Ouderling Henry B. Eyring
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Anderen met onze waarschuwende stem kunnen raken, is iets wat telt voor alle verbondsdiscipelen van Jezus Christus.
Omdat de Heer goed is, roept Hij dienstknechten om mensen voor gevaar te waarschuwen. Die oproep wordt urgenter en belangrijker gemaakt door het feit dat de meest relevante waarschuwingen gaan over gevaren die de mensen nog niet onderkennen. Neem Jona. Hij onttrok zich eerst aan de oproep van de Heer om het volk van Nineve, dat blind was voor de gevaren van zonde, te waarschuwen. Hij wist dat door de eeuwen heen goddeloze mensen profeten hadden verworpen en soms gedood. Maar toen Jona in geloof wel ging, zegende de Heer hem met veiligheid en succes.
We kunnen ook leren van wat we als ouder of kind doormaken. Wie vader of moeder is, weet hoe het voelt om gevaar te zien dat een kind nog niet ziet. Weinig gebeden zijn zo vurig als die van ouders die willen weten hoe ze hun kind ertoe kunnen brengen gevaar te mijden. De meesten van ons hebben gelukkig de waarschuwende stem van een ouder kunnen horen. Ik weet nog hoe mijn moeder op een zaterdagmiddag zachtjes met me praatte toen ik, als klein jongetje, gevraagd had om iets te doen wat ik heel redelijk vond terwijl zij wist dat het gevaarlijk was. Ik sta nog verbaasd over de kracht die zij kreeg, volgens mij van de Heer, om me met zo weinig woorden op andere gedachten te brengen. Als ik me goed herinner, zei ze: 'Tja, je zou 't inderdaad kunnen doen. Maar de keus is aan jou.' De enige waarschuwing lag in haar zware nadruk op de woorden 'kunnen' en 'keus'. Maar voor mij was het genoeg.
Ze had maar zo weinig woorden nodig omdat ik drie dingen van haar wist. Ten eerste, ik wist dat ze van me hield. Ten tweede, ik wist dat ze alles wat ze van mij verlangde, ook zelf had gedaan en er de vruchten van had geplukt. En ten derde, ze had op mij haar zekere getuigenis overgebracht dat de keus die voor mij lag belangrijk genoeg was dat de Heer me zou zeggen wat ik moest dat als ik 't Hem vroeg. Liefde, voorbeeld, getuigenis: die dag waren dat de sleutels, en dat zijn ze altijd als ik de waarschuwende stem van een dienstknecht des Heren mag horen en volgen.
Anderen met onze waarschuwende stem kunnen raken is iets wat telt voor alle verbondsdiscipelen van Jezus Christus. De opdracht aan elk lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen luidt als volgt:
'Ziet, Ik zend u uit om tot het volk te getuigen en het te waarschuwen; en het betaamt een ieder, die gewaarschuwd is, zijn naaste te waarschuwen' (LV 88:81).
Dat gebod en die waarschuwing werd gegeven aan hen die aan het begin van de herstelling op zending werden geroepen. Maar de plicht om onze naaste te waarschuwen rust op allen die het doopverbond hebben aanvaard. Het is aan ons om met vrienden en familieleden die geen lid zijn over het evangelie te praten. Ons doel is ze uit te nodigen om de lessen van de voltijdzendelingen te volgen die geroepen en aangesteld zijn om evangelieonderwijs te geven. Als iemand die uitnodiging van ons aanvaardt, is er sprake van een veelbelovende 'verwijzing', die veel eerder zal resulteren in een doop en volharding tot het einde toe.
Als lid van de kerk kunt u verwachten dat de voltijd- of ringzendelingen vragen of ze bij u langs mogen komen. Ze zullen u vragen een lijst te maken van mensen met wie u over het evangelie kunt praten. Misschien informeren ze naar familieleden, buren of kennissen. Ze kunnen u vragen een datum te kiezen waarop u gaat proberen de persoon of het gezin klaar te hebben om de lessen te volgen, misschien zelfs klaar om de zendelingen uit te nodigen. Ik heb het meegemaakt. Omdat wij in ons gezin die uitnodiging van de zendelingen aanvaardden, mocht ik een weduwe van in de tachtig dopen die door de zendelingzusters was onderwezen.
Toen ik mijn handen op haar hoofd legde om haar als lid van de kerk te bevestigen, kreeg ik het gevoel haar te zeggen dat haar keus om zich te laten dopen haar familie vele generaties voor en na haar tot zegen zou zijn. Ze is nu overleden, maar over een paar weken zal ik met haar zoon in de tempel zijn als hij aan haar wordt verzegeld.
Misschien heeft u zoiets meegemaakt met mensen die u hebt uitgenodigd om de lessen te volgen, en dan weet u dat weinig momenten in het leven zo bijzonder zijn. De woorden van de Heer voor de zendelingen en ons allemaal zijn waar:
'En wanneer nu uw vreugde groot zal zijn met één ziel, die gij tot Mij in het koninkrijk mijns Vaders hebt gebracht, hoe groot zal dan uw vreugde zijn, indien gij vele zielen tot Mij zoudt brengen!' (LV 18:16).
De zendelingen zullen ons helpen en aansporen, maar of die momenten aan de doopvont of in de tempel zich herhalen hangt vooral af van hoe wij onze opdracht opvatten en wat we ermee doen. De Heer zou het woord 'waarschuwen' niet gebruiken als er geen gevaar was. Toch kennen we niet veel mensen die dat zo aanvoelen. Ze hebben geleerd de ogen te sluiten voor de toenemende bewijzen dat de samenleving uiteenvalt en dat zij en hun gezin die gemoedsrust missen die ze eens wel voor mogelijk hadden gehouden. Als ze dan toch de tekenen aan de wand niet willen zien, kunnen we gauw denken: 'Waarom zou ik met iemand die zo tevreden lijkt over het evangelie praten? Wat voor gevaar is er voor hen of mij als ik gewoon niks zeg?'
Wel, dat gevaar is misschien moeilijk te zien, maar is wel echt, zowel voor hen als voor ons. Stel, bijvoorbeeld, dat in het hiernamaals iedereen die je tegenkomt weet wat u nu weet. Dan weten ze dat de enige manier om voor eeuwig bij ons gezin en in de tegenwoordigheid van onze hemelse Vader en zijn Zoon Jezus Christus te leven, is te kiezen door de poort van de doop te gaan onder de handen van iemand met gezag van God. Dan weten ze dat de enige manier dat gezinnen eeuwig samen kunnen zijn, is door de heilige verbonden in de tempels van God op aarde te aanvaarden en na te komen. En ze zullen weten dat u dat wist. En ze zullen weten of u hun hebt aangeboden wat iemand anders u ooit heeft aangeboden.
Het is makkelijk om te zeggen: 'Dit is niet het moment.' Maar uitstel is gevaarlijk. Jaren geleden werkte ik voor iemand in Californië. Hij nam me in dienst, hij behandelde me goed, hij leek me hoog te achten. Misschien was ik de enige heilige der laatste dagen die hij ooit goed gekend heeft. Ik weet niet alle redenen meer waarom ik vond dat ik een beter moment moest afwachten om met hem over het evangelie te praten. Ik weet alleen nog hoe verdrietig ik was toen ik hoorde dat hij, na zijn pensioen en nadat ik was verhuisd, met zijn vrouw in een auto-ongeluk waren omgekomen op weg naar hun huis in Carmel in Californië. Hij hield van z'n vrouw. Hij hield van z'n kinderen. Hij had van z'n ouders gehouden. Hij hield van z'n kleinkinderen en zal van hun kinderen houden en altijd bij ze willen blijven.
Ik weet niet hoe ze al die menigten in het hiernamaals in banen leiden. Maar ik denk dat ik ze zal tegenkomen, en hij zal me aankijken en dan zie ik daarin de vraag: 'Hal, jij wist 't. Waarom zei je niks?'
Als ik aan hem denk, en als ik denk aan de weduwe die ik heb gedoopt en haar familie die nu aan haar verzegeld wordt en aan elkaar, dan wil ik 't beter gaan doen. Ik wil mensen met meer kracht uitnodigen om de lessen te volgen. Met dat verlangen en met het geloof dat God ons zal helpen, zullen we 't ook beter doen. Het is niet moeilijk om te zien hoe.
Liefde komt altijd voorop. Een vriendelijke daad is zelden genoeg. De Heer heeft de liefde die we moeten voelen, en die de mensen die wij uitnodigen in ons moeten zien, als volgt beschreven:
'De liefde is lankmoedig ( . . . ) Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij' (1 Korintiërs 13:4, 7).
Ik heb gezien wat 'lankmoedig' en 'alles verdraagt zij' betekent. Er kwam een gezin vlak bij ons wonen. Het huis was nieuw, dus ik heb met nog een paar buren een paar avonden met de tuin geholpen. Ik weet nog dat ik die laatste avond naast de vader van het gezin stond toen we klaar waren. Hij keek naar ons werk en zei tegen ons die dichtbij stonden: 'Dit is de derde tuin die jullie mormonen voor ons hebben aangelegd, en ik vind deze de beste.' En toen vertelde hij me zacht maar beslist hoe gelukkig hij in zijn eigen kerk was, iets waar we vaak over spraken in de jaren dat hij daar woonde.
Al die tijd hield de vriendelijkheid naar hem en zijn gezin niet op, omdat de omgeving echt van ze was gaan houden. Op een avond kwam ik thuis en zag ik een truck op z'n oprit. Ik had gehoord dat ze naar een andere staat zouden verhuizen. Ik kende de man die ik de huisraad zag inladen niet. Toen ik dichterbij kwam, zei hij rustig: 'Hallo broeder Eyring.' Ik kende hem niet omdat hij de zoon was, nu ouder, die daar vroeger had gewoond en nu getrouwd en verhuisd was. En door de liefde die hij had ontvangen, was hij nu een gedoopt lid van de kerk. Ik weet niet hoe het verhaal eindigt want er is geen eind. Maar ik weet dat het begint met liefde.
Ten tweede, we zullen een beter voorbeeld moeten zijn van dat waartoe we anderen uitnodigen. In de duister wordende wereld wordt dit gebod van de Heiland steeds belangrijker:
'Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken' (Matteüs 5:16).
De meesten van ons zijn bescheiden genoeg om te denken dat de kleine kaars van ons voorbeeld te zwak is om te worden opgemerkt. Maar u en uw gezin worden meer bekeken dan u denkt. Dit voorjaar was ik aanwezig en sprak ik op bijeenkomsten met bijna 300 geestelijken en leiders van andere kerken. Ik sprak zoveel mogelijk mensen persoonlijk aan. Ik vroeg ze waarom ze zo aandachtig hadden geluisterd naar mijn boodschap, die ging over de oorsprong van de kerk, over het eerste visioen van de jonge Joseph Smith, en over hedendaagse profeten. In alle gevallen gaven ze in wezen hetzelfde antwoord. Ze vertelden over een persoon, of een gezin, . . . dat ze sommigen van u kenden. Vaak werd er over buren die heiligen der laatste dagen waren gezegd: 'Ze waren het fijnste gezin dat ik ooit heb gekend.' Vaak vertelden ze over buurtprojecten of hulp bij een ramp waarbij leden van de kerk zich in hun ogen opmerkelijk hadden ingezet.
De mensen die ik op die bijeenkomsten tegenkwam zagen nog niet de waarheid van de leer, maar ze hadden de vruchten ervan in uw leven al wel gezien, en dus wilden ze luisteren. Ze wilden luisteren naar de waarheid over de herstelling, dat gezinnen voor eeuwig aan elkaar verzegeld kunnen worden en dat het evangelie onze diepste natuur kan veranderen. Ze wilden luisteren vanwege uw voorbeeld.
Het derde wat we beter moeten doen is uitnodigen met ons getuigenis. Liefde en voorbeeld openen de weg. Maar we moeten nog steeds onze mond opendoen en getuigenis geven. Een eenvoudig feit kan ons daarbij helpen. Waarheid en keuze zijn onlosmakelijk verbonden. Voor iedereen geldt dat bepaalde keuzes gedaan moeten worden om een getuigenis van geestelijke waarheid te kunnen krijgen. En voor iedereen geldt dat als we een geestelijke waarheid eenmaal kennen, we moeten bepalen of we ernaar gaan leven. Dat betekent dat we een paar dingen moeten doen voor we onze vrienden uitnodigen keuzes te doen. En als we van de waarheid getuigen moeten we hen duidelijk maken welke keuzes zij moeten doen als ze de waarheid eenmaal weten. Er zijn twee belangrijke voorbeelden: iemand uitnodigen het Boek van Mormon te lezen, en iemand vragen of hij interesse heeft in de lessen van de zendelingen.
Willen wij weten dat het Boek van Mormon waar is, moeten we het lezen en de keuze doen die in Moroni staat: bidden om te weten of het waar is. Als we dat hebben gedaan, kunnen we uit eigen ervaring tot onze vrienden getuigen dat zij die keuze ook kunnen doen en dezelfde waarheid kunnen kennen. Als we weten dat het Boek van Mormon het woord van God is, staan we voor de volgende keus: al of niet de uitnodiging aanvaarden om de lessen van de zendelingen te volgen. Wilt u die uitnodiging met uw getuigenis kunnen geven, dan moet u overtuigd zijn dat de zendelingen geroepen dienstknechten van God zijn.
Dat getuigenis kunt u krijgen met de keus de zendelingen bij u thuis te laten komen om uw familie of vrienden kennis te laten maken met de zendelingenlessen. Zendelingen grijpen die kans graag aan. Als u dan bij de lessen zit, zult u weten, zoals ik dat wist, dat ze geïnspireerd worden met een kracht die hun leeftijd en opleiding te boven gaat. Als u dan anderen uitnodigt om de lessen van zendelingen te volgen, zult u kunnen getuigen dat ze de waarheid zullen verkondigen en dat ze keuzes voorhouden die tot geluk leiden.
Misschien vinden we het moeilijk te geloven dat we genoeg liefde hebben, of dat onze leefwijze goed genoeg is, of dat onze kracht in het getuigen genoeg is om onze omgeving onze uitnodigingen te laten aanvaarden. Maar de Heer wist dat we dat zouden voelen. Luister naar zijn bemoedigende woorden, die Hij vooraan in de Leer en Verbonden liet plaatsen, die een opdracht voor ons zijn:
'En de waarschuwende stem zal tot alle mensen zijn gericht, bij monde van mijn discipelen, die Ik in deze laatste dagen heb gekozen' (LV 1:4).
En let dan eens op zijn beschrijving van deze discipelen:
'De zwakke dingen der wereld zullen voortkomen en de machtige en sterke afbreken . . . ' (LV 1:19).
En dan even daarna:
'Opdat de volheid van mijn evangelie door de zwakken en eenvoudigen zou mogen worden verkondigd tot de einden der wereld' (LV 1:23).
En dan weer:
'En inzoverre zij ootmoedig waren, zij sterk mochten worden gemaakt, en van omhoog gezegend . . . ' (LV 1:28).
Die geruststelling werd de eerste zendelingen in de kerk en de zendelingen van nu gegeven. Maar zij geldt voor ons allemaal. We moeten het geloof hebben dat we voldoende liefde kunnen hebben en dat het evangelie ons leven genoeg geraakt heeft dat onze uitnodiging om te kiezen kan worden opgevat alsof zij van de Meester komt, wiens uitnodiging het is.
Hij is het volmaakte voorbeeld van wat we moeten doen. U hebt zijn liefde en zorg gevoeld, zelfs als u er niet op inging, net als degenen die u met het evangelie benadert er misschien niet op ingaan. Keer op keer heeft Hij u uitgenodigd om onderricht te ontvangen van zijn dienstknechten. Misschien hebt u de bezoeken van uw huisonderwijzers en huisbezoeksters of een telefoontje van de bisschop niet zo opgevat, maar dat waren uitnodigingen van Hem om ons te helpen. En de Heer legt de gevolgen altijd duidelijk uit en laat ons dan zelf kiezen. Zijn dienstknecht Lehi heeft zijn zoons iets geleerd wat altijd voor ons allen geldt:
'En nu, mijn zoons, wilde ik wel, dat gij naar de Grote Middelaar zoudt zien en naar zijn grote geboden luisteren, en getrouw zijn aan zijn woorden en het eeuwige leven kiezen, volgens de wil van zijn Heilige Geest' (2 Nephi 2:28).
En dan deze aanmoediging om te voldoen aan uw plicht om te getuigen, zoals u geboden is, dat de keus om onderricht te ontvangen van de zendelingen de weg is naar het eeuwige leven, de grootste van alle gaven van God:
'Weest daarom goedsmoeds en bedenkt, dat gij vrij zijt om zelfstandig op te treden -- om de weg te kiezen van de eeuwige dood of de weg van het eeuwige leven' (2 Nephi 10:23).
Ik getuig dat we alleen door het herstelde evangelie van Jezus Christus te aanvaarden en na te leven de vrede ontvangen die de Heer in dit leven geeft, alsmede de hoop op eeuwig leven in het hiernamaals. Ik getuig dat ons het voorrecht en de plicht gegeven is om de waarheid aan te bieden, met de keuzes die voeren naar die zegeningen voor de kinderen van onze hemelse Vader, die onze broeders en zusters zijn. Jezus is de Christus, Hij leeft, en dit is zijn werk.
In de naam van Jezus Christus. Amen.