Presidente Virginia U. Jensen
Eerste raadgeefster in het algemeen presidium zustershulpvereniging
Luisteren we naar de stem van de Heer, door zijn huidige profeet, en volgen we zijn raad, dan zullen we nooit afdwalen.
|
|
Toen ik elf jaar was, hoorde ik op een avond lawaai voor mijn raam. Ik keek naar buiten en zag krantenjongens op straat grote stapels kranten dragen waarin het nieuws te lezen was dat president George Albert Smith, de achtste president van de kerk, was overleden. President Smith was de enige profeet die ik in mijn korte tijd op aarde gekend had. Tijdens zijn presidentschap had ik het begin van een getuigenis gevoeld. En al op die jonge leeftijd wist ik hoe belangrijk Gods profeten zijn. Leerkrachten in het jeugdwerk, en liefdevolle ouders thuis, hadden mij geleerd dat president Smith onze aardse verbinding was met onze hemelse Vader en zijn Zoon, Jezus Christus, en dat zij door hem tot mij konden spreken. Wat een machtig denkbeeld voor een klein meisje! De Geest had aan mij, met mijn elfjarig verstand, bevestigd dat dit waar was. Toen ik van zijn overlijden hoorde, was dat een enorm verlies voor mij.
Maar slechts vijf dagen na de dood van president Smith, sprak president David O. McKay in deze Tabernakel de aanwezigen toe. De heiligen hadden hem zojuist unaniem steun verleend als de profeet, ziener en openbaarder. Hij zei: 'Niemand kan deze kerk presideren zonder eerst in harmonie te zijn met het Hoofd van de kerk, onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Hij is ons Hoofd. Met zijn goddelijke leiding, met zijn inspiratie, kunnen wij niet falen.'1
Al gauw had ik net zoveel liefde en respect voor president McKay als ik voor president Smith had gehad. In feite herinner ik mij dat ik hem op dit spreekgestoelte zag staan, met zijn witte, glanzende haar, en dat ik dacht dat hij er net zo uitzag als een engel.
De profeten vanouds zowel als nu waren en zijn reuzen van de Heer die al gekozen en geordend zijn voordat ze naar de aarde gingen. Onze profeten zijn mannen die de Heer heeft verwekt om de kerk te presideren in de tijd waarin zij in hun functie werkzaam zijn geweest. De Heer werkt tegenwoordig net zo goed door middel van de leiders van zijn kerk als Hij in het verleden altijd gedaan heeft.
President Wilford Woodruff heeft gezegd: 'Zelfs al hadden wij alle openbaringen voor ons die God ooit aan de mens gegeven heeft, en al lagen ze hier dertig meter hoog, dan konden de kerk en het koninkrijk Gods nog niet groeien, niet in deze tijd noch in enig ander tijdperk in de wereldgeschiedenis, zonder de levende orakelen van God.'2
Broeders en zusters, luister naar de instructies en de belofte die in Leer en Verbonden 21:45 te vinden zijn: 'Daarom moet gij, mijn kerk, acht geven op al zijn woorden en geboden, die hij u zal geven, zoals hij ze ontvangt, en in alle heiligheid voor Mij wandelen; want gij moet zijn woord ontvangen in alle geduld en geloof, alsof het uit mijn eigen mond kwam.'
De wil van de Heer voor Abraham was niet voldoende voor het volk in de tijd van Mozes. De wil van de Heer voor Mozes was niet voldoende voor het volk in de tijd van Jesaja. Verschillende bedelingen vereisten verschillende instructies. Dat geldt nog steeds. De bedeling waarin wij nu leven, is een bedeling waarin de kennis van alle andere evangeliebedelingen zijn samengevloeid. Wat is het een zegening voor ons om in deze tijd te leven, waarin het volledige evangelie er is om ons tot zegen te zijn.
Ik zou allen die mij horen vandaag de uitnodiging willen geven die ooit in een lofzang geschreven is: 'Komt, hoort naar eens profeten stem en luistert naar Gods woord' (lofzang 21). Elk lid van de kerk, hoe oud hij ook is, en in welke omstandigheden hij ook verkeert, zal geraakt en gezegend worden door de geïnspireerde raad van profeten van de Heer!
Er is een verhaal van iets dat in New York gebeurde toen president David O. McKay terugkeerde van een reis naar Europa. 'Er zouden foto's worden genomen, maar de reguliere fotograaf was verhinderd. Daarom stuurde United Press in wanhoop dan maar hun misdaadfotograaf, een man die gewend was aan het ruwste werk in New York. Hij ging naar de luchthaven, bleef twee uur weg en kwam even later uit de donkere kamer met een grote stapel foto's. Hij was geacht er maar twee te nemen. Zijn baas gaf hem onmiddellijk een standje: "Waarom verspil je in 's hemelsnaam tijd en al dat fotomateriaal?" De fotograaf antwoordde kortaf dat hij graag het extra materiaal zou betalen en dat ze de extra tijd die hij had besteed van zijn werkuren konden aftrekken. Enkele uren later riep de vice-president hem bij zich, nieuwsgierig naar wat er gebeurd was. De misdaadfotograaf zei: Toen ik klein was, las mijn moeder me altijd voor uit het Oude Testament. Mijn hele leven heb ik me afgevraagd hoe een profeet van God er eigenlijk uitzag. Maar vandaag heb ik er een gevonden.'3
Waarderen wij ten volle de enorme zegening die wij allen hebben omdat wij onze profeet gevonden hebben? De manieren waarop het luisteren naar de stem van onze profeet ons tot zegen is geweest, zijn talrijk. Wij hebben een duidelijk beeld voor ogen van wie wij zijn en wat wij betekenen voor onze Vader in de hemel. Wij hebben geboden en adviezen ontvangen die ons leiden, geheugensteuntjes die ons op het enge en nauwe pad houden, en aanmoedigende woorden die ons aansporen als we ontmoedigd raken. Als we naar de stemmen van de wereld luisteren, dan worden we misleid. Maar luisteren we naar de stem van de Heer, door zijn huidige profeet, en volgen we zijn raad, dan zullen we nooit afdwalen.
Onlangs werd president Hinckley in een krantenartikel geprezen als 'duidelijk een man voor deze tijd. Hij is een handenschudder, een complimentenmaker, een man die weet wat hij moet zeggen en hoe hij het moet zeggen, vaak met een gevoel voor humor.'4
Broeders en zusters, dat is alleen maar wat het algemene publiek ziet. Wij, als leden van de kerk, zien zoveel meer. Door de influisteringen van de Heilige Geest weten wij dat het ware Hoofd van deze kerk, de Heer Jezus Christus, waarlijk met ons communiceert door middel van president Hinckley. Het was mijn zegen en voorrecht om die geest te voelen toen ik een half jaar geleden naar president Hinckley's kantoor geroepen werd om mijn roeping tot het algemeen presidium van de ZHV te ontvangen. Voordat ik wist waarom ik daar was, schudde ik hem de hand, en kreeg een krachtig getuigenis dat ik mij in de aanwezigheid van een profeet van God bevond. Dat getuigenis maakte mij uitermate ootmoedig en eerbiedig. Als ik die dag nogal stil was, president Hinckley, dan is dat de reden.
Wij zijn zo gezegend dat wij nu een profeet hebben -- iemand die nieuwe connecties aanknoopt. Joseph Smith deed bij de inwijding van de Kirtland-tempel de volgende profetie: 'Opdat uw kerk uit de wildernis der duisternis te voorschijn moge komen, en schoon als de maan moge schijnen, en helder als de zon, en schrikkelijk als een leger met banieren.' President Hinckley is voor onze tijd bereid, voor een mediagerichte wereld.
Voor het raam van ons leven zijn veel stemmen te horen die de dood aankondigen van eerlijkheid, van integriteit, van goedheid en rechtschapenheid, en zelfs van het traditionele gezin. Wij als heiligen der laatste dagen zijn zeer gezegend te weten dat God door onze huidige profeet tot ons kan spreken en ons leiding, instructie en aanmoediging kan geven opdat wij mogen voortgaan, net als de ware kerk van de Heer voortgaat, standvastig en vol vertrouwen voortgaan op het pad dat ons terugleidt naar Hem.
We krijgen in dit leven niet veel garanties. Geen enkele auto wordt afgeleverd met een garantie die alles dekt. Geen enkele bank op aarde kan absoluut garanderen dat uw geld volkomen veilig is. Zelfs keurmerken voor huishoudproducten vermelden een afstandsverklaring! Niets wat door de mens gemaakt is of door de mens bediend wordt, kan echt gegarandeerd worden! Maar hier is het wonder. De Heer heeft ons geweldige garanties gegeven zonder afstandsverklaring. Dit is er één van: Hij kiest de profeet, en laat hem ons nooit misleiden. Denk u eens even de strekking van die belofte in. Er is ten minste één persoon tot wie wij ons kunnen wenden voor zuivere, onvervuilde leiding.
