Ouderling Robert D. Hales
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Als wij de waarheid zoeken, geloof in Hem ontwikkelen en ( . . . ) ons oprecht bekeren, zullen we een geestelijke verandering van hart ontvangen die alleen onze Heiland kan geven. Ons hart zal weer nieuw worden.
Sinds wij afgelopen april voor de algemene conferentie bijeen waren, heb ik, zoals velen van u weten, mijn derde hartaanval gehad, waardoor een bypassoperatie nodig was. Door kundige artsen; een zorgzame en goed getrainde medische staf; mijn vrouw, Mary, die mijn geduldige, liefhebbende en voortdurende verzorgster is; en door de gebeden die zo velen voor mij hebben uitgesproken, ben ik gezegend met hernieuwde gezondheid en kracht. Dank u voor uw bezorgdheid en uw gebeden.
Mijn boodschap gaat over de bevordering van het genezingsproces van de ziel. Het is een boodschap die u en mij tot de grote Genezer moet brengen, de Heer en Heiland Jezus Christus. Het is een plan om de Schriften te lezen, te bidden, te overpeinzen, u zo nodig te bekeren, en genezing te ontvangen door de gemoedsrust en vreugde van zijn Geest. Ik wil u graag mijn overpeinzingen vertellen toen ik het genezingsproces doormaakte.
Toen ik in het ziekenhuis en enkele weken thuis in bed lag, kon ik maar weinig doen omdat hevige pijn mijn verzwakte lichaam kwelde. Maar ik merkte wat een vreugde het was om mijn gedachten te wijden aan de overpeinzing van het leven en de eeuwigheid. Daar mijn agenda geen vergaderingen, taken of afspraken meer bevatte, kon ik mijn aandacht gedurende enkele weken van bestuurlijke zaken op eeuwige zaken richten. De Heer heeft ons gezegd: 'Laat de plechtige ernst der eeuwigheid ( . . . ) in uw gedachten zijn' (LV 43:34). Ik ontdekte dat als ik mij concentreerde op mijn pijn, dit het genezingsproces vertraagde. Ik ondervond dat overpeinzen een belangrijk element was van het genezingsproces voor zowel ziel als lichaam. Pijn brengt je tot een mate van nederigheid die je in staat stelt om te peinzen. Ik ben dankbaar dat ik die ervaring heb mogen doorstaan.
Ik heb het doel van pijn diep overpeinsd en ben in gedachten nagegaan wat ik van mijn ervaring kon leren, en ik begon het begrip pijn een beetje beter te begrijpen. Ik kwam erachter dat de fysieke pijn en de genezing van een lichaam na een grote operatie opmerkelijk overeenkomt met de geestelijke pijn en de genezing van de ziel in het bekeringsproces. 'Bekommert u daarom niet over het lichaam, noch over het leven van het lichaam; maar bekommert u over de ziel, en over het leven der ziel' (LV 101:37).
Ik ben gaan begrijpen hoe nutteloos het is om te blijven stilstaan bij vragen zoals waarom, wat was er gebeurd als en had ik maar, waarop waarschijnlijk geen antwoord zal worden gegeven in het sterfelijk leven. Om troost te ontvangen van de Heer, moeten we geloof uitoefenen. De vragen Waarom ik? Waarom ons gezin? Waarom nu? zijn meestal niet te beantwoorden. Die vragen doen af aan onze geestelijke instelling en kunnen ons geloof vernietigen. Wij moeten onze tijd en energie besteden aan het ontwikkelen van ons geloof door ons tot de Heer te wenden en kracht te vragen om de pijn en beproevingen van deze wereld te overwinnen en tot het einde te volharden om een groter begrip te krijgen.
In Spreuken wordt ons gezegd 'het pad des levens' te overpeinzen (Spreuken 5:6). Overpeinzen wij het pad des levens, dan kunnen wij ons pad naar gerechtigheid uitzetten en voelen hoe de Geest ons leidt. 'Verheugt u in Christus' woorden, want Christus' woorden zullen u alles zeggen, wat gij moet doen' (2 Ne. 32:3).
Om ons te verheugen in Christus' woorden, moeten u en ik de Schriften bestuderen en zijn woorden in ons opnemen door ze te overpeinzen en al onze gedachten en handelingen erop te baseren.
Net zoals het bestuderen van Christus' woorden het element van peinzen in zich heeft, heeft ijverig bidden in geloof en luisteren naar de Geest dat ook. In een openbaring die ons is gegeven bij monde van Joseph Smith, heeft de Heer ons gezegd: 'Ik [zeg] tot u, mijn vrienden: Ik laat deze gezegden met u, om ze in uw hart te overpeinzen, met dit gebod, dat Ik u geef, dat gij Mij moet aanroepen, terwijl Ik nabij ben -- Nadert tot Mij, en Ik zal tot u naderen; zoekt Mij naarstig, en gij zult Mij vinden; bidt, en gij zult ontvangen; klopt, en u zal worden opengedaan' (LV 88:6263).
Peinzen leidt ons af van de onbelangrijke zaken van deze wereld en brengt ons nader tot de zachte, leidende hand van onze Schepper -- als we naar de 'stille, zachte stem' van de Heilige Geest luisteren (zie 1 Koningen 19:12; 1 Nephi 17:46; LV 85:6). In de Leer en Verbonden heeft de Heer tegen David Whitmer gezegd:
'( . . . ) uw gedachten zijn meer bij de dingen der aarde geweest dan bij de dingen van ( . . . ) uw Maker ( . . . ) gij hebt geen acht geslagen op mijn Geest' (LV 30:2).
Peinzen over de Heer -- zijn woord, zijn leringen, zijn geboden, zijn leven, zijn liefde, de gaven die Hij ons heeft gegeven, zijn verzoening voor ons -- geeft ons een enorm gevoel van dankbaarheid voor onze Heiland en voor het leven en de zegeningen die Hij ons heeft gegeven.
De afgelopen maanden hebben de ontroerende ervaringen met zich meegebracht die families doormaken met alle verdriet die inherent is aan het vredige heengaan van een familielid. Wanneer degene die op sterven ligt zich voorbereidt op het verlaten van het sterfelijk leven, voelen de familieleden een zekere gemoedsrust en bereidheid om hun geliefde los te laten. De familieleden voelen het verdriet van de scheiding, maar worden getroost door de gemoedsrust die men krijgt door priesterschapszegens, gezinsgebed en de kennis van de opstanding, die hen verzekert dat zij in de vrij nabije toekomst zullen worden herenigd met hun geliefde. Als zij geloven, en hun vertrouwen in de Heer stellen, dan kunnen zij de vragen waarom en als opzij zetten en de troost voelen van de Geest van de Heer.
Onze Heiland kent het hart van ieder van ons. Hij kent ons verdriet. Als wij de waarheid zoeken, geloof in Hem ontwikkelen en, zo nodig, ons oprecht bekeren, zullen we een geestelijke verandering van hart ontvangen die alleen onze Heiland kan geven. Ons hart zal weer nieuw worden.
Bekering houdt in dat we inzien wat we verkeerd hebben gedaan en dat het noodzakelijk is ons te bekeren, dat we onze zonden aan de juiste priesterschapsautoriteit belijden, herstellen wat we kunnen herstellen, en ons voornemen om de Heer te gehoorzamen. Bekering brengt een geestelijke genezing van de ziel teweeg. In een toespraak aan zijn volk heeft koning Benjamin gezegd:
'Daarom, indien die mens zich niet bekeert, maar een vijand van God blijft en aldus sterft, doen de eisen van goddelijke gerechtigheid zijn onsterfelijke ziel tot een levendig besef van zijn eigen schuld ontwaken, hetgeen hem van de tegenwoordigheid des Heren zal doen terugdeinzen, en zijn borst met schuld en pijn en smart vervullen, hetgeen als een onuitblusbaar vuur is, waarvan de vlammen voor eeuwig opstijgen' (Mosiah 2:38).
Toen ik fysieke pijn had, dacht ik niet ook aan de intensere pijn en kwelling van de ziel. Ik dacht aan de pijn die onze Heiland Jezus Christus geleden had, niet alleen aan de acute en martelende fysieke pijn toen Hij aan het kruis gehangen werd, maar ook aan de chronische, kwellende pijn die door de ongehoorzaamheid van de mens veroorzaakt werd.
Koning Benjamin heeft het volgende geprofeteerd aangaande de Heiland:
'Zie, Hij zal verleidingen en lichaamspijn, honger, dorst en vermoeidheid doorstaan; ja, meer dan de mens kan verdragen, zonder te sterven; want zie, uit iedere porie zal bloed komen, zo groot zal zijn smart zijn voor de goddeloosheid en gruwelen van zijn volk' (Mosiah 3:7).
Het grotere en intensere lijden van de Heer was niet fysiek -- het proces noch de spot, het geslagen noch het bespuwd worden, het was zelfs niet het verraden worden door een geliefde vriend of het verworpen worden door hen van wie Hij hield, noch was het de fysieke kruisiging. Hoewel dat allemaal gebeurde en alles zeer pijnlijk was, heeft de Heiland tijdens de verzoening de grootste pijn geleden doordat Hij overtreders in staat stelde om tot genezing te komen:
'Want zie, Ik, God, heb deze dingen voor allen geleden, opdat zij niet zouden lijden, indien zij zich wilden bekeren;
'Doch indien zij zich niet wilden bekeren, moeten zij lijden zoals Ik;
'Welk lijden Mij, God, de Grootste van allen, van pijn deed sidderen en uit iedere porie bloeden, en zowel lichamelijk als geestelijk deed lijden' (LV 19:1618).
Het is interessant om te zien dat er, afgezien van het boek Job en enkele andere schriftplaatsen, weinig schriftteksten over lichamelijke pijn zijn. De pijn waarvan in de Schriften het meest gesproken wordt, is de pijn en kwelling van de Heer en zijn profeten vanwege de ongehoorzame zielen.
Alma de jonge schetst een levendig beeld van zijn bekering. Alma was opstandig geweest, zelfs zo erg dat hij met de zonen van Mosiah rondreisde 'en trachtte de kerk van God te gronde te richten' (Alma 36:6). Denkt u zich eens in hoeveel pijn en verdriet dit betekende voor Alma's ouders, en belangrijker nog: voor onze hemelse Vader en Jezus, die uiteindelijk een engel stuurde om hem te zeggen: 'Al wilt gijzelf worden verdelgd, tracht dan toch niet langer de kerk van God te gronde te richten' (Alma 36:9). Het was pijnlijk genoeg dat Alma besloten had ongehoorzaam te zijn, maar hij bracht ook anderen tot opstandigheid tegen het woord Gods.
Alma beschreef wat hij voelde toen hij de engel zag en hoorde. Hij zei dat toen hij zich zijn opstandigheid en al zijn zonden en overtredingen herinnerde, dat was als 'de pijnen der hel' (Alma 36:13). Alma's pijn ging verder dan fysieke pijn. Hij 'werd door eeuwige wroeging gefolterd' (Alma 36:12) vanwege zijn ongehoorzaamheid en opstandigheid tegen God.
Toen hij had ingezien hoe ernstig zijn zonden waren, en zich tot God had gewend, zei hij: '( . . . ) er [kon] niets zo hevig en bitter ( . . . ) zijn als mijn smarten waren ( . . . ) aan de andere kant niets zo heerlijk en aangenaam [ . . . ] als mijn vreugde toen was' (Alma 36:21).
Die vreugde kwam door zijn berouwvolle bekering. Van die tijd af aan reisde Alma, en allen die bij hem waren, inclusief de zonen van Mosiah, rond in een poging 'de schade te herstellen, die zij de kerk hadden berokkend, [ . . . ] al hun zonden [belijdend]' (Mosiah 27:35).
Alleen door bekering en door de Heer om vergeving te vragen, kon Alma zijn wroeging opzij zetten en de vreugde en het licht van het evangelie ontvangen. De Heer leerde de Nephieten dat kennis van de waarheid, ijverige geloofsuitoefening en ware bekering een verandering van hart teweegbrengen. Alma maakte ook een grote verandering van hart door.
Ieder van ons zal in zijn sterfelijk leven op de een of andere manier pijn krijgen. We kunnen pijn krijgen door een ongeluk of een pijnlijke ziekte. We kunnen pijn voelen door de rouw die logischerwijs ontstaat door het verlies van een geliefde of het verlies van de liefde van iemand die ons dierbaar is. We kunnen ook pijn hebben doordat we ons eenzaam of depressief voelen. En vaak krijgen we pijn door onze ongehoorzaamheid aan de geboden van God, maar ook zij die alles doen wat zij kunnen om hun leven in harmonie met het voorbeeld van de Heiland te houden, krijgen pijn.
In de Schriften wordt ons geleerd dat 'er een tegenstelling in alle dingen is' (2 Nephi 2:11). Net zoals wij allen tijden van vreugde en geluk kennen, zal iedere sterveling pijn lijden. Hoe kunnen wij die momenten in ons leven begrijpen waarop wij fysieke of emotionele pijn hebben?
Ouderling Spencer W. Kimball heeft daarover gezegd: 'Voordat wij werden geboren, wisten we dat we naar de aarde zouden gaan om een lichaam en ervaringen te krijgen, en we wisten dat we vreugde en verdriet, pijn en gemakken, makkelijke en moeilijke tijden, gezondheid en ziekte, successen en teleurstellingen zouden krijgen, en we wisten ook dat we dood zouden gaan. Wij aanvaardden al die eventualiteiten blijmoedig, zowel het gunstige als het ongunstige. ( . . . ) Wij waren bereid om hierheen te gaan en het leven te accepteren zoals het was' ('Tragedy or Destiny', Improvement Era, maart 1996, blz. 217).
Ouderling Orson F. Whitney heeft geschreven: 'Geen enkele pijn die wij lijden, geen enkele beproeving die wij doormaken, is nutteloos. Het bevordert ons leerproces, de ontwikkeling van deugden als geduld, geloof, kracht en ootmoedigheid. Al dat wij lijden en doorstaan, vooral als we het geduldig doorstaan, ontwikkelt ons karakter, zuivert ons hart, verruimt onze ziel en maakt ons zachtaardiger en liefdevoller, en daardoor verdienen wij meer een kind van God genoemd te worden ( . . . ) en het is door verdriet en lijden, zwoegen en beproefd worden, dat wij leren waarvoor we hier gekomen zijn' (Aangehaald in de Improvement Era, maart 1996, blz. 211).
Hebben we pijn, dan maakt onze verzorger een zeer belangrijk deel uit van het genezingsproces. Attente artsen, verpleegsters, therapeuten, een liefdevolle huwelijkspartner, ouders, kinderen en vrienden troosten ons als we ziek zijn en bevorderen ons genezingsproces. Er zijn tijden waarop we, hoe onafhankelijk we ook zijn, onszelf moeten toevertrouwen aan andermans goede zorgen. We moeten ons aan hen overgeven. Onze verzorgers zijn allen die bijdragen tot het genezingsproces.
De Heer is de grootste Verzorger. Wij moeten ons overgeven aan de Heer. Daarbij geven we de oorzaak van onze pijn op en geven alles aan Hem. 'Werp uw bekommernis op de Here, Hij zal voor u zorgen' (Psalm 55:23). 'En moge God u dan toestaan, dat uw lasten licht mogen worden door de vreugde van zijn Zoon' (Alma 33:23). Door geloof en vertrouwen in de Heer, en gehoorzaamheid aan zijn raad, komen wij ervoor in aanmerking deelnemers te worden aan de verzoening van Jezus Christus, zodat wij op een dag mogen terugkeren om bij Hem te wonen.
Zelfs als wij ons geloof en vertrouwen in de Heer stellen, moeten we toch dag in dag uit, uur na uur, of misschien zelfs per moment, onze pijn bestrijden; maar uiteindelijk begrijpen we de geweldige raad die de profeet Joseph Smith kreeg toen hij het in de gevangenis te Liberty te kwaad had met zijn pijnlijke gevoelens vergeten en geïsoleerd te zijn:
'Mijn zoon, vrede zij uw ziel; uw tegenspoed en smarten zullen slechts kort van duur zijn; En dan, indien gij het goed verdraagt, zal God u ten hemel verheffen; gij zult over al uw vijanden zegevieren' (LV 121:78).
Mijn geliefde broeders en zusters, als u met pijn, moeilijkheden en beproevingen te maken krijgt in uw leven, kom dan tot de Heiland. 'En ik zal wachten op de Heer, ( . . . ) op Hem zal ik hopen' (Jesaja 8:17). '( . . . ) wie de Heer verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat' (Jesaja 40:31). Genezing komt op de tijd van de Heer en op de manier van de Heer; wees geduldig.
Onze Heiland verwacht dat wij tot Hem komen door schriftstudie, overpeinzing en gebed tot onze hemelse Vader. Wij kunnen grote zegeningen ontvangen en wijze lessen leren als wij tegenspoed doorstaan. Als wij gesterkt en genezen zijn, kunnen wij anderen door ons geloof verheffen en versterken. Laten wij een werktuig in de handen van de Heer zijn om hen die lijden tot zegen te zijn. Ik geef u mijn getuigenis dat God leeft en dat Jezus de Christus is, en dat wil dat wij tot Hem komen zodat Hij ons raad en medeleven kan geven. Dat de Heer ons moge zegenen bij onze beproevingen in het leven en die van onze geliefden, bid ik in de naam van Jezus Christus. Amen.