PRESIDENT THOMAS S. MONSON
Eerste raadgever in het Eerste Presidium
Jezus Christus (...) heeft de bruggen gebouwd die wij moeten oversteken
om ons hemels thuis te bereiken.
Vele
jaren geleden las ik een boek met de titel The Way to the Western
Sea, geschreven door David S. Lavender. Er staat een fascinerende beschrijving
in van de heldhaftige reis van Meriwether Lewis en William Clark die hun
befaamde expeditie door heel Noord-Amerika leidden om een route over land
te ontdekken naar de Grote Oceaan.
Hun tocht was een nachtmerrie. Ze zwoegden, staken diepe ravijnen over en
liepen veel. Onderweg droegen ze hun met voorraden beladen boten mee, op
zoek naar de volgende beek of rivier om hun weg op het water te vervolgen.
Toen ik hun ervaringen las, dacht ik vaak: 'Waren er maar moderne bruggen
om de ravijnen of de ziedende baren te overbruggen.' In gedachten zag ik
schitterende bruggen uit onze tijd die deze taak met gemak vervullen: de
prachtige en beroemde Golden Gate Bridge in San Francisco; de stevige havenbrug
in Sydney (Australië); en andere bruggen in vele landen.
In werkelijkheid zijn wij allen reizigers, wij zijn ontdekkingsreizigers
in het sterfelijk leven. Wij hebben hier geen eigen ervaring mee. We moeten
tijdens onze levenstocht hier op aarde als het ware over diepe afgronden
en roerige wateren heen.
Misschien was het zo'n sombere gedachte die de dichter Will Allen Dromgoole
inspireerde tot zijn klassieke gedicht, 'De bruggenbouwer'.
Een oude man, over een verlaten weg op reis,
Kwam op een avond, koud en grijs,
Bij een kloof, groot en breed en diep,
Waar traag een beek door liep.
De oude man stak hem over bij de zonsondergang;
Voor die trage beek was de man niet bang.
Maar eenmaal veilig aan de andere kant, keek
Hij om en bouwde een brug over de beek.
'Oude man', zei een medepelgrim summier,
'Je verspilt je kracht door dit te bouwen hier.
Je reis eindigt vanavond, je bent doodop;
Je hoeft nooit meer deze kant op;
Je bent de kloof overgestoken,
al werd de lucht grauwer —
Waarom
zou je 's avonds laat nog een brug bouwen?'
De bouwer hief zijn oude, grijze hoofd op:
'Goede vriend, op het pad dat ik heb gevolgd', merkte hij op,
Op dit pad loopt een groep mensen die Mij nakomt,
Een jongeling die deze kant op komt.
Deze kloof, die voor Mij niets heeft
betekend,
Is voor die jongeman misschien halsbrekend.
Ook hij moet oversteken bij het schemerlicht.
Goede vriend, het
is voor hém dat ik deze brug opricht.'1
De boodschap van dat gedicht heeft mij aan het denken gezet, en is mij tot
troost geweest, want onze Heer en Heiland, Jezus Christus, was de Meesterarchitect
en Bruggenbouwer voor u, voor mij, voor de hele mensheid. Hij heeft de bruggen
gebouwd die wij moeten oversteken om ons hemels thuis te bereiken.
De zending van de Heiland was voorzegd. In Matteüs staat: 'Zij zal
een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die zijn
volk zal redden van hun zonden.'2
Toen kwam het wonder van zijn geboorte, en het bezoek van de herders die
zich naar de stal gehaast hadden, naar die moeder, naar dat kind. De wijzen
uit het oosten volgden de ster en brachten het kleine kind kostbare geschenken.
Volgens de Schriften groeide Jezus op en 'werd krachtig, en [...] werd
vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem'3 en Hij 'ging
rond, weldoende'.4
Welke bruggen bouwde Hij en stak Hij zelf over in zijn sterfelijk leven,
waarmee Hij ons de weg wees? Hij wist dat het sterfelijk leven vol gevaren
en moeilijkheden zou zijn.
Hij zei: 'Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u
rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig
en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk
is zacht en mijn last is licht.'5
Jezus bouwde voor ons de brug van gehoorzaamheid. Hij was voortdurend een voorbeeld van gehoorzaamheid,
want Hij onderhield de geboden van zijn Vader.
Toen Hij door de Geest naar de wildernis werd geleid om verzocht te worden
door Satan, was Hij zwak van het vasten. Satan was in topvorm toen hij Hem
verleidingen bood. De eerste was om aan de lichamelijke behoeften van de
Heiland te voldoen, zijn honger te stillen. Hierop antwoordde de Heiland:
'Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle
woord, dat uit de mond Gods uitgaat.'6
Vervolgens bood Satan Hem macht. De Heiland reageerde als volgt: 'Er staat
ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken.'7
Uiteindelijk werd de Heiland rijkdom en aardse heerlijkheid geboden. Zijn
antwoord luidde: 'Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw
God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.'8
De apostel Paulus werd door de Heer geïnspireerd om zowel voor onze
tijd als voor de zijne te verklaren: 'Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking
te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen
verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen,
zodat gij ertegen bestand zijt.'9
Laten we er niet omheen draaien — zoals Ted Koppel van het ABC-programma Nightline heeft
gezegd: 'Wat Mozes van de berg Sinaï mee naar beneden nam, waren niet
de tien suggesties, [maar de tien] geboden!'10
Het volgende gesprek tussen Mark Twain en een vriend getuigt van de subtiele
humor die kenmerkend is voor de schrijver. De rijke vriend zei tegen Twain:
'Voordat ik sterf, wil ik een pelgrimsreis naar het Heilige Land ondernemen.
Ik wil naar de top van de berg Sinaï klimmen en de tien geboden hardop
voorlezen.'
Twain antwoordde: 'Waarom blijf je niet thuis en onderhoud je ze gewoon!'
De tweede brug van de Meester die wij over moeten steken, is de brug van dienstbaarheid. De Heiland is ons voorbeeld van dienstbaarheid.
Hoewel Hij als Zoon van God op aarde kwam, hielp Hij de mensen om Zich
heen nederig. Hij was uit de hemel gekomen om als sterfelijk mens op aarde
te leven en Gods koninkrijk te vestigen. Zijn heerlijke evangelie heeft
het denken van de wereld veranderd. Hij zegende de zieken, liet de verlamden
lopen, de blinden zien, de doven horen. Hij wekte zelfs de doden tot leven.
In hoofdstuk 25 van Matteüs vertelt de Heiland ons het volgende over
de getrouwen die aan zijn rechterhand zullen zijn bij zijn triomfale wederkomst:
Dan zal de Koning tot hen (...) zeggen: Komt, gij gezegenden mijns Vaders,
beërft het koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld
af.
'Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven, Ik heb dorst
geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest
en gij hebt Mij gehuisvest, naakt en gij hebt Mij gekleed, ziek en gij hebt
Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.
'Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden, zeggende: Here, wanneer hebben
wij U hongerig gezien en hebben wij U gevoed, of dorstig en hebben wij U
te drinken gegeven?
'Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en hebben U gehuisvest, of
naakt en hebben U gekleed? 'Wanneer hebben wij U ziek of in de gevangenis
gezien en zijn tot U gekomen?
'En de Koning zal hun antwoorden en zeggen: Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre
gij dit aan één van deze mijn minste broeders hebt gedaan,
hebt gij het Mij gedaan.'11
Ouderling Richard L. Evans heeft eens gezegd: 'Wij kunnen niet alles doen
voor iedereen, overal, maar we kunnen wél iets doen voor iemand, ergens.'12
Ik wil u vertellen over een onverwachte en ongewone gelegenheid tot dienstbaarheid.
Ik kreeg een telefoontje van een kleindochter van een oude vriend. Ze vroeg:
'Herinnert u zich Francis Brems, uw zondagsschoolleraar?' Ik zei dat ik me
hem herinnerde. Ze vervolgde: 'Hij is nu 105 jaar. Hij woont in een klein
verpleeghuis, maar komt nog elke zondag met de familieleden bijeen en geeft
een zondagsschoolles. Afgelopen zondag kondigde opa aan: "Lieve mensen,
ik ga deze week dood. Willen jullie alsjeblieft Tommy Monson bellen en hem
dat vertellen. Hij weet wel wat hij moet doen."'
Ik bezocht broeder Brems meteen de volgende ochtend. Ik kon niet met hem
praten, want hij was doof. Ik kon geen boodschap opschrijven die hij kon
lezen, want hij was blind. Wat moest ik doen? Men vertelde mij dat zijn familie
met hem communiceerde door de vinger van zijn rechterhand te pakken en dan
op de palm van zijn linkerhand de naam van de persoon te spellen, gevolgd
door een boodschap. Ik volgde die procedure en nam zijn vinder en spelde
in de palm van zijn hand T-O-M-M-Y M-O-N-S-O-N. Broeder Brems werd enthousiast,
pakte mijn handen, en legde ze op zijn hoofd. Ik wist dat hij graag een priesterschapszegen
wilde hebben. De chauffeur die me naar het verpleeghuis had gereden, assisteerde
me, en we legden onze handen op het hoofd van broeder Brems en gaven hem
de gewenste zegen. Naderhand stroomden de tranen uit zijn blinde ogen. Hij
pakte onze handen vast en we lazen wat hij met zijn lippen zei. De boodschap
was: 'Hartelijk bedankt.'
Die week overleed broeder Brems, precies zoals hij had voorspeld. Ik kreeg
een telefoontje en kwam met de familieleden bijeen om de begrafenis te regelen.
Ik ben zo dankbaar dat ik die kans om dienstbaar te zijn niet had uitgesteld.
De brug van dienstbaarheid nodigt ons uit om hem geregeld over te steken.
Ten laatste heeft de Heer voor ons de brug van gebed gebouwd. Hij gaf ons de opdracht: 'Bid altijd, en
Ik zal mijn Geest op u uitstorten, en groot zal uw zegen zijn.'13
Ik wil nu voorlezen wat een moeder mij geschreven heeft over het gebed.
Ze schreef:
'Soms vraag ik me af of ik wel invloed heb op het leven van mijn kinderen.
Vooral omdat ik als alleenstaande moeder twee baantjes heb om de touwtjes
aan elkaar te kunnen knopen, kom ik soms in een puinhoop thuis, maar ik geef
nooit de hoop op.
'Mijn kinderen en ik keken naar een tv-uitzending van de algemene conferentie
en u had het over het gebed. Mijn zoon zei: "Mama, dat heb je ons al
geleerd." Ik zei: "Hoe bedoel je?" En hij antwoordde: "Nou,
je hebt ons leren bidden en hebt ons laten zien hoe dat moet. Maar toen ik
laatst naar je kamer ging om iets te vragen, zag ik je op je knieën
bidden tot je hemelse Vader. Als Hij belangrijk voor jou is, dan wordt Hij
belangrijk voor mij."'
Ze besluit de brief met: 'Ik denk dat je nooit te weten komt wat voor invloed
je hebt totdat een kind je zelf ziet doen wat je geprobeerd hebt hem te leren.'
Geen enkel verslag van een gebed raakt mij zo sterk als dat van het gebed dat Jezus in de Hof van Getsemane uitsprak. Ik ben van mening dat Lucas
het zeer goed onder woorden brengt:
'Hij (...) ging (...) naar de Olijfberg. En ook zijn discipelen volgden
Hem.
'En toen Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij
niet in verzoeking komt.
'En Hij zonderde zich van hen af, ongeveer een steenworp ver, knielde neder
en bad deze woorden:
'Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil,
maar de uwe geschiede!
'En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven.
'En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd
als bloeddruppels, die op de aarde vielen.'14
Na verloop van tijd kwam de tocht naar het kruis. Wat een lijden maakte
Hij daar door toen Hij zijn moeizame weg aflegde en zijn eigen kruis droeg.
Aan het kruis sprak Hij de woorden: 'Vader, vergeef het hun, want zij weten
niet wat zij doen.'15
Uiteindelijk zei Jezus: 'Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf
de geest.'16
Die gebeurtenissen, en zijn heerlijke herrijzenis, voltooiden de laatste
brug in onze trilogie: de brug van gehoorzaamheid, de brug van dienstbaarheid en de brug van
gebed.
Jezus de bruggenbouwer heeft de kloof overbrugd die we de dood noemen. 'Want
evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt
worden.'17 Hij heeft voor ons gedaan wat wij niet voor onszelf
konden doen; daarom kan de mens de bruggen oversteken die Hij heeft gebouwd — naar
het eeuwige leven.
Ik besluit met mijn eigen vrije weergave van het gedicht 'De bruggenbouwer':
'U bent de kloof overgestoken, al werd de lucht
grauwer —
Waarom
zou U 's avonds laat nog een brug bouwen?'
Op dit pad loopt een groep mensen die Mij nakomt,
Een grote menigte die deze kant op komt.
Deze kloof, die voor Mij niets heeft betekend,
Is voor hen misschien halsbrekend.
Ook zij moeten oversteken bij het schemerlicht.
Goede vriend, het is
voor hén dat Ik deze brug opricht.'
Dat wij de wijsheid en de vastberadenheid mogen hebben om de bruggen over
te steken die de Heiland voor ieder van ons heeft gebouwd, is mijn oprechte
gebed. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. James Dalton Morrison, red.,Masterpieces of Religious
Verse (1948),
p. 342.
2. Matteüs 1:21.
3. Lucas 2:40.
4. Handelingen 10:38.
5. Matteüs 11:28-30.
6. Matteüs 4:4.
7. Matteüs 4:7.
8. Matteüs 4:10.
9. 1 Korintiërs 10:13.
10. Toespraak ter gelegenheid van de aanvang
van het schooljaar aan de Duke University, 10 mei 1987.
11. Matteüs
25:34-40.
12.Richard Evans' Quote Book (1971), p. 51.
13. LV 19:38.
14. Lucas 22:39-44.
15. Lucas 23:34.
16. Johannes 19:30.
17. 1 Korintiërs 15:22.