The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 1999
Op het hoogtepunt der eeuwen

Op het hoogtepunt der eeuwen

President Gordon B. Hinckley

Mogen wij door God gezegend worden met een gevoel van onze plaats in de geschiedenis, en ( . . . ) met de behoefte om pal te staan en als heiligen van de Allerhoogste voort te gaan.

President Gordon B. Hinckley

Wat is het geweldig om de drempel van de eeuwen te overschrijden. En dat zal binnenkort gebeuren. We krijgen de geweldige kans om het huidige millennium te beëindigen en een nieuw millennium in te luiden. Nu ik over dit tijdperk nadenk, word ik overweldigd door een enorm, plechtig gevoel voor de geschiedenis.

Het is slechts twee millennia geleden dat de Heiland op aarde leefde. Het is een schitterende erkenning van zijn plaats in de geschiedenis, dat de kalender die wij nu op de meeste plaatsen in de wereld gebruiken zijn geboorte in het midden des tijds plaatsen. Alles wat daarvoor is gebeurd, wordt vanaf die datum teruggerekend. En alles wat vanaf die datum is gebeurd, wordt vanaf die datum gerekend.

Iedere keer dat iemand een datum gebruikt, erkent hij bewust of onbewust de komst van de Zoon van God op aarde. Zijn geboorte geeft het middelpunt van de eeuwen aan, het midden des tijds, dat door de meeste mensen op aarde wordt erkend. Bij het gebruik van deze datums, besteden we daar geen aandacht aan. Maar als we erover nadenken, moeten we erkennen dat Hij de enige persoon in de geschiedenis van de wereld is waarop onze tijdrekening is gebaseerd.

In de eeuwen voordat Hij op aarde kwam, werd zijn komst geprofeteerd. Jesaja verklaarde: 'Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst' (Jesaja 9:6).

Koning Benjamin zei meer dan een eeuw vóór de geboorte van Christus tegen zijn volk:

'Want zie, de tijd komt en is niet veraf, dat de Here, de Almachtige, die regeert, die was en is van alle eeuwigheid tot alle eeuwigheid, met macht uit de hemel zal nederkomen onder de mensenkinderen en in een stoffelijk hulsel wonen, en zal uitgaan onder de mensen, machtige wonderen werkende, zoals de zieken genezen, de doden opwekken, de lammen doen wandelen, de blinden hun gezicht geven en de doven doen horen en allerlei ziekten genezen. ( . . . )

'En Hij zal worden genoemd: Jezus Christus, de Zoon van God, de Vader des hemels en der aarde, de Schepper aller dingen sedert den beginne; en zijn moeder zal Maria worden genoemd' (Mosiah 3:5, 8).

Het is dan ook geen wonder dat engelen tijdens zijn geboorte kwamen zingen en dat wijze mannen van verre Hem kwamen bezoeken.

Hij is de enige volmaakte mens op aarde geweest. Hij heeft de wet van Mozes vervuld en een nieuwe norm van liefde in de wereld gebracht.

Zijn moeder was een mens, en van haar heeft Hij zijn lichaam ontvangen. Zijn Vader was onsterfelijk, de grote God van het heelal, van wie Hij zijn goddelijke aard heeft gekregen.

De enorme uiting van zijn liefde was zijn dood, toen Hij zijn leven gaf, als offer voor de mensheid. De verzoening, gepaard gaande met onbeschrijflijke pijn, werd de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis, een barmhartige daad waar de mens niets voor hoeft te doen, maar waardoor de opstanding voor alle mensen veilig werd gesteld.

Er is geen andere daad in de geschiedenis van de mens die daarmee te vergelijken is. Er is nooit iets gebeurd dat die gebeurtenis kan evenaren. Volledig onzelfzuchtig en met onbegrensde liefde voor alle mensen, werd het een ongeëvenaarde daad van barmhartigheid voor de hele mensheid.

En tijdens de opstanding op die eerste paasmorgen kwam de triomferende verklaring van onsterfelijkheid. Paulus heeft terecht verklaard: 'Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden' (1 Korintiërs 15:22). Hij verleende niet alleen de zegen van de opstanding aan alle mensen, maar deed de deur open naar het eeuwige leven voor hen die zijn leringen en geboden nakomen.

Hij was en is de centrale persoon in de geschiedenis van de mens, het zenit van de eeuwen van de mens.

Voordat Hij stierf, had Hij zijn apostelen geordend. Zij werkten nog een bepaalde tijd verder. Zijn kerk was georganiseerd.

De eeuwen gingen voorbij. Een wolk van duisternis kwam over de aarde. Jesaja heeft geschreven: 'Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën' (Jesaja 60:2).

Het was een tijd van plunderingen en lijden, gekenmerkt door lange en bloedige conflicten. Karel de Grote werd in het jaar 800 tot keizer van het Romeinse Rijk gekroond.

Het was een hopeloos tijdperk, een tijd van meesters en slaven.

De eerste duizend jaar gingen voorbij en het tweede millennium lag in het verschiet. De eerste eeuwen van dat millennium waren een voortzetting van de vorige. Het was een tijd van angst en lijden. De hevige, dodelijke pest van de veertiende eeuw begon in Azië. De ziekte verspreidde zich naar Europa en Engeland. Overal waar de ziekte de kop op stak, sloeg de dood toe. Boccaccio heeft het volgende over de slachtoffers gezegd: ze 'aten tussen de middag met hun familieleden en vrienden, en 's avonds met hun voorouders in het hiernamaals!'1 De mensen waren doodsbang. In vijf jaar tijd overleden 25 miljoen mensen, een derde van de bevolking van Europa.

Af en toe stak de ziekte de kop weer op en sloeg willekeurig toe. Maar het was ook een periode van toenemende verlichting. Terwijl de jaren voorbijvlogen, begon het zonlicht van een nieuwe periode over de aarde te schijnen. Het was de renaissance, een geweldige opbloei van kunst, architectuur en literatuur.

De hervormers, vooral mannen zoals Luther, Melanchthon, Hus, Zwingli en Tyndale, werkten hard om de kerk te veranderen. Het waren moedige mannen, Velen van hen zijn door hun geloof aan een gruwelijk einde gekomen. Het protestantisme kwam tot stand, met een roep om hervorming. Toen die hervorming niet tot stand werd gebracht, organiseerden de hervormers eigen kerken. Dat deden ze zonder het gezag van het priesterschap. Het was hun verlangen om een eigen plaats in de godsdienstige wereld te vinden, waar zij God volgens de stem van hun eigen geweten konden aanbidden.

Hoewel deze oproer door de hele christelijke wereld woede, waren er ook politieke krachten aan het werk. Toen kwam de Amerikaanse revolutie, waardoor een nieuw land werd geboren. In de grondwet werd vastgelegd dat de regering zich niet met godsdienstige zaken zou bemoeien. Er was een nieuwe, glorierijke dag aangebroken. Er was niet langer sprake van een staatskerk. De ene kerk kreeg geen voorkeur boven de andere.

Na eeuwen van duisternis, pijn en strijd, was de tijd rijp voor de herstelling van het evangelie. Profeten vanouds hadden over deze langverwachte dag gesproken.

De hele geschiedenis was op die tijd gericht. De eeuwen van lijden en hoop waren gekomen en gegaan. De almachtige Rechter, de levende God, had besloten dat de tijd was aangebroken waarvan de profeten hadden gesproken. Daniël had een steen gezien die 'zonder toedoen van mensenhanden' was losgeraakt, en 'werd tot een grote berg, die de gehele aarde vulde' (Daniël 2:34­35).

'Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid' (Daniël 2:44).

Jesaja en Micha hadden lang daarvoor hun visioen van onze tijd al geopenbaard:

'En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen.

'En vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des Heren woord uit Jeruzalem' (Jesaja 2:2­3 en Micha 4:1­2).

Paulus heeft over het verloop van de tijd, de opeenvolgende eeuwen, het volgende gezegd: 'Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen' (2 Tessalonicenzen 2:3).

Ook heeft hij het volgende over deze tijd gezegd: 'Ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten' (Efeziërs 1:10).

Petrus voorzag het geweldige panorama van de eeuwen toen hij het volgende visioen verklaarde:

'Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren,

'En Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende;

'Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher' (Handelingen 3:19­21).

Al deze en andere [visioenen] hebben naar dit grandioze tijdperk in de boeken van de geschiedenis van de mens verwezen, dat er een dag van de herstelling van ware leer en ware gebruiken zou komen.

Die geweldige dag brak in 1820 aan, toen een oprechte, gelovige jongeman naar het bos ging om tot God te bidden. Hij was op zoek naar de wijsheid die hij zo hard nodig had.

Als antwoord kreeg hij een geweldig visioen. God, de eeuwige Vader, en de herrezen Heer Jezus Christus verschenen aan hem en spraken met hem. De sluier die bijna twee millennia lang gesloten was geweest, werd geopend om de bedeling van de volheid der tijden in te luiden. Toen werd het heilig priesterschap hersteld, eerst het Aäronisch en vervolgens het Melchizedeks, door de mensen die het vroeger hadden gedragen. Er kwam nog een testament uit het stof der aarde tevoorschijn, als een getuige van de realiteit en de goddelijke aard van de Zoon van God, de Verlosser van de wereld.

Er werden sleutels van goddelijk gezag hersteld, waaronder de sleutels die nodig waren om gezinnen voor tijd en eeuwigheid te verzegelen, met een verbond dat niet door de dood kon worden vernietigd.

De steen was aanvankelijk nog klein. En was bijna niet waar te nemen. Maar de steen is gestaag gegroeid en rolt voorwaarts om de aarde te vervullen.

Broeders en zusters, beseft u wat wij hebben? Herkent u onze plaats in het grote toneelstuk van de menselijke geschiedenis? Dit is het brandpunt van alles wat er is gebeurd. Dit is het tijdperk van wederoprichting. Dit is de tijd van de herstelling. Dit is de tijd dat de mens, waar ook ter wereld, naar de berg van het huis des Heren komt om te onderzoeken en zijn wegen te leren, en in zijn voetsporen te treden. Dit is de optelsom van alle eeuwen, sinds de geboorte van Christus, tot op de dag van vandaag.


De morgen daagt, de nacht vliedt heen,
zie, Zions vaandel wappert fier.
In glorie rijst die schone dag,
brengt vreugde voor Gods kind'ren hier.
(Lofzang 1.)

De eeuwen zijn voorbijgegaan. Het werk van de Almachtige in de laatste dagen, waarvan de profeten vanouds hebben gesproken, is aangebroken. Het is hier. Om onbekende redenen, maar in de wijsheid van God, zijn wij in deze bijzondere tijd op aarde gekomen. De wetenschap heeft enorme vooruitgang geboekt. Er is een ware kennisexplosie gekomen. Dit is het grootste tijdperk van door de mens verrichte prestaties. En wat nog belangrijker is, het is het tijdperk waarin God opnieuw heeft gesproken, waarin zijn geliefde Zoon is verschenen, waarin het priesterschap van God werd hersteld en waarin we het getuigenis van de Zoon van God in ons hand kunnen houden. Wat is dit een glorierijk en schitterend tijdperk.

Ik dank God voor zijn milde gaven. Wij danken Hem voor dit heerlijke evangelie, waarvan de macht en het gezag tot aan de andere kant van de sluier reiken.

Als we al onze kennis en bezittingen in ogenschouw nemen, zouden we een beter volk moeten zijn. Dan zouden we christelijker moeten zijn, vergevensgezinder, behulpzamer en voorkomender ten opzichte van anderen.

We staan op het hoogtepunt der eeuwen, onder de indruk van een groots en plechtig gevoel voor de geschiedenis. Dit is de laatste bedeling waarop de hele geschiedenis is gericht. Ik getuig van de realiteit en de waarheid van al deze zaken. Ik bid dat een ieder van ons van dit alles onder de indruk zal zijn, voorwaarts kijkend naar de afsluiting van een eeuw en de dood van een millennium.

Laat het oude jaar gaan. Laat het nieuwe jaar komen. Laat weer een eeuw voorbijgaan. Laat een nieuwe beginnen. Zeg een millennium vaarwel. Begroet het begin van de volgende duizend jaar.

En zo zullen we voorwaarts gaan op het pad van groei, vooruitgang en ontwikkeling, waarbij we het leven van veel mensen, zolang de aarde bestaat, ten goede aanraken.

Op enig moment in deze voorwaartse golfbeweging zal Jezus Christus verschijnen en in glorie op aarde regeren. Niemand weet wanneer dat zal plaatsvinden. Zelfs de engelen in de hemel weten niet wanneer Hij zal wederkomen. Maar het zal een welkome dag zijn.


Kom, o Gij Vredevorst!
Lang hebben w'u verwacht;
ons heil is in uw hand,
verlos ons uit de nacht.
Gewenste veler volk'ren, kom!
Vergader Isr'el van alom!
(Lofzang 59.)

Mogen wij door God gezegend worden met een gevoel van onze plaats in de geschiedenis, en, als we dat gevoel hebben ontvangen, met de behoefte om pal te staan en als heiligen van de Allerhoogste voort te gaan, is mijn nederig gebed in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTE

1. Naar de Decamerone, Giovanni Bocaccio, blz. 7.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy