Virginia U. Jensen
Eerste raadgeefster in het algemeen presidium zustershulpvereniging
Het maakt niet uit waar u vandaan komt, welke zwakheden u heeft, hoe u eruit ziet -- u hoort hier! De Heer houdt van u -- van u allemaal, als groep, en individueel.
Tijdens de aprilconferentie van dit jaar waren wij, het presidium van de zustershulpvereniging, blij met de uitspraak van president Boyd K. Packer, die vanaf deze plaats zei: 'Ik wil mijn onvoorwaardelijke steun betuigen aan de zustershulpvereniging -- ik wil alle vrouwen aanmoedigen zich aan te sluiten en deel te nemen; en de priesterschapsleiders op elk niveau oproepen een dusdanig beleid te voeren dat de ZHV tot bloei komt.'
1
Zusters, dat doel heb ik ook vanavond voor ogen. Presidente Mary Ellen Smoot heeft tot u gesproken over uitnodigingen. Welnu, ik heb een uitnodiging voor u: kom naar de zustershulpvereniging!
De zustershulpvereniging is georganiseerd door het gezag van het priesterschap en staat ook in deze tijd onder leiding van datzelfde gezag. De profeet Joseph Smith heeft over het priesterschap gezegd: 'Het is het eeuwig gezag van God waardoor het heelal is geschapen en wordt bestuurd, waardoor de sterren aan de hemel ontstaan zijn.'2
In het bijzonder tot de vrouwen van de kerk heeft president George Albert Smith over de zustershulpvereniging gezegd dat 'God die aan u gegeven heeft en wel als gevolg van een openbaring aan de profeet van de Heer.'3 Hoe behoren wij een organisatie te beschouwen die tot stand is gebracht door dat profetische gezag van het priesterschap? Als leidsters van de zustershulpvereniging werken wij als hulporganisatie voor de priesterschap om vrouwen en hun gezin tot Christus te brengen.
Wat heeft de ZHV dat ons ertoe moet aanzetten ons 'aan te sluiten en deel te nemen', zoals president Packer gezegd heeft?
Binnen de ZHV bestaan er programma's die tot doel hebben ons, vrouwen, de zin en het doel van het leven te laten ontdekken, voor onszelf en voor ons gezin. Volgens president Spencer W. Kimball 'zijn er geen belangrijker en heerlijker beloften aan vrouwen gegeven dan die welke voortvloeien uit het evangelie en de kerk van Jezus Christus.'4 We leven in een tijd waarin overal om ons heen in de samenleving vrouwen en gezinnen in een crisis verkeren. Huwelijken stranden in alarmerende aantallen. Veel te veel kinderen worden mishandeld en verwaarloosd. Vrouwen hebben grote moeite de waarheid te ontdekken, worden in verwarring gebracht door een veelheid van overtuigende stemmen die verkondigen wat gemakkelijk, en politiek of sociaal aanvaardbaar is. Er zijn onder de 4.200.000 leden van de ZHV veel vrouwen die lijden en in verwarring zijn gebracht. Beseffen we wel wat we hebben, zusters? Begrijpen we wel wie we zijn? Beseffen we wel dat we in de organisatie van de zustershulpvereniging alle nodige hulpmiddelen en bronnen hebben om een eenzame ziel te troosten of een wereld vol problemen gezond te maken?
Het eerste doel van de zustershulpvereniging is: geloof in Jezus Christus ontwikkelen en elkaar onderrichten in de leer van het koninkrijk van God. Door de lessen in de ZHV, de activiteiten en uitwisseling van ervaringen kunt u een getuigenis krijgen, of kunt u het getuigenis dat u al heeft, versterken. Uiteindelijk zou dat wel eens het belangrijkste kunnen zijn wat we in de zustershulpvereniging doen, want de geestelijke kracht en het vaste getuigenis van de vrouwen van de kerk zijn absoluut van groot belang -- voor henzelf, hun gezin, de gemeenten en wijken, en voor de wereld.
Het tweede doel van de zustershulpvereniging is: elke zuster laten begrijpen dat zij een dierbare geest-dochter is van onze hemelse Vader, en als zodanig heeft zij een goddelijke aard en bestemming, inclusief het mooist mogelijke: eeuwig leven bij God, als zijn erfgename. Nogmaals citeer ik president Kimball: 'Waar anders kunt u erachter komen wie u werkelijk bent? Waar anders kunt u de nodige uitleg en zekerheid krijgen omtrent het doel van het leven? Uit welke andere bron kunt u te weten komen hoe uniek en wie u bent?'5
Wanneer we echt begrijpen dat we dochters zijn van God, met rechten en voorrechten die tot in de eeuwigheid reiken -- dat we, afhankelijk van onze getrouwheid, recht hebben op zegeningen van Hem -- dan zullen we de wereld, onze plaats en onze taak daarin, anders gaan zien. Luistert u naar wat president Gordon B. Hinckley, tegen ons zegt: 'Weet dat u dochters van God bent, kinderen met een goddelijk geboorterecht. Ga vol zelfvertrouwen door het leven en wees ervan overtuigd dat u bemind en geëerd wordt, dat u deel uitmaakt van zijn koninkrijk, en dat u belangrijk werk te doen heeft dat niet aan anderen kan worden overgelaten'.6
Op welk werk doelt president Hinckley -- werk 'dat niet aan anderen kan worden overgelaten'? Het antwoord is te vinden, zoals u kunt verwachten, in de zustershulpvereniging. Zoals in het derde doel van de ZHV wordt omschreven, moedigen we elke zuster aan de helpende hand te reiken aan haar gezin, haar wijk en de samenleving. Als zusters hebben we het vermogen en de taak elkaar in het licht van de Heer te laten wandelen. Ongeacht waar we wonen en ongeacht onze leeftijd, nationaliteit, burgerlijke staat of roeping in de kerk, zijn er mensen om ons heen die onze liefde en hulp nodig hebben.
Allemaal zijn we wel bekend met het leven en werk van moeder Teresa, die het grootste deel van haar leven gewijd heeft aan werken onder de armsten van de wereld en veel gedaan heeft om pijn en lijden te verzachten. Toen ze eens in Australië was, bood ze aan de hut van een eenzame inlandse man schoon te maken. In zijn hut stond een prachtige lamp, die echter niet aan was. Toen ze hem vroeg waarom hij die niet aanstak, antwoordde hij: 'Er komt hier niemand.' Ze liet hem beloven dat hij de lamp zou aansteken, en zij beloofde dat ze de zusters naar hem toe zou sturen. Later stuurde de man een boodschap naar moeder Teresa: 'Vertel mijn vriendin dat het licht dat ze in mijn leven heeft ontstoken, nog steeds aan is.'7
Als zusters van de ZHV kunnen we licht brengen in het leven van degenen onder wie wij werkzaam zijn, naast het brood en het voedsel dat we ze geven. We kunnen hoop geven, we kunnen mensen opbeuren en inspireren. We kunnen over Christus vertellen en anderen vrede en troost laten vinden in zijn licht. Als vrouwen zijn we van nature geneigd liefde en verzorging te geven. Vrouwen geven kinderen onderricht, zijn vriendinnen tot steun, bemoedigen hun echtgenoot en moedigen aan wie ontmoedigd is. Vrouwen schenken leven en voeden de levenden. Ieder van ons heeft iets te geven, iets om te delen, iemand om te helpen. Zoals de tweede presidente van de zustershulpvereniging, Eliza R. Snow, gezegd heeft: 'Geen enkele zuster is zo geïsoleerd ( . . . ) of zo beperkt , dat ze niets kan doen om het koninkrijk van God op aarde te vestigen'.8
Het vierde doel van de zustershulpvereniging is: gezinnen versterken en beschermen. Is er in de hele geschiedenis ooit een tijd geweest waarin aan die versterking en bescherming meer behoefte was? Ik geloof oprecht dat een getrouwe, rechtschapen moeder de krachtigste bescherming biedt tegen de slechter wordende toestand van het gezin. In 1993 heeft president Hinckley gezegd: 'Ik herinner moeders overal eraan hoe heilig uw roeping is. Niemand anders kan uw plaats innemen. Geen verantwoordelijkheid is groter, geen plicht bindender dan die dat u hen die u in de wereld hebt gebracht, moet opvoeden in liefde, vrede en integriteit.'9
Als algemeen presidium van de zustershulpvereniging bevestigen wij dat het moederschap het hoogste, edelste werk is dat een vrouw kan doen. Maar we weten daarbij ook dat vele van de meest toegewijde vrouwen van de kerk nog niet de kans hebben gehad om zelf het moederschap te ervaren. Hun verschaft de uitspraak van ouderling Dallin H. Oaks inzicht: 'Wij weten dat vele goede en getrouwe heiligen der laatste dagen het op het ogenblik moeten stellen zonder de ideale gelegenheden of de essentiële voorwaarden voor hun vooruitgang. Ongehuwd zijn, kinderloosheid, dood en echtscheiding verijdelen idealen en betekenen uitstel van beloofde zegeningen. Daarnaast zien sommige vrouwen die ernaar verlangen voltijds moeder en huisvrouw te zijn, zich er letterlijk toe genoodzaakt voltijds te werken. Maar die teleurstellingen zijn van tijdelijke aard. De Heer heeft beloofd dat zijn zonen en dochters in de eeuwigheid geen enkele zegening zullen ontberen wanneer zij zijn geboden onderhouden, trouw hun verbonden nakomen en verlangen het goede te doen.'10
Ons vijfde doel is: zorgen dat elke zuster weet dat ze nodig is, erbij hoort, op waarde geschat wordt en dat we van haar houden.
In de zustershulpvereniging houden we van elkaar en van onze hemelse Vader. Onlangs vertelde een zuster ons hoe zij het vond in de ZHV: 'Ik heb gemerkt wat een geweldig gevoel van zusterschap en verbondenheid er heerst, maar er gaat ook een genezende kracht van uit die ik nergens anders gevonden heb.'
Iedereen is welkom in de zustershulpvereniging. Er bestaat geen prototype, men hoeft niet aan bepaalde voorwaarden te voldoen. Het maakt niet uit waar u vandaan komt, welke zwakheden u heeft, hoe u eruit ziet -- u hoort hier! De Heer houdt van u -- van u allemaal, als groep, en individueel. Wij zijn geen gewone vrouwen. Wij zijn vrouwen van het verbond, vrouwen die de waarheid gevonden, het evangelie van Jezus Christus aanvaard hebben en verbonden hebben gesloten met de Heer om Hem te volgen en zijn wil te doen. En Hij heeft ons nodig -- ieder van ons -- om ons aandeel te leveren in de verwezenlijking van zijn belangrijke werk van de laatste dagen onder de kinderen der mensheid. Daarom hebben we de ZHV nodig, en heeft de ZHV ons nodig.
Ons zesde doel is: de zusters doen inzien hoe belangrijk het is de priesterschap te steunen, en welke zegeningen ons toevloeien als we de heilige tempelverbonden sluiten en die trouw zijn. In de tempel sluiten we eeuwige verbonden met onze Vader in de hemel. Wij doen Hem beloften, en op zijn beurt doet Hij ons buitengewone beloften. Wanneer u de volgende keer naar de tempel gaat, hetzij voor uzelf of voor uw voorouders, let dan vooral op de beloften die God u, zijn dochter, doet. Elke gewijde ruimte van de tempel, het huis van God, is vervuld van troostbrengende verbonden -- de persoonlijke, intieme verzekering van zijn eeuwige liefde.
In de verzen 5 en 6 van Leer en Verbonden 115 staat de volgende aansporing voor ons: 'Staat op, en laat uw licht schijnen, opdat het een banier voor de natiën moge zijn; en opdat de vergadering in het land Zion en in zijn ringen tot toevlucht en ter verdediging moge zijn tegen de storm.'11 Zusters, mogen we de programma's van de zustershulpvereniging beschouwen ter verdediging, als een toevlucht tegen de storm voor onszelf en voor anderen. Zoals president Packer heeft gezegd: 'Een sterke ZHV heeft een krachtige, beschermende en helende invloed op moeders en dochters, de alleenstaande ouder, alleenstaande zusters, bejaarden en zieken.'12
Ik getuig tot u dat de zustershulpvereniging van goddelijke oorsprong is. Wij nodigen iedereen uit om naar de ZHV te komen. Laat het een zegen voor u zijn, zoals onze hemelse Vader dat bedoeld heeft. In de naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. President Boyd K. Packer, De Ster, juli 1998, blz. 80.
2. Discourses, blz. 130; Gospel Kingdom, blz. 29.
3. Conference Report, oktober 1945.
4. Be Thou An Example, blz. 43.
5. Be Thou An Example, blz. 43.
6. Ensign, 1993, blz. 8384.
7. Mother Teresa of Calcutta, My Life for the Poor.
8. Eliza R. Snow, Woman's Exponent, 15 september 1873, blz. 62.
9. De Ster, januari 1994, blz. 57.
10. De Ster, januari 1994, blz. 70.
11. President Boyd K. Packer, De Ster, juli 1998, blz. 82.