Presidente Mary Ellen Smoot
Algemeen presidente zustershulpvereniging
Zijn open armen zijn voor ons allemaal bedoeld. Zijn waarheden zijn eenvoudig en duidelijk, en zijn uitnodiging blijft van kracht.
Ik vind het altijd leuk om uitnodigingen te krijgen. U ook? Droomt u er ook wel eens van dat u uitgenodigd wordt voor iets geweldigs, een of ander evenement waardoor uw waarde, uw onmetelijke waarde tot zijn recht komt? Het vooruitzicht is minstens zo leuk als de gebeurtenis zelf. Zelfs het alledaagse wordt spannender en krijgt meer betekenis wanneer je voorbereidingen treft voor een evenement waarvoor je bent uitgenodigd. Zelfs nu maak ik een envelop die zelfs maar op een uitnodiging lijkt, het eerst open.
Jammer genoeg zijn niet alle uitnodigingen van evenveel waarde. Sommige komen in de vorm van verleidingen en verlokkingen. Ongeacht of ze per post, via de computer of de televisie komen; ze kunnen ons verlokken en verleiden -- en ons echt misleiden.
Maar gelukkig zijn de uitnodigingen die we krijgen van de Schriften, de profeten en de Heilige Geest, uitnodigingen waarop we kunnen rekenen. Ze geven ons leiding, vrede, troost en vreugde. De stem van een zachte stilte spreekt tot ons en moedigt ons tot een rechtschapen leven aan. We moeten zorgvuldig naar zijn wenken luisteren en onze ziel doorvorsen. Daarbij zullen de donkere wolken verdwijnen en het heerlijke licht van God ons wezen vervullen.
De uitnodigingen van de Heer zijn van vitaal belang. Ze leiden ons terug naar onze hemelse Vader, op de weg van waarheid en rechtschapenheid. Ze bevestigen waarlijk onze onpeilbare waarde als dochters van God. Ze zijn zo liefderijk en persoonlijk. Ze komen van onze hemelse Vader. Hij spreekt tot ons in uitnodigende taal: 'Kom tot Mij', 'Volg Mij na', 'Kom'.
Vanavond wil het algemeen presidium van de ZHV u allen uitnodigen: 'Komt, laten wij wandelen in het licht des Heren' (Jesaja 2:5).
Wilt u alstublieft RSVP? Dat is een Franse term die betekent 'antwoorden alstublieft'.
Jesaja zag velen opgaan naar het huis des Heren. Ze werden onderricht in de wegen van God en ze leefden in vrede met elkaar. Hij wilde dat allen dat zouden doen. En dus nodigde hij hen uit, net zoals wij zojuist gedaan hebben: 'Komt, laten wij wandelen in het licht des Heren' (Jesaja 2:5).
Mijn overgrootvader, Israel Stoddard, aanvaardde in 1842 een uitnodiging om lid te worden van de kerk. Daarna aanvaardde hij nog een uitnodiging om zich bij de heiligen te voegen, en het gezin verhuisde van New Jersey naar Nauvoo. Toen president Brigham Young een uitnodiging liet uitgaan om hem te volgen naar het Westen, gaven ze daar gehoor aan.
Toen het gezin de Mississippi overstak, keken ze achterom en zagen ze hun huis afbranden. Door blootstellling aan de elementen en ontberingen overleed de moeder, vijf weken later stierf de baby, en kort daarna overleed de vader. Mijn grootmoeder schreef: 'Daardoor hadden de vijf kinderen Stoddard geen thuis en bijna geen geld meer, maar ze waren niet zonder vrienden, want de heiligen waren goed voor hen.'
Die uitnodiging vergde het leven van de ouders en hun kindje, maar heeft ze wel voor eeuwig aan elkaar verbonden.
Laten we samen eens vaststellen wat het betekent om in het licht van de Heer te wandelen. Allereerst hebben we licht -- licht in ons gezicht, licht voor ons uit, zelfs als de duisternis ons omgeeft. Bovendien betekent het dat we doelbewust wandelen.
De Heiland heeft ons de manier getoond toen Hij in de laatste week van zijn leven de gelijkenis vertelde van de tien maagden, de gelijkenis van de talenten en de gelijkenis van de schapen en de bokken. Met de gelijkenissen in Matteüs 25 als richtlijn wil ik de drie lessen die Christus ons geleerd heeft, doornemen. Als we luisteren en gehoorzamen, worden we zusters in licht en waarheid.
Ten eerste: uit de gelijkenis van de tien maagden leren we dat we geestelijk voorbereid moeten zijn.
De Heiland vergeleek het koninkrijk der hemelen met tien maagden die met hun lampen de bruidegom tegemoet gingen. Vijf maagden namen olie mee voor hun lamp en toen de bruidegom kwam, konden ze hem ontvangen. Terwijl de vijf dwaze maagden zich haastten om meer olie te bemachtigen, kwam de bruidegom, en alleen '( . . . ) die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen.'
Zusters, zijn wij gereed? Zijn wij ons, individueel en als groep, aan het voorbereiden op de edelmoedige gaven die de Heer beloofd heeft aan iedereen die trouw blijft? Zijn wij klaar om zijn licht te ontvangen? President Kimball heeft enigszins aangegeven hoe we onze lamp met olie kunnen vullen: 'Door ons bezoek aan de avondmaalsdiensten komt er, druppelsgewijs en in de loop van de jaren, olie in onze lamp. Vasten, gezinsgebed, huisonderwijs [en huisbezoek], beheersen van lichamelijke begeerten, het evangelie verkondigen, de Schriften bestuderen, elke daad van toewijding en gehoorzaamheid is een druppel in onze olievoorraad. Vriendelijke daden, offergaven en tiende betalen, reine gedachten en daden. Een eeuwig verbondshuwelijk; ook dat voegt toe aan de olie waardoor we midden in de nacht klaar kunnen staan.'1
Laat me u vertellen wat een zuster vindt van de hulp die de ZHV haar bood om geestelijk voorbereid te zijn. Ik was zo geïnspireerd door haar geloof, dat ik haar gevraagd heb haar getuigenis op te schrijven en mij toe te sturen. Sta me toe een gedeelte voor te lezen.
Zij schrijft: 'Wat een zegen is de ZHV voor mij geweest. Ik was gescheiden -- een alleenstaande moeder met een dochtertje. Ik had ook een zoon verloren. Ik lag uren op mijn knieën te bidden om hulp van mijn Heiland en mijn hemelse Vader. Maar -- ik had de ZHV. Het was mijn organisatie. De hele week probeerde ik uit alle macht om met mijn kleine inkomen en minimale opleiding voor mijn dochtertje en mezelf te zorgen. Elke zondag gingen we naar de kerk. Het kwam me voor dat ik, doordat ik elke week naar de ZHV ging, sterker werd en een betere zuster. Ik miste geen van de andere bijeenkomsten. Ik ging erheen omdat ik wist dat ik daar moest zijn. Ik ging erheen en verheugde me in het woord en vooral in de ZHV. Het was mijn "hulp" en mijn "vereniging". Ik hoorde erbij, ik voelde dat. Ik ging op in de lessen, in dienstbetoon ( . . . ) en in mijn kindje. Ik merkte dat er, als ik mijn geest en mijn handen bezig hield, minder tijd was om aan de pijn van het verleden te denken. ( . . . ) Maar wat ik me van al die jaren het beste herinner is het gevoel erbij te horen -- bij de organisatie die mijn Heer en Heiland aan alle zusters gegeven heeft, niet alleen aan mij.'2
We zijn zusters in de ZHV om elkaar te helpen bij onze voorbereiding op de dag dat de bruidegom terugkomt. Door een actief aandeel in de organisatie van de ZHV zullen onze lampen gevuld zijn. Ons geloof zal sterk blijven.
Een van de gaven die God beloofd heeft aan iedereen die ze ernstig nastreeft, is geloof. Ouderling Bruce R. McConkie heeft uitgelegd: 'Geloof is een gave van God die geschonken wordt als beloning voor rechtschapenheid. Geloof wordt altijd gegeven bij rechtschapenheid, en hoe groter de gehoorzaamheid aan Gods wetten is, des te groter zal de gave van geloof zijn.'3
Geloof, en alle geestelijke gaven zijn beschikbaar voor iedereen die bereid is er zijn leven naar te richten. Vaak denken we dat alleen ons lidmaatschap van de kerk ons het recht geeft op alles wat de Heer beloofd heeft. Maar elke zegening vereist gehoorzaamheid. De Heer heeft gezegd: 'Wanneer wij enige zegen van God ontvangen, is het door gehoorzaamheid aan die wet, waarop deze is gegrond' (LV 130:21). We krijgen kracht door de geboden na te leven.
Wanneer we dus in het licht van de Heer willen wandelen, behoren we geestelijke groei na te streven. We volgen het pad van geestelijke voorbereiding zoals het ons in de Schriften en door onze hedendaagse profeten duidelijk wordt gemaakt. We nemen deel aan de ZHV-organisatie. Die vereniging die door goddelijke inspiratie gesticht is door onze profeten, is niet alleen een bijeenkomst op zondag. Het is een organisatie met als doel de zusters en hun gezin tot Christus te brengen.
Als wij werken onder leiding en in harmonie met de priesterschap en met elkaar, kan de Heer door ons werken en onze capaciteiten vergroten. De tweede gelijkenis die de Heiland in de laatste week van zijn leven vertelde, was de gelijkenis van de talenten. U kent het verhaal en de boodschap allemaal. Sta me toe het nog eens door te nemen. De Heer vergeleek het koninkrijk der hemelen met 'een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven riep en hun zijn bezit toevertrouwde.'
'En de één gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde één' (Matteüs 25:1430).
Toen de meester vroeg om verantwoording af te leggen over de talenten, was hij blij met degene die met vijf talenten er vijf bij verdiend had. Hij was ook blij met de slaaf die met zijn twee talenten er twee bij verdiend had. Maar hij was helemaal niet blij met de slaaf die één talent gekregen had en het begraven had. Hij nam die slaaf dat talent af en gaf het aan iemand anders.
Ik geloof zeker dat we onze talenten ontwikkelen als er een beroep wordt gedaan op onze hulp. Als we gelovig die roeping aanvaarden, zullen verborgen talenten te voorschijn komen, zoals liefde, meegevoel, onderscheidingsvermogen, vriendschap en die van vredestichter, leerkracht, leider, huisvrouw, schrijver, onderzoeker -- het zijn allemaal talenten.
Als tiener woonde ik met mijn ouders eens een ringconferentie bij. Ouderling Harold B. Lee was de presiderende gezagsdrager en spreker.
Mijn vader was de hele nacht bezig geweest met het besproeien van zijn aardbeienveld van vier hectare. Hij deed zijn best om wakker te blijven en slaagde daar meestal niet in. Maar hij peinsde er niet over om weg te blijven, vooral omdat hij wist dat ouderling Lee zou spreken.
We waren allemaal een beetje verbaasd toen ouderling Lee opstond en een aantal jongevrouwen uit de zaal naar voren riep om hun getuigenis te geven. Mijn vader, die in dat soort dingen meestal gelijk had, stootte me aan en zei: 'Jij bent de volgende.' Ik dacht: Hij zal mij vast niet roepen, ik zit te ver weg. Toen ik naar het podium keek, besefte ik hoe groot de afstand zou zijn. Ik was de volgende. En het was absoluut de langste wandeling van mijn leven.
Ik ging op die uitnodiging van ouderling Lee in, en terwijl ik terugliep naar mijn plaats, waren er aardige mensen die me in mijn hand knepen. Die ervaring deed me goed, en het zal ons allemaal goed doen als we de moed verzamelen om op uitnodigingen van de Heer en zijn leiders in te gaan. Ingaan op een uitnodiging om te doen wat de Heer vraagt, kan een lange wandeling zijn.
Als onze 4.200.000 vrouwen van de kerk een gemeenschap van zusters vormen en onze talenten gebruiken, kunnen we invloed uitoefenen in deze wereld. Eén persoon kan invloed uitoefenen. U heeft allemaal unieke gaven. Gebruik die om anderen te helpen.
Als u in het licht van de Heer wilt wandelen, ontdek dan uw kracht en ontwikkel die. U zult grote vreugde voelen wanneer u anderen deelgenoot maakt van alles wat de Heer u gegeven heeft.
In de laatste van de drie gelijkenissen nodigt de Heiland ons uit in het licht van de Heer te wandelen door het individu te helpen. Hij geeft de gelijkenis van de schapen en de bokken, en tegen de schapen aan zijn rechterhand zegt Hij:
'Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af.'
'Want Ik heb honger geleden, en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden, en gij hebt Mij te drinken gegeven. Ik ben een vreemdeling geweest, en gij hebt Mij gehuisvest.'
'Naakt, en gij hebt Mij gekleed, ziek, en gij hebt Mij bezocht; Ik ben in de gevangenis geweest en gij zijt tot Mij gekomen.'
'Voorwaar, Ik zeg u, in zoverre gij dit aan een van deze mijn minste broeders hebt gedaan, hebt gij het Mij gedaan' (Matteüs 25:3440).
Wanneer we wandelen in het licht van de Heer, wandelen we niet alleen. We nemen onze zusters en broeders bij de hand. We onderrichten onze gezinsleden en versterken ze. We houden van de gezinnen in onze wijk en helpen ze, en ook de individuele leden.
De profeet Joseph Smith heeft ons uitgenodigd: 'Niets kan beter op mensen inwerken om hun zonden te verzaken dan hen bij de hand te leiden en met tederheid over hen te waken. Als iemand mij maar een beetje vriendelijkheid en liefde betoont, o, welk een macht heeft dit over mijn ziel, terwijl het tegenovergestelde allerlei harde gevoelens opwekt en menselijke gedachten bedrukt.'4
We kunnen allemaal gesterkt worden door een toespraak van Eliza R. Snow. Zij heeft gezegd:
'( . . . ) God kijkt op u neer, de engelen schrijven uw verborgen daden op. ( . . . ) Laten we dagelijks bidden en trachten ons te verfijnen ( . . . ) en onze kinderen beleefdheid en verfijning bij te brengen, opdat zij nuttige mensen in de maatschappij zullen worden.'
En ze vervolgde: '( . . . ) Probeer een gelukkig thuis te scheppen, uw kinderen te weerhouden van slecht gezelschap; en vergeet niet, terwijl u eraan werkt ze netjes te kleden, om hun geest te sieren met de beginselen die ze zullen opheffen en veredelen en voorbereiden op toekomstige diensten in het koninkrijk van onze God.'5
Wanneer we van ganser harte ingaan op de uitnodiging van de Heer om in zijn licht te wandelen, bereiden we ons geestelijk voor; we ontwikkelen onze talenten en we stellen ons open voor het gezin van God.
Als we in zijn licht wandelen, worden we moedige en overtuigende vrouwen. We worden vrouwen met een visie, vrouwen met een bestemming, en vrouwen van eeuwige waarde.
Bouw met ons mee aan geestelijke kracht, om de waarheid in de wereld uit te dragen en het gezin de eer te geven die het toekomt.
We vormen een wereldwijde gemeenschap van zusters -- een veilige gemeenschap die bescherming biedt. We zijn de ZHV van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.
Aanvaard alstublieft onze uitnodiging om naar huis te komen, thuis in de armen van de Heer en bij uw zusters die van u houden en u nodig hebben.
Jesaja heeft ons gezien. Hij heeft mensen uit alle volken naar het huis van de Heer zien gaan en zien wandelen in zijn licht. Hij wist dat de Heer u nodig zou hebben als een ongelooflijke kracht ten goede en een krachtig instrument voor de priesterschap van God. Onder leiding van het koninklijk priesterschap zal de ZHV deelnemen aan de vestiging van het koninkrijk van God op aarde. Want zonder enige twijfel zal het koninkrijk worden gevestigd en zal Christus zelf regeren. Iedereen die zijn uitnodiging aanvaardt, zal zijn omarming voelen en zich verheugen in zijn vriendelijke woorden: 'Wél gedaan, gij goede en getrouwe dienstknecht, ( . . . ) Komt, gij gezegenden mijns Vaders, beërft het koninkrijk, dat u bereid is' (Matteüs 25:23, 34).
Tot alle zusters over de hele wereld getuig ik van de waarachtigheid van het evangelie van Jezus Christus. Zijn open armen zijn voor ons allemaal bedoeld. We hoeven niet tastend te zoeken naar het onbekende. Zijn waarheden zijn eenvoudig en duidelijk, en zijn uitnodiging blijft van kracht. Ik bid dat we zullen beseffen welke belangrijke rol, onder leiding van en in harmonie met de priesterschap, onze ZHV speelt in het tot stand brengen van het eeuwige leven van de vrouw en haar gezin. Mogen wij een voorbeeld zijn en moedig voor de waarheid opkomen. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Faith Precedes the Miracle (1972), blz. 256.
2. Gebruikt met toestemming.
3. Mormon Doctrine, 2e uitgave (1962), blz. 264.
4. Leringen van de profeet Joseph Smith, blz. 216
5. Women's Exponent, 1 mei 1891, blz. 164.