Ons werk, als zuster in de zustershulpvereniging, is om er onder leiding van de priesterschap aan te werken dat de vrouwen en hun gezinsleden dichter tot onze hemelse Vader komen, zodat wij eens weer bij Hem kunnen wonen, zoals wij deden voordat wij naar deze aarde gingen. De stem van een hedendaagse profeet die Gods boodschap uitdraagt, is duidelijk, zeker, veilig en ondubbelzinnig.
Gods boodschap is nooit duidelijker, zekerder, veiliger en ondubbelzinniger geweest dan toen president Gordon B. Hinckley, als onderdeel van zijn toespraak tijdens een algemene ZHV-vergadering op 23 september 1995, de 'Proclamatie over het gezin'5 voorlas. Kijk eens naar de lessen die God door deze proclamatie gaf aan een van zijn stuk gebrachte wereld: Het huwelijk tussen man en vrouw is ingesteld door God. Wij zijn naar zijn beeld geschapen. Ons geslacht is bepaald voordat wij naar de aarde gingen en maakt deel uit van onze eeuwige identiteit. Wij woonden bij God voordat wij naar de aarde gingen. God heeft ons geboden kinderen te baren, maar heeft gewaarschuwd dat het vermogen om ons voort te planten alleen mag worden toegepast binnen de heilige huwelijksband. God zegt ons door zijn profeet dat wij een heilige taak hebben om als man en vrouw voor elkaar te zorgen, en onze kinderen in liefde en rechtschapenheid op te voeden -- en om in hun materiële en geestelijke behoeften te voorzien. Het gezin is ingesteld door God. Ouders hebben concrete taken en plichten -- de vader presideert, is kostwinnaar en beschermt, terwijl de moeder verzorgt. Verder bevat de proclamatie de volgende belangrijke waarschuwing, dat zij die hun partner of kinderen mishandelen, die hun gezinsplichten verwaarlozen, rekenschap verschuldigd zijn aan God. Verder staat er in die waarschuwing dat de afbrokkeling van het gezin over personen, samenlevingen en volken de rampen zal afroepen die door zowel profeten vanouds als in deze tijd voorspeld zijn. Broeders en zusters, wij staan momenteel middenin die realiteit. Het is ons aller plicht om het gezin te beschermen en te sterken.
Ik nodig u allen uit: 'Komt, hoort naar eens profeten stem' -- de profeet Joseph Smith heeft de zustershulpvereniging gesticht als gevolg van een openbaring van God, opdat 'er van deze tijd af aan kennis en intelligentie naar beneden zullen stromen'. Joseph Smith heeft ons beloofd: 'U zult instructie ontvangen door de priesterschapsorde die God heeft ingesteld, door het medium van hen die zijn aangewezen om de zaken van de kerk in deze laatste bedeling te leiden.'6
Zusters, in de ZHV leren wij manieren om het gezin te beschermen en te sterken.
President Hinckley heeft gezegd: 'Het mooiste ligt nog voor ons. Als u op het enge en nauwe pad blijft, dan ligt het mooiste nog voor u. Het is een geweldige tijd om in te leven. Het is een geweldige tijd om lid van de kerk te zijn, waarin u zonder schaamte en zelfs met enige trots in dit werk van de laatste dagen uw hoofd omhoog kunt houden.'7
'Komt, hoort naar eens profeten stem' opdat u de wil van God kunt weten en u zijn licht kunt hebben om uw pad te verlichten. Het is mijn gebed dat u ook een getuigenis mag ontvangen, net als ik, dat onze huidige profeet, president Gordon B. Hinckley instructies voor uw en mijn zielenheil heeft -- instructies die, als ze worden opgevolgd, ons allen terug zullen voeren naar ons hemelse thuis, veilig en onbevlekt van de wereld. Ik zeg dat in de heilige naam van Jezus Christus. Amen.
NOTEN
1. Classic Stories From the Lives of Our Prophets, blz. 263.
2. Millennial Star, deel 51, blz. 548.
3. Improvement Era, februari 1970.
4. Deseret News, 23 mei 1998, blz. A1.
5. Zie De Ster, januari 1996, blz. 93.
6. Documentary History of the Church, deel IV, blz. 607.
7. Seminariediploma-uitreiking 1995, seminarie West High School.