Ouderling L. Tom Perry
van het Quorum der Twaalf Apostelen
'Wij hebben een koninklijk leger van teruggekeerde zendelingen nodig die weer in dienst gaan.'
Vanmiddag wil ik tot een bijzondere groep mensen spreken. De afgelopen vele jaren zijn honderdduizenden van u teruggekeerd van een voltijdzending. Ieder van u heeft gehoor gegeven aan dezelfde oproep die de Heiland zijn discipelen gegeven heeft:
'Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld' (Matteüs 28:1920).
Het was uw voorrecht om in vele delen van de wereld de boodschap van de Heiland uit te dragen een uitnodiging om tot Hem te komen en de vruchten van het evangelie te proeven. Het was uw voorrecht om in veel verschillende culturen te verkeren en verschillende talen te leren. Het was ook een tijd om uw eigen getuigenis van de zending van Jezus Christus verder te ontwikkelen.
Het was mij altijd een eer om in de loop der jaren te spreken met u, teruggekeerde zendelingen velen van u willen terugkeren en de mensen bezoeken die u mocht dienen. U vertelt graag over uw ervaringen in het zendingsveld. In uw huwelijksaankondigingen en cv's neemt u een regel op waaruit blijkt dat u een teruggekeerd zendeling bent. Hoewel u geen naamplaatje meer draagt, wilt u graag aangeven dat u de Heer als zendeling gediend hebt. En belangrijker nog: u hebt dierbare herinneringen omdat u de vreugde van dienstbetoon in het evangelie ontdekt hebt.
Uit vele gesprekken met u heb ik vernomen dat de aanpassing die nodig is bij het verlaten van het zendingsveld en het terugkeren in de wereld die u had achtergelaten, soms moeilijk is. Misschien vonden velen van u het moeilijk om de geest van het zendingswerk levend te houden zodra u geen voltijdzendeling van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen meer was.
Ik wil enkele suggesties doen.
Een van de sterkste herinneringen die ik heb aan de tijd dat ik zendeling was, is hoe dicht ik door geregeld gebed tot de Heer kwam. Destijds was er het Mission Home aan State Street in Salt Lake City. Het was een groot huis dat was omgebouwd tot opleidingscentrum voor zendelingen. Het had grote slaapkamers met wel tien bedden per kamer. We arriveerden op zaterdagavond.
De week voordat ik op zending ging, was een opwindende tijd. Er waren veel feesten en afscheidsfuiven. Ik ben bang dat ik niet erg goed uitgerust was, en ook niet erg goed voorbereid op de training die ik in het opleidingscentrum zou ontvangen. Aan het eind van de avond van onze eerste dag in het opleidingscentrum was ik erg moe. Wachtend op de andere zendelingen die zich klaarmaakten om naar bed te gaan, ging ik op bed liggen en viel prompt in slaap. Maar ik werd in mijn slaap gestoord door het gevoel dat ik omsingeld was. Toen ik wakker werd, hoorde ik dat er een gebed werd uitgesproken. Ik deed mijn ogen open en zag tot mijn verbazing dat alle zendelingen in mijn slaapkamer rond mijn bed knielden en de dag besloten met een gebed. Ik deed mijn ogen snel weer dicht en deed net alsof ik sliep. Ik schaamde me te erg om uit bed te komen en me bij hen te voegen. Hoewel mijn eerste ervaring met bidden als zendeling er een was die mij in verlegenheid bracht, was dit het begin van twee geweldige jaren waarin ik de Heer geregeld aanriep om leiding.
Gedurende mijn zending bad ik aan het begin van elke ochtend met mijn collega. Dat proces herhaalde zich elke avond voor het naar bed gaan. We spraken een gebed uit voordat we gingen studeren, voordat we onze kamer verlieten om langs de deuren te gaan en natuurlijk waren er de bijzondere gebeden als we leiding nodig hadden in ons zendingswerk. De frequentie van onze verzoeken aan onze hemelse Vader gaf ons de kracht en de moed om door te gaan met het werk waartoe wij geroepen waren. Er kwamen ook antwoorden, soms op een verbazend directe en positieve wijze. De leiding van de Heilige Geest leek veel sterker te worden naarmate we de Heer per dag vaker om leiding verzochten.
Als ik terugkijk op mijn leven na mijn zending, dan besef ik dat er perioden waren waarin ik in staat was om net zo dicht bij de Heer te blijven als in het zendingsveld. Maar er waren ook perioden waarin de wereld naar binnen leek te sluipen en ik minder consequent en getrouw was in mijn gebeden.
Zou dit niet een goede tijd zijn voor wat zelfevaluatie om vast te stellen of we nog steeds dezelfde fijne band met onze Vader in de hemel hebben die we in het zendingsveld hadden? Als de wereld ons heeft afgeleid van de gewoonte van het gebed, dan zijn we een grote geestelijke kracht kwijtgeraakt. Misschien is het tijd om onze zendingsgeest opnieuw te laten ontbranden door vaker, consequenter en vuriger te bidden.
De volgende dierbare herinnering die ik als zendeling heb, is die van dagelijkse schriftstudie. De discipline van het volgen van een schema voor schriftstudie om het evangelie te leren kennen, was een geweldige, lonende ervaring. De kennis van de leringen in de Schriften ontvouwde zich op een heerlijke manier door individuele studie. Ik herinner me dat ik me als zendeling verwonderde over de compleetheid van het plan dat de Heer had voor zijn kinderen hier op aarde, en hoe Hij in alle bedelingen des tijds de profeten had geïnspireerd om op te tekenen wat Hij had gedaan. Zijn woorden zijn altijd positief en openhartig, en ze onthullen welke zegeningen men krijgt door zijn wet en zijn levenswijze te volgen.
We hadden elke dag ook een uur of langer gezamenlijke studie. Als je met twee paar ogen naar de leerstellingen van het koninkrijk kijkt, lijkt dat je begrip ervan te vermenigvuldigen. We lazen samen, en bespraken dan wat we ervan geleerd hadden.
Ons verstand werd helderder door dagelijks individuele en gezamenlijke studie te hebben. Bovendien kregen we er een betere band door als collega's, en vergrootten we er ons begrip van de leerstellingen van het koninkrijk mee.
Als wij het zendingsveld verlaten, hebben we geen collega meer om ons te helpen met de discipline van onze studiegewoonten, maar dat wil niet zeggen dat we er maar mee op moeten houden. Zou het niet fijn zijn om na onze terugkeer thuis dagelijks samen met onze huisgenoten schriftstudie te doen. En kunnen we, als we het ouderlijk huis verlaten hebben, niet onze kamergenoten en vrienden uitnodigen om samen met ons te studeren? Als we er een gewoonte van zouden maken om geregeld een studieklas te houden, zouden de leerstellingen van het koninkrijk ons duidelijk in gedachten blijven en zouden ze een duidelijk contrast vormen met de voortdurende storingen door wereldse zorgen. Vanzelfsprekend hebben we na ons huwelijk een eeuwige partner om de evangelieleringen mee te bestuderen en te bespreken. De Schriften zijn er altijd om ons begrip van het doel van dit leven te vergroten en van wat wij moeten doen om het leven bevredigender en lonender te maken. Houd alstublieft de gewoonte van geregelde individuele en gezamenlijke schriftstudie aan.
Herinnert u zich de vreugde die we voelden toen we iemand in het evangelie onderwezen die zijn leven lang deze leringen niet had gekend; de opwinding die we voelden door in de wet van de Heer te onderwijzen, en de zegeningen die we kregen door Hem te volgen? Kunt u ooit de vreugde vergeten van uw eerste doop in het zendingsveld?
In mijn tijd waren de kerken nog niet van een doopvont voorzien. Mijn eerste doopdienst werd gehouden bij de rivier de Scioto in de staat Ohio. Het was een koele herfstdag en het water leek nog kouder dan de lucht. Ik herinner me de schok toen ik de koude rivier in waadde en mijn onderzoeker aanmoedigde om me te volgen. Maar de koude van de lucht en het water verdwenen al gauw toen ik de verordening van de doop bediende. Ik zal nooit het stralende gezicht vergeten van degene die uit de wateren der doop kwam.
Maar het zijn niet alleen voltijdzendelingen die de kans krijgen in het evangelie te onderwijzen en te dopen. Ik vraag me af waarom we het vuur van het zendingswerk laten doven als we terugkeren naar onze dagelijkse activiteiten in de wereld?
Er is nog nooit een tijd geweest in de geschiedenis van de mensheid waarin we beter in staat zijn geweest om de kinderen van onze Vader in de hemel die hier op aarde wonen in het evangelie te onderwijzen. En ze lijken het nu harder nodig te hebben dan ooit. We zien dat het geloof afneemt. We zien een toename in liefde voor wereldsheid en een verval van zedelijke waarden, die beide verdriet en wanhoop veroorzaken. Wij hebben een koninklijk leger van teruggekeerde zendelingen nodig die weer in dienst gaan. Hoewel zij niet het naamplaatje van een voltijdzendeling zouden dragen, zouden ze dezelfde vastbeslotenheid en vastberadenheid hebben om het licht van het evangelie te brengen aan een wereld die met moeite haar weg vindt.
Ik roep u, teruggekeerde zendelingen, op om u hernieuwd toe te wijden, om het verlangen en de geest van het zendingswerk weer op te pakken. Ik roep u op om eruit te zien en u te gedragen als een dienstknecht van onze Vader in de hemel. Ik bid om uw hernieuwde vastbeslotenheid om het evangelie te verkondigen, zodat u actiever betrokken mag raken bij dit grote werk waartoe de Heer ons allen geroepen heeft. Ik beloof u dat er grote zegeningen voor u zijn weggelegd als u voort blijft gaan met dezelfde ijver die u als voltijdzendeling had.
Ik kreeg een aantal jaren geleden een telefoontje van mijn zoon Lee. Hij vertelde me dat mijn eerste zendingscollega bij hem was, en dat hij graag een paar minuten met me wilde doorbrengen. Het was een bijzondere ervaring om samen te zijn nadat we elkaar zoveel jaren niet gezien hadden. Als zendelingen hadden we een nieuw werkgebied geopend in een stad in Ohio. Vanwege die opdracht werd ons toegestaan om tien maanden lang samen te werken. Hij was mijn trainer, mijn eerste collega. Hij kwam uit een gezin waar hij de waarde van hard werken had geleerd. Het was moeilijk voor me om hem bij te houden, maar in ons werk groeiden we als collega's naar elkaar toe.
En onze samenwerking kwam na die tien maanden nog niet tot een einde. De Tweede Wereldoorlog was in volle gang en toen ik terugkeerde naar huis had ik maar weinig tijd om me aan te passen voordat ik werd opgeroepen voor militaire dienst. Op mijn eerste zondag in het opleidingskamp voor mariniers, woonde ik een dienst van de kerk bij. Ik zag de achterkant van een hoofd dat mij erg bekend voorkwam. Het was mijn eerste zendingscollega. We brachten het grootste deel van de volgende twee en een half jaar samen door. Hoewel de omstandigheden erg anders voor ons waren in militaire dienst, probeerden we onze zendelingengewoonten aan te houden. We baden zo vaak mogelijk samen. Als de omstandigheden het toelieten, hadden we gezamenlijke schriftstudie. Ik herinner me veel gezamenlijke studiebijeenkomsten die we bij het licht van een olielamp in mijn door granaatscherven gehavende tent hielden. Het gebeurde wel eens dat onze schriftlezing onderbroken werd door het geluid van een luchtalarm. We deden dan gauw onze lamp uit, knielden samen neer en sloten onze schriftstudie met een gebed.
We waren allebei aangesteld als groepsleider en we hadden nogmaals de kans om samen in het heerlijke evangelie van onze Heer en Heiland te onderwijzen. We hadden meer succes in het leger dan tijdens onze voltijdzending. Waarom? Omdat we ervaren teruggekeerde zendelingen waren.
Mijn bezoek aan mijn eerste zendingscollega was de laatste kans die ik had om bij hem te zijn. Hij leed aan een ongeneeslijke ziekte en overleed enkele maanden later. Het was heerlijk om onze zending samen nog eens te beleven en elkaar te vertellen over ons leven na onze zending. We vertelden elkaar over ons werk als lid van bisschappen, hoge raden en ringpresidiums, en natuurlijk schepten we op over onze kinderen en onze kleinkinderen. Toen we van ons weerzien zaten te genieten, moest ik denken aan iets wat in Alma 17 staat.
'Nu geschiedde het, toen Alma van het land Gideon zuidwaarts reisde naar het land Manti, dat hij tot zijn verwondering de zoons van Mosiah ontmoette, die naar het land Zarahemla trokken.
'Nu, deze zoons van Mosiah waren bij Alma, toen de engel de eerste maal aan hem verscheen; daarom was Alma zeer verheugd zijn broederen te zien; en wat zijn vreugde nog vermeerderde was, dat zij nog steeds zijn broederen in de Here waren; ja, zij waren sterk geworden in de kennis der waarheid; want zij waren mannen van gezond verstand en zij hadden de Schriften ijverig onderzocht, opdat zij het woord Gods mochten weten.
'Maar dit is niet alles; zij hadden veel gebeden en gevast; daarom hadden zij de geest der profetie en de geest der openbaring, en wanneer zij leerden, leerden zij met kracht en gezag van God' (Alma 17:13).
Ik zou willen dat u allen zo'n weerzien zou kunnen hebben als ik met mijn eerste zendingscollega had; dat u kon terugkijken op een tijd van dienstbetoon waarin u ijverig uw tijd en uw talenten gaf voor de opbouw van het koninkrijk van onze Vader in de hemel. Als u dat probeert, beloof ik u dat het een van de fijnste ervaringen van uw leven zal zijn. U bent een groot leger teruggekeerde zendelingen. Ga voort met nieuwe ijver en vastberadenheid, dan zal het licht van het evangelie door uw voorbeeld schijnen in deze wereld vol zorgen. Het werk waarbij wij betrokken zijn, is van de Heer. God leeft. Jezus is de Christus. Wij behoren tot zijn kerk. Dat is mijn getuigenis aan u in de naam van Jezus Christus. Amen.