The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
April 1999
'Met kleine middelen'

'Met kleine middelen'

Ouderling Stephen A. West
van de Zeventig

Mogen we moed, geloof en troost putten uit de kleine en onopvallende daden van vriendelijkheid, nederigheid en toewijding van de volgelingen van Christus.

Ouderling Stephen A. West

Een paar jaar geleden waren mijn vrouw en ik geroepen om een kleine gemeente in het centrum van een stad in het oosten van het land te steunen. De gemeente bestond uit ongeveer vijfendertig leden. De gemeentepresident, Daniel Sawyer, een man voor wie ik grote bewondering heb, was misschien de enige in de gemeente die meer dan drie of vier jaar lid was van de kerk. We hielden onze bijeenkomsten in een rijtjeshuis in een van de ergste probleemwijken van de stad. Het huis lag in een straat waar tijdens de enorme rellen van 1968 veel gebouwen in brand gestoken en geplunderd waren. Sommige waren 25 jaar na dato nog steeds niet gerestaureerd of herbouwd. Aan de voorzijde van het huis waren trappen die van het trottoir naar een paar kamers leidden die als klaslokalen en kantoor dienden. Een andere deur rechts van het trottoir leidde via een paar binnentrappen naar de kelder die was ingericht met een avondmaalstafel, een podium voor de spreker en klapstoelen. Een aantal van onze mooiste kerkervaringen vond plaats in dat gebouw.

Op een zondag, midden onder de avondmaalsdienst, kwam een vrouw binnenlopen. Ze was dakloos en droeg vuile, gescheurde kleren. Ze hoestte, rochelde en snoot haar neus in een vieze zakdoek. Met een luide schorre stem zei ze: 'Ik wil zingen! Ik wil bidden!' en liep naar de voorste rij, waar ze naast een zuster ging zitten die een witte blouse droeg. Ze leunde tegen de zuster aan en legde haar hoofd op diens schouder. De zuster sloeg onmiddellijk haar armen om de gast heen en hield haar de rest van de dienst vast. Toevallig had de spreker het over de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan1 toen de vrouw binnenkwam. Terwijl de vrouw hoestte en rochelde, ging hij verder met de gelijkenis. Aan het eind van zijn toespraak haalde hij een tekst aan en plotseling vulde de dakloze vrouw deze met een harde stem aan. Na afloop van de avondmaalsdienst sprak ik met de spreker over de gebeurtenis en we waren van mening dat het waarschijnlijk lang geleden was sinds iemand een arm van genegenheid om onze bezoekster heen had geslagen. We vroegen ons af welk voorbeeld we konden krijgen dat een betere illustratie was van deze gelijkenis dan het voorbeeld dat we net hadden gezien, en we moesten denken aan de woorden van de Heiland die voorafgingen aan deze gelijkenis: 'Gij zult ( . . . ) uw naaste [liefhebben] als uzelf'.2

Een tweede ervaring in de gemeente had te maken met een plichtsgetrouwe vrouw die trouw tiendezakjes gaf met daarin een paar muntjes. Op een dag kwam ze naar de kerk met in haar hand een plastic zakje met een stuk droog brood. Ze gaf ons het zakje en zei: 'Als je bij een kerk wilt horen, moet je iets bijdragen. Ik kan niet veel bijdragen, maar ik kan wel het brood voor het avondmaal geven'.

Toen we haar brood gebruikten, kreeg de gebeurtenis van die dag een bijzondere betekenis. Ik moest denken aan de volgende verzen:

'En [Jezus] ging tegenover de offerkist zitten en zag met aandacht, hoe de schare kopergeld wierp in de offerkist. En vele rijken wierpen er veel in. En er kwam een arme weduwe, die er twee koperstukjes in wierp, dat is een duit. En Hij riep zijn discipelen en zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, deze arme weduwe heeft het meeste in de offerkist geworpen van allen, die er iets in geworpen hebben. Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud.'3

Een derde ervaring in de gemeente vond plaats toen de leden er tijdens de zondagsschool over spraken wanneer je iemand die om hulp vraagt iets moet geven. Een van de leden, die samen met zijn vrouw uit Afrika was gekomen voor een vervolgopleiding, stak zijn hand op en vertelde ons het volgende. Toen hij op weg naar huis was, had een man een pistool tegen zijn borst gehouden en al zijn geld geëist. De broeder haalde zijn geld uit zijn zak en gaf het de man en zei: 'Als je zo hard geld nodig hebt, heb ik nog meer'. Hij deed zijn koffertje open, haalde nog meer geld te voorschijn en zei: 'Begrijp wel dat je dit geld niet van mij neemt. Ik geef je het in de naam van de Heer, omdat je het nodig hebt'. Hij vertelde dat de overvaller hem verbaasd aankeek, zijn pistool weer wegstak en vroeg: 'Waar woont u? Ik breng u wel even thuis, u bent een veel te goed mens om in deze buurt te lopen. U bent hier niet veilig.'

Onderweg naar zijn appartement werden ze plotseling omgeven door politieauto's. Een vrouw had de overval vanuit haar raam gezien en de politie gebeld. De politie arresteerde de overvaller en nam hem mee. Omdat de broeder het slachtoffer was, moest hij later getuigen tijdens de rechtszitting. Daar vertelde hij dat de overvaller weliswaar het geld geëist had, maar dat hij het hem in de naam van de Heer had gegeven, want als de man het geld zo hard nodig had, dan wilde hij het hem geven.

Sindsdien gaan mijn gedachten bij de woorden van de Heiland '( . . . ) neemt iemand u uw mantel af, laat hem ook het hemd nemen'4 niet alleen terug naar het beloofde land, maar ook naar die gevaarlijke buurt in de stad in het oosten.

Dit zijn slechts een paar gebeurtenissen uit onze tijd waar niet velen getuige van zijn geweest. Maar ze gaan over mensen die onder moeilijke omstandigheden een enorm voorbeeld waren. Een van de leden wees naar mijn veertig jaar oude Boek van Mormon met zijn door het gebruik grotendeels gescheurde leren kaft, gerafelde hoeken en zichtbare kartonnen binnenkaft en zei: 'Veel van de leden in onze gemeente zijn als uw Boek van Mormon ( . . . ) gerafeld en gescheurd aan de buitenkant, maar binnenin zitten ze vol met grote en belangrijke ideeën'.

Ten slotte wil ik u vertellen over een negenjarig Spaans-Amerikaans meisje waarmee ik een doopgesprek mocht hebben. Ik vroeg haar of ze wist wie Jezus was. Haar antwoord was: 'Ja'. 'Wie is Hij dan?', vroeg ik. Ze spreidde haar armen boven haar hoofd en gebaarde naar alles wat ze maar zag en zei: 'Dat is allemaal van Hem!' Kan welke negenjarige dan ook, of een van ons misschien, het beter samenvatten? In vijf woorden had ze de Heiland op eenvoudige wijze beschreven: 'Dat is allemaal van Hem!'. Toen het gesprek afgelopen was, zei ze tegen haar moeder dat ze de kapel niet wilde verlaten omdat ze die nacht in 'Jezus' huis' wilde slapen. 'Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige en waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.'5

De Heiland zei tegen zijn discipelen in de nieuwe wereld: '( . . . ) dit is mijn evangelie; en gij weet, wat gij in mijn kerk moet doen; want de werken, die gij Mij hebt zien doen, zult gij eveneens doen; want wat gij Mij hebt zien doen, zult gij insgelijks doen. Daarom, indien gij deze dingen doet, zijt gij gezegend ( . . . ).'6

In het midden des tijds raakte de Heiland soms eens iemand aan, of sprak Hij eens een vriendelijk woord, gaf voedsel (zowel letterlijk als geestelijk) aan de hongerigen, raad aan wie het nodig hadden. Hij bad met de angstigen, was vriendelijk voor de uitgestotenen, had de kinderen lief en respecteerde hen, toonde medeleven voor hen die het moeilijk hadden. 'En zo zien wij, dat de Here met kleine middelen grote dingen teweeg kan brengen.'7 'Verflauwt daarom niet in goeddoen, want gij legt het fundament van een groot werk. En uit het kleine komt het grote voort.'8

Mogen we in onze tijd waarin zoveel in het dagelijks leven erop lijkt te duiden dat de wereld de verkeerde kant opgaat, moed, geloof en troost putten uit de kleine en onopvallende daden van vriendelijkheid, nederigheid en toewijding van de volgelingen van Christus. Dat we in ons eigen leven de lessen die de Heiland ons bijna tweeduizend jaar geleden leerde, mogen toepassen, is mijn gebed. En ik wil mijn getuigenis eraan toevoegen dat Hij leeft en dat doe ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Zie Lucas 10:30­37.
2. Lucas 10:27.
3. Marcus 12:41­44.
4. Lucas 6:29.
5. Johannes 17:3.
6. 3 Nephi 27:21­22.
7. 1 Nephi 16:29.
8. LV 64:33.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy