Ouderling Cree-L Kofford
van de Zeventig
Er zijn er onder ons die het stelen van andermans geld of bezit weerzinwekkend vinden, maar er geen moeite mee hebben een ander zijn goede naam en reputatie af te nemen.
Ik vraag me af of u er enig idee van hebt hoe makkelijk het is om van u te houden en hoeveel ik van u houd. Net voordat deze bijeenkomst begon, liepen een paar van onze kleinkinderen aan bij onze hotelkamer. Het was duidelijk dat ze het onder elkaar over de toespraak van ouderling Marlin Jensen van vanochtend hadden gehad. Een van hen vroeg: 'Ben u bang, opa?' Ik loog en zei: 'Nee, niet echt.' Een ander zei: 'Maak u geen zorgen, opa. Ook als het verkeerd gaat, blijven we van u houden.' Daarna werd ik weer met beide benen op de grond gezet, want iemand anders voegde daaraan toe: 'Ja, maar het zou wel een ongelooflijke afgang zijn.' Daarom zal ik maar zo goed mogelijk mijn best doen.
Op 26 juni 1858 trok het op dat moment grootste beroepsleger in de geschiedenis van de Verenigde Staten volgens plan de Salt Lake Valley binnen. Hun doel was een niet bestaande opstand de kop in te drukken. Bijna iedereen die ook maar enigszins op de hoogte is van de kerkgeschiedenis weet dat ze op slechts een paar meter afstand betrekkelijk rustig langs dit gebouw trokken door een stad die een schrijver als 'verlaten' beschreef, en niet ver naar het westen hun tenten opsloegen. Wat daarna gebeurde, weten de meesten niet. Uiteindelijk trok het leger naar Fairfield, dat 64 kilometer ten zuiden van Salt Lake City ligt, in een landbouwgebied in Cedar Valley. Daar woonden destijds nog geen 200 mensen. Hun plaatselijk geestelijk leider was John Carson, mijn overgrootvader.
Stelt u zich eens voor hoe deze kleine gemeenschap zich moet hebben gevoeld. Hoe zou u zich voelen als u 's ochtends wakker werd en er een paar duizend soldaten met drieduizend wagens, tienduizend ossen en twaalfduizend muildieren plotseling naar uw wijk waren verhuisd? Er ontstonden meteen problemen. Uit de mondelinge overlevering, waarin zulke gebeurtenissen altijd worden geromantiseerd en er onnauwkeurigheden insluipen, weten we dat bisschop Carson zich grote zorgen maakte over het welzijn van de mensen die hij presideerde. Fairfield kreeg van het ene op het andere moment te maken met alle moeilijkheden die legerplaatsen destijds met zich meebrachten.
Om de leden van zijn wijk zoveel mogelijk te beschermen, sprak bisschop Carson met de commandant van het fort, die vaak in het hotel van de bisschop dineerde en met wie hij een goede relatie opbouwde, gebaseerd op wederzijds respect. De twee leiders bespraken de situatie en kwamen overeen een lijn over de grond te trekken. Geen enkele soldaat mocht de burgergemeenschap in zonder toestemming van zijn superieuren. Geen enkel lid van de wijk mocht het fort betreden zonder toestemming van bisschop Carson. De lijn symboliseerde een onuitgesproken gebod: 'Gij zult deze lijn niet overschrijden'.
Toen ik een kind was, had een lijn op de grond een bijzondere betekenis. De tijd had geleerd dat zo'n lijn trekken een goede oplossing was als het temperament van de jeugd onenigheid veroorzaakte. De tegenstanders stonden aan weerszijden en probeerden elkaar zoveel mogelijk te intimideren. Ze daagden elkaar uit en zeiden in meestal nog onvriendelijker bewoordingen: 'Als je over de lijn stapt, zul je er spijt van krijgen'. In die tijd leerde ik de grote waarde van een lijn op de grond. In de daarop volgende jaren heb ik geleerd dat er ook figuurlijke lijnen zijn. Die zijn getrokken door onze hemelse Vader om ons te beschermen tegen Satans leger.
Een ieder van ons heeft misschien wel tientallen lijnen in zijn leven, maar ik wil er vandaag slechts één bespreken. Het is de lijn die zegt: 'Spreek geen kwaad over een ander in uw huis'.
Toen ik nog niet zo lang algemeen autoriteit was, had ik een keer het voorrecht ouderling Marion D. Hanks te vergezellen. Hij vertelde me het volgende verhaal dat ik met zijn toestemming aan u mag doorvertellen:
Oscar Kirkham was een van de grote mannen en een van de meest gerespecteerde hopmannen binnen de kerk. Hij was lid van het Eerste Quorum der Zeventig en had een enorme uitstraling. Tijdens bijeenkomsten vroeg hij vaak om 'het voorrecht iets persoonlijks' te vertellen en als hij toestemming had gekregen, zei hij iets positiefs over iemand. Tegen het eind van zijn leven sprak hij kort aan de Brigham Young University over het thema 'zeg eens iets aardigs'. De ochtend dat hij overleed, werd ouderling Hanks bij de familie Kirkham uitgenodigd. Daar kreeg hij een klein, goedkoop notitieboekje waarin ouderling Kirkham aantekeningen had gemaakt. De laatste twee waren: 'Zeg eens iets aardigs' en 'In ons huis wordt geen kwaad over u gesproken' (zie Marion D. Hanks, voorwoord van Say the Good Word, door Oscar A. Kirkham [1958], blz. 4.)
Wat zou het een zegen zijn als we allemaal die raad zouden opvolgen. Als het werkelijk zo zou zijn dat er in het huis van een ander geen kwaad over ons gesproken zou worden. Heeft u weleens gemerkt hoe gemakkelijk het is om die lijn te overschrijden en iets negatiefs in een ander te vinden? Maar al te vaak zoeken we voor onszelf een excuus voor precies dat gedrag dat we in een ander veroordelen. Genade voor mij en gerechtigheid voor iedereen komt maar al te vaak voor. Als we te maken hebben met de naam en reputatie van een ander, hebben we te maken met iets dat heilig is in de ogen van de Heer.
Er zijn er onder ons die het stelen van andermans geld of bezit weerzinwekkend vinden, maar er geen moeite mee hebben een ander zijn goede naam en reputatie af te nemen.
Het oude gezegde: 'Veroordeel een ander niet voordat je in zijn schoenen hebt gestaan' is in onze tijd net zo'n goede raad als toen het voor de eerste keer werd gezegd. Iemand heeft weleens gezegd:
Er is zoveel goeds in de slechtsten onder ons
en zoveel slechts in de besten onder ons
dat het niet gepast is voor een ieder onder ons
om kwaad te zoeken in de anderen onder ons.
(Hazel Felleman, The Best Loved Poems of the American People [1936], blz. 615).
Het beginsel is niet nieuw en niet kenmerkend voor onze tijd. In het boek Psalmen (101:5) in het Oude Testament waarschuwt de Heer met nadruk: 'Wie zijn naaste heimelijk lastert, die zal ik verdelgen'.
Jakobus, een dienstknecht van de Heer in het midden des tijds, herhaalde deze eeuwige waarheid toen hij zei: 'Spreekt geen kwaad van elkander, broeders. Wie van zijn broeder kwaad spreekt of hem oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt haar ( . . . ). Maar wie zijt gij, dat gij uw naaste oordeelt?' (Jakobus 4:1112.)
En in deze laatste dagen heeft de Heer dit al oude gebod herhaald in een openbaring aan de profeet Brigham Young: 'Houdt op van elkander kwaad te spreken' (LV 136:23).
Ik vind het opvallend dat dit eenvoudige gebod slechts een paar verzen voorafgaat aan de straf die de Heer geeft voor ongehoorzaamheid: 'Weest ijverig in het onderhouden van al mijn geboden, opdat er geen oordelen over u komen en opdat uw geloof niet fale en uw vijanden over u zegevieren' (LV 136:42).
Aan hen die het belang van dit gebod betwijfelen, wil ik twee eenvoudige vragen stellen: (1) Hoe kunt u zeggen dat u uw naaste liefhebt terwijl u achter zijn rug om zijn naam en goede reputatie probeert aan te tasten? (2) Hoe kunt u zeggen dat u God liefhebt als u niet eens in staat bent uw naaste lief te hebben?
Iedere zwakke poging om zulk gedrag te rechtvaardigen, geeft die krachtige woorden van de Heiland uit Matteüs alleen nog maar meer kracht:
'Adderengebroed, hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen? ( . . . )
'Maar Ik zeg u: Van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels, want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en naar uw woorden zult gij veroordeeld worden' (Matteüs 12:34, 3637).
Ik wil een paar woorden spreken tot de jeugdwerkkinderen. Ik heb geprobeerd jullie mama's en papa's iets belangrijks te leren, maar ik heb jullie hulp nodig. Laten we een afspraak maken. Als jullie beloven goed te luisteren, beloof ik om niet lang te spreken.
Kennen jullie het verhaal van Bambi nog, het kleine hertje, en al zijn vriendjes in het bos? Dan weten jullie ook nog wel dat een van Bambi's goede vriendjes Stampertje het konijn was. Stampertje was nog jong net als jullie. Het was een leuk konijn maar het had een probleem. Hij bleef lelijke dingen zeggen over anderen. Op een dag leerde Bambi lopen en viel. Stampertje kon de verleiding niet weerstaan. 'Hij loopt niet zo best, hè?' flapte Stampertje eruit. Zijn moeder vond het heel naar en zei: 'Wat heeft je vader je vanochtend gezegd?' Stampertje aarzelde en keek naar zijn voeten en zei: 'Als je niet iets aardigs kunt zeggen, zeg dan liever niets'. Dat is een goede raad voor ons allemaal. Willen jullie van nu af aan zodra iemand bij je thuis iets onaardigs over iemand anders zegt, alsjeblieft met je voet op de grond stampen en met luide stem zeggen: 'Als je niet iets aardigs kunt zeggen, zeg dan liever niets'. Iedereen zal dan begrijpen wat je bedoelt. Nou, papa en mama, dat moet het makkelijker maken om het gebod na te leven.
Het is mijn gebed dat de Heer ons zal zegenen zodat we nooit die lijn op de grond zullen overschrijden en dat we zo mogen leven dat we kunnen zeggen: 'In ons huis wordt geen kwaad over u gesproken'.
Op deze bijzondere paasdag wil ik eindigen met mijn getuigenis, geboren uit de Geest, dat Jezus Christus werkelijk onze Heiland is en onze Verlosser en dat verlossing op geen enkele andere wijze tot stand komt dan door zijn zoenoffer. In de naam van Jezus Christus. Amen.