The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 2001
Bukken om iemand anders op te richten

Bukken om iemand anders op te richten

President Gordon B. Hinckley

'Laten we ons hart openstellen, laten we andere mensen oprichten, laten we onze portemonnee opendoen, laten we meer liefde tonen voor onze naasten.'

President Gordon B. Hinckley

Broeders, als ik kijk naar deze grote zaal vol mannen en besef dat er verspreid over de hele wereld nog tienduizenden zijn die, één van hart en één van geest, allemaal het gezag van het priesterschap van de levende God dragen, word ik stil en deemoedig. Ik vraag om leiding van de Heilige Geest.

Zoveel priesterschapsdragers bij elkaar is uniek in de wereld. U bent de legers van de Heer, mannen die bereid zijn de tegenstander van de waarheid te bestrijden, mannen die klaar staan om iets goeds tot stand te brengen, mannen die een getuigenis van de waarheid hebben, mannen die veel opgeofferd en gegeven hebben voor deze belangrijke zaak. Moge de Heer u zegenen, steunen en grootmaken. 'Gij (. . .) zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap' (1 Petrus 2:9).

Broeders, laten we het priesterschap dat we dragen waardig zijn. Laten we dicht bij de Heer leven. Laten we een goede echtgenoot en vader zijn.

Elke man die thuis een tiran is, is het priesterschap niet waardig. Hij kan geen goed middel zijn in de handen van de Heer als hij geen respect, vriendelijkheid en liefde toont jegens de partner van zijn keuze.

Zo zal ook elke man die zijn kinderen een slecht voorbeeld geeft, die zich niet kan beheersen, of die betrokken is bij oneerlijke of onzedelijke praktijken, merken dat de macht van zijn priesterschap is weggenomen.

Ik herinner u eraan 'dat de rechten van het priesterschap onafscheidelijk met de machten des hemels zijn verbonden, en dat de machten des hemels niet bestuurd noch aangewend kunnen worden, dan alleen volgens de grondbeginselen van gerechtigheid.

'Dat ze op ons kunnen worden bevestigd is waar, doch wanneer wij het ondernemen onze zonden te bedekken, of onze hoogmoed, onze ijdele eerzucht te bevredigen, of in enige mate van ongerechtigheid bestuur, heerschappij over of dwang op de menselijke zielen uit te oefenen, ziet, dan onttrekken de hemelen zich, de Geest des Heren is bedroefd, en wanneer deze Zich heeft teruggetrokken — vaarwel dan het priesterschap of het gezag van die man' (LV 121:36–37).

Broeders, laten we goede mannen zijn omdat de Heer ons begunstigd heeft met zijn goddelijke macht.

Nu iets anders, wat ermee in verband staat.

In april heb ik tijdens onze priesterschapsbijeenkomst een nieuw programma aangekondigd. Ik sprak toen over het grote aantal zendelingen uit Zuid-Amerika, Mexico, de Filipijnen en andere gebieden. Zij geven gehoor aan hun oproep en werken zij aan zij met hun Noord-Amerikaanse broeders en zusters. Ze ontwikkelen een sterk getuigenis. Ze gaan anders leven. Ze hebben veel succes omdat ze hun landstaal spreken en de cultuur van hun land kennen. Ze beleven een prachtige periode van hard en toegewijd werken.

Dan worden ze ontheven en gaan terug naar huis. Hun ouderlijk gezin leeft in armoede, en velen vallen terug in dezelfde situatie, niet in staat om zich daar bovenuit te worstelen door gebrek aan vaardigheden en omdat het moeilijk blijft passend werk te vinden.

Ik heb met u gesproken over het permanente emigratiefonds dat in de pionierstijd van de kerk werd opgericht om de armen uit Engeland en Europa te helpen. Er werd een fonds opgericht waaruit kleine leningen werden toegekend, waardoor dertigduizend leden vanuit hun geboorteland naar Zion konden emigreren.

Ik vertelde u dat we datzelfde beginsel gingen toepassen en het permanente studiefonds gingen oprichten. Met het geld dat onze mensen zouden schenken, en niet met tiendegeld, zouden we een kapitaal vormen waarvan we de winst zouden gebruiken om onze jonge broeders en zusters een opleiding te laten volgen om voor beter werk in aanmerking te komen. Ze zouden vaardigheden ontwikkelen waarmee ze genoeg konden verdienen om hun gezin goed te onderhouden en de armoede te boven te komen die zijzelf en voorgaande generaties gekend hadden.

Er zat niets in het fonds in de periode dat we er plannen voor maakten. Maar in geloof zijn we doorgegaan en we hebben een bescheiden organisatie in het leven geroepen om te verwezenlijken wat volgens ons nodig was. Het doet mij genoegen dat ik u kan vertellen dat er geld is binnengekomen, tienduizenden dollars, honderdduizenden dollars, miljoenen zelfs. Dat kwam van milddadige kerkleden die de Heer liefhebben en minder fortuinlijke mensen willen helpen het economisch beter te krijgen. We hebben nu veel geld. Het is niet alles wat we nodig hebben. We hopen dat er bijdragen zullen blijven komen. De grootte van het kapitaal bepaalt hoeveel mensen geholpen kunnen worden.

Nu, een half jaar later, wil ik verslag uitbrengen van wat er bereikt is. Allereerst hebben we ouderling John K. Carmack geroepen. Hij heeft zoveel goed werk gedaan in het Eerste Quorum der Zeventig en heeft tijdens deze conferentie het emeritaat gekregen. Hij is een ervaren advocaat, een bekwaam zakenman, een man met veel talenten. Hij is aangesteld tot directeur, en hoewel hij gepensioneerd is als een van de zeventigen, zal hij al zijn tijd aan deze taak besteden.

Ouderling Richard E. Cook van de Zeventig, die ook het emeritaat heeft gekregen, zal hem helpen met de financiën. Ouderling Cook is assistent-hoofd van de boekhouding bij Ford geweest, heeft ervaring met internationale financiën, is een zeer bekwaam leider en iemand die de Heer en de kinderen van de Heer liefheeft.

We hebben deze twee broeders aan één kant versleten, en nu draaien we ze om zodat we ze aan de andere kant kunnen verslijten.

Ze werken samen met broeder Rex Allen, een expert in organisatie en scholing; en met broeder Chad Evans, die veel ervaring heeft met voortgezet onderwijs.

Alle vier stellen zij hun tijd en expertise zonder compensatie beschikbaar.

Het programma loopt. Deze broeders hebben het heel zorgvuldig en op goede grondbeginselen in gang gezet. We hebben het gebied waar het allereerst operationeel is nog beperkt, maar als we meer middelen krijgen, zal dat uitgebreid worden.

Deze broeders zijn begonnen de bestaande organisaties van de kerk te benutten. Het programma heeft de priesterschap als basis en zal daarom succes hebben. Het begint bij de bisschoppen en ringpresidenten. Ze werken geweldig samen met de kerkelijke onderwijsinstellingen, de bureaus van de afdeling arbeidsbemiddeling en andere instellingen. Eerst is het ingevoerd in Peru, Chili en Mexico, gebieden met een groot aantal teruggekeerde zendelingen waar de nood hoog is. De plaatselijke leiders zijn enthousiast en toegewijd. De begunstigden leren ware beginselen van zelfredzaamheid. Hun visie op hun potentieel is aanzienlijk verbreed. Ze kiezen een goede, plaatselijke opleiding en betalen die zoveel mogelijk zelf, via hun ouders of uit andere, plaatselijke bronnen. Ze zijn erkentelijk, gewillig en dankbaar voor de kansen die ze krijgen. Ik zal u twee of drie voorbeelden geven.

Het eerste is dat van een jongeman die in Cochabamba (Bolivia) op zending is geweest. Hij woont met zijn gelovige moeder en nichtjes in een arme buurt. Hun huisje heeft een cementen vloer, één kale gloeilamp, het dak lekt en het raam is stuk. Hij was een succesvolle zendeling. Hij zegt:

'Mijn zending was het beste wat ik ooit heb gedaan. Ik heb geleerd de geboden te gehoorzamen en geduldig te zijn in mijn beproevingen. Ik heb ook wat Engels geleerd en ik kan mijn geld, tijd en vaardigheden beter benutten.

'Toen mijn zending ten einde was, vond ik het moeilijk om naar huis te gaan. Mijn Amerikaanse collega's gingen terug naar de universiteit. Maar er is veel armoede in ons land. Het is moeilijk om een opleiding te volgen. Mijn moeder doet haar best, maar zij kan ons niet helpen. Ze heeft zoveel geleden, en ik ben haar hoop.

'Toen ik hoorde van het permanente studiefonds, was ik zo blij. De profeet toonde zijn erkentelijkheid voor ons werk. Ik was ontzettend blij. (. . .) Ik kon studeren, zelfredzaam worden, een gezin stichten, mijn moeder helpen.

'Ik ga boekhouden studeren op een plaatselijke school waar ik kan studeren en werken. Het is een korte cursus van maar drie jaar. Ik moet blijven werken als conciërge, maar dat is niet erg. Als ik mijn diploma heb en werk heb als boekhouder, ga ik een hogere opleiding volgen in internationale handel.

'Dit is onze kans, die moeten we niet voorbij laten gaan. De Heer heeft vertrouwen in ons. Ik heb vele malen in het Boek van Mormon gelezen dat de Heer tegen de profeten zei dat wij, als we de geboden onderhouden, voorspoedig zullen zijn in het land. Dat gaat in vervulling. Ik ben God zo dankbaar voor deze prachtige kans om te ontvangen wat mijn broers en zussen niet hadden, dat ik onze familie kan helpen, mijn doelen kan verwezenlijken. En ik betaal de lening graag terug om te zorgen dat anderen ook zo gezegend worden. Ik weet dat de Heer me zal zegenen als ik dat doe.'

Is dat niet mooi? Nog een voorbeeld. Een jongeman in Mexico-Stad kreeg een lening toegewezen van ongeveer duizend dollar om een opleiding tot dieselmonteur te volgen. Hij zei:

'Ik beloof dat ik mijn uiterste best zal doen zodat ik tevreden zal zijn over mijn inzet. Ik weet dat dit een waardevol en belangrijk programma is. Daarom probeer ik er voor de toekomst zoveel mogelijk profijt van te hebben. Ik wil de armen kunnen helpen en mijn huisgenoten adviseren. Ik dank mijn Vader in de hemel voor dit prachtige en geïnspireerde programma.'

Onlangs is een lening toegekend aan een andere jongeman in Mexico-Stad die in Las Vegas (Nevada) op zending is geweest. Hij wil graag tandtechnicus worden. Zijn opleiding vergt dat hij vijftien maanden hard moet werken. Hij zegt:

'Ik beloof dat ik, als ik mijn studie met de hulp van het permanente studiefonds heb afgerond, de lening zal terugbetalen zodat andere teruggekeerde zendelingen die zegeningen ook kunnen ontvangen.'

En zo zijn we begonnen het onze getrouwe, competente jonge mannen en vrouwen mogelijk te maken de maatschappelijke ladder te beklimmen waardoor ze het financieel beter krijgen. Door de veel betere kansen zullen ze de armoedecirkel doorbreken waarin zij en degenen die hen zijn voorgegaan, zolang gevangen hebben gezeten. Ze zijn op zending geweest en zullen in de kerk werkzaam blijven. In hun vaderland zullen ze leiders worden in dit belangrijke werk. Ze zullen hun tiende en hun vastengaven betalen waardoor de kerk dit werk over de hele wereld kan uitbreiden.

We gaan er vanuit dat er aan het einde van dit jaar ongeveer 1200 deelnemers zijn. We schatten dat het er over drie jaar drieduizend zijn. De mogelijkheden zijn er. De nood is hoog. Misschien mislukt het soms. Maar de grote meerderheid zal presteren naar verwachting, zowel jonge mannen als jonge vrouwen.

Onze enige beperking zal het geld zijn. Nogmaals vragen we iedereen die dat wil, een bijdrage te geven, klein of groot. Dan kunnen we dit grootse werk uitbreiden waardoor degenen met geloof en latente vaardigheden, als leden van De Kerk van de Heiligen der Laatste Dagen financieel onafhankelijk kunnen worden.

Begrijpt u wat het enorme werk van deze kerk betekent? Laat mij u een scenario schetsen. Een paar zendelingen kloppen op de deur van een huisje ergens in Peru. Een vrouw doet open. Ze begrijpt niet helemaal wat de zendelingen willen. Maar ze laat ze binnen. Ze spreken af dat ze terugkomen als haar man en de andere gezinsleden thuis zijn.

De zendelingen geven het gezin les. Geraakt door de macht van de Geest, reageren ze op de boodschap van eeuwige waarheid. Ze laten zich dopen.

Het gezin is actief in de kerk. Ze betalen een volledige, maar heel magere tiende. Ze hebben een zoon of dochter die tegen de twintig is. Als de tijd daar is, wordt de zoon of dochter op zending geroepen. Het gezin doet al het mogelijke om hem of haar te steunen, en de rest wordt betaald met geld uit het zendingsfonds dat de heiligen bijeenbrengen.

De zoon of dochter werkt samen met een collega uit de Verenigde Staten of Canada. Hij of zij leert Engels, en het Spaans van de collega wordt een stuk beter. Ze werken zij aan zij met liefde, waardering en respect voor elkaar, vertegenwoordigers van twee totaal verschillende culturen.

Aan het einde van hun zending gaat de Noord-Amerikaan naar huis en weer naar school. De Peruviaan gaat terug naar huis en hoopt dat hij een bescheiden baantje vindt. Hij wordt heel slecht betaald. De toekomst is niet veelbelovend. Hij of zij heeft niet de nodige vaardigheden voor beter werk. En dan breekt er een helder straaltje hoop door. Broeders, u begrijpt dat wel. Ik hoef dat niet verder uit te leggen. Wat we moeten doen, is duidelijk, de nood is hoog, en de Heer heeft de weg gewezen.

Ouderling Carmack vond pas geleden een oud kasboek. Hij bracht het aan mij. We ontdekten dat er in 1903 een klein fonds was opgericht om mensen die leerkracht wilden worden tijdens hun opleiding een betere kans te geven door middel van kleine leningen.

Dat is dertig jaar doorgegaan totdat er tijdens de crisis een eind aan kwam.

Ik was verbaasd welke namen er in dat oude kasboek stonden. Twee daarvan zijn president van een universiteit geworden. Anderen zijn bekende en uiterst bekwame onderwijskundigen geworden. In het kasboek staan aflossingen van tien dollar, 5 dollar, van 3,10 dollar rente en dergelijke. Een van de begunstigden van dat programma is bisschop, ringpresident, vervolgens apostel en uiteindelijk raadgever in het Eerste Presidium geworden.

Broeders, we moeten beter voor elkaar zorgen. We moeten ons wat meer inspannen om degenen die onderaan de maatschappelijke ladder staan, te helpen. We moeten gelovige, integere en bekwame mensen bemoedigen en ze de hand toesteken als ze met wat hulp hoger op die ladder kunnen komen.

Dat beginsel is niet alleen van toepassing op wat we momenteel met dit studiefonds doen, maar is veel algemener. Laten we ons hart openstellen, laten we andere mensen oprichten, laten we onze portemonnee opendoen, laten we meer liefde tonen voor onze naasten.

De Heer heeft ons zo overvloedig gezegend. En de nood is hoog. Hij heeft gezegd: 'In zoverre gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan' (Matteüs 25:40).

Ik lees voor uit het boek Handelingen:

'En een man, die verlamd was van de schoot zijner moeder aan, zodat hij gedragen moest worden, zetten zij dagelijks bij de tempel, genaamd de Schone, om een aalmoes te vragen van de tempelgangers;

'Toen deze zag, dat Petrus en Johannes de tempel zouden binnengaan, verzocht hij om een aalmoes.

'En Petrus zag hem scherp aan, met Johannes, en zeide: Zie naar ons.

'En hij hield zijn blik op hen gevestigd in de verwachting iets van hen te ontvangen.

'Maar Petrus zeide: Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb, geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel!

'En hij greep hem bij de hand en richtte hem op, en terstond werden zijn voeten en enkels stevig.

'En hij sprong op en stond en liep heen en weer en hij ging met hen de tempel binnen, lopende en springende en God lovende' (Handelingen 3:2–8).

Let op: Petrus vatte hem bij de hand en richtte hem op.

Petrus moest zich bukken om de lamme op te richten. Ook wij moeten ons bukken.

God zegene u, broeders, jong en oud. Blijf trouw. Doe uw werk met liefde. Voed uw gezin op in de weg van de Heer. 'Zie op tot God en leef' (zie Alma 37:47).

Dat bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy