ANNE C. PINGREE
Tweede raadgeefster in het algemeen ZHV-presidium
Als een vrouw ervoor kiest om Christus in haar hart te sluiten, plaatst
ze de Heer in de kern van haar huis en gezin.
Zusters, ik vind het een fantastische leer dat we ervoor kunnen kiezen om
Christus ons hele hart te geven — dat we ervoor kunnen kiezen
om onze Heiland en Verlosser in ons hart te sluiten. In elk van ons kan het
herstelde evangelie van Jezus Christus worden geschreven, 'niet met inkt
(...), maar met de Geest van de levende God, niet op tafelen van steen, maar
op tafelen van vlees in de harten.'1 In onze eerste staat hebben
we gekozen voor Christus. Het is vreugdevol nieuws dat we elke dag van ons
verblijf op aarde Hem kunnen kiezen.
Voor ons, verbondsvrouwen in vele landen, is het belangrijk dat we Christus
centraal stellen. Wat hebben we Hem hard nodig in deze 'gevaarlijke tijd'!2 Hij
is de bron van kracht en veiligheid. Hij is licht. Hij is leven. Zijn vrede
'[gaat] alle verstand te boven.'3 De uitgestrekte armen van
onze Heiland en Verlosser nodigen ieder van ons persoonlijk uit om tot Hem
te komen.4 Zusters, wanneer een vrouw op de uitnodiging van de
Heiland ingaat, krijgt zij kracht en worden anderen gezegend door haar rechtschapen
invloed.
Ik denk dat een vrouw, als ze ervoor kiest om Christus in haar hart te sluiten,
in het centrum van haar wereld, ze de Heer in de kern van haar huis
en gezin plaatst, of dat nu een éénpersoonsof een groter gezin
is. Ongeacht haar woonplaats en haar omstandigheden, zij is het middelpunt
van het gezin, en wat er in het hart van iedere vrouw omgaat, wordt
weerspiegeld in haar omgeving en de sfeer in huis.
Toen we voor een opdracht in Japan waren, nodigde een leider van de kerk
ons bij hem thuis uit. We waren vereerd met die gelegenheid, maar vroegen
ons af wat zijn vrouw ervan vond dat hij zomaar eventjes thuis kwam met bezoekers
uit Salt Lake City. Onderweg belde de man zijn vrouw en gaf haar wat mij
ongeveer een kwartier leek om alles klaar te maken voor dat onverwachte bezoek.
Vanaf het moment dat we binnenkwamen, onze schoenen uitdeden en hoffelijk,
met zachte stem begroet werden door een jonge ZHV-zuster, voelde ik een geest
van orde, vrede en liefde. Kleine kinderen dribbelden met hun speelgoed naar
boven. Het was duidelijk wat er in dat gezin met acht kinderen, van wie er
nog zeven thuis woonden, van waarde was. Overal zag je zaken die met de Heer
te maken hadden — platen van Heiland aan de muur, een gezinsfoto en
een plaat van de tempel op een opvallende plaats, exemplaren van duidelijk
gebruikte Schriften en kerkvideo's netjes naast elkaar op een plank. 'De
vrucht van de Geest (...) liefde, blijdschap, vrede, (...) vriendelijkheid,
goedheid, trouw'5 leek in dat huis te wonen. Ik stelde me dat
kamertje voor, vol met kinderen van alle leeftijden, terwijl de ouders, gezeten
aan de lage tafel, '[spraken] van Christus, (...) Christus [predikten],
(...) [profeteerden] van Christus (...) opdat [hun] kinderen mogen
weten uit welke Bron zij vergeving van hun zonden mogen verwachten.'6 Ik
voelde wat de kinderen in dat gezin zouden antwoorden op de vraag die ouderling
Jeffrey R. Holland heeft gesteld: 'Weten die kinderen dat we God met heel
ons hart liefhebben en ernaar verlangen het gezicht van zijn eniggeboren
Zoon te zien en aan zijn voeten te vallen?'7 Ik denk dat het antwoord
van dat Japanse gezin een klinkend ja zou zijn!
Wanneer een vrouw ervoor kiest om Christus in haar hart te sluiten,
kiest ze er niet alleen voor om zich elke dag christelijk te gedragen, maar
ook om dat haar gezinsleden bij te brengen. En zoals u weet, lieve zusters,
lopen we juist bij het dagelijks toepassen van christelijk gedrag tegen een
paar van onze grootste problemen aan.
Een moeder deed haar best om haar gezin de stappen van bekering te leren.
Toen kwam de dag waarop ze ervoor zorgde dat haar zoon zich het beginsel eigen
maakte. Ze ging met haar zoon van vijf naar de winkel om te vertellen
dat hij snoep had gestolen. Dat is iets wat die jongen nooit zal vergeten.
Hij leerde ter plekke dat hij verantwoordelijk was voor zijn daden. Met angst
in zijn hart gaf hij het snoep terug, zei tegen de winkelchef dat het hem
speet en beloofde om nooit meer te stelen. Ik ben blij te kunnen zeggen
dat hij zich aan die belofte hield. Ik weet dat — want ik was
die moeder, en het was mijn zoon.
Dergelijke gebeurtenissen komen in elk gezin voor, ook als we ons best doen
om onze lieve kinderen, kleinkinderen, neefjes en nichtjes het evangelie
bij te brengen. 'Als Jezus worden'8 vereist oefening, die
vervolgens gewoonte wordt. De keuze om Christus in ons hart te sluiten
is in veel opzichten een hulpmiddel bij ons streven om anderen de Heer in hun hart
te leren sluiten. Soms denken we dat we niet veel vooruitgang maken, maar
op zulke dagen van ontmoediging denk ik aan de troostrijke woorden van de
Heiland: 'Verflauwt daarom niet in goeddoen, want gij legt het fundament
van een groot werk.'9
Als wij dat goede deel kiezen en de Heiland centraal stellen door dagelijks
om zijn leiding en hulp te bidden, geeft God ons 'kracht en wijsheid.'10 We
worden gezegend met geestelijk inzicht waarmee we ons gezin kunnen sterken.
Toen Doug, vader van drie kleine kinderen, onverwacht zijn baan verloor,
onderhield hij zijn gezin met een uitkering, wat spaargeld en hulp van familie.
Zijn vrouw, Lori, probeerde positief te blijven. Allebei namen ze klusjes
aan om de kosten te dekken. Ze bleven doen wat goed was — bidden, in
de Schriften lezen, de tempel bezoeken en hun tiende betalen. Maar ondanks
honderden sollicitaties werd hij voor weinig sollicitatiegesprekken opgeroepen
en kreeg hij geen baan.
Op een dag, na bijna een half jaar solliciteren, belde Lori haar moeder
op. Met tranen en boosheid in haar stem zei ze: 'Ik denk dat onze hemelse
Vader niet naar ons luistert. Ik denk niet dat ik nog kan bidden, want het
haalt toch niets uit.'
Tijdens dat telefoongesprek kreeg Lori's moeder geïnspireerde woorden
en gedachten ingegeven toen ze haar getuigenis gaf en haar dochter herinnerde
aan dingen die ze al wist: 'Lori, je weet beter! Je weet dat onze hemelse
Vader van je houdt en weet wat je nodig hebt. Maar soms moet je wachten.
Misschien word je gelouterd. Dat weet ik niet. Maar wat ik wel weet
is dit: Je moet nu naar je slaapkamer gaan, knielen en bidden, en de Heer
vragen of Hij je wil troosten en vrede geven. Doug vindt een baan,
maar misschien duurt het wat langer. Denk aan al die mensen die van je houden,
voor je bidden en je helpen. Je bent erg gezegend.'
Lori realiseerde zich dat haar gedachten, toen ze neerknielde en bad — omdat
ze zich concentreerde op de Heer — een andere wending namen. Ze bracht
de liefde van de Heiland in haar eigen leven en in haar gezin.
Lieve zusters, ik heb de liefde van de Heer vaak gevoeld. Op de goede dagen
en op de dagen dat mijn problemen me even te veel waren, heb ik me om hulp
tot de Heer gewend. Ik getuig dat Hij er altijd is, met zijn
barmhartige, liefdevolle armen uitgestrekt naar mij en u. Met mijn hele hart
verklaar ik dat Jezus Christus mijn kracht is. Hij is mijn hoop. Hij is mijn
Heiland en Verlosser. Met u zeg ik: 'Ik en mijn huis,
wij zullen de Here dienen!'11 In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. 2 Korintiërs
3:3.
2. Gordon B. Hinckley, 'De
tijd waarin wij leven',Liahona, januari
2002, p. 86.
3. Filippenzen 4:7.
4. Omni 1:26.
5. Galaten 5:22.
6. 2 Nephi 25:26.
7. 'Gebed voor de kinderen',Liahona, mei 2003,
p. 87.
8. 'Ik wil graag als Jezus worden',Kinderliedjes, p. 40.
9. LV 64:33.
10. Alma 31:35.
11. Jozua 24:15; cursivering toegevoegd.