijn geweest. Daar zijn we onlangs weer op gewezen door wat er in New York, Washington en Pennsylvania is gebeurd, waarover ik morgen zal spreken. We leven in een tijd waarin gewelddadige mensen vreselijke, verachtelijke dingen doen. We leven in een tijd van oorlog. We leven in een tijd van arrogantie. We leven in een tijd van slechtheid, pornografie en onzedelijkheid. Alle zonden van Sodom en Gomorra waren rond in onze maatschappij. Onze jonge mensen hebben nog nooit voor zulke enorme moeilijkheden gestaan. Nog nooit hebben we het wellustige aangezicht van het kwaad duidelijker gezien.

Daarom, broeders en zusters, zijn we voor deze heerlijke conferentie bijeen gekomen om elkaar op te bouwen en te versterken, elkaar te helpen en verheffen, bemoediging te geven en het geloof op te bouwen, na te denken over de wonderbaarlijke zaken die de Heer ons beschikbaar heeft gesteld, en ons besluit te versterken dat we het kwaad zullen weerstaan in welke vorm het ook tot ons moge komen.

We zijn gelijk een groot leger geworden. We zijn een aanzienlijk volk geworden. Men hoort ons als wij onze stem verheffen. We hebben onze kracht in tegenspoed bewezen. Onze kracht is ons geloof in de Almachtige. Geen enkele zaak onder de hemelen kan het werk van God tegenhouden. De tegenspoed zal zijn lelijke gezicht misschien laten zien. De wereld mag dan in beroering zijn met oorlogen en geruchten van oorlogen, maar dit werk gaat voorwaarts.

U bent vast wel bekend met deze krachtige woorden van de profeet Joseph: '(. . .) geen onheilige hand kan de vooruitgang van het werk stuiten; al woeden vervolgingen, spannen benden samen, verzamelen er zich legers en viert laster hoogtij, toch zal Gods waarheid moedig, nobel en onafhankelijk voorwaarts gaan, totdat zij in elk werelddeel is doorgedrongen, elke streek heeft bezocht, elk land heeft overspoeld en in elk oor heeft geklonken, totdat Gods oogmerken zijn bereikt en de grote Jehova zegt dat het werk is volbracht.' (History of the Church, deel 4, blz. 540.)

De Heer heeft ons het doel gegeven waar wij naartoe werken. Dat doel is zijn koninkrijk opbouwen. Dat is een geweldige onderneming van grote aantallen mannen en vrouwen, van geloof, van integriteit, van liefde en zorg voor de mensheid, waarbij we voorwaarts gaan om een betere maatschappij te creëren, en onszelf en anderen tot zegen zijn.

Als we inzien wat onze situatie en ons doel is, kunnen we niet arrogant worden. We kunnen niet zelfingenomen worden. We kunnen niet zelfvoldaan of zelfzuchtig worden. We moeten de hele mensheid de hand toesteken. Zij zijn allemaal zoons en dochters van God, onze eeuwige Vader, en Hij zal ons rekenschap vragen van wat wij voor hen doen. Moge de Heer ons zegenen. Moge Hij ons sterk en machtig in goede werken maken. Moge ons geloof stralen als het zonlicht in de ochtend. Mogen wij in gehoorzaamheid aan zijn goddelijke geboden leven. Moge Hij met genegenheid op ons neerzien. En mogen wij, terwijl we voorwaarts gaan, de mensheid tot zegen zijn doordat we iedereen de hand reiken en hen die vertrapt en onderdrukt worden, verheffen, en hen die honger lijden en tekortkomen, voeden en kleden, en allen om ons heen die geen deel uitmaken van deze kerk, liefde en behulpzaamheid schenken. De Heer heeft ons de weg gewezen. Hij heeft ons zijn woord, zijn raad, zijn leiding, ja, zijn geboden gegeven. We hebben veel goeds gedaan. Er is veel waarvoor we dankbaar mogen zijn en waarop we trots mogen zijn. Maar we kunnen het nog beter doen, veel beter.

Ik houd heel veel van u, mijn broeders en zusters in deze grote beweging. Ik houd van u om wat u bent geworden en om wat u kunt worden. Ondanks het onheil om ons heen, ondanks de vuiligheid die we bijna overal zien, ondanks het conflict dat zich over de wereld uitstrekt, kunnen wij beter worden.

Ik smeek de zegeningen des hemels op u af en betuig u mijn liefde, en beveel de fijne boodschappen bij u aan die u in de komende twee dagen vanaf dit spreekgestoelte zult horen. Dat doe ik in de heilige naam van onze Heer, Jezus Christus. Amen.

 
 NextArrow icon acting as a button to Next Page  
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy