Ouderling L. Tom Perry
van het Quorum der Twaalf Apostelen
Als u ze gebruikt als handleiding bij uw studie van de leerstellingen van de Heiland, zult u zijn voorbereid om te getuigen van de herstelling van de ware kerk van de Heer.
1997 was een geweldig jaar voor de kerk. De viering van de honderdvijftigste verjaardag van de aankomst van de pioniers in de Salt Lake Valley heeft de aandacht van de hele wereld getrokken. Ons verhaal werd via kranten, tijdschriften, televisie en radio verspreid. Wat een geweldige kans voor de volken van de aarde om ons beter te leren kennen. Nu moeten we bepalen of we het uitsluitend zien als geweldige publiciteitsstunt, of als gelegenheid om het evangelie nog beter aan alle natiën, geslachten, talen en volken te prediken.
Ik weet zeker dat de Heer het laatste van ons verwacht. Toen we uit het water van de doop kwamen, en tot lid van de kerk van Jezus Christus werden bevestigd, beloofden we de Heer dat we aan de verspreiding van het evangelie zouden meewerken. Ik heb over deze hernieuwde kans nagedacht, en heb mezelf onder de loep genomen. In hoeverre ben ik voorbereid om een bijdrage tot de opbouw van het koninkrijk te leveren?
Toen ik me afvroeg of ik wel voorbereid was, moest ik denken aan wat ik als kind in het jeugdwerk had geleerd, toen ik tussen de drie en twaalf jaar was. Het jeugdwerk heeft een diepgaande invloed op mijn leven gehad, en heeft de leringen van mijn geweldige ouders kracht bijgezet. Voordat ik naar de Aäronische priesterschap, de scouting of de zondagsschool kon gaan, moest ik eerst slagen voor het jeugdwerk. En daarvoor moest ik de namen van de toenmalige twaalf apostelen en de dertien geloofsartikelen uit het hoofd kennen. Ik moest tijdens de avondmaalsdienst naast de bisschop staan en een vraag van hem beantwoorden om er zeker van te zijn dat ik aan de vereisten van het jeugdwerk had voldaan. Ik wist dat de bisschop meestal een van de geloofsartikelen liet opzeggen of naar de namen van de twaalf apostelen vroeg. De bisschop was mijn vader, en u kunt er zeker van zijn dat hij het me niet gemakkelijk maakte! Hij liet me het dertiende geloofsartikel opzeggen, voordat ik mijn certificaat van het jeugdwerk in ontvangst kon nemen.
Toen ik over deze ervaring nadacht, probeerde ik erachter te komen in hoeverre ik deze opdracht nog zou kunnen uitvoeren. Ik ontdekte dat ik nog steeds de twaalf apostelen uit die tijd kon opnoemen Rudger Clawson, Reed Smoot, George Albert Smith, George F. Richards, David O. McKay, Joseph Fielding Smith, Stephen L. Richards, Richard R. Lyman, Melvin J. Ballard, John A. Widtsoe, Marriner W. Merrill, en Charles A. Callis. Maar na het vijfde geloofsartikel had ik moeite om de juiste volgorde en de volledige inhoud van de artikelen voor de geest te halen. Ik besloot dat ik een herhalingscursus nodig had! Ik kopieerde de geloofsartikelen uit de Schriften en hing ze aan de badkamermuur, zodat ik ze iedere ochtend tijdens het tandenpoetsen en scheren kon zien. Na een aantal dagen had ik ze weer onder de knie. Deze ervaring verdiepte mijn overtuiging dat ze door middel van openbaring aan Joseph Smith zijn gegeven. Ik kwam tot de conclusie dat als ik mij de inhoud van elk geloofsartikel eigen maakte, ik ieder evangeliebeginsel kon uitleggen aan iemand die op zoek is naar de herstelde waarheid.
Wat zou het geweldig zijn als ieder lid van de kerk de geloofsartikelen uit het hoofd leert, en zo meer te weten komt over de beginselen die erin staan. Dan zouden we anderen het evangelie soepeler kunnen vertellen.
Laten we bekijken hoe de geloofsartikelen tot stand zijn gekomen. De profeet Joseph Smith werd vaak gevraagd om de leringen en praktijken van het mormonisme uit te leggen. John Wentworth, redacteur van de Chicago Democrat, vroeg Joseph Smith om de opkomst, de vooruitgang, de vervolgingen en het geloof van de heiligen der laatste dagen te schetsen. De heer Wentworth, die oorspronkelijk uit New Hampshire kwam, vroeg om deze informatie omdat een vriend van hem de geschiedenis van zijn geboortestaat wilde schrijven. Joseph gaf aan zijn verzoek gehoor en stuurde Wentworth een lijvig document, waarin hij verslag deed van de gebeurtenissen rond de herstelling, waaronder het eerste visioen en het tevoorschijn komen van het Boek van Mormon. Het document bevatte ook dertien uitspraken over het geloof van de heiligen der laatste dagen, die nu bekend staan als de geloofsartikelen. De informatie die Wentworth kreeg toegestuurd, werd niet in de Chicago Democrat gepubliceerd. Maar de krant van de kerk, Times and Seasons, publiceerde ze in maart 1842. In 1851 werden de geloofsartikelen in Groot-Brittannië in de eerste editie van de Parel van grote waarde opgenomen. Toen de Parel van grote waarde in 1878 werd herzien en in 1880 gecanoniseerd, werden de geloofsartikelen een onderdeel van de officiële leerstelling van de kerk. (Zie De geschiedenis van de kerk in de volheid der tijden, blz. 257.)
Misschien zal het voor u makkelijker zijn om u de artikelen eigen te maken als ik ze in het kort uitleg. Daardoor zult u de fundamentele leerstellingen van de kerk beter kunnen uitleggen.
Het eerste artikel bevestigt ons geloof in God, de eeuwige Vader, in zijn Zoon Jezus Christus, en in de Heilige Geest. Wat zijn we dankbaar voor de kennis van de Opperwezens die deze wereld regeren. Ons geloof komt niet voort uit speculaties omtrent het bestaan en de aard van God, maar uit de persoonlijke ervaring van de profeet Joseph Smith in het heilige bos. Zijn ervaring heeft het bestaan van God de Vader, God de Zoon, en God de Heilige Geest voor de mensheid duidelijk gemaakt. Daaruit komt ook het beginsel voort dat de drie Personen de grote raad van het heelal vormen, en Zich als drie verschillende wezens aan de mensheid hebben geopenbaard, afzonderlijk van elkaar, zoals opgetekend in de aanvaarde verslagen van hun goddelijke omgang met de mens. We kennen de gebeurtenissen waarin Zij Zich als drie verschillende personen hebben gemanifesteerd. Het is duidelijk dat de Vader een afzonderlijk Persoon is met een vaste vorm, lichaamsdelen, en gemoedsaandoeningen. Jezus Christus was in de Geest bij de Vader voordat Hij in het vlees op aarde kwam, en door Hem zijn er werelden geschapen. Hij woonde als mens onder de mensen, met alle lichamelijke eigenschappen van een mens. Na zijn opstanding verscheen Hij in dezelfde vorm. De Heilige Geest, ook wel Geest of Geest des Heren, Geest van God, Trooster, en Geest der waarheid genoemd, verblijft niet in een lichaam van vlees en beenderen, maar is een persoon van geest. De Heilige Geest is een getuige van de Vader en van de Zoon, en getuigt van de eigenschappen van de andere leden van de Godheid.
De artikelen twee en drie verkondigen ons geloof in de verzoening van onze Heer en Heiland; dat door Hem de mensheid met onsterfelijkheid zal worden gezegend. Er staat dat wij de opdracht hebben om Hem als onze Verlosser te aanvaarden, en dat we uitsluitend voor onze eigen zonden verantwoordelijk zijn, en niet voor Adams overtreding. (Zie Art. 1:2.)
De artikelen vier en vijf gaan over ons geloof in de eerste beginselen van het evangelie. Die zijn geloof in de Here Jezus Christus en bekering. Ook staat er dat de eerste verordeningen van het evangelie de doop en de gave van de Heilige Geest zijn. Deze verordeningen worden verstrekt door een man die 'van Godswege moet worden geroepen, door profetie en door oplegging der handen' en die daartoe het gezag bezit. (Art. 1:5.)
Wij geloven dat de Heer vanaf het allereerste begin een plan voor zijn kinderen op aarde had. Hij zou op bepaalde tijden het priesterschap op aarde vestigen om de mensheid te zegenen met het gezag om heilige verordeningen te verrichten waardoor de mens zijn gehoorzaamheid aan de wil van de Heer kon bewijzen. In ons streven de grootste van alle gaven Gods te verwerven namelijk het eeuwige leven zouden we stapsgewijs op de proef worden gesteld. Daarom is het belangrijk om geloof te hebben in zijn plan en in zijn wet, om rein en heilig te leven, ons van onze zonden te bekeren, en om de heilige verordening van de doop te ontvangen die nodig is om in het celestiale koninkrijk te worden toegelaten. En na de doop ontvangen we die geweldige gave, de Trooster, om bij ons te zijn, en om ons door het aardse leven te leiden en dat allemaal door middel van de macht van God. Iedere man die is geordend, kan de gezagslijn van het priesterschap tot en met de Heer zelf terugleiden. Hij heeft dat recht aan de mensheid gegeven.
Voortbouwend op de fundering van de eerste vijf artikelen vermeldt het zesde artikel dat een organisatie noodzakelijk is; en dat dezelfde organisatie die in de vroegchristelijke kerk voorkwam, is hersteld. De herstelde kerk is tegenwoordig op aarde, met het heilig gezag dat door middel van de herstelling van het heilig priesterschap is ontvangen.
De artikelen zeven en negen verklaren dat de hemelen niet gesloten zijn en dat God voortgaat om zijn wil aan de mensheid bekend te maken, zoals Hij dat ook in het verleden heeft gedaan, en zoals Hij dat in de toekomst zal doen. Ook tegenwoordig worden er door de mens geestelijke gaven ontvangen, net als vroeger.
Artikel acht gaat over ons geloof in de Bijbel als het woord van God, 'voorzover de vertaling juist is; wij geloven ook dat het Boek van Mormon het woord van God is'. Het Boek van Mormon verschaft ons een aanvullend getuigenis van de authenticiteit van de Bijbel. De Heer heeft in zijn goddelijk plan voor de herstelling van het evangelie in de laatste dagen het Boek van Mormon te voorschijn gebracht. Het is nog een getuige van de zending van onze Heer en Heiland. Het is ook een godsdienstige geschiedenis, die uiterst belangrijk voor de kinderen van onze hemelse Vader is.
Artikel tien gaat over ons geloof in de letterlijke vergadering van Israël, dat Zion opnieuw zal worden gebouwd, en dat Christus zal terugkeren om persoonlijk op aarde te regeren. In juni 1830 ging Samuel Smith, de broer van de profeet, op zending om van de waarheid van het Boek van Mormon te getuigen. Hiermee begon de vergadering van Israël. Het woord dat het evangelie was hersteld ging vanaf de Berg Zion naar de volken op aarde. Tegenwoordig gaat de vergadering van de kinderen van onze Vader in de hemel gestaag verder. We bereiden ons voor op zijn wederkomst, en op zijn duizendjarige regeringsperiode. We zijn enthousiast betrokken bij die letterlijke vergadering als we onze vrienden, buren en anderen over het eeuwig evangelie vertellen.
De artikelen elf en twaalf gaan over ons geloof in godsdienstvrijheid, verdraagzaamheid en keuzevrijheid. Keuzevrijheid is een van de grootste gaven van God. Alle mensen worden in de gelegenheid gesteld om zelf keuzes te maken, en om hun eigen heil uit te werken. Ook ons geloof in regeringen wordt genoemd. Wij moeten de wetten van het land gehoorzamen, eerbiedigen en hooghouden.
Artikel dertien gaat over de manier waarop we moeten leven en onszelf op aarde moeten profileren. Er staat: 'Wij geloven eerlijk te moeten zijn, trouw, kuis, welwillend, deugdzaam, en goed te moeten doen aan alle mensen; met recht mogen we zeggen dat we de aansporing van Paulus volgen: wij geloven alles, wij hopen alles, wij hebben veel verdragen en hopen alles te kunnen verdragen. Als er iets deugdelijk, liefelijk, eervol of prijzenswaardig is, dan streven wij dat na.'
De geloofsartikelen zijn niet door een groep geleerden samengesteld, maar zijn door een enkele, geïnspireerde man geschreven, die beknopt en bondig de essentiële leer van het evangelie van Jezus Christus uiteen heeft gezet. Er staan eenvoudige uitspraken aangaande de beginselen van onze godsdienst in, en zij vormen het sterke bewijs van de goddelijke inspiratie die de profeet Joseph Smith heeft ontvangen.
Ik wil u allemaal aanmoedigen om de geloofsartikelen te bestuderen. Ze zijn een van de belangrijkste bronnen van inspiratie, geschiedenis en leerstelling van de kerk. Ieder artikel is een positieve verklaring om de verschillen tussen het mormonisme en de godsdienst van andere mensen uit te leggen. Als u ze gebruikt als handleiding bij uw studie van de leerstellingen van de Heiland, zult u zijn voorbereid om te getuigen van de herstelling van de ware kerk van de Heer. U kunt dan vol overtuiging verklaren: 'Wij geloven'.
Ik geef u mijn getuigenis van de waarheid van deze bijzondere, geopenbaarde waarheden. In de naam onze Heer en Heiland, Jezus Christus. Amen.