Ouderling David B. Haight
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Het evangelie is waar. Het is de hoop van de wereld. Het zal voorwaarts gaan en haar bestemming bereiken.
Een vriend van me zei onlangs: 'Weet je wat jij gemeen hebt met Steve Young [een bekend football-speler]?' Ik zei: 'Ik kan wel het een en ander verzinnen, zowel negatief als positief. Maar vertel jij me eens wat wij met elkaar gemeen hebben.' Hij antwoordde: 'Jullie hebben met elkaar gemeen dat wij ons van jullie allebei altijd afvragen of jullie er het volgende seizoen nog bij zullen zijn.' Met de zegeningen des hemels en met behulp van een speciale ingebouwde verpleegster, Ruby, en liefhebbende familieleden, gaat het mij heel goed.
Ik heb een pacemaker voor mijn hart,
die maakt het leven heel apart.
Dankzij mijn kunstheup ren ik als ik wil.
Mijn gehoorapparaat en sterke bril
heb ik steeds bij de hand,
maar o, wat mis ik mijn verstand!
Ik vind het fijn dat ik hier een paar minuutjes voor u mag staan om tot u te getuigen en u aan te moedigen in dit grote werk, waarvan wij deel mogen uitmaken. Ik zag hoe u uw hand opstak toen president Monson de algemene autoriteiten van de kerk, en met name onze profeet, ter steunverlening aan u voorstelde. En terwijl ik naar die handen keek en zag hoe enthousiast u die opstak, dacht ik: 'Hier zitten we dan met zoveel zegeningen en zoveel comfort,' en ik dacht aan dergelijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de kerk.
In gedachten zag ik de bijeenkomsten waarin mijn eigen familie, die verspreid over Amerika woont, nu zit -- in Georgia, in Chapel Hill (North Carolina), in Pennsylvania, Texas, Californië en hier in Salt Lake City. Ik kon voor me zien hoe die gezinnetjes nu thuis of in de kerk zitten en hoe de kleintjes geleerd werd om mee te doen en hun hand op te steken. En misschien vertelden de ouders hun wat dat betekent. Toen we onze hand opstaken, maakten we niet alleen het gebaar, omdat iedereen dat deed, maar omdat we getuigen van onze zekerheid dat president Hinckley onze profeet en leider is en omdat wij hem als zodanig aanvaarden. Wij steken niet alleen onze hand op om te tonen dat wij hem steunen, maar ook om te tonen dat wij zijn richtlijnen opvolgen, dat we luisteren, overleggen en erover bidden, dat we alles wat van de lippen van de profeet komt, serieus nemen.
De profeet Joseph Smith ontving instructies betreffende de organisatie van de kerk die wij nu kennen als Leer en Verbonden 20. Stel u voor -- 6 april 1830, Fayette (New York), de boerderij van Peter Whitmer -- een bijeenkomst in die kleine blokhut, misschien zeventig vierkante meter, en daar werd de kerk georganiseerd. Stel u de bescheiden omstandigheden voor waarin hij Oliver aanstelde en Oliver hem aanstelde volgens de aanwijzingen die ze hadden ontvangen, en waarin de organisatie van de kerk aan die kleine groep werd voorgedragen.
Joseph, Oliver, Hyrum, Samuel en de twee broeders Whitmer waren gedoopt en handelden in overeenstemming met de wet van de staat New York (zie Leer en Verbonden 20:1). Maar probeer u in gedachte eens voor te stellen hoe de geest in die bijeenkomst aanwezig was en hoe men zich voelde toen werd voorgesteld om de profeet en Oliver als de eerste ouderlingen te ondersteunen -- zoals wij hier vandaag ook gedaan hebben -- om de kerk op gang te brengen. Sommige dagboeken en verslagen van die gebeurtenis geven aan dat men het gevoel had dat daar hemelse wezens aanwezig waren.
Sommigen lieten zich opnieuw dopen. Sommigen lieten zich bij die gelegenheid voor het eerst dopen, onder andere de vader en moeder van de profeet -- stelt u zich dat eens voor! Het avondmaal werd voor het eerst in deze bedeling in een officiële bijeenkomst van de kerk, die nu georganiseerd was, rondgediend. Stelt u zich voor hoe zij zich voelden bij het ronddienen van het brood en het water, tekenen van het opengereten vlees van de Heiland en van zijn bloed dat vloeide.
En stel u nu een andere situatie van steunverlening in 1844 voor. De profeet en Hyrum waren vermoord, en er werd een vergadering in Nauvoo bijeengeroepen. Sidney Rigdon was uit Pittsburgh (Pennsylvania) overgekomen en hoopte de zaak over te nemen en leider van de kerk te worden. De Twaalf haastten zich vanuit allerlei delen van de wereld terug naar Nauvoo. Denk eens na over die situatie en die bijeenkomst waarin Sidney Rigdon voorstelde dat hij logischerwijze geroepen moest worden omdat hij de eerste raadgever was, zelfs al was hij enigszins bij de profeet uit de gunst geraakt. En stel u Brigham Young voor. Hij sprak namens de Twaalf en legde aan die groep heiligen uit wat de profeet de getrouwe broeders aangaande de Twaalf en hun bevoegdheid had geleerd.
Nadat de kwestie van beide kanten belicht was en er gestemd werd, zeiden sommigen dat ze een verandering in Brigham Young waarnamen terwijl hij sprak; dat het leek alsof ze de stem van de Joseph Smith hoorden; dat het leek of ze zelfs bepaalde gelaatstrekken van de profeet in Brigham Young zagen. Ik vertel u dat omdat wij de hand van de Heer in dit werk ervaren, nu de jaren voortgaan, we meer leren en gevoeliger worden voor de geestelijke leiding die we hierbij ontvangen. Maar denk nog eens aan de steunverlening in die omstandigheden in 1844, toen de leiding van de kerk in handen van de Twaalf was.
Dan wil ik u naar nog een andere situatie nemen, in 1847, toen de heiligen zich in Iowa aan de Missouri verzamelden. Brigham Young was al met de eerste groep heiligen hier in de Salt Lake Valley geweest, maar in december was hij naar de heiligen in Missouri teruggekeerd. En op zekere dag waren er in Kanesville negen van de Twaalf Apostelen bij elkaar. Twee waren hier in de vallei, één was in Texas en negen waren daar. Daar, op 5 december 1847, in het huis van Orson Hyde, werd het Eerste Presidium gereorganiseerd, maar het moest door de leden worden goedgekeurd. Dus werd deze bijeenkomst nog drie weken uitgesteld zodat ze een kleine houten tabernakel konden bouwen in Kanesville. In drie weken tijds bouwden de daar aanwezige werklui en de leden van de kerk, die in wagens aankwamen en zich klaarmaakten om de Missouri over te steken en naar de vallei te trekken, een kleine tabernakel.
In die bijeenkomst werd een voorstel voor de reorganisatie van het Eerste Presidium van de kerk gedaan, maar er moest steun verleend worden, zoals wij hier vandaag hebben gedaan. Die gelegenheid hebben wij om onze hand op te steken en de profeet te steunen. Het Eerste Presidium was dus gereorganiseerd; Brigham Young had Heber C Kimball en Willard Richards als zijn raadgevers gekozen. Zo kunnen de leiders van de kerk de nodige macht die de Heer hun door openbaring toekent, alleen ontvangen op voorwaarde van steunverlening door de leden.
En nu we het werk steeds vooruit zien gaan, wil ik vanaf deze plaats tot u verklaren -- want ik leef nu al meer dan negentig jaar en heb geestelijke ervaringen aanschouwd en gevoeld en meegemaakt -- dat dit het werk van de Heer is. Het is precies zoals het geopenbaard is. Ik heb het ondervonden, ik voel het, en dat getuig ik tot u.
Ik wil u aan de woorden van de Heiland in Matteüs herinneren: 'Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden' (Matteüs 10:39). Sommige geleerden en anderen hebben gedacht: 'Dat is een paradox. Het is waarschijnlijk een foute vertaling. Het slaat eigenlijk nergens op.' Voor mij echter is het heel duidelijk, en ik hoop voor u ook: wij leven in een materialistische wereld, het Babylon van vandaag; wij zien wat er in de wereld gebeurt, of je nu de financiële of de politieke pagina's opslaat, en je kunt merken en voelen dat wij onze kracht en het antwoord op onze problemen kunnen vinden door te luisteren naar de stem van de profeet -- Gods profeet hier op aarde.
Door die uitspraak van de Heiland begrijpen we dat we ons alleen met de materialistische aspecten van het leven bezighouden, als we in deze materialistische wereld leven. Wij denken aan het bezit dat we kunnen vergaren. We denken niet aan anderen en gebruiken onze tijd niet om andere mensen op een hoger niveau te brengen. De Heer zegt dat, als je het leven vindt dat Hij liet zien, je je egocentrische leven verliest: '( . . . ) maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil ( . . . ).'
Als we het belangrijk vinden om iets voor een ander te doen, als we overwegen het evangelie met iemand te delen of iemand moreel of fysiek op een hoger niveau te brengen, als we iets voor een ander doen en met hem delen, komen we hem te hulp, we redden hem. Daarin vinden we het soort leven waarover de Heiland spreekt, de eeuwige zegeningen, de hemelse zegeningen, de zegeningen van de tempel, alle zegeningen die we kunnen ontvangen door een liefhebbend gezin.
Ik geef u mijn liefde, mijn kennis, en mijn persoonlijk getuigenis dat God leeft; Hij is onze Vader; wij zijn kinderen Van God, zoals het eenvoudige liedje weergeeft:
Ik ben een kind van God,
door Hem op aard' gebracht.
Hij heeft mij met een veilig thuis
en ouders lief bedacht.
Leid mij, help mij,
blijf dicht bij mij,
vraag ik hun steeds weer,
leer mij al wat ik moet doen
dat ik tot Hem wederkeer.
('Ik ben een kind van God,' Kinderliedjes, blz. 23)
Het is zo simpel, zo zuiver en rein als dat simpele liedje. Daarin horen we wat we moeten weten. Ik voel me vandaag blij en vereerd dat ik mijn hand kon opsteken om steun te verlenen aan president Gordon Bitner Hinckley als president van de kerk, en aan Thomas S. Monson en James E. Faust als zijn raadgevers; samen het Presidium -- met het Quorum der Twaalf en alle andere algemene autoriteiten. Het evangelie is waar; het is de hoop van de wereld; het zal voortgaan en haar bestemming bereiken. Hiermee laat ik u mijn liefde en mijn getuigenis in de naam van Jezus Christus. Amen.