The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 1998
De levende profeet, onze bron van zuivere leer

De levende profeet, onze bron van zuivere leer

Ouderling Merrill C. Oaks
van de Zeventig

De kerk is gegrondvest op voortdurende openbaring aan een huidige, levende profeet.

Ouderling Merrill C. Oaks

Slechts twee jaar voor zijn dood gaf de profeet Joseph Smith de geloofsartikelen uit. In het negende geloofsartikel staat: 'Wij geloven alles wat God heeft geopenbaard, alles wat Hij in onze tijd openbaart, en wij geloven dat Hij nog vele heerlijke en belangrijke dingen van het koninkrijk Gods zal openbaren' (Geloofsartikelen 1:9). Ik wil spreken over die laatste zinsnede: '( . . . ) dat Hij nog vele heerlijke en belangrijke dingen van het koninkrijk Gods zal openbaren.' Dat beginsel van voortdurende openbaring is een essentieel onderdeel van het koninkrijk van God.

In de verzen vier en vijf van Leer en Verbonden 21 legt de Heer aan de kerk uit wat hun plicht is inzake het opvolgen van de leiding van zijn profeet: 'Daarom moet gij, mijn kerk, acht geven op al zijn woorden en geboden, die hij u zal geven, zoals hij ze ontvangt, en in alle heiligheid voor Mij wandelen; Want gij moet zijn woord ontvangen in alle geduld en geloof, alsof het uit mijn eigen mond kwam' (LV 21:4­5).

De profeet Joseph Smith vertaalde het Boek van Mormon en ontving openbaringen die het fundament legden voor de herstelde kerk. Hij had voorgevoelens van zijn eigen dood en haastte zich om alle priesterschapssleutels op het Quorum der Twaalf te bevestigen. Wilford Woodruff heeft daarover gezegd: 'Daarom sprak [Joseph] tot de Twaalf en riep uit: "Op uw schouders rust het koninkrijk, en u moet u schrap zetten en het dragen, want ik heb dat tot nu toe moeten doen. Maar nu rust de verantwoordelijkheid op u."' (Times and Seasons, deel 5, blz. 698).

Openbaring en leiding uit de hemel zijn niet opgehouden met de dood van Joseph Smith. 'Vele heerlijke en belangrijke dingen van het koninkrijk Gods' zijn sindsdien geopenbaard door hen die hem als president van de kerk zijn opgevolgd. President Spencer W. Kimball heeft daarover gezegd:

'Sinds die grote dag in 1820 hebben wij steeds aanvullende Schriftuur ontvangen, inclusief de talrijke en essentiële openbaringen die in een onophoudelijke vloed van God naar zijn profeten op aarde stroomt. ( . . . ) Er zijn mensen die aannemen dat het drukken en binden van deze heilige verslagen [hij had het over onze vier standaardwerken] "het einde der profeten" zou zijn. Maar wij getuigen nogmaals tot de wereld dat de openbaring voortgaat en dat de gewelven en archieven van de kerk deze openbaringen bevatten, die maand in maand uit, dag in dag uit komen. Wij getuigen ook dat er sinds 1830, toen De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen gesticht werd, een profeet is geweest, en dat die er altijd zal zijn, zolang ons tijdperk zal duren, een profeet die door God en zijn volk erkend wordt, die de bedoeling en wil van de Heer zal blijven interpreteren' (Conference Report, april 1977; of Ensign, mei 1977, blz. 78).

Er staan ons grote hoeveelheden geschreven historisch materiaal ter beschikking, inclusief de toespraken van onze eerste kerkleiders. Zij geven ons een achtergrond waarmee wij de eerste gebeurtenissen van de herstelling kunnen begrijpen, alsmede de situaties die in die tijd bestonden. Dit jaar mogen wij de leringen van de profeet Brigham Young bestuderen in de priesterschap en de ZHV. Er is een prachtige continuïteit en congruentie in die leringen en de leringen van onze huidige profeten.

Worden de beleidslijnen en procedures van de kerk verfijnd door voortdurende openbaring en inspiratie, dan zijn er mensen die zich aan die veranderingen storen. Sommigen maken letterlijk jacht op situaties waarover vroegere kerkleiders of leden uitspraken hebben gedaan die niet geheel overeenstemmen met ons huidige begrip en onze gebruiken inzake die onderwerpen. De denkrichting van sommigen is dat alles wat uit vroeger tijden komt, wel juist moet zijn.

Ik heb de volgende denkbeelden over die aangelegenheden: (1) Sommige procedures van de kerk waren eerder in deze bedeling nog niet geheel ontwikkeld en zijn daarom door latere profeten versterkt en verduidelijkt. (2) Onze bescherming tegen dwaalleer ligt in een allesoverstijgend geloof in voortdurende openbaring voor de huidige profeet.

President Harold B. Lee heeft hierover gesproken en een ervaring verteld: 'Jaren geleden ging ik als jonge zendeling samen met mijn zendingspresident naar Nauvoo en Carthage, en wij hielden daar in de gevangeniskamer waar Joseph en Hyrum de dood hadden gevonden een bijeenkomst. De zendingspresident vertelde van de historische gebeurtenissen die tot de martelaarsdood hadden geleid, en toen besloot hij met deze uiterst belangrijke uitspraak: "Toen de profeet Joseph Smith de martelaarsdood onderging, waren er veel heiligen die in geestelijk opzicht samen met Joseph stierven." Dat gebeurde toen Brigham Young overleed; dat gebeurde ook toen John Taylor overleed. Hebben openbaringen die, bijvoorbeeld, aan president John Taylor zijn gegeven, meer gezag dan iets dat van onze huidige president en profeet komt? Sommige kerkleden zijn geestelijk gestorven met Wilford Woodruff, met Lorenzo Snow, met Joseph F. Smith, met Heber J. Grant en met George Albert Smith. En er zijn nog steeds mensen onder ons die bereid zijn te geloven in de woorden van iemand die dood en heengegaan is, en menen dat zijn woorden meer gezag hebben dan de woorden van een levende autoriteit nu' (Harold B. Lee, Stand Ye in Holy Places, blz. 153).

President Lee onderstreepte dit door te vertellen over zijn antwoord aan een man die zich stoorde aan een nieuwe beleidslijn van de kerk die anders was dan in de tijd van Joseph Smith. Hij zei het volgende op de vraag van die broeder:

'Hebt u weleens bedacht dat wat in 1840 tegen de orde van hemel was, in 1960 misschien niet tegen de orde van de hemel is? Daar had hij niet aan gedacht. Ook hij volgde een overleden profeet, en hij vergat dat we nu een levende profeet hebben. Vandaar het belang van onze nadruk op het woord levende' (Harold B. Lee, Stand Ye in Holy Places, blz. 153).

Kortom, de kerk is gegrondvest op voortdurende openbaring aan een huidige, levende profeet. 'Vele heerlijke en belangrijke dingen van het koninkrijk Gods' zijn al geopenbaard, en er zal nog meer worden geopenbaard door de levende profeet. Vanaf Joseph Smith en zijn opvolgers als president van de kerk, heeft de onophoudelijke stroom openbaringen ons begrip van het evangelie vervolmaakt. De leerstellingen worden nu duidelijker omlijnd onderwezen in de kerk dan in enige voorgaande periode in deze bedeling. Daarvan getuig ik in de naam van Jezus Christus. Amen.

 
© 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy