The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 1998
De vensters van de hemel openen

De vensters van de hemel openen

President James E. Faust
Tweede raadgever in het Eerste Presidium

De tiende is een beginsel dat de basis vormt van het geluk en het welzijn van de kerkleden over de hele wereld, zowel rijk als arm.

President James E. Faust

Het is altijd een overweldigende verantwoordelijkheid om op deze kansel te staan. Ik doe dat nederig. Ik bid dat u door de geest alles zult begrijpen wat ik te zeggen heb. Ik wil spreken over het openen van de vensters des hemels. Als jongen heb ik een belangrijke les geleerd die te maken had met geloof en offerande toen ik tijdens de vreselijke economische crisis van de jaren dertig op mijn grootvaders boerderij werkte. Er waren achterstallige belastingen op de boerderij en grootvader had, als zovelen, geen geld. Er heerste droogte en sommige koeien en paarden gingen dood door het tekort aan gras en hooi. Op een dag oogstten we het weinige hooi dat er op het land lag. Grootvader liet ons de wagen naar een hoek van het land rijden waar de beste stapel hooi lag en we moesten de wagen zo vol mogelijk laden om dat naar de tiendeplaats te brengen als betaling van zijn tiende in natura.

Ik vroeg me af hoe grootvader dat hooi kon gebruiken om zijn tiende te betalen terwijl een aantal koeien waarvan wij voor ons onderhoud afhankelijk waren, kon verhongeren. Ik vroeg me zelfs af of de Heer zo'n groot offer van hem verwachtte. En vooral verbaasde ik me over zijn grote geloof dat de Heer op de een of andere manier zou voorzien. Het erfgoed van geloof dat hij aan zijn nageslacht doorgaf, was veel belangrijker dan geld, omdat hij zijn kinderen en kleinkinderen heeft ingeprent dat hij de Heer en zijn heilige werk veel meer liefhad dan andere aardse zaken. Hij is nooit rijk geworden, maar is in vrede met de Heer en zichzelf gestorven.

Nog iets over de geest van tiende heb ik geleerd van president Henry D. Moyle die in mijn wijk woonde toen ik daar bisschop was. President Moyle kwam binnen voor de tiendevereffening en zei: 'Bisschop, dit is een volledige tiende en nog wat meer, want in die mate zijn wij gezegend.'

De tiende is een beginsel dat de basis vormt van het geluk en het welzijn van de kerkleden over de hele wereld, zowel rijk als arm. De tiende is een beginsel van offerande en een sleutel om de vensters van de hemel te openen. In het jeugdwerk heb ik een versje over de tiende geleerd: 'Wat is tiende? Ik vertel het je steeds: een dubbeltje van een gulden, een cent van een dubbeltje.' Maar ik begreep het pas helemaal door de lessen van mijn grootvader en president Henry D. Moyle.

De wet van tiende is eenvoudig: we betalen een tiende deel van onze jaarlijkse inkomsten.1 Inkomsten, legt het Eerste Presidium uit, zijn ons inkomen.2 Wat die tien procent van ons inkomen inhoudt, is een zaak tussen ons en onze Schepper. Er zijn geen wettische regels voor. Zoals een bekeerling in Korea zei: 'Met de tiende maakt het niet uit of je rijk of arm bent. Je betaalt tien procent, en je hoeft je niet te schamen als je niet veel verdiend hebt. Als je veel geld verdient, betaal je tien procent. Als je heel weinig verdient, betaal je ook tien procent. Onze hemelse Vader zal je daarvoor liefhebben. Je kunt trots zijn.'3

Waarom zouden onze leden wereldwijd, van wie velen niet genoeg hebben voor hun dagelijkse behoeften, aangespoord worden om de wet van de Heer omtrent de tiende na te leven? Zoals president Hinckley in Cebu op de Filipijnen heeft gezegd, zelfs als de leden 'leven in armoede en ellende ( . . . ) maar het evangelie aanvaarden en naleven, hun tiende en offergaven betalen al zijn die magertjes, ( . . . ) zullen zij rijst in hun kommetje hebben, kleding en een dak boven hun hoofd. Ik zie geen andere oplossing.'4

Sommigen denken misschien dat ze zich het betalen van hun tiende niet kunnen veroorloven, maar de Heer heeft beloofd dat Hij een weg voor ons zal bereiden om al zijn geboden te onderhouden.5 Tiende betalen vraagt in het begin geloof, maar zoals Jezus heeft gezegd: 'Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt.6 Het beginsel van de tiende wordt ons duidelijk als we die betalen. Ik geloof echt dat het mogelijk is armoede te boven te komen door geloof te oefenen en de Heer een gedeelte terug te geven van het weinige dat we hebben.

Leden van de kerk die geen tiende betalen, verliezen hun lidmaatschap niet; ze verliezen slechts zegeningen. Door Maleachi vraagt de Heer: 'Mag een mens God beroven? ( . . . ) En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing.'7 Als wij op de Heer vertrouwen, en Hem het tiende deel teruggeven dat Hij van ons vraagt, zal Hij 'de vensters van de hemel' voor ons openen. Zijn belofte staat vast: '[Ik zal] zegen in overvloed op u uitgieten.'8 Hoewel we door het betalen van onze tiende zowel stoffelijk als geestelijk gezegend worden, is de enige absolute belofte aan de getrouwen: 'Gij zult de schatten der eeuwigheid bezitten.'9

President Heber J. Grant heeft in dit verband gezegd: 'Voorspoedig gaat het met wie de wet van tiende onderhouden. Als ik voorspoedig zeg, denk ik niet alleen in termen van guldens en centen. ( . . . ) Wat ik als echte voorspoed beschouw ( . . . ) is groei in kennis over God, in getuigenis en in de kracht om het evangelie na te leven en ons gezin aan te sporen dat ook te doen. Dat is voorspoed in werkelijke zin.'10

Zuster Yaeko Seki heeft een deel van die belofte in vervulling zien gaan. Zij schrijft: 'Samen met mijn man en kinderen was ik een dagje naar een nationaal park in het Hidagebergte gegaan. ( . . . ) Omdat ik ons vierde kind verwachtte en erg moe was, ging ik onder een boom liggen. ( . . . ) Ik [begon] na te denken over onze financiële problemen. Ik zag het niet meer zitten en barstte in tranen uit. "Heer, we betalen een volledige tiende. We hebben al zoveel opgeofferd. Wanneer gaan voor ons de vensters van de hemel open en worden onze lasten verlicht?"'

'Ik bad met mijn hele hart. Toen draaide ik me om zodat ik naar mijn man en kinderen kon kijken, die lachend met elkaar aan het spelen waren. ( . . . ) Plotseling getuigde de Geest tot mij dat mijn zegeningen overvloedig waren en dat mijn gezin de grootste zegen was die mijn hemelse Vader mij kon geven.'11

Voor velen onder ons zijn de vensters van de hemel opengegaan. Daarom beschouwen we de tiende niet als een offer, maar eerder als een zegen, en zelfs een voorrecht.

Een van de grote zegeningen van de mensen van deze kerk is, dat ze eens per jaar bij de bisschop komen, hun tiende vereffenen en vertellen of ze met hun bijdrage een volledige tiende hebben betaald. Voor de bisschoppen is dit ook een grote zegen. Ik herinner me een man in onze wijk met een groot gezin die al zijn kinderen meebracht naar de tiendevereffening. Beginnend met de jongste liet hij iedereen aan de bisschop vertellen of wat ze betaald hadden, een tiende was. Als alle kinderen aan de beurt geweest waren, bracht hij verslag uit voor zijn vrouw en zijn gezin. Dat gezin is overvloedig gezegend voor hun getrouwheid.

Wees er zeker van dat de tienden van deze kerk besteed worden zoals in de openbaring in 1838 aan de profeet Joseph Smith bekendgemaakt is. De achttien kerkleiders die in afdeling 120 van de Leer en Verbonden genoemd worden, komen bij elkaar om die gewijde gelden een bestemming te geven. Degenen onder ons die in die raad zitting hebben, weten dat die heilige taak vervuld wordt in overeenstemming met de 'stem [van de Heer] tot hen'.12

President Hinckley heeft de bouw aangekondigd van meer tempels dan er ooit in de geschiedenis gebouwd zijn. De behoefte aan tempels is overal op de wereld groot. Dat komt omdat het geestelijke heiligdommen zijn. Wie naar de tempel gaan, kunnen bescherming vinden tegen Satan en zijn verlangen om hen en hun gezin te vernietigen. Tegen kerkleden in afgelegen gemeenten van de kerk die een tempel in de buurt willen hebben, wil ik voorstellen eerst uw geloof te tonen en uw tiende te betalen zodat u de tempelzegeningen waardig bent. Zoals de Heer aan de ouderlingen van de kerk in Kirtland geopenbaard heeft: 'Tot aan de komst van de Zoon des Mensen wordt de tijd "heden" genoemd, en voorwaar, het is een tijd van opoffering, en een tijd voor het heffen van tienden van mijn volk.'13

De Heer spreekt over offers in het meervoud. Ik denk dat Hij van ons verwacht dat we, als teken van getrouwheid, onze tiende en vastengaven betalen om de armen en behoeftigen te helpen. Maar we zijn zo bevoorrecht nog andere offers te brengen, niet bij wijze van opdracht, belasting of kerkelijk bevel. Dat kunnen giften zijn voor het algemeen zendingsfonds, het fonds voor humanitaire hulp, en het fonds voor het Boek van Mormon. We hebben ook het voorrecht vrijwillig bij te mogen dragen aan de bouw van de nieuwe tempels die president Hinckley heeft aangekondigd.

Kortgeleden ontving ik een anonieme brief van iemand die een aanzienlijk offer bracht voor het algemeen tempelfonds van de kerk. Ze schreef: 'Toen ik geld voor mezelf wilde uitgeven, besloot ik daarvan af te zien en het geld in het tempelfonds te storten. Dat betekende: geen nieuwe kleren of schoenen, boeken, afspraken met de kapper, sieraden of iets persoonlijks totdat ik mijn doel bereikt had. Ik dacht dat het een offer zou zijn, maar ik vond er juist vreugde in. Het is een verrijkende ervaring geweest.'

De profeet Joseph Smith heeft eens gezegd: 'Een godsdienst die niet vergt dat men alles opoffert, is nooit krachtig genoeg om het geloof te ontwikkelen dat onontbeerlijk is voor het leven en het eeuwig heil.' Hij vervolgt: 'Degenen die dat offer niet brengen, kunnen dat geloof niet bezitten, omdat de mens afhankelijk is van dat offer om dat geloof te verkrijgen.'14

Onze gaven worden geheiligd door ons geloof. Onlangs woonde ik een avondmaalsdienst bij in mijn eigen wijk. Vóór de dienst overhandigden een aantal mensen hun bijdrage aan de leden van de bisschap. Ze glimlachten en zagen er gelukkig uit. Die envelopjes bevatten hun tiende en andere offergaven die ze met vreugde betaalden als een nederige uiting van hun dankbaarheid voor de zegeningen van de Heer. Dat was een blijk van hun geloof.

Gods werk gaat in veel delen van de wereld vooruit als nooit te tevoren, vooral in landen waar het economische niveau niet hoog is en nieuwe leden zich nog steeds het beginsel van geloof eigen maken en leren hoe dat verband houdt met zegeningen. Een getrouw lid zijn van deze kerk vraagt offers en toewijding. Dat betekent dat werelds plezier en aardse bezittingen niet ons belangrijkste doel moeten zijn omdat voor de gave van eeuwig leven de bereidheid vereist is, alles wat we hebben en zijn te offeren om dat te verkrijgen.

In de tijd van het Oude Testament heeft de Heer een epidemie over Israël laten komen en veel mensen stierven daardoor. Hij gebood David een offer te brengen op de dorsvloer van de Jebusiet Arauna. Toen David naar Arauna toeging, en Arauna hoorde waarvoor hij gekomen was, bood hij hem edelmoedig alles aan wat voor het offer nodig was. David gaf een wijs antwoord: 'Ik wil het in elk geval van u voor de volle prijs kopen, want de Here, mijn God, wil ik geen brand-offers brengen, die mij niets kosten.'15 Hij kocht de dorsvloer, bracht het offer, en de epidemie hield op.

In deze tijd worden we bezocht met een epidemie van geweld, kwaad, en slechtheid in vele vormen. Degenen die zich aan hun verbonden houden en hun tiende en offergaven betalen, zullen extra beschermd zijn tegen die gevaarlijke hedendaagse vormen van het kwaad. Maar die bescherming valt ons niet ten deel door een offer dat ons niets kost.

Ik zeg dat omdat duidelijk is welke weg de godsdiensten van de wereld inslaan. Als iets goedkoop verkregen kan worden, zonder inspanning of opoffering, heeft men er geen bezwaar tegen. Daar tegenover vereisen de zegeningen van het lidmaatschap in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen zowel inspanning als opoffering. Onze godsdienst belijden we niet alleen op zondag. Het vraagt voorbeeldig gedrag en inspanning, elke dag van de week. Het houdt in dat we roepingen aanvaarden en trouw vervullen. Het betekent: een krachtig karakter, integriteit en eerlijkheid voor de Heer en onze medemens. Het betekent dat ons huis een plaats moet zijn van heiligheid en liefde. Het betekent: een meedogenloze strijd tegen een bombardement van werelds kwaad. Het houdt in dat we soms impopulair zijn en ons niet aansluiten bij de algemene opinie.

Ik voel me vereerd en bevoorrecht dat ik een klein aandeel heb in dit heilige werk. Dit is een geweldige tijd waarin het evangelie over de hele wereld verkondigd wordt. Het is geweldig om te zien. Het is het werk van God. Het wordt geleid door het hoofd van deze kerk, onze Heer en Heiland, Jezus de Christus. President Gordon B. Hinckley is zijn profeet, ziener en openbaarder. Ik geloof dat president Hinckley's geïnspireerd leiderschap de hele mensheid tot zegen is.

Het grootste offer heeft de Heiland zelf gebracht toen Hij zijn eigen leven gaf. Dat is voor ons een reden ons af te vragen: 'Hoeveel bloeddruppels heeft Hij voor mij vergoten?' Ik getuig dat Jezus de Christus is, de heilige Zoon van God, de heelmeester van onze ziel, onze Heiland en Verlosser van de mensheid. Daarvan getuig ik in zijn heilige naam, Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. LV 119:4.
2. Handboek kerkbestuur, boek 1, 1998, blz. 134.
3. Brief van D. Brent Clement, president van het zendingsgebied Seoul (Korea), 1981.
4. Ensign, augustus 1997, blz. 7.
5. Zie 1 Nephi 3:7.
6. Johannes 7:17.
7. Maleachi 3:8.
8. Maleachi 3:10.
9. LV 38:39.
10. Gospel Standards, Heber J. Grant, blz. 48.
11. Yaeko Seki, 'De vensters van de hemel', De Ster, maart 1992, blz. 17.
12. LV 120.
13. LV 64:23.
14. Joseph Smith, Lectures of Faith, 6e lezing.
15. 2 Samuël 24:24.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy