OUDERLING RUSSELL M. NELSON
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Als u wordt geordend tot een ambt in het priesterschap, dan krijgt u
gezag. Maar macht krijgt u door dat gezag in rechtschapenheid uit te oefenen.
Geliefde broeders van de priesterschap, ook al komen wij uit vele landen,
wij hebben, met de woorden van Paulus, 'één Here, één
geloof, één doop'.1 Maar de kracht van het
geloof in ieder van ons wordt individueel ontwikkeld, niet gezamenlijk.
Denk bijvoorbeeld aan het geloof van een jongen van een jaar of acht die
een operatie moest ondergaan wegens een acute blindedarmontsteking. Toen
hij op de operatietafel lag, keek hij op naar de chirurg en zei: 'Dokter,
wilt u voor me bidden voordat u met de operatie begint?'
De chirurg keek de jongen verbaasd aan en zei: 'Ik kan niet voor je bidden.'
Toen zei de kleine jongen: 'Als u het niet doet, wacht dan even terwijl
ik voor mezelf bid.' De jongen ging op de operatietafel op zijn knieën
zitten, vouwde zijn handen en begon te bidden. Hij zei: 'Hemelse Vader, ik
ben maar een kleine weesjongen. Ik ben erg ziek, en deze dokters gaan me
opereren. Wilt u ze alstublieft helpen, zodat ze het goed doen? Hemelse Vader,
als U me beter maakt, zal ik braaf zijn. Dankuwel dat U me beter maakt.'
Toen ging hij op zijn rug liggen, keek omhoog naar de dokters en verpleegsters,
die tranen in de ogen hadden, en zei: 'Nu ben ik klaar.'2
Hij werd lichamelijk geheel genezen, en zijn geestelijke kracht ontwikkelde
zich. U, broeders, bent ouder, en u is het priesterschap verleend. In uw
priesterschapsquorums vindt u gelegenheden om vriendschappen te ontwikkelen,
dienstbaar te zijn en te leren. Maar de verantwoordelijkheid om macht in
het priesterschap te ontwikkelen, is persoonlijk. Alleen als individu kunt
u een sterk geloof in God en een voorliefde voor persoonlijk gebed ontwikkelen.
Alleen als individu kunt u de geboden van God onderhouden. Alleen als individu
kunt u zich bekeren. Alleen als individu kunt u in aanmerking komen voor
de verordening van heil en verhoging. En als uw vrouw aan u verzegeld wordt,
vergroot haar kracht en potentieel het uwe.
Ik maak deel uit van een fijn priesterschapsquorum. Wij hebben een fijne
broederschap. We bidden samen en verrichten samen dienstbetoon. We onderwijzen
en steunen elkaar, en hebben elkaar lief. De Twaalf hebben allemaal een andere
achtergrond — het bedrijfsleven, het onderwijs, het rechtswezen en
de wetenschap. Maar geen van ons is geroepen vanwege die achtergrond. In
feite worden alle mannen die voor een verantwoordelijke priesterschapsfunctie
geroepen worden, gekozen vanwege wie zij zijn en wie zij kunnen worden.3
Gedurende uw leven krijgt u een brede verscheidenheid aan taken en plichten.
Vele zijn tijdelijk en worden losgelaten zodra u ontheven wordt. (U zult
er geen bezwaar tegen hebben om ontheven te worden van een roeping om onkruid
te wieden op de boerderij van de welzijnszorg.) Maar u wordt nooit ontheven
van uw verantwoordelijkheid met betrekking tot de ontwikkeling van uzelf
en uw gezin.
Als u wordt geordend tot een ambt in het priesterschap, dan krijgt u gezag.
Maar macht krijgt u door dat gezag in rechtschapenheid uit te oefenen.
Verantwoordelijkheid tegenover de Heer
Van de president van de kerk tot de nieuwste diaken hebben we allemaal een
verantwoordelijkheid tegenover de Heer. Wij moeten getrouw zijn en leven
naar ieder beginsel en iedere leerstelling die Hij ons heeft gegeven. Wij
kunnen een openbaring of een gebod dat ons is toevertrouwd niet in gevaar
brengen. Hij vertrouwt erop dat wij 'helpen bij de opbouw van Gods koninkrijk
en de vestiging van zijn gerechtigheid'.4
Eens legt ieder van ons verantwoording af tegenover de Heer.5 Uit
een ernstig gesprek dat ik jaren geleden had met een dierbare vriend die
aan het eind van zijn sterfelijk leven was gekomen, bleek een bewustzijn
hiervan. Ik vroeg hem of hij klaar was om te sterven. Ik zal nooit zijn antwoord
vergeten. Vol moed en overtuiging zei hij: 'Ik ben klaar voor een oordeel
over mijn leven.'
Toen de profeet Joseph Smith de dood in de ogen zag, zei hij: 'Ik ga als
een lam ter slachting; doch ik ben zo kalm als een zomermorgen; mijn geweten
is vrij van schuld jegens God en alle mensen.'6
Nu is de tijd om u voor te bereiden op uw eigen ultieme beoordelingsgesprek.
U zou u kunnen afvragen: 'Betaal ik mijn tiende met een bereidwillig hart?
Gehoorzaam ik het woord van wijsheid? Is mijn taalgebruik gevrijwaard van
smerige uitdrukkingen en vloekwoorden? Ben ik in zedelijk opzicht rechtschapen?
Ben ik oprecht dankbaar voor de verzoening waardoor mijn opstanding en eeuwig
leven mogelijk worden gemaakt? Kom ik mijn tempelverbonden na waardoor dierbaren
voor eeuwig aan mij verzegeld worden?' Als u daar in alle eerlijkheid ja
op kunt zeggen, bent u macht in het priesterschap aan het ontwikkelen.
De gave van de Heilige Geest kan iets toevoegen aan die macht. In de Schriften
staat geschreven over mensen die de Heilige Geest hadden ontvangen, maar
het niet wisten.7 Laat u dat niet overkomen. Ontwikkel die gave
en kom in aanmerking voor deze belofte van God: 'Spreekt de gedachten uit,
die Ik in uw hart zal doen opklimmen, en gij zult voor de mensen niet worden
beschaamd; want het zal u op het juiste uur, ja, op het juiste ogenblik worden
ingegeven, wat gij moet zeggen.'8
Persoonlijke verantwoordelijkheid en priesterschapsmacht
Het gezag van het priesterschap is in vele bedelingen aanwezig geweest,
zoals die van Adam, Noach, Henoch, Abraham, Mozes, het midden des tijds,
de Jaredieten, de Nephieten, en anderen. Alle vorige bedelingen waren qua
tijd beperkt, daar elk in afval eindigde. Ze waren bovendien beperkt tot
een klein deel van de planeet aarde. Maar onze bedeling — de bedeling
van de volheid der tijden — wordt qua tijd of plaats niet beperkt.
Wereldwijd leidt het tot een volledige en volmaakte eenheid — bedelingen,
sleutels, machten en heerlijkheden uit de tijd van Adam tot aan de huidige
tijd aaneenschakelend.9
Het Aäronisch priesterschap is op 15 mei 1829 hersteld door Johannes
de Doper. Kort daarna werd het Melchizedeks priesterschap hersteld door Petrus,
Jakobus en Johannes.10 Andere hemelse boodschappers brachten bepaalde
priesterschapssleutels. Moroni bezat de sleutels van het Boek van Mormon.11 Mozes
bracht de sleutels van de vergadering van Israël en het leiden van de
tien stammen.12Elias bracht de sleutels van de herstelling van
alle dingen,13 waaronder het verbond van Abraham.14 En
Elia overhandigde de sleutels van de verzegelbevoegdheid.15
U weet het een en ander van sleutels. U hebt misschien wel een huissleutel
of autosleutel op zak. Maar priesterschapssleutels zijn ongrijpbaar en onzichtbaar.
Zij 'zetten' het gezag van het priesterschap 'aan'. Sommige sleutels verlenen
zelfs de macht om in de hemel te binden wat op aarde gebonden wordt.16
Joseph Smith verleende priesterschapssleutels aan alle leden van de Twaalf.17 Die
sleutels zijn overgedragen op de opeenvolgende leiders. Momenteel bezit president
Gordon B. Hinckley het gezag van elke herstelde sleutel die 'allen, die te
eniger tijd sedert het begin der schepping een bedeling hebben ontvangen'18 bezaten.
Als we die leerstellige geschiedenis in gedachten houden, is het duidelijk
dat men het priesterschap niet kan kopen. In de Schriften staat: 'Niemand
matigt zichzelf die waardigheid aan, doch men wordt ertoe geroepen door God,
zoals immers ook Aäron.'19
Dat u het priesterschap draagt, betekent dat u er persoonlijk voor verantwoordelijk
bent om uw roeping groot te maken. Maak gebruik van elke gelegenheid om iets
te doen waarmee u uw macht in het priesterschap kunt ontwikkelen. Volg in
uw uiterlijke verzorging het voorbeeld van de levende profeten. Als u dat
doet, geeft u stilzwijgend aan dat u het belang van het 'heilige priesterschap
naar de orde van de Zoon Gods' echt begrijpt.20
Broeders, als u de kans krijgt om het Melchizedeks priesterschap te gebruiken,
denk dan na wat u moet doen. Als u iemand anders de handen oplegt, spreekt
u geen gebed uit, want daar is uiteraard geen gezag voor nodig. U hebt het
gezag om aan te stellen, te ordenen, te zegenen en in de naam van de Heer
te spreken.21 Denk aan zijn beloften: 'Wie gij ook zegent, zal
Ik zegenen'22 en 'Ik zal u van mijn Geest mededelen (...) hierdoor
zult gij alles weten (...) wat rechtvaardig is, en indien gij met vertrouwen
in Mij gelooft, dat gij het zult ontvangen.'23
Jongemannen, om je roeping in het Aäronisch priesterschap groot te
maken, moet je je best doen om:
- Kennis van het evangelie van Jezus Christus te verkrijgen.
- Goed te leven zodat je op zending kunt gaan.
- Zedelijk rein te blijven en zo in aanmerking komen om naar de heilige
tempel te gaan.
- Een opleiding te volgen.
- Je aan de kerknormen te houden en te zorgen dat je je toekomstige vrouw
verdient.
Hoe kun je die vijf doelen onthouden? Dat is makkelijk. Kijk maar eens naar
je hand. Laat je wijsvinger naar de Schriften wijzen. Haal daar grotere kennis
van het evangelie van Jezus Christus uit en leef dan naar zijn leringen.
Laat je middelvinger je eraan herinneren dat je goed moet leven om op zending
te kunnen gaan. Laat je ringvinger je herinneren aan je huwelijk, begiftiging,
verzegeling en de ander zegeningen van de tempel. Laat je pink je eraan herinneren
dat je de godsdienstige verantwoordelijkheid hebt om een opleiding te volgen.24 Laat
je duim omhoog wijzen en je eraan herinneren dat je de normen van de kerk
hoog houdt en ervoor zorgen dat je je eeuwige metgezellin verdient. Als je
die vijf doelen haalt, zal dat je tot zegen zijn.
En u, dragers van het Melchizedeks priesterschap, dient in aanmerking te
komen voor de hoogste graad van het celestiale koninkrijk. 'Om de hoogste
te verwerven, moet een man deze staat in het priesterschap aanvaarden (namelijk
het nieuw en eeuwig huwelijksverbond); en indien hij dit niet doet, kan hij
deze niet verwerven.'25
U eert dat verbond als u uw vrouw eert. De hoogste prioriteit van een echtgenoot
behoort de zorg voor zijn vrouw te zijn. Wees haar trouw. Sta nooit toe dat
u uw oog op porno laat vallen of dat u verdorven taal gebruikt. De keuzes
die u nu doet, beperken zelfs uw keuzevrijheid in de toekomst. U kunt niet
uw keuzevrijheid gebruiken en tegelijkertijd vermijden uw verantwoordelijkheid
op u te nemen of rekenschap af te leggen voor iedere keus.
Vergeet nooit 'dat de rechten van het priesterschap onafscheidelijk met
de machten des hemels zijn verbonden, en dat de[ze] machten [...]
niet bestuurd noch aangewend kunnen worden, dan alleen volgens de grondbeginselen
van gerechtigheid.'26 Als wij die macht misbruiken om onze zonden
te bedekken, onze trots te voeden, ijdele ambitie na te jagen, of anderen
in welke mate van ongerechtigheid dan ook te bedwingen, raken we zowel het
gezag als de macht van het priesterschap kwijt.27
Broeders, wees zachtaardig en dienstbaar, lankmoedig, vriendelijk, zachtmoedig,
en heb ongeveinsde liefde, zuivere kennis en naastenliefde voor iedereen.28 Dan
zal de 'leer van het priesterschap [...] als de dauw des hemels in uw
ziel nederdalen.'29
Weet dat wij ieder van u liefhebben en dat we u dankbaar zijn. Wij danken
u voor uw geloof, uw inzet en uw ondersteunende kracht. Mogen u, uw dierbaren
en uw nageslacht gezegend worden door uw rechtschapen streven naar macht
in het priesterschap.
God leeft. Jezus is de Christus. Hij leidt zijn kerk door zijn profeten
en apostelen. Dat getuig ik, in de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Efeziërs 4:5.
2. George Albert Smith,Sharing
the Gospel with Others, verzameld door
Preston Nibley (1948), blz. 144-145.
3. Zie Matteüs 20:16; 22:14; 1
Petrus 2:9; Openbaring 17:14; Alma 13:3, 6, 9; 3 Nephi 12:1; LV 3:10; 52:1;
95:5; 121:34, 40-46.
4. Naar de Bijbelvertaling van Joseph Smith, Matteüs
6:38.
5. Zie Hebreeën 13:17; Alma 5:18; 11:43; LV 72:13-16.
6. LV 135:4.
7. Zie 3 Nephi 9:20.
8. LV 100:5-6.
9. Zie LV 128:18.
10. Zie Geschiedenis van Joseph Smith 1:72; LV 27:8, 12.
11. Zie LV 27:5.
12. Zie LV 110:11.
13. Zie LV 27:6.
14. Zie LV 110:12.
15. Zie Joseph Smith,Teachings of the Prophet Joseph
Smith, samengesteld
door Joseph Fielding Smith (1976), p. 337-338; zie ook LV 27:9; 110:13-16;
128:21.
16. Zie Matteüs 16:19; 18:18;
LV 124:93; 127:7; 128:8, 10; 132:46.
17. Zie Joseph Fielding Smith,Doctrines of Salvation,
verzameld door Bruce R. McConkie, 3 delen, deel 3, p. 154-156.
18. LV 112:31;
zie ook LV 128:18.
19. Hebreeën 5:4.
20. LV 107:3; zie ook de Bijbelvertaling van Joseph
Smith, Hebreeën
7:3; Alma 13:1.
21. Zie LV 1:20, 38; 84:19-22; 26-27; 107:18-20; 124:39-46;
133:6.
22. LV 132:47.
23. LV 11:13-14.
24. Zie LV 130:18-19.
25. LV 131:2-3; ronde haakjes staan in het origineel.
26.
LV 121:36.
27. Zie LV 121:37.
28. Zie 2 Tessalonicenzen 1:3; LV 121:41-42.
29. LV 121:45.