The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 1998
Reinheid

Reinheid

Ouderling Jeffrey R. Holland
van het Quorum der Twaalf Apostelen

Iemand die het door God gegeven lichaam van een ander zonder goddelijke toestemming gebruikt, beschadigt de ziel van die persoon, en brengt schade toe aan het belangrijkste doel en het verloop van het leven.

Ouderling Jeffrey R. Holland

Omdat er een storm woedt van zedelijke laksheid, maak ik me zorgen over onze jongeren die in verwarring kunnen zijn over de beginselen van reinheid, over de plicht van totale kuisheid vóór het huwelijk en volkomen trouw daarna. Vandaag wil ik me uitspreken tegen wat in de wereld gaande is -- wat zijn zien en horen -- en hoop daarbij de ouders te versterken die hun kinderen een hogere norm bijbrengen. Vandaag spreek ik over zedelijke reinheid. Omdat dit net zo'n heilig onderwerp is als de andere, bid ik ernstig dat de Heilige Geest me zal leiden bij opmerkingen die openhartiger zijn dan ik ze normaal gesproken zou willen formuleren. Nu weet ik hoe Jakob in het Boek van Mormon zich gevoeld moet hebben toen hij zei: '[Het doet mij leed] dat ik zo vrijmoedig ( . . . ) moet spreken.'1

In de benadering van dit onderwerp doe ik geen verslag van een massa maatschappelijke vormen van ellende waarvan de statistieken huiveringwekkend en de voorbeelden akelig zijn. Evenmin zal ik hier een controlelijst presenteren van wat wel en niet mag in verband met afspraakjes en verkering. Wat ik wil, is persoonlijker -- ik wil proberen antwoord te geven op vragen die sommigen van jullie zich misschien gesteld hebben: Waarom moeten we zedelijk rein zijn? Waarom is dat voor God zo belangrijk? Moet de kerk daar echt zo streng in zijn? Hoe kan iets wat de maatschappij zo openlijk exploiteert en aanlokkelijk maakt, zo ontzettend heilig of erg zijn?

Ik wil beginnen met een les uit het lange, leerzame verhaal van de beschaving. Will en Ariel Durant schrijven:

'Geen mens, hoe briljant of goed geïnformeerd ook, kan ( . . . ) veilig ( . . . ) de wijsheid van de lessen uit de geschiedenis terzijde schuiven. Jongeren met borrelende hormonen zullen zich beslist afvragen waarom zij hun seksuele verlangens niet de vrije loop zouden laten; en als zij daarin niet door gewoonten worden tegengehouden door de algemene moraal of wetten, kunnen zij hun leven te gronde richten voordat ze voldoende volwassen zijn geworden om te begrijpen dat seks een rivier van vuur is die ingedamd en afgekoeld moet worden door honderd beperkingen om te voorkomen dat het zowel het individu als de gemeenschap verteert.'2

Een belangrijker, schriftuurlijker commentaar geeft de schrijver van Spreuken: 'Zal iemand vuur in zijn boezem halen, zonder dat zijn klederen in brand geraken? Of zal iemand op gloeiende kolen lopen zonder dat zijn voeten verbranden? ( . . . ) Wie overspel pleegt, ( . . . ) richt zichzelf te gronde. Schade en schande verkrijgt hij, zijn smaad is onuitwisbaar.'3

Waarom zijn seksuele betrekkingen zo ernstig dat vuur bijna altijd als symbool ervoor gebruikt wordt, waarbij de vlammen de hartstocht voorstellen? Wat is het in de in aanleg pijnlijke hitte ervan dat het de ziel -- de hele wereld zelfs -- kan vernietigen als men die vlam niet beteugelt en de hartstochten niet beheerst? Wat is het dat Alma ertoe aanzet zijn zoon Corianton te waarschuwen dat seksuele overtredingen 'een gruwel in de ogen des Heren zijn; ja, uitgezonderd het vergieten van onschuldig bloed of het verloochenen van de Heilige Geest de gruwelijkste van alle zonden?'4

Als God zo'n ernst toekent aan een lichamelijke begeerte die ons allemaal gegeven is, wat probeert God ons dan duidelijk te maken over de plaats ervan in zijn plan voor alle mensen? Ik stel dat dit precies is wat Hij doet -- duidelijkheid geven over dat plan van het leven zelf. Duidelijkheid behoort tot zijn grootste aandachtspunten wat het sterfelijk leven betreft, hoe men ter wereld komt en hoe men die weer verlaat. Hij heeft daarvoor zeer strenge grenzen aangegeven.

Gelukkig hebben de meeste mensen wat betreft het beëindigen van het leven een duidelijk verantwoordelijkheidsgevoel. Maar wat betreft het geven van leven constateren we soms een bijna misdadig gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. Ik wil drie redenen aangeven waarom dit in het evangelie van Jezus Christus zo belangrijk is en van zoveel gewicht.

Allereerst is het de geopenbaarde, herstelde leer omtrent de mensenziel.

Een van de 'duidelijke en waardevolle', in deze bedeling herstelde, waarheden is: 'de geest en het lichaam vormen de ziel van de mens'5 en de mens kan, als geest en lichaam gescheiden zijn, 'geen volheid van vreugde ontvangen.'6 Daarom is het zo ontzettend belangrijk dat we een lichaam krijgen, daarom is elke zonde zo ernstig (namelijk omdat de zonde uiteindelijk zowel de lichamelijke als de geestelijke dood veroorzaakt), en daarom is de opstanding van het lichaam zo belangrijk in de grote overwinning van Christus' verzoening.

Het lichaam is een essentieel onderdeel van de ziel. Die kenmerkende en zeer belangrijke leer van onze kerk onderstreept waarom een seksuele zonde zo ernstig is. Wij verklaren dat iemand die het door God gegeven lichaam van een ander zonder goddelijke toestemming gebruikt, de ziel van die persoon beschadigt, en schade toebrengt aan het belangrijkste doel en het verloop van het leven, 'de sleutel'7 tot leven, zoals president Boyd K. Packer het eens genoemd heeft. Door andermans lichaam te misbruiken -- dus andermans ziel te misbruiken -- ontheiligt men de verzoening van Christus waardoor die ziel gered is en waardoor de gave van eeuwig leven mogelijk is geworden. Als men de Zoon der Gerechtigheid7 tot een bespotting maakt, betreedt men het rijk van vuur, heter en heiliger dan de middagzon. Dat kan niet zonder te verbranden.

Zeg alsjeblieft nooit: 'Wie doe ik er kwaad mee? Waarom niet wat vrijheid? Ik kan nu overtreden en me later bekeren.' Wees alsjeblieft niet zo dom, zo wreed. Ongestraft kun je Christus niet 'opnieuw kruisigen'8 . 'Pleeg geen ontucht'9, roept Paulus uit, 'noch iets dergelijks'10, voegt de Leer en Verbonden daaraan toe. Waarom? Nou, enerzijds vanwege het onmetelijke, geestelijke en lichamelijke lijden dat de Heiland van de wereld ondergaan heeft, opdat wij ons zouden kunnen bekeren.11 Wij zijn Hem daarvoor iets verschuldigd. Wij zijn Hem werkelijk alles verschuldigd. 'Gij [zijt] niet van uzelf', zegt Paulus. 'Gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God [in] uw lichaam en uw geest, die God toebehoren'12 Bij een seksuele overtreding staat de ziel op het spel -- het lichaam en de geest.

Ten tweede wil ik benadrukken dat seksuele intimiteiten voorbehouden zijn aan gehuwden omdat ze een symbool zijn van volkomen eenheid, een totaliteit en een eenheid die God heeft geboden en vastgesteld. Vanaf de hof van Eden is het huwelijk bedoeld als de volkomen samensmelting van man en vrouw -- hun hart, hoop, leven, liefde, gezin, toekomst, alles. Adam zei dat Eva been was van zijn gebeente, vlees van zijn vlees, en dat ze 'één vlees'13 zouden worden. Dat is een zo volslagen eenheid dat wij het woord 'verzegelen' gebruiken om de eeuwige belofte ervan uit te drukken. De profeet Joseph Smith heeft eens gezegd dat we zo'n heilige verbintenis misschien wel kunnen vertalen als een 'samensmelting'14 met elkaar.

Maar zo'n totale eenheid, zo'n onverzettelijke toewijding tussen man en vrouw, kan alleen tot stand komen in de geborgenheid en duurzaamheid van een huwelijksverbond, met plechtige beloften en de toezegging van alles wat ze bezitten -- hun hart en verstand, al hun dagen en al hun dromen.

Zie je welke morele paradox er ontstaat als je doet alsof je één bent, doet alsof je God plechtige beloften gedaan hebt, lichamelijk intiem bent met elkaar als teken van je zogenaamde eenheid, maar je dan terugtrekt van alle andere aspecten van wat bedoeld is als een totale verplichting?

In zaken die de intimiteit tussen mensen betreft, moet je wachten! Je moet wachten totdat je alles kunt geven, en dat kun je pas als je wettig gehuwd bent. Ongeoorloofd geven wat niet van jou is (weet je nog 'dat gij niet van uzelf zijt') en slechts een deel geven als je je daarna niet volledig kunt geven, is een soort emotionele vorm van Russische roulette. Als je lichamelijke bevrediging blijft najagen zonder instemming van de hemel, loop je het vreselijke gevaar zoveel geestelijke, psychische schade op te lopen, dat je zowel je verlangen naar lichamelijke intimiteit kunt verliezen als je vermogen om onverdeeld toegewijd te zijn aan een latere, oprechter liefde. Dat oprechter moment van voorgeschreven liefde, van echte eenheid, kan aanbreken en je kunt tot je afschuw ontdekken dat je wat je had moeten bewaren, kwijt bent, en dat alleen Gods genade je geleidelijk verdwenen deugd kan herstellen. De allermooiste gave die je jouw eeuwige partner op je huwelijksdag kunt schenken, is je allerbeste zelf -- rein, zuiver en de reinheid van de ander waardig.

Ten derde wil ik zeggen dat lichamelijke intimiteit niet alleen een symbolische eenheid is tussen man en vrouw -- de feitelijke eenheid van hun zielen -- maar ook

een symbool van hun gezamenlijke relatie met hun Vader in de hemel. Hij is onsterfelijk en volmaakt. Wij zijn sterfelijk en onvolmaakt. Niettemin streven we in het sterfelijk leven naar geestelijke éénwording met Hem. Daardoor krijgen we enige toegang tot zowel de genade als de grootsheid van zijn macht. Zulke bijzondere momenten doen zich voor als we knielen aan het altaar in het huis van de Heer, een baby een naam en een zegen geven, een nieuw lid van de kerk dopen en bevestigen, nemen van de zinnebeelden van het avondmaal des Heren enzovoort.

Dat zijn momenten waarop we letterlijk onze wil één maken met Gods wil, onze geest met zijn geest, waar éénwording door de sluier heel reëel wordt. Op zulke momenten erkennen we niet alleen zijn goddelijkheid, maar nemen we letterlijk iets van die goddelijkheid tot ons. Eén aspect daarvan dat aan vrijwel ieder mens gegeven wordt, is het gebruik van zijn macht om een mensenlichaam te scheppen, dat allesovertreffende wonder, een genetisch en geestelijk uniek schepsel dat nooit eerder op de wereld geweest is en in alle eeuwigheid niet gedupliceerd zal worden. Een kind, jouw kind -- met ogen, oren, vingers, tenen en van een onuitsprekelijke toekomstige grootsheid.

Waarschijnlijk begrijpt alleen een ouder die dat pasgeboren kind in zijn of haar armen heeft gehouden over welk wonder ik spreek. Voldoende is te zeggen dat van alle namen die God voor zich gekozen heeft, 'Vader' zijn voorkeur heeft en schepping zijn wachtwoord is -- met name de schepping van de mens, naar zijn beeld. Jij en ik hebben iets van die goddelijkheid gekregen, maar met zeer ernstige en heilige beperkingen. De enige controle die we hebben is zelfbeheersing -- zelfbeheersing, ontstaan uit eerbied voor de goddelijke, gewijde macht die dit geschenk vertegenwoordigt.

Lieve vrienden, in 't bijzonder mijn jonge vrienden, begrijpen jullie waarom reinheid zo'n ernstige zaak is? Kun je begrijpen waarom het Eerste Presidium en de Raad van Twaalf een proclamatie hebben uitgegeven waarin staat: 'de manier waarop het sterfelijk leven tot stand komt [is] door God ( . . . ) voorgeschreven', en: 'het heilige voortplantingsvermogen [mag] alleen gebruikt ( . . . ) worden tussen een man en een vrouw die wettig met elkaar gehuwd zijn'?15 Laat je niet misleiden en vernietigen. Als die macht niet beheerst wordt en de geboden niet gehoorzaamd worden, kan je toekomst verbrand worden; kan je leven in vlammen opgaan. De straf zal misschien niet komen op de dag van je overtreding, maar hij zal zeker komen. En als er geen echte bekering plaatsvindt en geen gehoorzaamheid aan een barmhartige God komt, zullen ooit, ergens, de zedelijk reinen net zo bidden als de rijke man die wilde dat Lazarus 'de top van zijn vinger in het water [doopte] en [zijn] tong [verkoelde], want ik lijd pijn in deze vlam.'16

Ik heb hier het plechtige woord van openbaring gesproken dat de geest en het lichaam de ziel van de mens vormen, en dat het lichaam door de verzoening van Christus uit het graf zal opstaan om zich voor eeuwig met de geest te verenigen. Dat lichaam moeten we daarom zuiver en heilig houden. Wees niet bang met eerlijk werk je handen vuil te maken. Wees niet bang voor de littekens, veroorzaakt door verdediging van de waarheid of een gevecht voor het goede, maar pas op voor littekens die geestelijk vervormen, die je oploopt door iets wat je niet had moeten doen, die je krijgt op plekken waar je niet heen hoort te gaan. Pas op voor wonden van een gevecht aan de verkeerde kant.17

Als er onder jullie enkelen zijn met zulke wonden -- en ik weet dat dat zo is -- , dan worden je aangeboden de vrede en hernieuwing door bekering, beschikbaar door het zoenoffer van de Heer Jezus Christus. In zulke ernstige zaken is het pad van bekering niet gemakkelijk te betreden of zonder pijn te begaan. Maar de Heiland van de wereld zal op die weg met je meelopen. Hij zal je sterken als je wankelt. Hij zal je licht zijn als het uiterst donker lijkt. Hij zal je hand pakken en je hoop zijn wanneer dat het enige lijkt wat je nog hebt. Zijn meegevoel en genade, met hun reinigende en helende macht, worden vrijelijk gegeven aan iedereen die oprecht naar volledige vergeving verlangt en de stappen wil nemen die ertoe leiden.

Ik getuig van het grote levensplan, van de goddelijke machten, van de genade, de vergeving en de verzoening van de Heer Jezus Christus -- die alle van groot belang zijn bij alles wat met zedelijke reinheid te maken heeft. Ik getuig dat wij God in ons lichaam en in onze geest behoren te verheerlijken. Ik dank de hemel dat er massa's jongeren zijn die dat doen en anderen daarmee helpen. Ik dank de hemel voor de gezinnen waarin dit geleerd wordt. Ik bid dat een rein leven door iedereen gerespecteerd mag worden. In de naam van de Reinheid zelf, de Heer Jezus Christus. Amen.

NOTEN

1. Zie Jakob 2 en 3 voor de hele preek over kuisheid.
2. The Lessons of History [1968], blz. 35­36.
3. Spreuken 6:27­28, 32­33.
4. Alma 39:5.
5. Leer en Verbonden 88:15.
6. Leer en Verbonden 93:34.
7. Conference Report, april 1972, blz. 139.
8. Zie Hebreeën 6:6.
9. 1 Korintiërs 6:18.
10. Leer en Verbonden 59:6; cursivering toegevoegd.
11. Zie met name Leer en Verbonden 19:15­20.
12. 1 Korintiërs 6:13­20; naar de NBG- en de King Jamesvertaling van de Bijbel; cursivering toegevoegd.
13. Zie Genesis 2:23­24.
14. Zie Leer en Verbonden 128:18.
15. Het gezin: een proclamatie aan de wereld, 23 september 1995.
16. Lucas 16:24.
17. Naar James E. Talmage, Conference Report, oktober 1913, blz. 117.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy