Ouderling L. Tom Perry
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Onze lessen zullen doeltreffend zijn als we ze nederig en gebedvol voorbereiden.
Op zondagmorgen, 9 december 1849, om acht uur, stapten ongeveer dertig kinderen tussen de acht en de dertien een in een woonhuis ingericht klaslokaaltje binnen. Ze stampten op de drempel, schudden de sneeuw van hun jas en pet, en namen toen op eenvoudige banken hun plaats in. Vol verwachting wachtten ze het begin van de les af. Buiten was het koud en sneeuwde het, maar de open haard gaf een gezellige warmte. Richard Ballantyne's ogen straalden toen hij met de zondagsschool begon. Hij zong een lied met de kinderen en sprak toen een rustig maar vurig gebed uit, waarin hij die kamer in zijn huis toewijdde aan het onderwijs in het evangelie van Jezus Christus. Hij had een volle stem en hij sprak met eerbied en gevoel. Zo werd de eerste zondagsschool in de Salt Lake Valley gesticht.
De organisatie van een zondagsschool was hem niet vreemd. In zijn geboorteland Schotland had hij een zondagsschool georganiseerd in de Presbyteriaanse kerk, waarvan hij actief lid was. Hij had een natuurlijk verlangen om jonge mensen kennis van het evangelie bij te brengen. Hij was opgegroeid in een gezin waar zijn vader het heerlijk vond hele hoofdstukken van de Bijbel uit het hoofd te leren en ze dan voor zijn kinderen op te zeggen. Het was een gezin waar ze zelfs geen slok water namen zonder eerst hun pet af te nemen en een dankgebed uit te spreken, wat ook de gewoonte was voordat ze gingen eten.
Er gingen in Schotland geruchten dat er in Amerika een nieuwe profeet was opgestaan. Eerst besteedde Richard daar weinig aandacht aan, maar naarmate zijn vragen op godsdienstig gebied gecompliceerder werden, zocht hij openlijk naar meer licht en kennis. In 1841 kwam ouderling Orson Pratt in Edingburgh aan. Richard luisterde naar zijn boodschap en onderzocht de kerk een jaar lang. Uiteindelijk bekeerde hij zich en liet hij zich dopen in de Noordzee. Hij zei: 'Ik was er zo van overtuigd dat Joseph Smith een profeet en dat het Boek van Mormon het woord van God was, dat ik verdoemd zou zijn als ik het niet aanvaardde.' Zoals veel van die eerste bekeerlingen verkocht hij zijn zaak en emigreerde hij naar Amerika, en nam zijn moeder en een paar broers en zusjes mee. Ze kwamen op 11 november 1843 in Nauvoo aan, op een moment dat er in de stad veel opschudding was. Later verlieten ze Illinois en trokken ze met een ossenwagen naar Winter Quarters. Daar trouwde hij, en maakte hij al snel voorbereidingen voor de lange tocht naar het westen. In september 1848 kwamen ze in de Salt Lake Valley aan en begonnen direct een huis te bouwen. In dat huis werd de eerste zondagsschool in het dal gehouden. Toen het kerkgebouw -- de oude 14e wijk -- klaar was, verhuisde de zondagsschool naar het nieuwe gebouw.
Broeder Ballantyne had zijn hele leven een vurig verlangen om jonge mensen over het evangelie van onze Heer en Heiland te vertellen. Dank aan wijlen Conway Ballantyne Sonne, een neef van mij, voor dit verhaal over de eerste zondagsschool. (Zie Conway B. Sonne, Knight of the Kingdom: The Story of Richard Ballantyne [1949], blz. 748.)
Als we erbij stilstaan dat de zondagsschool 150 jaar bestaat, wordt het tijd dat we ons weer meer bewust worden van onze taak om een goede leerkracht te zijn. Bij bijna al onze betrekkingen en relaties is het onderwijsproces aan de orde. Een van de belangrijkste taken van ouders is het onderrichten van hun kinderen. Op ons werk moeten we anderen vaak iets leren. Elke taak in de kerk vereist een bepaalde vorm van onderwijs. De Heer zegt in de Leer en Verbonden:
'En Ik geef u een gebod, dat gij elkander [in] de leer van het koninkrijk moet onderwijzen.
Onderwijst ijverig, en mijn genade zal met u zijn, opdat gij meer volmaakt moogt worden onderricht in de theorie, in de beginselen, in de leer, in de wetten van het evangelie, en in alle dingen, die tot het koninkrijk van God behoren, die gij dient te begrijpen' (LV 88:7778).
Op 1 januari ontvingen we een nieuw hulpmiddel om doeltreffender leerkrachten te worden. Het nieuwe Handboek kerkbestuur bevat een gedeelte waarin evangelieonderwijs en leiderschap besproken worden. De beginselen die in dat gedeelte worden uitgelegd, kunnen overal toegepast worden. Twee series instructies in dat gedeelte betreffen manieren waarop leerkrachten hun taak doeltreffender kunnen vervullen.
In de eerste serie instructies worden we aangemoedigd het voorbeeld van de Heiland te volgen en te onderwijzen zoals Hij dat heeft gedaan. Door goddelijke aanwijzingen werd de Heer voorbereid op de belangrijkste rol in het sterfelijk leven. In Lucas lezen we: 'Het kind groeide op en werd krachtig, en het werd vervuld met wijsheid, en de genade Gods was op Hem' (Lucas 2:40).
Daarop volgt een verslag in de Schriften over de jeugd van de Heiland. Toen Hij twaalf was, ging Hij met zijn ouders naar Jeruzalem om zoals gewoonlijk het paasfeest te vieren. Na het feest, op weg naar huis, ontdekten ze dat Jezus niet bij hen was. Ze gingen terug naar Jeruzalem en vonden Hem daar.
'En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl zij naar Hem hoorden en vragen stelden. Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden' (BJS, Lucas 2:4647).
Dat voorbeeld uit de jeugd van de Heiland toont aan hoe dringend Hij het vond om het woord van God uit te dragen. Een profeet die een dergelijk gevoel had, was Jakob, de jongere broer van Nephi. Jakob en zijn broer Jozef waren tot priester en leraar voor hun volk gewijd. Zij namen hun taak heel serieus en gingen ervan uit dat zijzelf aansprakelijk zouden worden gesteld als zij het volk niet ijverig onderrichtten. In vers 19 van het eerste hoofdstuk van Jakob schreef hij:
'En wij hielden ons ambt hoog voor de Here, aanvaardden de verantwoordelijkheid, en namen de zonden van het volk op ons, als wij [hen in] het woord Gods niet met alle ijver onderwezen, opdat door met alle macht te arbeiden, hun bloed niet op onze klederen mocht komen, daar anders hun bloed op onze klederen zou komen, en wij ten laatsten dage niet vlekkeloos zouden worden bevonden' (Jakob 1:19).
Net als de Heiland zouden leerkrachten ook die drang moeten voelen voor het bekendraken met woord van God. We ontdekken in afdeling 93 van de Leer en Verbonden dat de Heiland 'aanvankelijk niet van de volheid ontving, maar genade op genade' (vers 12). In zijn vermaning aan het adres van Hyrum Smith, gaf de Heer alle leerkrachten wijze raad. Hij zei: 'Tracht niet mijn woord te verkondigen, maar tracht eerst mijn woord te verkrijgen, en dan zal uw tong worden losgemaakt; dan zult gij, indien gij dit verlangt, mijn Geest en mijn woord hebben, ja, de macht Gods om mensen te overtuigen' (LV 11:21).
Om een goede leerkracht te worden is ernstige studie van het woord van de Heer van groot belang om onze verkregen kennis aan anderen te kunnen overdragen.
Wat zijn we gezegend dat de woorden van de heilige profeten door de vele bedelingen der tijden bewaard zijn gebleven. Omdat de Heer zijn profeten geboden heeft een verslag van zijn leringen te maken, hebben we in het Oude en het Nieuwe Testament een aaneenschakeling van evangelieonderwijs, vanaf het prille begin. En toen werd het wonder van het Boek van Mormon tot stand gebracht, nog een getuige van de zending van onze Heer en Heiland. Daarbij hebben we nog de openbaringen in de Leer en Verbonden en de leringen en openbaringen in de Parel van grote waarde.
Omdat onderwijs zo'n algemene opdracht is, is het belangrijk dat elk lid van de kerk zich daarop voorbereidt door studie van de heilige Schriften.
De tweede serie instructies in de afdeling voor het onderwijs in het nieuwe handboek betreft het belang van onderwijs door de Geest. In de Leer en Verbonden, afdeling 42, lezen we:
'En zij moeten de verbonden en artikelen der kerk in acht nemen en nakomen, en deze zullen hun leringen zijn, zoals zij door de Geest zullen worden geleid.
En de Geest zal u door het gebed des geloofs worden gegeven; en indien gij de Geest niet ontvangt, moet gij niet onderwijzen' (LV 42:13, 14).
Het is een voorrecht dat we de Heilige Geest, een lid van de Godheid, hebben als onze trouwe metgezel, om ons op te bouwen en te inspireren bij de voorbereiding van onze lessen. We bereiden ons voor door gehoorzaamheid aan Gods geboden, waardoor we meer zelfvertrouwen krijgen als we de Heer vragen of zijn Geest ons bij het lesgeven mag versterken. Als we door de Geest geleid worden, kunnen we met grote kracht lesgeven. Eveneens in de Leer en Verbonden lezen we hoe de hulp van de Geest bij de overdracht van kennis van het grootste belang is om geïnspireerd les te kunnen geven.
'Voorwaar zeg Ik u: Hij, die van mijnentwege is geordend en uitgezonden om het woord der waarheid door de Trooster te prediken in de Geest der waarheid, predikt hij door de Geest der waarheid of op een andere wijze? En indien het op een andere wijze geschiedt, dan is het niet van God. En verder, ontvangt hij, die het woord der waarheid ontvangt, het door de Geest der waarheid of op een andere wijze? Indien het op een andere wijze geschiedt, dan is het niet van God. Waarom kunt gij dan niet begrijpen en weten, dat hij, die het woord door de Geest der waarheid ontvangt, het ontvangt, zoals het door de Geest der waarheid wordt gepredikt? Daarom begrijpen hij, die predikt, en hij, die ontvangt, elkander en worden beiden opgebouwd, en zij verheugen zich te zamen' (LV 50:1722).
Onze lessen zullen doeltreffend zijn als we ze nederig en gebedvol voorbereiden. Dan zullen we door de Geest worden geholpen om het woord uit te dragen, consequent en in harmonie met wat de Heer ons wil laten overdragen.
De meeste leerkrachten beseffen niet hoeveel invloed hun lessen hebben. Ik weet zeker dat een bepaalde jeugdwerklerares nooit gedacht heeft dat haar lesmethode zoveel indruk op me heeft gemaakt dat ik vele jaren later haar lestechniek zou toepassen in een zakelijke vergadering in New York City. Zij was heel bekwaam in het vasthouden van onze aandacht door aanschouwelijk onderwijs. Het flanelbord, wat zij in haar lessen gebruikte, was in die tijd heel populair.
Ik maak nu een sprong in de tijd naar een beslissende periode in mijn carrière. In 1962 aanvaardde ik een functie in New York als controller van een grote firma. Een van mijn nieuwe taken was een begrotingspresentatie voor de raad van bestuur. Weken voor de presentatie werd ik bij de president van de firma geroepen en hij vertelde hoe veeleisend de raad van bestuur was ten aanzien van degene die de begroting presenteerde. Ik werd gewaarschuwd dat ik een presentatie moest maken die de raad zou boeien en waardoor de voorgestelde begroting zeker goedgekeurd zou worden. Beduusd verliet ik zijn kantoor, gebukt onder onzekerheid.
De volgende dag ging ik naar de vergaderzaal, keek rond en probeerde een manier te vinden waarop ik de presentatie doeltreffend kon maken. Terwijl ik daar zat, zag ik dat het grootste deel van de muur bedekt was met een groot stuk flanel. Dat was vast en zeker voor de akoestiek. Terwijl ik naar dat grote stuk flanel keek, dacht ik aan mijn jeugdwerklerares en het gebruik van het flanelbord. Ik bestelde in Salt Lake wat papier met flanel op de achterkant. Toen dat aankwam, maakte ik drie verschillende overzichten van de begroting op dat papier. Tijdens de presentatie en de daaropvolgende bespreking kon ik het ene overzicht eraf trekken en het vervangen door een ander, als dat aan de orde kwam. De leden van de raad waren geboeid door mijn presentatie met de flanelbordtechniek. Elke keer als ik een van onze andere opties liet zien en vertelde wat de consequenties waren, gingen ze terug naar het eerste begrotingsoverzicht, waarvoor we hun goedkeuring wilden. De presentatie leek heel doeltreffend, en toen het voorbij was kreeg ik een compliment, dank zij mijn jeugdwerkleerkracht. Ik weet niet of die presentatie de reden was, maar de volgende week werd ik in het kantoor van de president geroepen en hoorde ik dat de raad van bestuur mijn promotie had goedgekeurd.
Dit is slechts een eenvoudig voorbeeld hoe doeltreffend onderwijs, thuis, in de kerk, of ergens anders, diepgaande invloed kan hebben op een mens en op zijn of haar toekomst. Een geweldige leerkracht kan van veel invloed zijn op het leven van velen.
President David O. McKay heeft het volgende gezegd over het belang van onderwijs: 'Het onderwijs is het edelste vak ter wereld. De permanente aard en de zuiverheid van het gezin hangen ervan af, alsmede de veiligheid en het voortbestaan van het volk. De ouder geeft het kind de kans om te leven; de leerkracht stelt het kind in staat om goed te leven'. (David O. McKay, Gospel Ideals [1953], blz. 436.)
Moge God ons zegenen dat we vastbesloten zullen zijn om ons als leerkracht te ontplooien door studie en voorbereiding. Laten we allemaal onthouden dat de evangelieboodschap door geïnspireerd onderwijs in de wereld wordt verspreid. Het is mijn nederig gebed dat we de uitdaging zullen aangaan om onze broeders en zusters in alle ijver in het woord Gods te onderwijzen. In de naam van Jezus Christus. Amen.