The Christus statueThe Church of Jesus Christ of Latter-day Saints Search | Feedback | Site Map | Help | Country Sites |
Home Broadcast General Conference Archives
Conferences
Oktober 1998
Ouders in Zion

Ouders in Zion

President Boyd K. Packer
Waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen

Ik wil de leiders aanmoedigen om rekening te houden met het gezin zodat zij geen roepingen geven of activiteiten plannen die bepaalde ouders of gezinnen te zwaar belasten.

President Boyd K. Packer

In 1831 heeft de Heer een openbaring aan de ouders in Zion gegeven1. Ik wil vandaag over ouders spreken.

Ik ben nu 28 jaar in het Quorum der Twaalf werkzaam en negen jaar als assistent van de Twaalf. Bij elkaar 37 jaar -- precies de helft van mijn leven.

Maar er is een andere roeping die ik nog langer heb. Ik ben vader en grootvader. Het kostte me jaren om de titel grootvader te krijgen -- en toen nog eens twintig jaar voordat ik de titel overgrootvader kreeg. Die titels -- vader, grootvader, moeder, grootmoeder -- brengen verantwoordelijkheid en bevoegdheid met zich mee die gedeeltelijk het gevolg is van ervaring. Ondervinding is een dwingende leermeester.

Mijn roeping in het priesterschap bepaalt mijn positie in de kerk. De titel grootvader bepaalt mijn positie in de familie. Ik wil die beide tegelijkertijd bespreken.

Het ouderschap behoort tot de belangrijkste activiteiten waaraan mormonen zich kunnen wijden. Veel leden krijgen met conflictsituaties te maken als ze het evenwicht proberen te vinden tussen hun verantwoordelijkheid als ouders en getrouwe activiteit in de kerk.

Sommige ingrediënten die essentieel zijn voor het welzijn van het gezin kan men alleen door kerkbezoek verwerven. Bijvoorbeeld het priesterschap, dat een man de macht geeft om zijn vrouw en kinderen te leiden en te zegenen, en verbonden die hen voor eeuwig aaneensmeden.

De kerk kreeg de opdracht 'dikwijls samen te vergaderen'2 en de Heer zei: '( . . . ) dat wanneer gij zijt bijeenvergaderd, gij elkander moet onderrichten en stichten.'3 Mosiah en Alma gaven hun volk dezelfde instructies.4

Het is onze bedoeling 'het hart der vaderen terug [te] voeren tot de kinderen en het hart der kinderen tot hun vaderen.'5

De Heer heeft Joseph Smith jr. persoonlijk aangesproken en gezegd: 'Gij hebt de geboden niet onderhouden en moet noodzakelijk door de Heer worden berispt.'6 Hij had zijn kinderen niet goed onderricht. Dat is de enige keer dat de Heer het woord berispen gebruikte bij een vermaning aan Joseph Smith.

Zijn raadgever, Frederick G. Williams stond onder dezelfde veroordeling: 'Gij hebt uw kinderen ( . . . ) geen licht en waarheid onderwezen.'7 Sidney Rigdon kreeg hetzelfde te horen, evenals bisschop Newel K. Whitney,8 en de Heer voegde daar aan toe: 'Wat Ik tot één zeg, zeg Ik tot allen.'9

Wij hebben de morele normen steeds verder zien afglijden, maar nu zijn ze in een vrije val geraakt. Tegelijkertijd hebben we een overvloed aan geïnspireerde raad voor ouders en gezinnen ontvangen.

Het hele lesprogramma en alle activiteiten zijn gereconstrueerd en op één lijn gebracht met het gezin:

  • Wijkonderwijs is huisonderwijs geworden.

  • De gezinsavond is weer ingesteld.

  • Genealogie wordt nu familiegeschiedenis genoemd en is gericht op het verzamelen van de gegevens van alle families.

  • De historische proclamatie over het gezin is door het Eerste Presidium en de Raad der Twaalf Apostelen uitgegeven.

  • Het gezin is en blijft het overheersende thema in bijeenkomsten, conferenties en raden.

  • Dat alles om een tijdperk van tempelbouw in te luiden, waarin de bevoegdheid om familieleden voor eeuwig aan elkaar te verzegelen wordt gebruikt.

    Ziet u in dat de geest van inspiratie met de dienstknechten van de Heer en met de ouders is? Kunnen we de aanval begrijpen die nu op het gezin wordt gedaan?

    Als wij activiteiten buitenshuis voor ons gezin organiseren, moeten we voorzichtig zijn. Anders kunnen wij lijken op een vader die vastbesloten is zijn gezin in alles te voorzien. Hij steekt daar al zijn energie in en slaagt. Alleen ontdekt hij dan dat hetgeen zij het hardst nodig hadden, namelijk als gezin samenzijn, verwaarloosd is. Hij oogst verdriet in plaats van voldoening.

    In ons verlangen om in een hele serie programma's en activiteiten te voorzien, verliezen we zo gemakkelijk de taken van de ouders uit het oog en de essentiële noodzaak om als gezin samen te zijn.

    We moeten ervoor waken dat de programma's en activiteiten van de kerk niet een te zware last voor sommige gezinnen worden. De beginselen van het evangelie versterken en beschermen zowel het individu als het gezin, als ze goed begrepen en toegepast worden. Er is geen onderscheid tussen toewijding aan het gezin en toewijding aan de kerk.

    Onlangs zag ik de reactie van een zuster toen iemand zei: 'Sinds ze die baby heeft, doet ze niets meer in de kerk.' Je kon bijna een baby in haar armen zien liggen toen ze heftig protesteerde: 'Ze doet wel iets in de kerk. Ze heeft die baby het leven geschonken. Ze voedt hem en leert hem veel. Ze doet het belangrijkste wat ze in de kerk kan doen.'

    Hoe zou u op deze vraag reageren: 'Vanwege hun gehandicapte kind is zij aan huis gebonden en heeft hij twee banen om de extra onkosten te kunnen dekken. Ze zijn zelden in de kerk -- mogen we hen als actief meetellen?

    Heeft u wel eens een vrouw horen zeggen: 'Mijn man is echt een goede vader, maar hij is nooit bisschop of ringpresident of iets anders belangrijks in de kerk geweest.' Daarop zei een vader met klem: 'Wat is er in de kerk belangrijker dan een goede vader?'

    Getrouw kerkbezoek in combinatie met zorgvuldige aandacht voor de noden van het gezin is bijna volmaakt. In de kerk wordt over het grote plan van geluk gesproken.10 Thuis passen we toe wat we geleerd hebben. Iedere roeping, iedere vorm van dienstbetoon in de kerk brengt ervaring en waardevolle inzichten met zich mee, die van invloed zijn op het gezinsleven.

    Misschien zou onze visie duidelijker worden als we het ouderschap, eventjes, als een kerkroeping zouden beschouwen. Eigenlijk is het veel meer; maar als we het zo zien, bereiken we een beter evenwicht in het inplannen van de activiteiten voor de gezinnen.

    Ik wil niet dat iemand mijn woorden gebruikt als een excuus om een geïnspireerde roeping van de Heer te weigeren. Wel wil ik de leiders aanmoedigen om rekening te houden met het gezin zodat zij geen roepingen geven of activiteiten plannen die bepaalde ouders of gezinnen te zwaar belasten.

    Onlangs las ik de brief van een jong echtpaar dat vanwege hun roepingen regelmatig een babysit moet laten komen zodat zij hun vergaderingen kunnen bijwonen. Het is erg moeilijk voor ze om allebei tegelijkertijd bij hun kinderen thuis te zijn. Denkt u dat daar iets mis is?

    Iedere keer dat u iets voor een kind plant, plant u iets voor een gezin -- in het bijzonder de moeder.

    Denk eens aan de moeder die, naast haar eigen roeping en die van haar man, haar kinderen altijd moet klaarmaken en van de ene activiteit naar de andere moet rennen. Sommige moeders raken ontmoedigd, of zelfs depressief. Ik krijg brieven met het woord schuldig omdat zij het niet aankunnen.

    Naar de kerk gaan is een aangename onderbreking van de druk van het dagelijks leven, of liever: behoort dat te zijn. Wij moeten er vrede en voldoening van ondervinden. Als we er gestresst of ontmoedigd van worden, zit er iets niet goed.

    De kerk is niet de enige verantwoordelijkheid van de ouders. Andere instellingen hebben geldige redenen om een beroep op het gezin te doen: scholen, werkgevers, de maatschappij -- alles moet in evenwicht zijn.

    Een moeder vertelde mij pas dat hun gezin was verhuisd en een wijk verlaten had in een landbouwgebied waar de leden erg verspreid woonden en alle activiteiten daarom op één avond van de week werden gehouden. Dat was geweldig. Ze hadden tijd voor hun gezin. Ik zie zo voor me hoe ze samen aan de tafel zitten.

    Ze verhuisden naar een grotere wijk in het westen waar de leden dichter bij de kerk wonen. Ze zei: 'Nu hebben onze gezinsleden bezigheden op dinsdag-, woensdag-, donderdag-, vrijdag-, zaterdag- en zondagavond. Het is echt moeilijk voor ons gezin.'

    Denk eraan: iedere keer dat u iets voor een kind plant, plant u iets voor een gezin -- in het bijzonder de moeder.

    De meeste gezinnen doen erg hun best. Maar als ze ook nog gezondheidsproblemen of financiële zorgen hebben, raken sommige gewoon uitgeput van hun pogingen om alles bij te houden; zij trekken zich terug en worden inactief. Ze beseffen niet dat ze de beste bron van licht en waarheid, van hulp in hun gezin, verlaten, en zich in de schaduw begeven waar gevaren en verdriet hun wachten.

    Nu moet ik het over het wellicht moeilijkste probleem hebben. Sommige jongelui krijgen thuis heel weinig onderwijs en steun. Het lijdt geen twijfel dat we voor hen moeten zorgen. Maar als we een agenda boordevol activiteiten maken om het tekort in die gezinnen te compenseren, maken we het de ouders die het wel goed doen misschien moeilijk om tijd te besteden aan hun eigen kinderen en met hen te praten. Slechts gebed en inspiratie kunnen ons naar dat moeilijke evenwicht leiden.

    We horen vaak: 'We moeten regelmatig in leuke activiteiten voorzien zodat onze jeugd haar vertier niet op minder geschikte plaatsen gaat zoeken.' Sommigen zullen dat doen. Maar ik ben ervan overtuigd dat de kinderen uiteindelijk zullen thuis blijven als we de ouders leren dat zij verantwoordelijk voor ze zijn, en we ze voldoende tijd geven.

    Daar, thuis, kunnen zij leren wat zij niet goed in de kerk of op school kunnen leren. Thuis kunnen zij leren werken en verantwoordelijkheid op zich nemen. Ze leren wat ze moeten doen als ze zelf kinderen hebben.

    In de kerk, bijvoorbeeld, wordt de kinderen het beginsel tiende uitgelegd, maar thuis wordt dat beginsel toegepast. Thuis kunnen we nog heel kleine kinderen laten zien hoe ze hun tiende moeten berekenen en hoe ze die moeten betalen.

    Op zekere dag waren president Harold B. Lee en zijn vrouw bij ons op bezoek. Zuster Lee legde een handjevol dubbeltjes voor ons zoontje op de tafel. Ze liet hem de glimmende opzij schuiven en zei: 'Dat is je tiende -- dat is van de Heer. De rest mag jij houden.' Hij keek nadenkend van het ene groepje naar het andere en zei toen: 'Heeft u niet meer van die lelijke?' Toen kon de echte les beginnen!

    De wijkraad is de perfecte gelegenheid om het evenwicht tussen gezin en kerk te bepalen. Daar kunnen de broeders van de priesterschap, zelf vaders, en de zusters van de hulporganisaties, zelf moeders, het werk van de organisaties, die alle verschillende gezinsleden ten dienste staan, met geïnspireerde wijsheid, coördineren.

    De leden van de raad kunnen bekijken waarin iedere organisatie voor elk lid voorziet, en hoeveel geld en tijd dat vereist. Zij kunnen gezinnen verenigen in plaats van verdelen. Dan kan de zorg voor alleenstaande ouders, kinderloze echtparen, ongetrouwden, ouderen en gehandicapten besproken worden, zodat er in meer dan alleen maar activiteiten voor de kinderen en de jongeren kan worden voorzien.

    De wijkraad biedt mogelijkheden die vaak over het hoofd worden gezien. Grootouders, bijvoorbeeld, die geen roeping hebben, kunnen jonge gezinnen helpen die hun weg zoeken langs hetzelfde pad dat zij al begaan hebben.

    De Heer heeft de ouders gewaarschuwd: 'En verder, voor zoverre er in Zion ( . . . ) ouders zijn, die kinderen hebben, en deze niet onderwijzen in de leer van bekering, geloof in Christus, de Zoon van de levende God, en van doop, en de gave des Heiligen Geestes door het opleggen van handen, wanneer zij acht jaar oud zijn, dan zij de zonde op het hoofd der ouders.'11

    De wijkraad is ideaal voor onze huidige behoeften. Daar kunnen we het gezin en het gezinsleven in het juiste evenwicht brengen en kan de kerk ouders steunen in plaats van verdringen. Vaders en moeders zullen dan begrijpen dat zij hun kinderen moeten onderwijzen en beseffen welke zegeningen de kerk verschaft.

    Naarmate de wereld steeds be-dreigender wordt, worden gezinnen en ouders steeds hechter door de machten des hemels omgeven.

    Ik heb veel in de Schriften gestudeerd en eruit lesgegeven. Ik heb de woorden van de profeten en apostelen vaak gelezen. Dat is van grote invloed op mij als man en als vader.

    Maar wat ik weet van de werkelijke gevoelens van onze Vader in de hemel voor ons, heb ik vooral geleerd van de gevoelens die ik voor mijn vrouw en kinderen en hun kinderen koester. Dat heb ik thuis geleerd. Ik heb dat van mijn ouders geleerd, van de ouders van mijn vrouw, van mijn lieve vrouw en van mijn kinderen. Ik kan getuigen van een liefhebbende hemelse Vader en van een Heer die verlost. In de naam van Jezus Christus. Amen.

    NOTEN

    1. Leer en Verbonden 68:25.
    2. Zie LV 20:75.
    3. LV 43:8.
    4. Zie Mosiah 18:25 en Alma 6:6.
    5. Maleachi 4:6; zie ook 3 Nephi 25:5­6; LV 2:2­3.
    6. LV 93:47.
    7. LV 93:41­42.
    8. LV 93:44, 50.
    9. LV 93:49.
    10. Zie Alma 12:32.
    11. LV 68:25.

  •  
    © 2008 Intellectual Reserve, Inc. All rights reserved.   Rights and use information.  Privacy policy