President Gordon B. Hinckley
Dit zijn geweldige tijden waarin wij leven als heiligen van de Allerhoogste. ( . . . ) Laten we onze kinderen blijven opvoeden in rechtschapenheid en waarheid. Laten we goede buren en goede vrienden zijn.
Een afsluitend woord. We hebben nu al een lange tijd op de harde banken van de Tabernakel gezeten. Ik kijk met verlangen uit naar de conferenties die we in het nieuwe gebouw gaan houden, waar de stoelen bekleed zullen zijn.
We hebben een fijne conferentie gehad. De Heer heeft ons gezegend en we zijn daar erg dankbaar voor. Mogen wij, nu wij terugkeren naar huis, overpeinzen wat wij hebben gehoord. Als er een hervorming nodig is in ons leven, mogen wij dan de aanpassingen aanbrengen die daarvoor nodig zijn. Als ons hart is aangeraakt, mogen we dan gehoor geven aan de Geest die ons heeft aangeraakt. Zijn wij laks geweest in de uitvoering van onze taak, dan kunnen we de zelfdiscipline hebben om te doen wat van ons verwacht wordt.
Het doet mij plezier u te rapporteren, broeders en zusters, dat de bouw van de kleine tempels, dat tijdens deze conferentie ettelijke keren genoemd is, goed verloopt. Een paar maanden geleden hebben we de eerste kleine tempel ingewijd in Monticello (Utah). We hebben daar een tempel gebouwd om ervan te leren. We hebben daadwerkelijk het een en ander geleerd, en we zijn zeer tevreden met de reactie van de heiligen in dat gebied en over hun enthousiasme voor het prachtige gebouw dat ze in hun midden gekregen hebben.
Wij zullen aan het begin van het volgende jaar een aantal nieuwe tempels inwijden. Sommige zijn groter, andere kleiner. Tijdens de vorige conferentie heb ik de hoop uitgesproken dat we gedurende de volgende twee jaar dertig nieuwe tempels zullen bouwen. Ik ben ervan overtuigd dat velen hebben gedacht dat dit slechts een wensdroom van mij was. Het leek geheel en al onrealistisch.
Ik ben dankbaar u te kunnen zeggen dat ons bouwpersoneel, onze architecten en bouwkundige ingenieurs, onze ontwerpers en meubileringsdeskundigen mij mededelen dat wij naar alle waarschijnlijkheid honderd of meer tempels in bedrijf zullen hebben in het jaar 2000, en dat is bijna twee keer zoveel als nu. Ik verzeker u dat er niemand in slaap is gevallen -- niemand die ook maar iets te maken heeft met dit gigantische project. Ik noem deze tempels kleinere tempels. Maar in feite zien ze er niet klein uit, ze zien er groot uit. Ze zijn prachtig. Ze worden gebouwd van de beste materialen en op de beste manier die wij kennen. Alle worden huizen van de Heer, aan zijn heilige doeleinden gewijd.
En daar zal het niet bij blijven. We zullen blijven door bouwen. We weten dat er zoveel locaties zijn waar ze nodig zijn om u, de getrouwe heiligen van deze kerk, in staat te stellen erheen te gaan om uw eigen zegeningen te ontvangen en die zegeningen bovendien te bieden aan hen die al door de sluier van de dood zijn gegaan. Wij bidden dat onze leden zo leven dat ze die van die tempels gebruik mogen maken. Als er bekering voor nodig is, dan is het nu de tijd daarvoor. We moeten ons voorbereiden op de tempelwerk.
Broeders en zusters, dit zijn geweldige tijden waarin wij leven als heiligen van de Allerhoogste. Met de overvloedige zegeningen van de Heer, met zijn geopenbaarde wil voor ons, met de getrouwe heiligen over de hele wereld, merken we dat het mogelijk is om te doen wat nog niet zo lang geleden onmogelijk geacht werd.
Ik ben al heel lang kerkfunctionaris. Ik ben een oude man die het verstrijken van de tijd niet kan tegenhouden. Ik heb lang genoeg geleefd, en ben in genoeg verschillende posities werkzaam geweest, om uit mijn gedachten, als dat al nodig was, alle twijfel te bannen aan de goddelijke aard van dit werk van God. Wij moeten de leden van andere kerken respecteren. Wij wensen hun vriendschap en hopen hun zinvol dienstbetoon te kunnen verlenen. Wij weten dat zij allen goed doen, maar wij zeggen zonder enige schaamte -- en dat roept maar al te vaak kritiek over ons af -- dat dit de ware en levende kerk van onze Vader in de hemel is en van zijn Zoon, de Heer Jezus Christus.
Voor ik ga zitten, wil ik eer betuigen aan het koor waarnaar we vandaag geluisterd hebben. Het is een prachtkoor. De koorleden verrichten goed werk. Ze zijn beter dan ooit tevoren, maar ze moeten steeds beter worden. Hun beste kunnen vandaag is niet goed genoeg voor morgen. Volhouden, beste vrienden.
Laten we onze kinderen blijven opvoeden in rechtschapenheid en waarheid. Laten we goede buren en goede vrienden zijn, en in liefde allen de hand toesteken, zowel hen die niet van ons geloof zijn als hen die wel van ons geloof zijn. Moge de hemel glimlachend op u neerkijken, mijn geliefde medeleden, waaraan ik mijn getuigenis toevoeg, alsmede mijn liefde voor een ieder van u, waar u zich ook moge bevinden in deze wereld, dat is mijn nederig gebed en zegen in de naam van Jezus Christus. Amen.