The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 1999
Hoop, een anker van de ziel

Hoop, een anker van de ziel

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

Onze grootste hoop komt voort uit de kennis dat de Heiland de banden van de dood verbroken heeft. ( . . . ) Hij heeft verzoening bewerkt voor onze zonden, als wij ons bekeren.

President James E. Faust

Broeders, zusters en vrienden. Ik ben heel dankbaar voor de inspiratie en de toewijding van degenen die deze gewijde, heilige, historische tabernakel hebben gebouwd. Ik betoon respect aan president Brigham Young die het leidinggevende brein achter dit unieke gebouw en het schitterende orgel is geweest. Tegelijkertijd verheug ik me in het feit dat we, onder de inspirerende leiding van president Hinckley, bezig zijn met de bouw van een prachtig huis van aanbidding om tegemoet te komen aan de behoeften van deze steeds groeiende kerk. Dat nieuwe gebouw is een uiting van hoop voor de kerk in de komende eeuw.

Op deze ochtend 'wilde ik tot u spreken' zoals Moroni zei, 'aangaande hoop.'1 Er zijn enorme bronnen van hoop naast onze eigen mogelijkheden, studie, kracht en kwaliteit. We hebben daarbij de gave van de Heilige Geest. Door de geweldige zegen van dat lid van de Godheid kunnen we de waarheid van alle dingen te weten komen.2

Hoop is het anker van onze ziel. Ik ken niemand die geen behoefte heeft aan hoop: jong of oud, sterk of zwak, rijk of arm. Zoals de profeet Ether indringend heeft gezegd: 'Daarom mag een ieder, die in God gelooft, met zekerheid op een betere wereld hopen, ja, namelijk op een plaats ter rechterhand Gods; en deze hoop komt door geloof, en is een anker voor de ziel der mensen, hetgeen hen zeker en standvastig zal maken, en altijd overvloedig in goede werken.'3

Nephi spoorde zijn tijdgenoten aan: 'Daarom moet gij standvastig in Christus voorwaarts streven, met onverzwakte hoop, en met liefde voor God en alle mensen Indien gij aldus voorwaarts zult streven, en u in Christus' woord verheugt, ( . . . ) dan zegt de Vader: Gij zult het eeuwige leven hebben.'4

Iedereen heeft zijn problemen en moeilijkheden in dit leven. Dat is een onderdeel van onze test in de sterfelijkheid. De reden van sommige van die beproevingen kunnen we alleen begrijpen op de basis van geloof en hoop omdat er vaak een groter doel is dat we niet altijd begrijpen. Door hoop ontstaat gemoedsrust.

Er zijn maar weinig bezigheden die veiliger zijn dan een zending voor De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen. Zendelingen zijn letterlijk in Gods handen. We zouden willen dat ze altijd helemaal buiten gevaar zijn, maar dat is niet reëel. Zendelingen, hun familie en hun leiders vertrouwen volledig op de bescherming van de Heer, en als er zich bij uitzondering een tragedie voordoet, krijgen zij steun van de Geest van Hem die zij dienen.

Afgelopen zomer bezocht ik ouderling Orin Voorheis in zijn ouderlijk huis in Pleasant Grove (Utah). Het is een grote, knappe, prachtige jongeman die op zending is geweest in het zendingsgebied Buenos Aires-Zuid. Op een avond, toen hij elf maanden op zending was, werden ouderling Voorheis en zijn collega door gewapende rovers lastig gevallen. In een zinloze daad van geweld schoot een van hen ouderling Voorheis in het hoofd. Dagenlang zweefde hij tussen leven en dood, niet in staat om te spreken, te horen, te bewegen of zelfs maar zelfstandig te ademen. Door het geloof en de gebeden van vele mensen over een lange periode werd hij van de beademingsapparatuur afgekoppeld en teruggebracht naar de Verenigde Staten.

Na maanden van uitgebreide revalidatie en therapie kwam ouderling Voorheis wel op krachten, maar was hij nog steeds verlamd en niet in staat om te spreken. Hij ging maar langzaam vooruit. Zijn ouders besloten dat ze hun zoon mee naar huis zouden nemen om voor hem te zorgen in de liefdevolle atmosfeer van het eigen gezin. Maar in hun bescheiden behuizing ontbrak de ruimte of de uitrusting voor de nodige therapie. Veel vriendelijke buren, vrienden en weldoeners hielpen mee aan een uitbreiding van het huis en zorgden voor de uitrusting voor de fysische therapie.

Ouderling Voorheis is nog steeds bijna helemaal verlamd en hij kan niet praten, maar hij heeft een geweldige geest en kan vragen beantwoorden met handbewegingen. Hij draagt nog steeds zijn naamplaatje. Zijn ouders vragen niet: 'Waarom is dit gebeurd met onze prachtige zoon, die toch gehoor had gegeven aan de roeping van de Meester?' Niemand heeft een zeker antwoord, behalve misschien in omstandigheden waarin een hoger doel gediend wordt. We moeten wandelen in geloof. We denken aan het antwoord van de Heiland op de vraag: 'Wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?' De Heiland antwoordde dat niemand schuld had, maar dat de werken van God in hem openbaar mochten worden.5 In plaats van bitterheid te koesteren bogen de leden van de familie Voorheis het hoofd en zeiden tegen de Heer: 'Uw wil geschiede. We zijn dankbaar geweest voor elke dag van zijn leven en, met de hulp van anderen, zullen we bereidwillig de zorg voor hem op ons nemen.'

De bedoeling van mijn bezoek aan ouderling Voorheis was om hem met zijn vader, zijn bisschop, zijn huisonderwijzer en anderen een zegen van hoop te geven. Sommigen vragen misschien: 'Is er voor ouderling Voorheis nog hoop in dit leven?' Ik geloof dat er voor iedereen veel hoop is! Soms vragen we God om wonderen, en die gebeuren vaak, maar niet altijd op de manier die we verwachten. Niemand verlangt naar een leven als dat van ouderling Voorheis, maar de invloed van zijn leven op anderen is onschatbaar en eeuwig, zowel hier als in Argentinië. Na zijn ongeluk is de gemeente Kilometer 26 in Argentinië snel gegroeid en kwam zij al snel in aanmerking voor een kerkgebouw.

Hoop is vertrouwen op Gods beloften, het geloof dat de gewenste zegeningen als we nu handelen, in de toekomst in vervulling zullen gaan. Abraham 'heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden.' Tegen de menselijke rede in vertrouwde hij 'in de volle zekerheid' dat God zijn belofte zou nakomen en Abraham en Sara op hun oude dag een kind zou schenken.6

Een paar jaar geleden ondervond zuster Joyce Audrey Evans, een jonge moeder in Belfast, moeilijkheden met haar zwangerschap. Ze ging naar het ziekenhuis waar een van de verpleegsters haar vertelde dat ze waarschijnlijk haar baby zou verliezen. Zuster Evans antwoordde: 'Maar ik kan het niet opgeven. ( . . . ) U moet me hoop geven.' Zuster Evans vertelde later: 'Ik kon de hoop pas opgeven als er helemaal geen reden meer was voor hoop. Ik was dat aan mijn ongeboren kind verschuldigd.'

Drie dagen later had ze een miskraam. Ze schreef: 'Een lang moment voelde ik niets. Toen doorstroomde me een diep gevoel van vrede. Met die vrede kwam ook het inzicht. Ik wist waarom ik, ondanks de omstandigheden, de hoop niet kon opgeven: je hoopt of je wanhoopt. Zonder hoop kun je niet tot het einde toe volharden. Ik had uitgekeken naar een antwoord op mijn gebeden en ik werd niet teleurgesteld; ik genas lichamelijk en werd beloond met een geest van vrede. Nog nooit eerder had ik me zo dicht bij mijn hemelse Vader gevoeld, nog nooit eerder had ik zo'n vrede gevoeld. ( . . . )

'Het wonder van die vrede was niet de enige zegening tijdens die gebeurtenis. Een paar weken later begon ik te denken aan het kind dat ik verloren had. De Geest bracht me de woorden van Genesis 4:25 in gedachten: 'En zij baarde een zoon en gaf hem de naam Set, want (zeide zij) God heeft mij een andere zoon gegeven. ( . . . )

'Een paar maanden later werd ik weer zwanger. Toen mijn zoon geboren was, werd hij 'gezond' verklaard. Hij kreeg de naam Evan Seth.'7

Vrede in dit leven is gebaseerd op geloof en getuigenis. We kunnen allemaal hoop putten uit onze persoonlijke gebeden en troost putten uit de Schriften. Door priesterschapszegens worden we opgemonterd en gesteund. Hoop spruit ook voort uit rechtstreekse, persoonlijke openbaring, waarop we recht hebben als we het waardig zijn. We hebben ook de zekerheid dat we leven in een tijd waarin er een profeet op aarde is die alle sleutels van Gods koninkrijk draagt en aanwendt.

Samuel Smiles heeft geschreven: 'Hoop is als de zon, die, als we haar tegemoet lopen, de schaduw van onze last achter ons werpt. ( . . . ) Hoop verzoet de herinnering aan dierbare momenten. Zij verzacht onze zorgen tot onze groei en kracht. Zij geeft ons steun in donkere uren, stimuleert ons in goede uren. Zij geeft beloften voor de toekomst en doel aan het verleden. Zij verandert ontmoediging in vastbeslotenheid.'8

De onuitputtelijke bron van onze hoop is dat we zoons en dochters van God zijn en dat zijn Zoon, de Heer Jezus Christus, ons van de dood gered heeft. Hoe kunnen we weten dat Jezus echt onze Heiland en Verlosser is? In menselijke bewoordingen kun je zijn bestaan bijna niet omschrijven, maar zijn aanwezigheid kan ondubbelzinnig door de Geest gevoeld worden als we steeds proberen zijn invloed in ons leven toe te laten. In het Boek van Mormon lezen we het verhaal waarin Aäron het evangelie uitlegt aan Lamoni's vader. Hij zei tegen hem: 'Indien gij u voor God wilt nederbuigen ( . . . ) en in geloof zijn naam aanroepen, gelovende, dat gij zult ontvangen, dan zult gij de hoop ontvangen, die gij verlangt.'9 De oude koning volgde dit letterlijk op en ontving een getuigenis van de waarheid die Aäron verkondigde. Als gevolg daarvan bekeerde hij zich met zijn hele huishouding en leerden ze de Heer kennen.

Onze grootste hoop komt voort uit de kennis dat de Heiland de banden van de dood verbroken heeft. Hij behaalde zijn overwinning door zijn ondraaglijke pijn, lijden en doodsstrijd. Hij heeft verzoening bewerkt voor onze zonden, als wij ons bekeren. In de hof van Getsemane uitte Hij de smartelijke kreet: 'Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.'10 Lucas beschrijft de intensiteit van de doodsstrijd: 'En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.'11

Allemaal kunnen we hoop vinden in wat Petrus meemaakte gedurende de gebeurtenissen die tot de kruisiging leidden. Misschien sprak de Heer wel tegen ons allemaal toen Hij tegen Petrus zei: Zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen.'

En Petrus antwoordde: 'Here, met U ben ik bereid ook gevangenis en dood in te gaan. Maar Hij zeide: Ik zeg u Petrus, de haan zal heden niet kraaien, eer gij driemaal zult geloochend hebben, dat gij Mij kent.'12

Terwijl Petrus de gebeurtenissen volgde, werd hij herkend als een discipel van Christus. Een slavin zei: 'Ook die was bij Hem!' En Petrus antwoordde dat hij Hem niet kende. Twee anderen herkenden Petrus ook als zijn discipel. Petrus ontkende weer dat hij de Heiland kende. En terwijl hij sprak, kraaide er een haan.

'En de Here keerde Zich om en zag Petrus aan. En Petrus herinnerde zich het woord des Heren, hoe Hij tot hem gezegd had: Eer de haan heden kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen.

'En hij ging naar buiten en weende bitter.'13

Die gebeurtenis gaf Petrus zoveel kracht dat hij het nooit meer zou laten afweten en bekend zou staan als de rots. Zijn hoop raakte stevig verankerd in een eeuwige Rots, namelijk onze Verlosser, Jezus Christus.14 Als hoofd van de apostelen zette hij het werk getrouw en moedig voort.

Zoals Petrus hoop kreeg na een moment van zwakte, kunnen u, ik, en iedereen ons verheugen in de hoop die voortvloeit uit de kennis dat God werkelijk leeft. Die hoop komt voort uit de overtuiging dat Hij, als we geloof hebben, ons door onze moeilijkheden heen zal helpen; als het niet in dit leven is, dan toch zeker in het leven hierna. Het is zoals Paulus tegen de Korintiërs zei: 'Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen.'15 In het eeuwige plan van zaken zullen verkeerde dingen rechtgetrokken worden. In de volmaakte rechtvaardigheid van de Heer zal aan ieder die een rechtschapen leven leidt de zegeningen vergoed worden die hij hier niet gekregen heeft.

Naar mijn mening is er in de geschiedenis van de kerk nog nooit zoveel reden geweest voor hoop voor de toekomst van de kerk en haar leden. Ik geloof en getuig dat we op weg zijn naar een hoger niveau van geloof en activiteit dan ooit het geval geweest is. Ik bid dat ieder van ons in dat geweldige leger van rechtschapenheid zijn plaats zal innemen. Ieder van ons zal verschijnen voor de Heilige van Israël en verslag uitbrengen van zijn rechtschapen leefwijze. Ons is gezegd: 'Daar heeft Hij geen dienstknecht.'16

Door mijn roeping als apostel heb ik een vast getuigenis van het leven en de bediening van de Heiland gekregen. Ik verklaar met Job: 'Ik weet: mijn Losser leeft.'17 Mijn getuige daarvan 'is in de hemel'.18 Jezus is de Christus, de Heiland van de hele mensheid. Joseph Smith was de geïnspireerde profeet die de sleutels tot verlossing, het gezag en de organisatie hersteld heeft die aan hem werden toevertrouwd, onder de leiding van God de Vader en zijn Zoon, de Heer Jezus Christus. Daarvan getuig ik in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Moroni 7:40.
2. Zie Moroni 10:5.
3. Ether 12:4.
4. 2 Nephi 31:20.
5. Zie Johannes 9:2­3.
6. Zie Romeinen 4:18­21.
7. Joyce Audrey Evans, 'To Live in Hope', Ensign, september 1995, blz. 70.
8. Aangehaald in Especially for Mormons, 'Stan and Sharon Miller', deel 2, blz. 113.
9. Alma 22:16.
10. Matteüs 26:39.
11. Lucas 22:44.
12. Lucas 22:31­34.
13. Zie Lucas 22:56­62.
14. Zie Helaman 5:12.
15. 1 Korintiërs 15:19.
16. 2 Nephi 9:41.
17. Job 19:25.
18. Job 16:19.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy