The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
April 1999
De priesterschap -- machtig leger van de Heer

De priesterschap -- machtig leger van de Heer

President Thomas S. Monson
Eerste raadgever in het Eerste Presidium

De beste hulpbron die we in de kerk hebben om ons veilig te stellen, is een sterk, vast, overtuigd, toegewijd en getuigend Melchizedekse-priesterschapscontingent.

President Thomas S. Monson

Ik voel mij vereerd dat ik vanavond bij het grote leger priesterschapsdragers kan zijn die dagelijks gehoor geven aan oproepen om dienstbaar te zijn, die ijverig onderwijzen zoals de Heer heeft geboden, en die uit alle macht arbeiden en hun koers bijsturen overeenkomstig een concrete opdracht die de kerk moet uitvoeren -- namelijk om in de wereld te leven zonder van de wereld te zijn.

In deze tijd waarin wij leven, slaan de vloedgolven van onkuisheid, onverantwoordelijkheid en oneerlijkheid tegen de meertrossen van ons leven. Als wij die meertrossen niet veilig stellen, als we geen diep verankerd fundament hebben om de overspoelende invloeden te weerstaan, zullen we moeilijkheden doormaken.

De beste hulpbron die we in de kerk hebben om ons veilig te stellen, is een sterk, vast, overtuigd, toegewijd en getuigend Melchizedekse-priesterschapscontingent.

Ik heb twee aardewerk flesjes in mijn kantoor. In het ene zit het water dat ik uit de Dode Zee heb gehaald. In het andere zit water uit het Meer van Galilea. Af en toe schud ik een van de flesjes om te kijken of de hoeveelheid water niet verminderd is. Als ik dat doe, denk ik aan die twee totaal verschillende soorten water. De Dode Zee bevat totaal geen leven. Het Meer van Galilea is vol leven en herinneringen aan de zending van onze Heer, Jezus Christus.

Maar in de kerk vinden we tegenwoordig nog een ander soort water. Ik heb het over het reservoir met toekomstige ouderlingen in elke wijk en ring. Stel u een rivier voor waarvan het water in dat reservoir terechtkomt. En stel u dan een beetje water voor dat uit het reservoir van stilstaand water sijpelt -- een straaltje dat de mannen voorstelt die verder gaan in het Melchizedeks priesterschap. Het reservoir met toekomstige ouderlingen wordt groter en breder en dieper met een grotere snelheid dan wie dan ook onder ons werkelijk kan inschatten.

Het is van essentieel, zelfs van cruciaal belang, dat we kijken hoe het in de Aäronische priesterschap toegaat, daar veel te veel jongens wankelen, struikelen en vervolgens vallen zonder over te gaan naar de quorums van de Melchizedekse priesterschap, waardoor ze het contingent van actieve priesterschapsdragers uithollen en de activiteitsgraad van liefhebbende vrouwen en dierbare kinderen inperken.

Wat kunnen wij, als leiders, doen om die trend te keren? De plek om te beginnen, is daar waar de Aäronische-priesterschapsrivier ontspringt. Met een oud Chinees spreekwoord zou vast te stellen zijn of iemand gek is. Iemand krijgt een beekje te zien dat in een vijver met stilstaand water stroomt. Hij krijgt een emmer en er wordt hem gevraagd om de vijver te legen. Als hij eerst stappen onderneemt om de instroom in de vijver doeltreffend in te dammen, wordt hij geacht bij zijn volle verstand te zijn. Als hij echter de instroom negeert en probeert de vijver emmer voor emmer te legen, dan wordt hij als gek beschouwd.

Door openbaring is de bisschop de president van de Aäronische priesterschap en tevens van het priestersquorum van zijn wijk. Hij kan die van God ontvangen taken niet delegeren. Maar hij kan rekenschap vragen van hen die geroepen zijn als quorumadviseur, mannen die invloed kunnen uitoefenen op het leven van jongens.

De raadgevers van de bisschop, andere wijkfunctionarissen en leerkrachten, en vooral de ouders van onze jongemannen, kunnen onmetelijk veel hulp bieden. Ook de quorumpresidiums van de Aäronische priesterschap kunnen veel nuttige hulp bieden.

Daarom is dit ons doel: om elke jongeman te redden, waarmee we tevens zorgen dat er een goede echtgenoot komt voor al onze jongevrouwen, alsmede sterke Melchi-zedekse-priesterschapsquorums, en een getrainde zendelingenmacht die in staat is te bereiken wat de Heer verwacht.

Een verstandige stap is om elke diaken te brengen tot een geestelijk besef van de heilige aard van de ordening waarmee hij geroepen is. In een van onze wijken werd die les in verband met het ophalen van vastengaven doeltreffend gegeven.

Op de vastendag werden de leden in de wijken bezocht door diakenen en leraren, zodat elk gezin een bijdrage kon geven. De diakenen mopperden een beetje omdat ze vroeg hadden moeten opstaan om die taak uit te voeren.

De bisschap kreeg de inspiratie om een bus vol diakenen en leraren mee te nemen naar Welfare Square, hier in Salt Lake City. Daar zagen zij hoe behoeftige kinderen nieuwe schoenen en andere kledingstukken ontvingen. Ze zagen daar dat lege manden gevuld werden met levensmiddelen. Er wisselde geen geld van eigenaar. Er werd één hele korte opmerking gemaakt: 'Jongemannen, dit is wat men door het geld dat jullie op de vastendag ophalen, krijgt -- voedsel, kleding en onderdak.' De jongemannen van de Aäronisch priesterschap werden vrolijker, deden hun plichten beter en voerden hun taken bereidwilliger uit.

Een vraag: Krijgt elke jongeman die tot leraar is geordend een huisonderwijstaak? Wat een gelegenheid om hem voor te bereiden op een zending. Wat een voorrecht om de discipline van plicht te leren. Een jongen keert zich af van de zorg om zichzelf als hij de taak krijgt om 'te waken over' andere mensen.

En hoe zit het met de priesters? Die jongemannen hebben de gelegenheid om het avondmaal te zegenen, hun huisonderwijstaken te blijven doen en deel te nemen aan de heilige verordening van de doop.

Ik herinner me dat ik als diaken naar de priesters keek wanneer zij officieerden bij de avondmaalstafel. Een priester die Barry heette had een prachtige stem en las de avondmaalsgebeden altijd duidelijk voor -- alsof hij meedeed aan een declamatie. De andere leden van de wijk, vooral de oudere zusters, complimenteren hem met zijn 'gouden stem'. Ik denk dat hij een beetje hoogmoedig werd. Jack, een andere priester in de wijk, had een gehoorstoornis waardoor zijn uitspraak niet erg natuurlijk klonk. Wij diakenen giechelden als Jack het brood en het water zegende. Hoe we dat durfden, weet ik niet, want Jack had handen als kolenschoppen en had ons allemaal stuk voor stuk kunnen platdrukken.

Op een keer waren Barry met de prachtige stem en Jack met zijn spraakgebrek gevraagd om samen aan de avondmaalstafel te zitten. De lofzang werd gezongen; de twee priesters braken het brood. Barry knielde om te bidden, en we deden onze ogen dicht. Maar er gebeurde niets. Al gauw deden wij, diakenen, onze ogen open om te zien wat de vertraging veroorzaakt. Ik zal altijd het beeld voor me zien van Barry die de tafel afzoekt naar het witte kaartje waarop de avondmaalsgebeden gedrukt waren. Het was niet te vinden. Wat nu? Barry's gezicht werd roze en vervolgens rood toen de aanwezigen zijn kant op begonnen te kijken.

Toen strekte Jack zijn handen als kolenschoppen uit en trok Barry voorzichtig terug op de bank. Zelf knielde hij op het voetenbankje en begon te bidden: 'O God, de eeuwige Vader, wij bidden u in de naam van uw Zoon, Jezus Christus, dit brood te zegenen en te heiligen voor de zielen van allen, die er van nuttigen; ( . . . ).'1 Hij maakte het gebed af en het brood werd rondgediend. Jack zegende ook het water en het werd rondgediend. Wat een respect kregen wij, diakenen, die dag voor Jack die ondanks zijn spraakgebrek de heilige gebeden uit het hoofd had geleerd! Ook Barry waardeerde Jack ineens meer. Het was het begin van een blijvende vriendschapsband.

Maar groter nog dan de invloed van de bisschap en de quorumadviseurs van de Aäronische priesterschap, is de invloed die het gezin kan hebben. Als men op verstandige wijze de hulp van de ouders inroept, kan dat vaak het verschil betekenen tussen slagen en falen. Uit een onderzoek dat we onlangs hebben gedaan, blijkt dat de invloed van het gezin een overheersende factor is bij de beslissing om op zending te gaan en een tempelhuwelijk te sluiten.

Voor zover ik weet zijn er slechts drie wijken met een volledig contingent van 48 priesters. Die wijken werden gepresideerd door Joseph B. Wirthlin, Alfred B. Smith en Alvin R. Dyer. Bijna alle jongemannen vervulden een zending en sloten een tempelhuwelijk. Een van de sleutels tot succes was het roepen van Aäronische-priesterschapsadviseurs die een voorbeeld waren die de jongemannen konden volgen. Een ideaal voorbeeld is een teruggekeerde zendeling, pas terug uit het zendingsveld, vol van zijn getuigenis, waardoor een Aäronisch-priesterschapsdrager kan zeggen: 'Dat is de man die ik wil volgen.'

Dammen wij de stroom van Aäronisch-priesterschapsdragers in het reservoir van toekomstige ouderlingen in, dan lossen we meer problemen op dan we beseffen. Wij zorgen ervoor dat elke jongeman gauwer geneigd zal zijn om wel op zending te gaan, en in de tempel te trouwen. Dan is die slechte verhouding van dat grote aantal goede jongevrouwen ten opzichte van de weinige goede jongemannen om als eeuwige metgezel te kiezen er ook niet meer. We hebben het nu niet meer over jongens; wij hebben het over echtgenoten, vaders, grootvaders, patriarchen van hun eigen gezin. Laten we onze jongemannen in de Aäronische priesterschap een stevig fundament geven.

Laten we de volwassen bekeerlingen tot de kerk niet over het hoofd zien die het Aäronisch priesterschap hebben ontvangen, maar niet tijdig tot het ambt van ouderling worden geordend. Daarmee voegen zij zich bij de broeders in het stilstaande reservoir van inactiviteit? Er zijn wijken en ringen die grote aantallen fijne mensen gered hebben die zich gevangen voelden omdat er geen uitstroom uit het reservoir was. Bij mijn reizen voor de kerk heb ik notities gemaakt van die units die het licht van die reddingsactie hadden gezien. Allen hadden soortgelijke ervaringen. Zij leerden dat het reddingswerk het beste op wijkniveau kan worden gedaan door aan elke persoon één ander toe te wijzen. De bisschop moet er ook bij betrokken worden, want is hij niet zowel de president van de Aäronische priesterschap alsook de presiderende hogepriester van zijn wijk?

Goede, uitstekend voorbereide leerkrachten moeten worden geroepen om daarbij te helpen. Broeders, analyseer gebedvol uw situatie en roep diegenen onder de wapenen die de Heer heeft voorbereid om te dienen en te redden. 'Gedenkt, dat de waarde van zielen groot is in Gods ogen.'2 Denk eens aan de vreugde bij vrouw en kinderen als papa het licht ziet, een betere weg inslaat en in het voetspoor volgt van Jezus Christus, onze Heer.

Een voorbeeld van ware liefde en geïnspireerd onderricht was te vinden in het leven van wijlen James Collier, die door zijn eigen inspanningen een groot aantal broeders in de buurt van Bountiful (Utah) heractiveerde. Ik werd door broeder Collier uitgenodigd om te spreken tot hen die nu tot ouderling geordend waren en die met hun vrouw en kinderen naar de Salt Lake-tempel waren geweest om de eeuwige verbonden en zegens te ontvangen waarnaar zij zo oprecht gestreefd hadden.

Bij het banket ter ere van die prestatie, kon ik de liefde zien en voelen die Jim had voor de mensen die hij had onderricht en gered, en de liefde die zij voor hem hadden. Helaas had Jim Collier toen al een ongeneeslijke ziekte en moest hij de artsen overhalen om hem uit het ziekenhuis te laten gaan voor die laatste avond van eerbetoon.

Toen Jim op het spreekgestoelte stond, kwam er een grote glimlach op z'n gezicht. Vol emotie sprak hij zijn liefde voor de aanwezigen uit. Er was geen oog meer droog in de zaal. Broeder Collier maakte het grapje: 'Iedereen wil naar het ce-lestiale koninkrijk, maar niemand wil doodgaan om er te komen.' En toen zei Jim wat zachter: 'Ik ben klaar om te gaan, en ik wacht aan de andere kant tot ik jullie allemaal kan begroeten, geliefde vrienden.'

Jim keerde terug naar het ziekenhuis. Korte tijd later werd zijn uitvaartdienst gehouden.

Bij het vervullen van onze plicht ten opzichte van hen die het Aäronisch priesterschap dragen, zowel de jongeren als de toekomstige ouderlingen, spoor ik u aan om te bedenken dat het niet nodig is dat wij het alleen doen. Wij kunnen omhoog kijken en vragen om goddelijke hulp. 'De erkenning van een macht die hoger is dan de mens ( . . . ) verlaagt hem in geen enkel opzicht. Als hij in zijn geloof goede daden en hoge doelen toeschrijft aan de macht die groter is dan hij, dan heeft hij een hogere bestemming voor ogen en edeler eigenschappen voor zijn medemensen, en wordt hij gestimuleerd en aangemoedigd in de strijd om het bestaan. ( . . . ) Hij moet zoeken, geloven, bidden en hopen dat hij zal vinden. Een dergelijke gebedvolle inspanning zal nooit onbeloond blijven -- dat is de grondwet van de filosofie van het geloof.'3 Dat verkondigde president Stephen L. Richards.

Een uitspraak uit dat heerlijke toneelstuk The King and I, moedigt ons aan in onze inspanningen. De koning van Siam lag op sterven. Bij hem is Anna, zijn lerares Engels, wier zoon haar de vraag stelt: 'Was hij zo goed ( . . . ) als hij had kunnen zijn?'

Anna antwoordt nadenkend: 'Ik geloof niet dat er ooit enig mens zo goed was ( . . . ) als hij had kunnen zijn -- maar deze heeft het [echt] geprobeerd.'4

De profeet Joseph heeft gezegd: 'Geluk is het doel van ons bestaan, en het zal uiteindelijk ons deel zijn als wij het pad volgen dat erheen leidt, en dit pad is deugd, oprechtheid, trouw, heiligheid en het onderhouden van al Gods geboden.'5

Laten wij die duidelijk uitgezette paden bewandelen. Daarbij kunnen wij geholpen worden door de kortste toespraak ter wereld. Die is te vinden op bordjes in parken. Er staat: 'Blijf op de paden.'

Dat advies werd gevonden en gevolgd door Joe, die gevraagd was om zes uur 's morgens op te staan en een invalide kind naar het ziekenhuis te rijden. Hij wilde dat eigenlijk niet, maar hij wist niet hoe hij eronderuit moest komen. Een vrouw droeg het kind naar de auto en zette hem op de passagiersstoel, door haar tranen heen dank zeggend. Joe zei dat alles in orde zou komen en reed snel weg.

Een of twee kilometer verderop vroeg het kind verlegen: 'U bent toch God?'

'Ik ben bang van niet, ventje', antwoordde Joe.

'Ik dacht dat u God moest zijn', zei het kind. Ik hoorde moeder bij mijn bed bidden en God vragen om mij te helpen naar het ziekenhuis te gaan zodat ik beter kan worden en met de andere jongens spelen. Werkt u voor God?'

'Soms wel, neem ik aan,' zei Joe, 'maar niet zo vaak. 'Ik denk dat ik van nu af aan veel meer voor Hem ga werken.'

Broeders, zult u dat doen? Zal ik het doen? Zullen wij het doen? Ik bid nederig maar oprecht dat wij dat zullen doen.

In de naam van de Heer, Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Moroni 4:3.
2. Leer en Verbonden 18:10.
3. Ouderling Stephen L. Richards in Conference Report, oktober 1937.
4. Richard Rodgers en Oscar Hammerstein II, The King and I (geen plaats van publicatie vermeld, Williamson Music, Inc., 1951).
5. Teachings of the Prophet Joseph Smith, verzameld door Joseph Fielding Smith (Salt Lake City: Deseret Book, 1976), blz. 255-256.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy