The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
oktober 1999
Vrede, hoop en leiding

Vrede, hoop en leiding

Patricia P. Pinegar
Onlangs ontheven algemeen jeugdwerkpresidente

Laten we ons verheugen in de zegening van vrede, hoop en leiding, een zegening die zoveel kinderen van onze hemelse Vader niet genieten.

Patricia P. Pinegar

Vertrouw op de Here met uw ganse hart en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken' (Spreuken 3:5­6).

Broeders en zusters, ik hou van de Heer en vertrouw op Hem met mijn ganse hart. Ik weet dat Hij leeft en van een ieder van ons houdt. Ik weet dat onze hemelse Vader een volmaakt plan voor ons heeft. Naarmate we dit plan en het voorbeeld van onze Heiland volgen, zullen we meer vrede in deze wereld vol problemen vinden, ons hart zal meer met hoop zijn vervuld en we zullen meer leiding ontvangen.

Toen wij op zending waren in Engeland is onze 17-jarige zoon, Cory, in Utah bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. We zijn naar huis afgereisd voor de begrafenis en meteen daarna teruggegaan naar Engeland om onze zending te volbrengen. Het was een heel emotionele tijd voor ons gezin.

Op een dag, kort na onze terugkeer in Engeland, liep ik over straat en werd aangesproken door een kennis die had gehoord over de dood van onze zoon. Hij zei: 'En, wat vind je nu van je God? Je bent op een voltijdzending voor Hem en nu heeft Hij je zoon weggenomen.' Ik was geschokt en gekwetst. Ik had te doen met die man die het plan van onze hemelse Vader niet begreep.

Mijn zoons dood was een moeilijke ervaring, maar ik ben daardoor beter gaan beseffen dat de Heer ons heeft gezegend met vreugde, hoop en leiding en ik verheugde me erin -- het is een zegening die allen die het evangelie van Jezus Christus echt hebben aanvaard en ernaar leven kunnen ontvangen. Ik kan getuigen dat de woorden van ouderling Richard G. Scott waar zijn: 'Leer alstublieft dat als u met een probleem worstelt en daar verdrietig onder bent, u tegelijkertijd ook gemoedsrust en blijdschap kunt hebben' (De Ster, januari 1996, blz. 16).

Wat zijn concrete dingen die we kunnen doen om die zegening van hoop, vrede en leiding te ontvangen? Ik wil u graag drie manieren noemen waar ik veel aan heb gehad.

Op de eerste plaats moeten we volledig vertrouwen op het heilsplan van onze Vader en op de Heilands aandeel in dat plan. Door op zijn plan te vertrouwen vond ik rust in de periode na mijn zoons dood. Ik wist waar onze zoon was en ik wist dat onze hemelse Vader van hem houdt. Ik had een volmaakte hoop dat door de verzoening van de Heiland Cory leefde en we eens als een eeuwig gezin bij elkaar zullen zijn. Ik ontving ook leiding. Ik wist wat ik moest doen en wat ons gezin nodig had om voor eeuwig bij elkaar te zijn.

Het tweede punt wat ertoe heeft bijgedragen deze zegening te ontvangen, is het beginsel van onverschrokken gehoorzaamheid. Ik ben zo dankbaar voor de wetten en geboden die God ons heeft gegeven. Vrede, hoop en leiding zijn het resultaat van het naleven van de leringen van Jezus en het gehoorzamen van zijn wetten en geboden. In de Schriften staat: 'Zij, die uw wet liefhebben, hebben grote vrede' (Psalmen 119:165). Er staat ook: 'Hij, die de werken der gerechtigheid doet, [zal] zijn loon ontvangen, namelijk vrede in deze wereld en het eeuwige leven in de komende wereld' (LV 59:23).

Toen mijn man president van het opleidingsinstituut voor zendelingen in Provo was, hebben wij, zoals u zich kunt voorstellen, vaak met zendelingen gesproken over de gevoelens van blijdschap en vrede die onverschrokken gehoorzaamheid aan ware beginselen met zich meebrengt. We hebben gesproken over de invloed van de Heilige Geest die de gehoorzamen ervaren. We moedigden de zendelingen aan om gehoorzaamheid tot een levensdoel te maken. Ik vond het heerlijk om het verhaal van een klein jongetje te vertellen die samen met zijn vader naar het park ging om te vliegeren.

De jongen was nog klein. Het was de eerste keer dat hij zijn vlieger zou oplaten. Zijn vader hielp hem en na een paar pogingen was de vlieger in de lucht. De jongen rende en liet het touw vieren en al gauw vloog de vlieger hoog in de lucht. De jongen was helemaal opgewonden; de vlieger was zo mooi. Uiteindelijk was er geen touw meer over om de vlieger nog hoger op te laten. De jongen zei tegen zijn vader: 'Papa, laten we het touw doorsnijden en de vlieger loslaten; ik wil zien hoe hij nog hoger en hoger gaat.' Zijn vader zei: 'Jongen, de vlieger zal niet hoger gaan als we het touw doorsnijden'. 'Jawel' antwoordde de kleine jongen. 'Het touw houdt de vlieger tegen; ik voel het gewoon'. De vader gaf zijn zoon een zakmes. De jongen sneed het touw door. In een fractie van een seconde vloog de vlieger ongecontroleerd rond. Hij vloog van hier naar daar en viel uiteindelijk te pletter. Dat was voor de jongen moeilijk te begrijpen. Hij was ervan overtuigd dat het touw de vlieger had tegengehouden.

De geboden en wetten van de Heer zijn net als het vliegertouw. Ze leiden ons opwaarts. Gehoorzaamheid aan deze geboden geeft ons vrede, hoop en leiding.

Het derde wat wij kunnen doen om de zegening van vrede, hoop en leiding te kunnen ontvangen, is te leren gehoor te geven aan de influisteringen van de Heilige Geest en de Heer te bedanken voor deze grote gave.

Een aantal zondagen geleden heb ik meegeholpen om voor oma Pinegar te zorgen. Oma is 99 en erg zwak. Ze is blind en nagenoeg doof en sinds kort kan ze alleen nog maar fluisteren. Haar kleine lichaam is zo voorovergebogen dat er nog maar weinig ruimte in haar longen is voor lucht.

Ik leunde voorover en vroeg: 'Oma, vertelt u me eens hoe het evangelie u tot zegen is geweest'. Ze fluisterde en vertelde hoe dankbaar ze was voor de influisteringen en de leiding van de Heilige Geest.

Toen haar tweede kind, James, 18 maanden oud was, was hij buiten aan het spelen met zijn oudere broer en stond oma uit het raam naar hen te kijken. Plotseling zag ze hem niet meer en rende naar buiten. Ze zocht hem overal. Er stond water in het irrigatiekanaal wat eigenlijk niet zo hoorde en daardoor kon ze vanaf de rand niets zien. Ze rende naar de boerderij om de werklui te halen en ging terug naar de plaats waar het kanaal overwelfd was. Aan het andere uiteinde zag ze twee kleine schoenen en trok eraan. Toen ze haar zoon in haar armen had, had ze het gevoel dat ze haar handen onder zijn maag ineen moest slaan en hem zo voor zich uit moest dragen. Met haar knie ving ze zijn gewicht gedeeltelijk op. Ze rende naar de weg en riep om hulp. Het gevoel om hem op die ongewone manier te dragen, had zijn leven gered.

Broeders en zusters, ik ben dankbaar voor de ingevingen die wij als jeugdwerkpresidium hebben ontvangen. Tijdens de algemene conferentie waarin wij werden gesteund, beschreef president Gordon B. Hinckley een aantal van de verschrikkelijke wreedheden die kinderen overal op de wereld wordt aangedaan. We lezen in kranten en tijdschriften over de slechte invloeden die onze huizen binnendringen.

Als nieuw en erg bezorgd jeugdwerkpresidium hebben we gebeden en de Schriften bestudeerd en we werden naar een vers in Jesaja geleid waarin de situatie in het millennium beschreven wordt: 'Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg' (Jesaja 11:9). Dat was precies wat we wilden dat er zou gebeuren. We wilden niet dat er ook maar een kind pijn gedaan of vernietigd werd, maar we wilden niet op het millennium wachten. We wilden dat het nu al niet meer zou gebeuren. Als het jeugdwerk overal vervuld zou zijn met de kennis van de Heer, als al onze huizen vervuld zouden zijn met de kennis van de Heer, zou er vrede en rechtvaardigheid heersen en zou er geen kind kwaad worden gedaan. We hebben gebeden om te mogen weten hoe we daartoe bij konden dragen en werden naar 2 Nephi 25:26 geleid. Onze huis en ons jeugdwerk zullen vervuld zijn van de Heer als 'wij spreken van Christus, wij [ons] verheugen in Christus, wij [Christus] prediken'.

Wij zijn zo dankbaar voor de vrede en de hoop die van deze teksten uitgaat en voor de leiding die we door de Heilige Geest ontvangen om jeugdwerkleidsters aan te moedigen Christus tot het middelpunt van het jeugdwerk te maken.

Broeders en zusters, laten we ons verheugen in de zegening van vrede, hoop en leiding, een zegening die zoveel kinderen van onze hemelse Vader niet genieten. Als we zelf die grote zegening genieten, laten we er dan toe bijdragen dat anderen, vooral kinderen, die zegening ook kunnen ontvangen. Laten we de woorden van de Heiland parafraseren: 'En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw [kinderen]' (Lucas 22:32).

Het schriftthema voor het jeugdwerk is: 'En al uw kinderen zullen door de Here worden onderwezen; en groot zal de vrede van uw kinderen zijn' (3 Nephi 22:13). De wereld is geen veilige plaats. Het is geen plaats waar kinderen vrede, hoop en leiding zullen vinden tenzij hen geleerd wordt de Heiland lief te hebben en Hem te volgen. Leer ze alstublieft dat deze grote zegening ook hun deel kan zijn en leer ze wat ze moeten doen om die te ontvangen.

Ik ben zo dankbaar dat ik werkzaam mocht zijn in het jeugdwerk. Ik hou van mijn raadgeefsters, zuster Anne Wirthlin en zuster Susan Warner. We zijn één geweest in ons verlangen om de kinderen van de kerk te dienen en hen tot zegen te zijn. Wij geloven dat een jeugdwerk dat Christus als middelpunt heeft, van grote waarde kan zijn voor ouders als zij hun kinderen het evangelie van Jezus Christus bijbrengen. Het evangelie biedt de enige kennis die hun kinderen vrede, hoop en leiding zal geven. Ik ben dankbaar voor onze getrouwe, toegewijde bestuursleden en bekwame mensen op kantoor en bedank onze priesterschapsleiders die ons hebben onderricht en geïnspireerd. Ik ben dankbaar voor het nieuwe jeugdwerkpresidium dat deze conferentie is gesteund. Ik spreek mijn liefde en steun voor hen uit. Mijn grote oprechte liefde gaat vooral uit naar mijn geweldige gezin en in het bijzonder naar mijn lieve man voor zijn voortdurende liefde en steun.

Ik erken de goedheid en liefde van mijn Heiland in ieder aspect van mijn leven. Vrede, hoop en leiding zijn slecht drie aspecten waarin het evangelie van Jezus Christus mij tot zegen is geweest. Ik wil de Heiland door de woorden uit een jeugdwerkliedje laten weten dat ik zijn liefde voel, want


U bent mijn goede Herder.
Mijn hart geef ik aan U,
U zegent mij altijd.
Ik geef heel mijn hart aan U,
denk elke dag aan U.
(Kinderliedjes, blz. 42.)

In de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy